+ Meer informatie

Wachten op de Bibelebontse berg meer dan beloond

Christelijke jeugdliteratuur komt er in handboek over geschiedenis Nederlandse kinderboek bekaaid af

8 minuten leestijd

Het gaat er steeds meer op lijken dat aan de onderschatting en de daaruit voortgekomen verwaarlozing van het jeugdboek in de literatuurwetenschap een definitief einde is gekomen. Tot nu toe kwam in de standaardwerken over de Nederlandse literatuurgeschiedenis het jeugdboek alleen maar in uitzonderingsgevallen ter sprake. Dat ging dan echter tussen neus en lippen door, waarbij die lippen zich wel eens krulden in een wat medelijdende glimlach. Dat is veranderd. Ook de jeugdliteratuur kent nu een handboek over haar geschiedenis: "De hele Bibelebontse berg", met als ondertitel: "De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de Middeleeuwen tot heden".

Wie tot voor kort van de geschiedenis van het jeugdboek wilde kennisnemen, hoefde niet helemaal zonder te zitten. Daar was al van J. Riemens-Reurslag "Het jeugdboek in de loop der eeuwen" uit 1949, en vooral ook het in het daarop volgende jaar verschenen werk van D. Daalder: "Wormcruyt met suycker", in 1973 gevolgd door het nogal chaotische "Van Wormcruyt  met suyker tot jeugdliteratuur" van Daalder jr. en zijn vrouw.


Het bleef echter behelpen. Het was allemaal te veel overzicht en te weinig verbanden en achtergronden. Het is evenwel verstandig deze boeken niet meteen bij het oud papier te deponeren, omdat ze toch ook informatie bieden die we in de Bibelebontse berg niet vinden. Maar daarover straks meer.


"De hele Bibelebontse berg" is een boek waarop met smart werd gewacht. Dat wachten blijkt nu meer dan beloond. Het is een prachtboek geworden: dik (710 bladzijden), gedrukt op helderwit stevig papier, gebonden in een sterke band, zoals het een naslagwerk betaamt; overzichtelijk ingedeeld, met namenregister en afbeeldingenregister; en zeer, zeer rijk geïllustreerd met afbeeldingen ontleend aan Nederlandse jeugdboeken vanaf de Middeleeuwen. Zij die vorig jaar op de kinderboekententoonstelling in het Arnhemse openluchtmuseum zijn geweest, zullen een schok van herkenning ervaren: want daar hebben al die boeken gelegen. Een prachtboek dus, en z'n prijs, 125 gulden —al is dat natuurlijk veel geld— meer dan waard.


Teamwerk


Een geschiedenis van het jeugdboek schrijven, dat is nogal wat. Dat is voor één auteur bijna niet te doen. Vandaar dat voor "De hele Bibelebontse berg" zich een team van wetenschappelijk geschoolden heeft ingezet, ieder met zijn of haar deskundigheid voor een bepaalde periode of een bepaald onderdeel. Dat biedt grote voordelen, maar het heeft ook wat nadelen. Zoals een zekere onevenwichtigheid in de manier van benaderen tussen de verschillende hoofdstukken, en daardoor een gebrek aan continuïteit hier en daar.


De eerste hoofdstukken zijn wat dat betreft het meest schokvrij. Ze handelen over de tijd toen jeugdliteratuur nog geen jeugdliteratuur was, maar de kinderen wel teksten kregen voorgeschoteld om de kunst van lezen en schrijven (in die volgorde) te leren. Kleine, aanstaande monnikjes moesten in de Middeleeuwen die kunst in ieder geval onder de knie zien te krijgen. Maar dat waren dan wel Latijnse teksten. Het Diets was zelfs in de omgangstaal op school verboden. Overigens vormden die Latijnse leesboekjes de grondslag voor het latere leesmateriaal in de volkstaal. Voor de aanstaande geestelijken was het meest in gebruik (tot halverwege de negentiende, eeuw) de Donatus uit 350 na Christus. Over onderwijsvernieuwing gesproken!


Boekexplosie


Wat lazen kinderen, die de kunst machtig waren geworden, naast die verplichte saaie schoolboekjes, voordat in de zeventiende eeuw een ware boekexplosie plaatsvond? Het moet wel zo geweest zijn dat de jeugd dezelfde (volks)boeken las als de ouderen.


Belangwekkend is het hoofdstuk over de zeventiende eeuw. Wat toen speciaal voor de jeugd geschreven werd, stond geheel in dienst van onderwijs en opvoeding. En die stonden weer voor een belangrijk deel in het teken van de gereformeerde geloofsovertuiging. De kerk zag het onderwijs als een instrument om haar leer onder alle lagen van de bevolking te verbreiden, ook in het gezin, dat als hoeksteen van de samenleving werd gezien. Gelukkige bijkomende omstandigheid was dat na de val van Antwerpen in 1585 zoveel gevluchte onderwijzers, boekdrukkers, uitgevers en boekhandelaren zich in de Republiek vestigden. Zo volgde de reeds gesignaleerde 'boekexplosie'.


Bekeringsgeschiedenissen


De speciaal voor de jeugd geschreven lectuur droeg in Nederland over het algemeen een duidelijk protestantschristelijke signatuur. „De religieuze kinderliedjes en aandoenlijke bekeringsgeschiedenissen van devote kindertjes, die in de tweede helft van de eeuw opgang maken, vormen als we het goed zien de eerste echte Nederlandse kinderboeken. Daarmee vergeleken is de vernieuwing van de katholieke religieuze literatuur voor kinderen, zowel in het Noorden als in het Zuiden, miniem".


Bijzonder in trek waren de zogenaamde testamenten die door martelaren van het geloof aan hun kinderen werden nagelaten. Zo is daar de Uyterste wille van Soetken vanden Hout, die aldus eindigt: „Bid den Heere om wijsheid, die u gegeven sal worden: leert lesen en schryven, neemt uw genoegten en bekommering met Psalmen, Lofsangen en Geestelijke Liedekens".


Centsprenten


Het hoofdstuk over de achttiende eeuw laat zien dat er ook toen nog heel wat meer voor de lieve jeugd verscheen dan de beroemde "Kleine gedigten voor kinderen" van Hiëronymus van Alphen. Alles in deugdzaamheid en christelijkheid. Een grote rol speelden in die tijd bij voorbeeld zogenaamde centsprenten, een soort stripbladen met kinderlijke voorstellingen en felle kleuren. Ze waren te koop op jaarmarkten en kermissen, of gewoon aan de deur bij de marskramer.


De jeugd las ook met graagte het volksboek. „Wat ervan over is, is vaak aan flarden gelezen, maar we hebben een indruk van de grote aantallen die verdwenen zijn: uit een boedelbeschrijving van een Amsterdamse uitgever uit de tweede helft van de zeventiende eeuw blijkt dat hij 21.000 kinderprenten in  voorraad had; van die uitgever is niet één prent bewaard gebleven.'

Verloren gegaan


Van de achttiende-eeuwse kinderlectuur is zóveel verloren gegaan dat er wel nooit meer een compleet beeld van gegeven zal kunnen worden. Hoe verder we in de tijd voortgaan, hoe groter dé mogelijkheid wordt wel zo'n compleet beeld te geven. Dat zou echter hebben betekend dat "De hele Bibelebontse berg" vier, vijf maal zo dik zou zijn geworden.


De schrijvers die de negentiende en de twintigste eeuw voor hun rekening namen, hebben daarom doelbewust een keus uit de grote hoeveelheid gemaakt. Dat heeft men gedaan aan de hand van bepaalde genres: bij voorbeeld historische jeugdboeken of het komische kinderboek, het meisjesboek, het kindervers, enzovoorts over elk genre een flink brok achtergrondinformatie, toegelicht met enkele voorbeelden.


Onderbelicht


Niet alle genres of stromingen worden besproken en vrijwel geen enkele schrijver komt echt uit de verf. Zo komt bij voorbeeld de protestants-christelijke jeugdliteratuur en de daartoe behorende schrijvers er, na alle uitvoerigheid in de voorafgaande hoofdstukken, maar bekaaid af. Dat vind ik geen goede zaak, ook al probeert men zich te verontschuldigen (aan het eind van het hoofdstuk over de negentiende eeuw): „We zijn ons ervan bewust dat bepaalde genres in ons verhaal onderbelicht zijn gebleven: zo zijn religieuze literatuur, de Sint-Nicolaas- en kerstverhalen en de prentenboeken niet of nauwelijks aan de orde geweest!" Slechts één zin over Eduard Gerdes (200 kinderboeken) en niets over het pionierswerk van Jan de Liefde; geen woord over Lauwrens Penning, of over de vernieuwende rol van W. G. van de Hulst.


Niet zoetelijk


Toegegeven, de laatste wordt wel, zij het enigszins fragmentarisch, behandeld: als een van de vele schrijvers die zich met de historische jeugdroman hebben beziggehouden (Willem Wijcherts) en als werkelijkheidsbeschrijver (Jaap Holm en z'n vrinden). Toch ziet Aukje Holtrop kans een lans voor Van de Hulst te breken, als ze schrijft: „Van de Hulst schreef niet zoetelijk... Vroom maar spannend, dat waren eigenlijk alle boeken van Van de Hulst, meeslepend geschreven jongensavonturen, waar schuld, boete en vergeving bijna altijd wel een rol in speelden; of het waren verhalen van mensen die pech hadden, die ziek werden en doodgingen, die dierbaren verloren en daarmee moesten leren leven.' Sentimentele verhalen eigenlijk, maar nogmaals: niet zoetelijk.'

En toch: onderbelicht. Zelfs de christelijke jeugdliteratuur bleef voor een groot deel onderbelicht, ofschoon er toch materiaal over het christelijke jeugdboek in de negentiende eeuw voorhanden is in het beknopte boekje van Marjoke Rietveld-van Wingerden: "Gedenk aan uwen Schepper in de dagen uwer jongelingschap". Ook Daalder verwaarloosde in zijn "Wormcruyt met suycker" dit belangrijke onderdeel niet, al liet hij dan, bij gebrek aan eigen deskundigheid, het hoofdstuk schrijven door P. de Zeeuw JGzn. 

Er volgen nog hoofdstukken over het kinderboek in Vlaanderen, de reclame en het kinderboek, het uiterlijk van het kinderboek en over drukkers en uitgevers van kinderboeken. Zeer boeiend vond ik het hoofdstuk over het kinderboek in dienst van de reclame, over Flipje, Piggelmee. Pijpje Drop en hun collegaatjes, vooral daterend uit de tijd (voor de oorlog) dat niet alle ouders zich de aanschaf van boeken voor hun kinderen konden veroorloven, en hun kroost aangewezen was op de toen wat stijve en vormelijke openbare bibliotheek dan wel op de gezellige, 's zaterdags overvolle uitleenboekwinkel op de hoek. De (bijna) gratis reclameboeken voorzagen dus in een duidelijke behoefte aan eigen-boekenbezit.


"De hele Bibelebontse berg" is een prachtig naslagwerk, maar —hoe kan het trouwens ook anders— met gebreken. Het is bedoeld, zo wordt in de inleiding gezegd, „voor een groot publiek, dat geïnteresseerd is in het avontuur dat het woord in de wereld van kinderen betekent". En als men zich vooral dit laatste realiseert, zal het boek inderdaad op de juiste plaatsen komen.


Overigens, er staat nóg een geschiedenis van het Nederlandse jeugdboek op stapel. De onlangs met de Visser-Neerlandiaprijs onderscheiden Toos Saal van de Stichting Kinderboek Cultuurbezit in Winsum is er druk mee bezig. "Van zedenleer tot Bruintje Beer" gaat het heten. Hopelijk verschijnt het in het najaar. We kijken er met spanning naar uit.

N.a.v. "De hele Bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden", eindredactie Nettie Heimeriks en Willem van Toorn; Uitg. Querido, Amsterdam, 1989; 710 blz.; prijs 125 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.