+ Meer informatie

Het zwaard des Geestes

7 minuten leestijd

„En neemt... het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord". Efeze 6:17b.

Past het zwaard eigenlijk wel bij de Kerk van Christus? Het zwaard is toch een verdedigings- en aanvalswapen! Is de Kerk van Christus niet geroepen om zachtmoedig te zijn en het Evangelie te verkondigen? Moet de Kerk dan zo strijdlustig zijn?

Wat verstaan wij onder strijdlustig? We behoeven niet buiten de grenzen van ons vaderland te gaan om een strijdende Kerk te ^dnden. Er is zeer veel strijd. Kerken bestrijden ellcaar. De richtingen in onze Kerk voeren dikwijls een hevige strijd. Defensief en offensief wisselen elkaar af.

We kennen de strijd vóór en tegen de belijdenis; vóór en tegen de vrijzinnigheid; vóór en tegen de vrouw in het ambt. Soms raken de gemoederen verhit en vragen we ons wel eens af, waar is de zachtmoedigheid te vinden, die Christus heeft gepredikt en getoond? „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben".

We zijn geneigd om dat strijden af te keuren. Dat hoort niet in de Kerk thuis. En inderdaad is er veel, dat niet in de Kerk van Christus thuishoort. Maar wie meent, dat de zachtmoedigheid, waartoe Christus ons roept, betekent: „de wapens neer", die heeft het mis.

Christus' Kerk moet strijden; moet verdedigen en aanvallen. Maar het is de vraag: waar en hoe?

Waartegen moet de Kerk en ieder, die tot haar behoort, strijden? Heel in het kort zouden we dit kunnen zeggen: Alles wat zich tegen God en Zijn Woord verheft; alles wat de Kerk van God en Zijn Woord wil aftrekken. Dat is het karakter van de vijanden 'der Kerk, die in eerste instantie Gods vijanden zijn. Daartoe behoort Satan met zijn helse machten; daartoe behoort de wereld met zijn verleidingen; met zijn verderfehjke opvattingen; daartoe behoort die leer, die niet uit God is; daartoe behoort ons vlees, dat een andere weg wil, dan de Heere voorschrijft; daartoe behoort de twijfel en de aanvechting.

Er is nog veel meer te noemen, maar het is duideHjk, dat de strijd op vele fronten gevoerd moet worden. Met andere woorden: de Kerk mag niet verslappen, maar moet strijdvaardig zijn. Zij moet zich tegen alle aanvallen verdedigen en het kwade bestrijden. Maar dan altijd met dit besef: het is Gods zaak, waarvoor gestreden moet worden. Niet wij worden in de eerste plaats aangevallen, maar de Heere; niet onze mening moet de leugen bestrijden, maar Gods waarheid.

Daarom roept Paulus ons op de gehele wapenrusting Gods aan te doen. Dus niet wij bezitten een wapenrusting, maar de Heere heeft Zijn Kerk wapens gegeven. Zolang wij strijden, met onze wapens, zal er geen overwinning maar nederlaag zijn.

De Heere wil ons doen zien, dat wij in onszelf zwak zijn. Door onze .zonde hebben we elk aanvals- en verdedigingswapen verloren. Daarom beüjdt de Kerk: ik kan van mijzelf niet strijden. Gelukkig als we dit leerden belijden. Dan zullen we geen strijd voeren, die de Heere moet afkeuren. Dat zou een onwettige strijd zijn.

Maar als ons de wapens ontbreken, dan wil de Heere ons aangorden ten strijde.

En één van de wapens is het zwaard des Geeestes. Het is dus een geestelijk zwaard. Al gebruiken wij geen zwaard van staal, onze wapens zijn dikwijls zo ongeestehjk. Denk aan onze tong; aan de boosheid, dié in ons hart opwelt.

Onze strijd heeft een geestehjke strijd te zijn. Het is de Geest des Heeren, Die de strijd van Christus' Kerk voert. Hij slaat de geest uit de afgrond op de mond en beschermt de Kerk tegen diens aanvallen. Hij doet de dwaling struikelen en breekt de valse leer af. Hij breekt de vlesehjke begeerten, die tegen God ingaan. Hij slaat de zondaren neer, maar Hij doet hem ook weer met Christus opstaan en maakt hem tot een geestelijk mens, die bereid is die geestelijke strijd te strijden.

Maar Hij bedient Zich in die strijd ook van mensen, die Hij gereed en bereid maakt de zonde tegen te staan en Gods wil te doen uit liefde.

Dan is de liefde tot God en Christus de drijfveer in de strijd. Dan wordt gestreden met zachtmoedigheid, hoewel met grote beslistheid.

Als wij dan vragen: met welk zwaard de Geest strijdt, dan zegt Paulus: het Woord Gods. Hij heeft heilige mannen Gods gedreven om het Woord Gods te spreken en te boek te stellen. Denk aan de profeten, die geleid door de Geest de strijd voerden tegen het geestelijk verval in Israël en tegen de machten, die het volk Gods belaagden. Met het Woord Gods heeft de Geest de apostelen toegerust om te strijden in deze wereld. En het Woord heeft overwonnen. Het heeft harten veroverd; koningen doen buigen; volkeren gekerstend.

De geestelijke worsteling — dus de worstehng van de Heilige Geest — gaat door om het Koninkrijk Gods te vestigen en uit te breiden in deze wereld en om vijanden Gods te overwinnen door het Evangelie der genade.

Maar in die strijd maakt — zoals we zagen — de Heilige Geest gebruik van de Kerk van Christus, die dan ook alleen dit zwaard des Geestes mag hanteren, namelijk het Woord Gods.

Maar dit is ook genoeg. Geen menselijk vernuft; geen menselijke kracht overwint de wereld; alleen het Woord Gods, dat krachtig is en levend is door de Geest. Hij stelt Christus en Zijn werk midden in deze wereld door het Woord Gods; door de prediking en het lezen van dat Woord.

En doordat dat Woord geen krachteloos mensenwoord is, — al wordt het door mensen bediend en uitgesproken —, zet Christus Zijn overwinningstocht voort.

Wat we ook menen te moeten doen in deze wereld en tegen deze wereld; wat we ook menen te moeten doen in de

strijd der geesten binnen en buiten de Kerk; wat we ook menen te moeten doen in onze persoonlijke worsteling tegen de zonde en het eigen vlees, — we strijden dan pas wettig, als wij onze wapens neerleggen en ons door de Geest Diens zwaard laten omgespen, namelijk het Woord Gods.

Grijp naar dit zwaard om de strijd in eigen hart en leven te voeren. (Christus deed dit ook; denk aan de verzoeking in de woestijn: „Er staat geschreven..."). Grijp er naar, wanneer Gods eer wordt aangetast; wanneer de waarheid Gods tekort wordt gedaan; wanneer allerlei geestelijke stromingen het Koninklijk Gods bedreigen.

Maar dit houdt ook in: het zich laten ondervdjzen in Gods Woord. Dat geldt voor jong en oud. De prediking schonk God daartoe, maar ook de catechese en het verenigingswerk, ook het persoonlijk Bijbellezen en Bijbelonderzoeken. Ook dat behoort tot het nemen van het zwaard des Geestes, waartoe Paulus ons oproept, ja, dat heeft het eerste te zijn, om toegerust te worden, de strijd te beginnen en vol te houden.

Tenslotte mogen we nog op één ding wijzen. In vers 18 vervolgt Paulus: „Met bidding en smeking, biddende te allen tijde in de Geest en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen". Het zwaard des Geestes — en dat geldt ook voor de hele wapenrusting — kan niet genomen en gehanteerd worden zonder het gebed; zonder het smeken voor zichzelf en voor al de heiUgen.

Daarom bidden we vóór de prediking des Woords om de opening des Woords; om de verlichting door de Heilige Geest. Daarom bidden we op onze catechisaties en verenigingen; daarom bidden we vóór het Bijbellezen, of Gods Geest ons onderwijzen wil, hoe wij het Woord Gods te gebruiken hebben.

De ware Christenstrijder wordt afgebeeld door de gevouwen handen op de opengeslagen Bijbel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.