+ Meer informatie

Naar de psychiater?!

7 minuten leestijd

Het komt onder ons als ambtsdragers — ook zonder dat wij ons dat bewust zijn — regelmatig voor, dat wij broeders en zusters bezoeken, die psychisch niet in orde zijn. Daarmee bedoel ik niet, dat ze „niet goed bij hun hoofd zijn”, maar dat ze in meer of mindere mate lijden aan psychische stoornissen. Deze stoornissen hebben allerlei verschijnselen, die het geestelijk beleven van de relatie met de Here God beïnvloeden en alszodanig is het van belang dat pastorale werkers het „signaal” verstaan. Zij behoeven geen psychiater te spelen, dan komen er brokken. Maar wie pastoraat beoefent kan zich de weelde niet permitteren niets van dit alles af te weten.

Ik ben daarom blij, dat in de Keper-serie van Callenbach een boekje verscheen: „Moeilijk in de omgang”, dat een uitnemende dienst kan doen. U leert daaruit geen pastoraat, want leiding geven vanuit het evangelie is niet de sterkste kant van deze serie, maar u leert wel met een aantal zaken Tekenen, die het pastoraat ten goede komen. Bovendien — en dat is te merken aan dit boekje — is het vanuit evangelische bewogenheid geschreven. Naar aanleiding hiervan wijs ik u op een paar zaken. Allereerst op het feit, dat het consulteren van een arts, in casu de psychiater, vaak bij de eventuele patiënt op weerstanden stuit. Men is „niet gek”, er is „geen steekje aan los”, enz. Ik dacht, dat dan op ambtsdragers mede de taak rust, om te laten zien, dat ook deze artsen een gave van God zijn, waarvan wij in voorkomende gevallen gebruik mogen maken. Het gaat daarbij vooral om het gegeven, dat allerlei klachten als: God is zo ver weg; ik heb onvergeefbaar gezondigd; ik houd niet meer van mijn vrouw en kinderen; ik ben van de moeilijkheden in mijn gezin de schuld; ik kan niet meer bidden enz. enz. niet primair klachten van een gestoorde relatie met de Here zijn, maar voortkomen uit een ziekte, al dan niet van lange of korte duur.

Ook lichamelijke klachten kunnen als het ware de taal van de zieke geest zijn, die de stoornis in pijn, duizeligheid, maagkrampen e.d. tot uitdrukking brengen. In zo’n geval kan het raadzaam zijn, iemand naar een arts te verwijzen.

De buitenwacht zal daarvan in de regel niet veel begrijpen. Zelfs in de gemeente van Jezus Christus wordt vaak de mededeling, dat iemand is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis met gemengde gevoelens aangehoord. Dát had men niet gedacht van broeder A, en men fronst bedenkelijk zijn voorhoofd.

Zulke gedachten dienen ambtsdragers in de gemeente te bestrijden. Daarvoor kan het genoemde boekje dan ook uitnemend dienst doen.

Wat gebeurd het niet vaak, dat men zich hardnekkig verzet tegen het raadplegen van een arts, want de klachten zijn typische klachten voor het pastoraat, ongeacht de predikant of een ouderling.

Hoevaak is het niet voorgekomen, dat men geestelijk hoe langer hoe meer in de put kwam, terwijl het helemaal niet zo is, dat zo iemand is afgedwaald van de Here God, maar door psychische factoren er geen gat meer in ziet.

De hulp, die het pastoraat in deze gevallen dient te bieden, ligt niet in de sfeer van: u moer geloven, u moet vertrouwen. Want dat weet het gemeentelid maar al te goed. Dat doet me denken aan een verhaal, dat ik eens ergens las. Een domineesvrouw las in een kookboek: men neme een kip en verzuchtte toen: ja ja, dat is nu net de kunst.

Alle goede vermaningen helpen bij psychische afwijkingen of stoornissen niet zo veel.

Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat het pastoraat hier niets beginnen kan. Meestal zal de taak bij uitstek kunnen en moeten zijn om de rijkdom van de Here Jezus Christus voor de armen, ellendigen en die geen helper hebben, in het licht te stellen. Elk pastoraat zal psychische patiënten, om het zo maar even te noemen, moeten begeleiden. Maar dan begrijpend, niet forcerend, oog hebben voor de specifieke nood, waarin de ander verkeert.

Dr. M. Zeegers, die genoemd boekje geschreven heeft, maakt er op attent, hoe velen een rem kunnen zijn voor het werk van de arts.

De dominee komt er niet te best af. Maar zoals wij als predikanten nog dikwijls een verkeerd beeld van de psychiater hebben, zo merk je tussen de regels door, dat de psychiater een niet kloppend beeld heeft van de predikanten. Toch is het van groot belang, dat deze beiden samenwerken.

Ik zou echter de stelling willen verdedigen, dat als het maar enigszins mogelijk is, de christen bij een christen-psychiater zijn heil moet zoeken. Want een psychiater die het hele geloof als een stoornis ziet, heeft weinig antenne voor het religieuze beleven van de patiënt.

In een toestand van zich psychisch niet wel bevinden kan het gebeuren, dat de patiënt ook allerlei opvattingen en kwalificaties van God en godsdienst geeft, die niet zozeer als zonden en als schuld kunnen worden aangerekend. B.v. „God heeft me los gelaten, ik maak er maar een eind aan”. In zo’n geval moet u niet direct ook na de beterschap iemand tot belijdenis van zonden trachten te brengen, omdat hij of zij zich misschien van het leven wilde beroven. Het voorbeeld van Judas, die „levend ter helle voer”, kan onmogelijk bij suicide-pogingen van christenen als een pastorale benadering worden aangemerkt.

U moest eens weten, hoezeer deze mensen er zelf vaak onder gebukt gaan. Veel meer is dan op zijn plaats, dat u de Christus laat zien, die als de grote Hogepriester kan medelijden met onze zwakheden.

In de evangeliën zijn uit Jezus’ pastoraat voorbeelden te over, hoe zeer Hij de mens in nood met barmhartigheid benaderde.

Dat betekent uiteraard niet, dat een patiënt, wiens uitingen stoelen op een psychische stoornis, altijd in de watten moet worden gelegd.

U mag beslist ook wel laten merken, dat hij of zij er verkeerd aan doet om gedachten te koesteren, waar de Here niet blij mee is. Vooral echter hebben lijders aan psychische stoornissen behoefte aan de bevrijdende kracht van het evangelie te zien. Het kan daarbij raadzaam zijn, het pastorale contact in het beginstadium van een psychische behandeling te beperken tot een contactbezoek. Het is immers zo, dat veel psychisch lijden in het beginstadium oncorrigeerbaar is. Men is dan eenvoudig niet toe aan een correctie vanuit het pastoraat. Een goed samenspel met de behandelende arts is in zo’n geval onmisbaar.

Gelukkig komt dat contact hier en daar een beetje op gang. Elke pastorale werker, die vertrouwelijk mededelingen van de arts ontvangt, zal echter wel goed moeten bedenken hoe hij van deze gegevens gebruik maakt.

Bijzonder mooi vond ik in het genoemde boekje het hoofdstukje over aftakelende mensen en de psychische dementie die daarmee gepaard kan gaan. Geen bejaarden-bezoek zonder deze gegevens!

Ik heb bejaarde christenen in twijfel meegemaakt, waarbij hun twijfel niet zozeer een tekort was aan geloof, als wel als oorzaak had de ouderdomsdementie. Ook „bejaarden-zonden” kunnen daarmede verband houden. Men moet niet vergeten, dat bij de aftakeling de remmende functie van het geweten — bij een christen gevoed vanuit het evangelie — minder wordt. Als gevolg daarvan krijgen sommige verkeerde praktijken een kans, die zij bij een grotere vitaliteit niet zouden hebben gekregen.

Dat behoeft dan niet te betekenen, dat zo iemand zijn leven lang onoprecht is geweest t.a.v. de vreze des Heren. Het betekent zeker nog minder, dat men dan verloren is of gaat. Hier zal het pastoraat liefdevol en met veel geduld de demente bejaarde moeten benaderen met het evangelie, dat ons betere dingen te denken en te beleven geeft. Wat een bijzondere waarde kunnen dan ook berijmde psalmen hebben. Zij kunnen de oude christen helpen op het rechte spoor te blijven. Zij mogen zijn gedachten vullen en hem zo in de ouderdom nog vruchten doen dragen.

Al met al genoeg, om u na te laten denken over die mensen, die misschien moeilijk in de omgang zijn, maar met goed pastoraat geholpen kunnen worden. Niet verwijtend, maar liefdevol leidend. En is het dat niet, wat echt pastoraat altijd moet kenmerken? De pastor en de psychiater hebben bij psychische nood in elke leeftijdsfase beide een evangelische taak. Tolle lege — neem en lees. En bidt vooral eens voor hen, die psychisch lijden. Voorbede voor hen is een goede investering in het Rijk van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.