+ Meer informatie

CHRISTUS AAN HET KRUIS GEDOOD

2 minuten leestijd

Daar hing Hij aan ’t vervloekte hout,
Aan Wie ik mij heb toevertrouwd
Aan ’t kruis zo vastgenageld;
Daar hing Gods eengeboren Zoon,
In smaad, en stierf wel duizend doon,
Terwijl het pijlen hageld’,
De vijand op Zijn ziele schoot,
En God Hem weinig hulpe bood;
Hoe zuur viel dat betalen
Van mijne grote zondeschuld,
Daar Godes boek mee was gevuld,
O liefde zonder palen.

Mijn lieve Jezus hing bebloed
Aan ’t kruis, als Hij mijn zonden boett’,
Hij voelde vloek en toorn,
Hij voelde overgrote smart,
Van bangigheden brak Zijn hart,
Hij dacht bijna te smoren;
Hem overstroomde een ganse zee
Van lijden, smart en angstig wee,
Riep: waarom Mij verlaten,
Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij!
Mijn Vader, help en sta Mij bij,
Mijn smart is zonder maten.

Zo is mijn zondeschuld voldaan,
De schuld betaald, maakt effen baan,
Verzoening is gevonden;
Daar hing dat Godd'lijk Offerlam,
Dat mijne zonden overnam,
En daarom werd gebonden.
O God, dat Godd'lijk mensenbloed,
Heeft immers al mijn schuld geboet,
Zo heb ik dan nu vrede.
Mijn Vader, zijt Gij niet voldaan?
Mag ik niet vrolijk tot U gaan?
Ik breng mijn Borge mede.

Ik sta voor God als zonder schuld,
Mijn ziel met vrede is vervuld,
Dit doet mij vrolijk leven;
Ik stond in ’s Heeren levensboek,
Ik ben nu vrij van alle vloek;
Hoe werd mijn ziel gedreven
Tot blijdschap en verwondering,
Toen ik dat vonnis eerst ontving
Gods Geest is hier Getuige;
En Die getuigt met mijne geest,
Dus is mijn ziel nu onbevreesd,
Maar wil ootmoedig buigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.