+ Meer informatie

Levenslang voor Iraanse moordenaar

Rol van Teheran bij aanslag op ex-premier Bakhtiar blijft duister

4 minuten leestijd

PARIJS - Ali Vakili Rad werd gisteravond door een Frans gerechtshof tot levenslang veroordeeld voor de moord in 1991 op de Iraanse oud-premier Sjapour Bakhtiar. Het proces, dat meer dan een maand heeft geduurd, heeft niet aan het licht kunnen brengen, welke rol het regime in Teheran bij de aanslag heeft gespeeld.

De 35-jarige Iraniër zal minstens achttien jaar van zijn straf moeten uitzitten, alvorens hij voor een eventuele vervroegde vrijlating in aanmerking kan komen. De rechtbank achtte daarnaast bewezen dat de Iraanse zakenman Hendi, Ali Vakili Rad aan een visum voor Frankrijk heeft geholpen, en het hof veroordeelde hem wegens medeplichtigheid tot een gevangenisstraf van tien jaar. Een derde verdachte, Zeynolabedine Sarhadi, die de moordenaars op hun vlucht zou hebben geholpen, moest bij gebrek aan bewijzen worden vrijgesproken.

Met name de vrijlating van Sarhadi, een ver familielid van de Iraanse president Rafsanjani, heeft tot een golf van verontwaardigde reacties geleid. De weduwe van Sjapour Bakhtiar en haar zoon Guy noemden de vrijspraak schandalig, en zeiden dat de Franse staatsbelangen in het vonnis zwaarder hadden meegewogen dan de bewijzen. Een woordvoerster van de anti-terroristenorganisatie "SOS Attentats" voegde daar aan toe dat „het vanaf het begin van het proces duidelijk was dat Sarhadi door Teheran werd beschermd", maar zij sprak de hoop uit dat alle daders van de moordaanslag ooit nog gestraft zullen worden.

Revolutie ^

Sjapour Bakhtiar was de laatste premier onder de sjah, en moest in 1979 naar Parijs uitwijken voor de islamitische revolutie van ayatollah Khomeiny. Hij stond bekend als een sociaal-democraat en had een grote interesse voor de westerse cultuur en het westerse politieke model. In de zomer van 1991 werd hij, ondanks de zware bewaking, in zijn woning in de Parijse voorstad Suresnes, door messteken om het leven gebracht.

Volgens de Franse onderzoeksrechter Bruguière bestond de harde kern van de commandogroep uit drie mannen. Ali Vakili Rad bekende in de woning aanwezig te zijn geweest, maar volgens zijn eigen verklaringen heeft hij machteloos moeten toezien hoe Mohammed Azadi en Farydoun Boyerahmadi, een vertrouwensman van Bakhtiar, de oud-premier neerstaken. Boyerahmadi wist vervolgens te verdwijnen, terwijl Rad en Azadi naar Zwitserland probeerden te vluchten. Daarbij stapten ze in een verkeerde trein, en kwamen in Lyon terecht. Via een taxi begaven zij zich naar Annecy, waar een van hen een adresboekje in een telefooncel heeft laten liggen. De blunders stapelden zich op, en zorgden er onder meer voor dat de vlucht niet onopgemerkt bleef. De twee Iraniërs werden in de eerste instantie door de Franse douane aan de Zwitserse grens teruggestuurd, omdat hun paspoorten niet in orde waren. Een tweede poging had meer succes, en Azadi vluchtte uiteindelijk naar Iran. Net als Boyerahmadi was hij niet op het proces aanwezig, en evenals vijf andere Iraniërs wordt hij nog steeds gezocht. Ali Vakili Rad had minder geluk. Hij werd door het Iraanse consulaat in Geneve aan zijn lot overgelaten, en door de Zwitserse politie gearresteerd, toen hij langs het meer van Geneve liep te zwerven.

Iran Air

De op het proces vrijgesproken Sarhadi zou zich volgens onderzoeksrechter Bruguière met een vlucht van Iran Air van Teheran naar Geneve hebben begeven om de daders van de moordaanslag het land uit te helpen. Zijn naam bevond zich echter niet op de passagierslijst, maar Bruguière kwam tot de conclusie dat er zeker een honderdtal namen van de lijst waren geschrapt. Volgens de voorhanden zijnde gegevens zouden er slechts achttien personen aan boord zijn geweest. Sarhadi's handtekening werd echter wel op de inchecklijst van een hotel in Geneve teruggevonden. Als enige van het drietal dat in Parijs terechtstond, kon hij voor zijn verdediging op de hulp van een door Iran gestuurde advocaat rekenen.

De onderzoeksrechter ontdekte verder dat de moordenaars twee appartementen in Instanboel als uitvalsbasis hebben gebruikt. Daar vandaan is druk naar Frankrijk gebeld en de Turkse PTT registreerde Foto EPA zelfs een gesprek met een telefooncel, die zich in de straat van Sjapour Bakhtiar bevond. Verder werd een groot aantal telefoonnummers in Teheran aangetroffen, waaronder een nummer van het Iraanse ministerie van telecommunicatie, dat-volgens de onderzoeksrechter tevens het hoofdkwartier van de Iraanse geheime dienst herbergt. Het vooronderzoek heeft verder uitgewezen dat de moordaanslag door een hoge functionaris van het Telecommunicatieministerie is uitgewerkt. De ambtenaar werd in staat van beschuldiging gesteld, maar Iran weigerde de man uit te leveren.

Hoogste kringen

De advocaat van de familie Bakhtiar legde er in het pleidooi tevergeefs de nadruk op dat de opdracht voor de moord uit de hoogste politieke en religieuze kringen is gekomen. De voorzitter van de Nationale Iraanse Verzetsbeweging, die door Bakhtiar was opgericht, wees zelfs de Iraanse president Rafsanjani als opdrachtgever aan: „De moord op Bakhtiar is geen op zichzelfstaand geval. In totaal zijn er de afgelopen jaren maar liefst zeventig tegenstanders van het regime in Teheran in het buitenland om het leven gebracht. Alles wordt in het werk gesteld om andersdenkenden definitief uit te schakelen; dat is immers eenvoudiger dan iemand van gedachten te doen veranderen". Bij gebrek aan bewijzen kon Iran echter op het proces niet van staatsterrorisme worden beschuldigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.