+ Meer informatie

Gezag

10 minuten leestijd

Het is de bedoeling iets te sohrijven over de functionering van het gezag. Toen ik me afvroeg hoe ik dat in de titel van het artikel tot uitdrukking kon brengen, werd het me duidelijk dat men niet om het gezagals-zodanig heen kan, wanneer men over de functionering ervan wil schrijven. Men kan dat bepaalde facet niet apart stellen. Vandaar een aantal overwegingen vooraf. Aan het eind hoop ik te komen bij wat de redactie mij als eigenlijk onderwerp had voorgelegd.

Crisis

De crisis waarin het gezag verkeert, betreft niet alleen de beschouwing ervan, maar ook de uitoefening en erkenning ervan.

Een publikatie als van dr. H. J. van Zutheam „Gezag en Zeggenschap” lijkt mij een duidelijke aanwijzing te zijn van de crisis waarin het gezag in protestantse kringen gekomen is. Ik stel dat niet zozeer omdat hij van traditionele opvattingen afwijkt. Hij ziet het gezag als produkt van mensen. Zij bekleden elkaar ermee. Als men vindt dat het niet ten goede uitgeoefend wordt, kan men gehoorzaamheid weligeren. Wat moet men als kinderen het gezag van hun ouders miet ten goede uitgeoefend vinden of wanneer werknemers het beleid van hun direote baas afkeuren? Er zal toch altijd weer een gezagsinstantie moeten zijn, die als college van bexoep functioneert. Daarvan rept van Zuthem nauwelijks. Met een subjectivisme als het zijne komt men er met het gezag niet.

Dat blijkt ook in de praktijk van ons volksleven op dit ogenblik. Het aarzelend optreden van de bevoegde autoriteiten bij de bezetting van de pedagogische academie in Beverwijk en de steun die de bezetters ontvingen van sommige volksvertegenwoordigers en van politieke partijen zijn daarvan een duidelijk teken. Ik vrees dat we zullce zaken in de toekomst meer te zien krijgen. Te hopen valt dat er dan direct een krachtige houding wordt aangenomen en dat er op dit punt een duidelijk beleid zal zijn bij de politieke partijen, zodat men tenminste weet aan walke leant zij staan.

Raakt deze gezagscrisis ook de kerk? Men kan denken aan hetgeen er zich voorgedaan heeft op het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout. Ik denk dat we djit wel in het Iicht van de veiranderingen in de opvatting van het gezag moeten zien. Men kan niet zeggen dat het daar revolutionair toeging. Alle sprekers kregen het recht om te spreken zoals ze wilden. Maar inhoudelijk werd er aan het getzag van de kerk behoorlijk getornd.

Hoe te oordelen over de p:otestantse kerken? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de op gang gebrachte Algemene Kerkvergadering toch niet denkbaar is buiten het hierboven geschetste verband. Zelfs ds. Landsman, die het experiment in de synode warm bepleit heeft, liet nu reeds van zijn bezorgdheid iets blijken. Men kan immers straks op de synode de resultaten van de AKV niet negeren. Daarmee wordt de synode in een hoek gedrongen, waar zij haar eigen gezag niet meer vrij kan uitoefenen. Ik dacht een hoek, die ze zelf gezocht en daarom ook verdiend heeft. Vandaar mijn waardering voor de totale onthouding van medewerking van de zijde van de Gereformeerde Bond.

Onze eigen kerken? Het is niet eenvouddg om daarover in dit verband een woord te zeggen, dat de situatie typeert. Sonus heb ik het gevoel dat afzijdigheid en interesse loosheid een vorm zijn, waarin de gezagsproblematiek zich hult. Men kan zich ook van bepaalde opmerkingen afvragen of zij niet symptoom van het gezagsprobleem zijn. Demociatisering bijvoorbeeld is een wooed dat op kerkelijke verhoudingen niet past. Men moet staats- en kerkinrichting niet door elkaar halen. Trouwens wat nu onder democratisering in ons volk aangeprezen wordt, maakt sterk de indruk met de ware democratic niet veel van doen te hebben. Tenslotte is groepsvorming in de kerk een gevaar voor de ware gezagsoefening en gezagsbeleving.

Oorzaken

In een betrekkelijk kort artikel als dit kan niet uitvoerig op de oorzaken ingegaan worden. Ik stip slechts enkele punten aan. De secularisatie als het losbrekcn van het mensenleven en alles wat zich daarin voordoet uit de band met God, zal zeker vermeld moeten worden.

We leven in dit geestesklimaat en krijgen er alien iets van mee. De invloed is te sterker naarmate men er minder tegen gewa pend en op bedacht is.

De bedoelde losmaking vindt plaats, omdat God in onze samenleving onnodig en overbodig geacht wordt. Dan kan men de dingen van het mensenleven zelf wel regelen. De mondigheid van de moderne mens zal in samenhang hiermee ook genoemd moeten worden.

Deze mondigheid blijkt vaak een schijnmondigheid te zijn. In elk geval eist men wel in naam van deze mondigheid zeggenschap en dat bepaalt de vorm van gezag en onderwerping aan het gezag.

Een derde factor is de gedachte dat het gezag authentiek geoefend moet worden. Het moet echt menselijk zijn. Men moet in de gezagsdrager en de manier waarop gezag geoefend wordt, iets echts menselijks her kennen. Waar dat niet het geval is, „doet het niets”, en meent men zich derhalve aan het gezag te kunnen onttrekken. Men laat het voor wat het is, en gaat zijn eigen weg, soms heel duidelijk tegen het gezag in.

Met name dit laatste punt wordt door velen, zeker de jongeren in de kerk ook zo aangevoeld. Maakt een predikant zijn gezag waar? Staat hij zelf erachter? Of is hij een functionaris, die op een stoel zit of staat en vandaar zijn woorden zegt? Het existentiële moment in de gezagsoefening komt hierdoor heel sterk naar voren. Wie is de man die het zegt en hoe is de man die het zegt. Ook ouderlingen en diakenen, samen met de predikant de kerkeraad vormend, hebben hiermee te maken. Ze worden precies zo bekeken. Hiermee ben ik aan het eigenlijke waarom het ging.

Functionering

Hoe functioneert het gezag in de kerk? Bij de beantwoording van deze vraag heeft men naar twee kanten te zicn. Dat is immers karakteristiek voor het gezag. En zijn mensen die gezag oefenen. Er zijn mensen die aan dat gezag onderworpen zijn. Natuurlijk zal de manier waarop de Iaatsten reageren in belangrijke mate bepaald worden door de manier waarop de eersten hun taak volbrengen.

Daarop wil ik graag alle nadruk leggen. Gezag is geen geïsoleerd gegeven. Het komt van zeggen. Dat veronderstelt een gemeenschap. Welnu, gezag is er ten dienste van de gemeenschap. Wie het uit dat verband isoleert, moet het gezag wel misbruiken. Wie zich bij de oefening van het gezag niet afvraagt, op welke wijze hij de gemeenschap het beste dient, is door het ontbreken van die vraag al tekort geschoten.

Gezag is dienend. Dat wil ook naar twee kanten verstaan worden: het is dienst aan God en aan de gemeente. Maar die twee vormen geen tegenstelling. De wet van God is heilzaam voor de mens. Ieder die in Gods naam gezag oefent, zal iets van dit heilzame mogen verspreiden. Gezagsdragers in de kerk zijn mensen, door wie God in zijn gemeente heil uitdeelt. Men vindt dat zeer geconcentreerd in de mooie naam voor een predikant: Dienaar van het goddelijke Woord. Zijn gezag ligt in deze dienst, door God hem opgedragen, verankerd.

Dus: het dienstkarakter van de gezagsoefening. Dat wil niet zeggen, dat men het alle mensen maar naar de zin moet maken. Trouwens, wie van daaruit handelt, zal ontdekken dat hij het niemand naar de zin maakt. Het betekent wel, dat hij bij de gezagsoefening steeds weer het oog zal hebben op hen die hij met het gezag te dienen heeft.

Dat is de gemeente. De mondige gemeente. Gezagsoefening mag niet betekenen, dat die mondigheid tot onmondigheid wordt. De mond van de gemeente moet spreken, wil de gemeente haar geestelijke volwassenheid kunnen beleven. Daarom hebben gezagsdragers in de kerk met de gemeente te rekenen, haar te raadplegen, haar stem te horen, haar in allerlei dingen te kennen. Er is verschil in de manier waarop ouders het gezag oefenen bij kleine en bij grote kinderen. De laatsten kan men niet afschepen met: zo wil ik het, daarom verder geen praatjes, geen cammentaar. Men kan die woorden wel eens moeten zeggen, maar dan pas nadat er open en eerlijk met elkaar gesproken is. Men zal oudere kinderen doorzichtig moeten maken, waarom men in het gezin bepaalde dinigen zo wil en zo doet. Zou men daarbij niet open moeten staan voor de bijdrage van de zijde van de kinderen? Zij behoeven het tooh niet bij voorbaat en zeker ook niet altijd mis te hebben, als er verschil van mening is.

Ik schrijf dit niet vanuit een miskenning of poging tot ondermijning van het gezag in het gezin. Zie boven.

Maar ik stel het zo, omdat de manier waarop het gezag geoefend wordt in onze tijd van zo geweldig groot belang is. Als er blijvend verschil van mening is na een eerlijk gesprek, zal gedaan moeten worden hetgeen de ouders zeggen. Dat lijkt mij een duidelijke zaak. Dat behoort tot de regels van het christelijk gezinsleven. Er behoort ook met ouder wordende kinderen overleg te zijn, en zeker verduidelijking.

Datzelfde geldt voor de gemeenten. Een kerkeraad heeft een eigen verantwoordelijkheid, welke hem niet door de gemeente ontnomen kan of mag worden.

Maar de manier waarop in deze verantwoordelijkheid besluiten tot stand komen en uitgevoerd worden, is wel voor discussie vatbaar. De apostelen in de nieuw testamentische gemeente schakelden de gemeente in. Zij was er blijkens de vele voorbeelden in Handelingen volop bij betrokken.

Een tweede punt is de existentiële kant van de gezags-oefening. Ik bedoel daarmee dat men zelf achter zijn taak en achter zijn woorden moet staan. Het gezag van een predikant valt niet, wanneer hij zelf de indruk wekt er niet bij betrokken te zijn; zijn gezag rust immers niet in zijn eigen betrokkenheid bij zijn boodschap en zijn werk. Maar men kan zich toch wel indenken dat zijn gezagsoefening bar slecht „overkomt”, wanneer hij een dergelijke indruk wekt. We hebben daarmee eenvoudig te rekenen. Wie zich daar niet om bekommert, toont alleen maar dat hij van de dienst van de gezagsoefening weinig begrepen heeft.

Uit besluiten van de kerkeraad zal moeten blijken dat men de gemeente echt wil dienen. Daarbij is belangrijk de manier waarop de kerkeraad de gemeente tegemoet treedt en van besluiten in kennis stelt. Kan de gemeente in alles de liefde proeven? Die eis mag men aan gezagsoefening in Christus’ gemeente stellen.

Het is een geweldige taak om in deze tijd gezagsdrager te zijn. Men moet zich voor twee uitersten hoeden: een krampachtige houding om zijn gezag erkend te krijgen. Dan stelt men ziohzelf in het middelpunt en fungeert men niet als dienaar. Aan de andere kant moet men eigen gezag niet relativeren alsof het niets was. Juist omdat men de koning dient, zal men in het gezag voor Zijn zaak hebben op te komen. Het kan alleen als men zelf voluit dienaar is. Dan herkent men in de gezagsdrager de Meester zelf. Wie zich op dat punt door ouderen en jongeren niet kritisch wil laten toetsen, zou wel eens niet volwassen genoeg kunnen zijn om gezag te dragen. Daarom niet autoritair, maar dienend. En tegelijk met vaste hand.

Een laatste punt: men moet niet onder zijn gezag willen trekken, wat daaronder niet valt. Dan trekt men macht aan zich en misbruikt men de opdracht.

Men mag zo ook van de gemeente verwachten dat ze het gezag, erkent. Dat gezag moet ten diepste erkend worden, omdat het het gezag van het Woord van God is. Waar het Woord regeert, zal de dienaar niet in het middelpunt staan, ook niet bij de oefening van het gezag. Daar is de sprekende God het middelpunt. Hoe staat het met het Woord in de gemeente en bij de kerkeraad? Hoe functioneert het gezag in de gemeente? Wellicht een vraag om er samen eens een uur van ’n kerkeraadsvergadering aan te besteden. Dat moet dan een uur zijn waarin over de gemeente gesproken wordt. Er zal ook zelfonderzoek van de kerkeraad moeten plaatsvinden voor het aangezicht van God en bij het Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.