+ Meer informatie

TER OVERWEGING

8 minuten leestijd

Timothy Radcliffe, Waar draait het om? Als je christen bent? Uitg. Kok Kampen 2007, 304 blz, € 23,50.

In dit boek is een stuk spiritualiteit te vinden dat zich niet gemakkelijk ergens onder laat brengen. Soms meditatief, soms analyserend weet de rooms-katholieke auteur fundamentele uitgangspunten van het geloof neer te zetten in de wereld van vandaag.

D.M. Lloyd-Jones, Bij Uw altaren. Reflecties op de Psalmen. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007,186 blz., € 17,50.

De bekende Engelse predikant D.M. Lloyd-Jones wist de boodschap van de Bijbel op een frisse, aansprekende manier te verwoorden. Daarom heeft de uitgever er goed aan gedaan deze bundel meditaties over de Psalmen het licht te doen zien. Wat mijzelf bijzonder trof, is de manier waarop Lloyd-Jones vanuit de Psalmen wijst op Christus. Van harte aanbevolen!

Prof.dr. J. van Oort, Het evangelie van Judas. Nieuwe beknopte editie uit Codex Tchacos. Uitg. Ten Have Kampen 2007,134 blz., € 12,90.

In 2006 kwam de vondst van dit apocriefe geschrift in het wereldnieuws. Kort daarop verscheen een uitgebreide wetenschappelijke editie in het Nederlands. Daarnaast is nu ook deze kleinere editie beschikbaar met een beknopte inleiding, een volledige vertaling en een uitgebreide toelichting van het ‘evangelie van Judas’. Dit oude geschrift werpt geen nieuw licht op de inhoud van de bijbelse boodschap, maar het laat wel zien tegen welke dwalingen (gnostiek) de oude kerk zich moest verdedigen.

Prof.dr. A. uan de Beek, Eén mens maakt het verschil. Uitg. Meinema Zoetermeer 2007, 168 blz., € 14,50

In dit boek laat de bekende theoloog A. v.d. Beek zich van een verrassende kant kennen. Deze bundel bevat opstellen over actuele situaties die niet meteen heel theologisch zijn, maar meer een mix van persoonlijke ervaringen, onverwachte ontmoetingen in verre landen en bijzondere aandacht voor gewone mensen en alledaagse dingen waardoor ze toch speciaal worden. Milde humor klinkt in de opstellen mee. Als een rode draad loopt de persoonlijke aandacht voor de mens als door God gegeven naaste door heel het boek heen.

P. Boomsma, En dan is het maandag. Uitg. Protestantse Pers Heerenveen 2006, 262 blz., € 9,90.

In een vlotte stijl gaat de schrijver (o.a. bekend omdat hij in het verleden directeur van Youth for Christ was) in korte stukjes in op vragen waar christenen vandaag tegenop lopen, zoals: wat betekent geloof in het dagelijks leven? Hoe werkt geloof door in je opstelling in de maatschappij? Waar is God als het leven pijn doet? De prikkelende stukjes stemmen vaak tot nadenken en soms roepen ze ook vragen op.

Ds. W.P. van der Aa, Hebreeën. Uitg. Kok Kampen 2007, 287 blz., € 22,50.

In de bekende EO radio-serie De Bijbel Open heeft ds. W.P. van der Aa het bijbelboek Hebreeën besproken. Het is nu ook in boekvorm verschenen. In overzichtelijke stukjes wordt het hele bijbelboek Hebreeën behandeld. Waar nodig wordt op uitlegkundige vragen dieper ingegaan en aan het eind van elke pericoop zijn vragen toegevoegd voor de behandeling in groepen.

Adriaan van Belzen, Terugblik. Gesprekken over verleden, heden en toekomst van de vier Gereformeerde Gemeenten. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007, 158 blz., € 17,50.

In het Akkoord uoor kerkelijk samenleuen van de Ned. Geref. Kerken staat bij art. 31 (over de kerkelijke vergaderingen): ‘De kerken (…) hebben geduld met elkaar en verwachten samen de tijd van God waarin Hij de weg duidelijk zal maken’. Nu zullen de Geref. Gemeenten, de Geref. Gemeenten in Nederland (binnen en buiten verband) en de Oud Geref. Gemeenten (over wie dit boek gaat) weinig op hebben met de NGK. Toch drong zich deze regel aan mij op toen ik bij alle interviews met ‘vertegenwoordigers uit de vier kerken (tien in totaal) hun visie las op de breuken in 1907 (toen ds. Boone niet met de vereniging meeging), 1953 (breuk rond dr. Steenblok) en 1980 (breuk binnen Geref. Gem. in Ned.). Soms is er sprake van karikatuurvorming, van verwarring, van een verschil dat meer over de leraars dan over de leer gaat… Wat hébben kerkelijke vergaderingen toch grote verantwoordelijkheden en wat is geduld en wijsheid toch belangrijk. Men wordt verdrietig van dit boek. Men leert er óók van. Van de relativiteit van psalmberijmingen bijvoorbeeld (Datheen en 1773, blz. 29); van het gevaar van het vertellen van onwaarheden: de gedachte dat in de Geref. Gemeenten de alverzoening ‘een beetje’ zou worden gepreekt, was nooit bij mij opgekomen (blz. 61), en toch werd het geponeerd… Zullen ze ooit nog tot elkaar komen, die vier? Ik schrik als ik lees dat iemand daar zelfs geen gebed voor heeft (blz. 31). Dat is ernstig. Gelukkig zijn er ook andere gedachten te lezen, maar… de weg van toenadering is heel smal!

Ds. M.A. Kempeneers, Waar is ons kind? Ee pastoraal-theologische handreiking rond het overlijden van jonge kinderen. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2007,137 blz., € 13,90.

Wanneer iemand die zelf in het gezin te maken heeft gekregen met het overlijden van een kindje, zich aan het schrijven van een pastoraal-theologisch boek zet, klinkt dat toch anders dan wanneer iemand dat alleen uit theoretische kennis doet. Dat is goed te merken aan bovengenoemd boek; de auteur (predikant van de Chr. Geref. Kerk te Elburg) kent de vragen van binnenuit. Overigens wil ik met bovenstaande zin niet beweren dat een ander het ‘slechter’ zou doen; soms is een te dichtbij zijn ook weer een belemmering om afgewogen te spreken of te schrijven. Ds. Kempeneers is al tijdens de studie in Apeldoorn op theologisch niveau bezig geweest met de tere vragen rond het thema. Zijn scriptie zal ten grondslag liggen aan het boek dat nu verschenen is; ook hield hij lezingen en voerde hij gesprekken. Bij alles wat de oudvaders hebben gezegd (men krijgt er een duidelijk over-zicht van) houdt de auteur terecht vast aan de rijke woorden van DL1.17: Godvrezende ouders moeten niet twijfelen aan de verkiezing en het heil van hun kinderen, en wel op grond van het genadeverbond. Dat is duidelijke taal en het kan ouders in hun vele vragen troosten (blz. 131). Overigens is met name het spreken op deze bladzijde niet zo doorzichtig: er wordt onderscheid gemaakt tussen informatie en troost, tussen de geopenbaarde dingen en de verborgen dingen in Gods raad. Toch zijn ‘onze vaderen’ in de DL helder, en daarom mag er toch ook gelovige stelligheid zijn in óns spreken?

N.W. den Bok & A.J. Plaisier, Bijna goddelijk gemaakt. Gedachten over de menselijke gerichtheid op God. Utrechtse Studies deel 2. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 298 blz., € 16,90

Deze bundel is een voortbrengsel van de zgn. ‘Utrechtse school’, die in de afgelopen decennia gestalte heeft gekregen rond prof.dr. V. Brümmer en dr. A. Vos. Vooral de laatste neemt de traditie van de middeleeuwse theologie serieus, en komt op voor de kracht en actuele betekenis ervan.

Deze bundel is gewijd aan een heel belangrijk thema, dat vandaag in de theologie in het centrum van de belangstelling staat, en dat voor de benadering van niet-christenen van groot belang is. Is er sprake van een ‘natuurlijk verlangen’ — de term is van Augustinus — van de mens naar God, dat dus in ieder mens op enigerlei wijze aanwezig is? Het zal duidelijk zijn, dat hier veel mee samenhangt, zoals met name de vraag van de diepte en radicaliteit van de zonde en de reikwijdte van de menselijke vrijheid. Het maakt verschil, of men niet verder gaat dan te zeggen dat het menselijk hart onrustig blijft, tot het rust vindt in God — óf dat men een ‘natuurlijk verlangen naar God’ tot startpunt maakt, met voorbijzien aan de geneigdheid van de zondaar God en de naaste te haten.

In deze bundel wordt onder meer aandacht besteed aan theologen als Origenes en Gregorius van Nyssa, Franciscus van Assisi, Calvijn (met Luther), Pascal en Karl Barth, en aan thema’s als godsdienstpsychologie en spiritualiteit.

Álmos Ete Sípos, “Bittet den Herrn der Ernte”. Gyula Forgács (1879–1941), Pionier der ungarischen reformierten Inneren Mission, serie Missiologisch onderzoek in Nederland nr. 41. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2007, 328 blz., € 27,50

Dit boek diende de auteur als proefschrift aan de universiteit van Utrecht. De schrijver is een Hongaarse predikant, die — hoewel inmiddels zeventig jaar oud — nog altijd volop werkzaam is in een drukke stadswijk! Het boek is een beschrijving van leven en werk van de Hongaarse gereformeerde predikant Gyula Forgács, die een pionier geweest op het gebied van evangelisatie. Mensen als hij zijn tijdens de jaren van de communistische heerschappij stelselmatig verzwegen en daardoor vergeten, en dr. Sipos schreef dit boek ook als een vorm van eerherstel.

Forgács wordt getekend als een overtuigd gereformeerd denkend mens, in een tijd van sterk vrijzinnige tendenzen, maar dr. Sipos erkent, dat hij inhoudelijk betrekkelijk weinig aandacht aan het heilswerk van Christus besteedde en de heiliging groter nadruk gaf dan de rechtvaardiging. Het was een man van de praktijk. De laatste acht jaar van zijn leven was Forgács werkzaam in de ‘Jodenzending’, en keerde hij zich tegen het sterk opkomend antisemitisme, hoewel hij tegelijk sterk nationalistisch dacht en zeer geporteerd was voor de idee van een ‘volkskerk’. Al met al: een boeiend stukje Hongaarse kerkgeschiedenis, dat het verdiende aan de vergetelheid ontrukt te worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.