+ Meer informatie

GEESTELIJKE VERLATING Soms een groot probleem, soms helemaal niet

7 minuten leestijd

Het gaat in het geloof om leven tot eer van God, in vrede met God, in Christus. Ooit zocht Maarten Luther krampachtig de zekerheid, dat hij niet voor een toornig God hoefde te verschijnen. Die kreeg hij voorlopig niet, ondanks zijn intrede in een kloosterorde, zelfkastijding en geestelijke oefeningen. Pas toen het Evangelie van Gods genade in Christus tot hem doordrong, vond hij vrede. Daarvóór brachten zijn inspanningen hem mentale uitputting en vertwijfeling. Hij kreeg rust, daarna protesteerde hij tegen kerkelijke misstanden die rust in de ziel beloofden, maar slechts surrogaat-vrede brachten of vertwijfeling veroorzaakten. Dit liep uit op de Kerkhervorming. In de kerken die daaruit voortkwamen, zochten veel leden naar persoonlijke beleving van de vrede, het getroost leven en sterven als eigendom van Christus in de dagelijkse praktijk.

UPS EN DOWNS

In deze dagelijkse praktijk merken we dat er ups en downs zijn in het geloofsleven. Hoe worden de de gelovigen hierbij pastoraal begeleid? Deze ups en downs en ook de geestelijke moeilijkheden van Maarten Luther voordat hij vrede vond in Christus, worden geestelijke verlating genoemd. De mentor van Maarten Luther in het klooster wist ervan en kon ermee omgaan. Zijn kennis kwam voor een deel bij heidense filosofen vandaan1. Er zijn boeken over geschreven. In kloosters werd hun aanpak overgenomen. Je raakt mentaal uitgeput als je voortdurend boven je macht grijpt. Luther overkwam dit doordat hij op eigen kracht zeker wilde zijn van Gods genade.

THOMAS À KEMPIS

Stukken van de methode der filosofen kunnen we zien bij onder andere Thomas à Kempis, in zijn Navolging van Christus. Hoofdstuk I.I heet: De navolging van Christus en de verachting van de ijdelheden der wereld. De overeenkomst met de filosofen is de verachting. Het verschil is de navolging van Christus. Thomas á Kempis kende de ups en downs van het geloofsleven. In boek II, hoofdstuk IX staat: “Nooit heb ik iemand gevonden zo godvruchtig en vroom of hij had soms tijden waarin de genade hem onthouden werd en hij zijn ijver voelde verminderen.” Dat is minder intens dan mentale uitputting. Het gaat om een gemis. Het is alsof God Zich terugtrekt. Dat kan zo sterk worden dat je betwijfelt of je ooit vrede met God hebt gekend.

NAVOLGERS

Geestelijke verlating is het gevoelen van de gelovige dat God Zijn genade of troost heeft weggenomen. Thomas à Kempis kon helpen door te beschrijven hoe volgens hem de navolging van Christus er uit behoort te zien. Latere zielzorgers, vooral bij de Puriteinen en de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, werden navolgers van Thomas à Kempis. Ze beschreven hoe het ideale geestelijke leven geleefd werd. Dat werd de norm. Ze beschreven ook de afwijkingen van die norm. Die werden gezien als tekenen van geestelijke verlating. Hier beschrijf ik een gedeelte van één van de vele boeken die eraan gewijd zijn.

PAS OP, EEN SCHEMA!

Ik geef schematisch een deel weer wat Joseph Symonds er over schrijft in The Case and Cure of A Deserted Soul (1671). Mijn weergave is schematisch, want het is een uiterst beknopte samenvatting. Een pastoraal gesprek zal uiteraard niet schematisch zijn.

ONDER DE NORM

Symonds begint met: er zijn heel veel mensen zonder geloofsleven. Ze zijn verlaten, maar merken dat niet. Daarnaast zijn er die wel een geloofsleven kennen, schijnbaar of echt. Dan behandelt Symonds het echte geloofsleven. In het ideale geloofsleven is overvloed aan vrede, vreugde, troost, door overvloedige genade. De gelovige is daar volop mee bezig. We leven in een gevallen wereld, dus is het geloofsleven niet perfect. Vandaar de ups en downs. God is Zijn gelovigen altijd gunstig gezind. Hij houdt wel zijn weldaden in als Hij dat nodig vindt. Daardoor worden de gelovigen bedreigd door eigen vlees, de wereld en de duivel. Ze voelen minder van Gods genade, of van Gods troost, of van beide.

Als kind van zijn tijd gaat Symonds vervolgens behandelen 1. de toestand van het geloofsleven, 2. symptomen en gevolgen van de verlating, 3. de oorzaken van de verlating, en 4. de genezing van de verlating.

WISSELINGEN

In het ideale geloofsleven is overvloed aan vrede, vreugde, troost, door overvloedige genade. De toestand verandert als iets van de troost wordt weggenomen, bijvoorbeeld door minder aardse zegeningen te schenken. Iets van de troost wordt ook weggenomen door verzwakt beleven van de genade. Gods genade versterkt de gelovigen, soms meer, soms minder. De Heilige Geest blijft werken, met meer of minder invloed. Bij volle invloed past veel geloofs-activiteit en zijn er veel vruchten. Het kan minder. In het rijke geloofsleven kan men genieten van de genade, ook dat kan variëren. Het besef van vrede en de bijbehorende vreugde en dankbaarheid kunnen wisselen in sterkte.

ZELFBEOORDELING

Het is mogelijk dat de gelovige de wisselingen niet goed opmerkt. Dat is gevaarlijk. Beoordeelt hij zichzelf wel goed? Verlating heeft een glijdende schaal, waardoor de verandering in het geloofsleven niet meteen wordt opgemerkt. Daarom is waakzaamheid nodig. Dat kan door zelfinspectie aan de hand van drie regels.

ONTVANGEN GENADE

Regel 1, de meest uitgebreide: Hoe staat het met de ontvangen genade? Is er nog evenveel geloofsactiviteit, licht van het Evangelie, gevoeligheid als eerst? Leidt ziekte of iets anders tot vermindering van deze drie? Is er sprake van verwaarlozing? De geloofsactiviteit omvat berouw over de zonden, vreugde in God, leven uit de beloften, verlangen naar de wederkomst en waakzaamheid. Is dat nog op niveau? Hoe gedreven zijn we in het luisteren naar Gods Woord en in het gebed? En hoe is de geloofsactiviteit in verband met de naasten. Is er minder betrokkenheid, is er meer trots?

Het licht van het Evangelie en het uitzicht op de zaligheid kunnen ook afzwakken. Wat belemmert het uitzicht op Christus? Raakt het Evangelie ons minder? Verlangen we minder op Christus te zien? Waarmee brengen we onze tijd door? Geven we genoeg aandacht aan het geestelijke leven? Wat doen ons ongeloof en onze twijfel? Kunnen we ons minder goed laten overtuigen door geestelijke argumenten? Ons gevoelen richt zich op God en geestelijke zaken, of op zonde en vleselijke zaken. Hoe staat het met ons verlangen naar God en geestelijke zaken, onze hoop daarop, onze vreugde daarin?

Allemaal zaken waarin het rijke geloofsleven aangetast kan worden.

ZONDE, GENADEMIDDELEN

Regel 2 voor zelfinspectie: Let op de zonde. Krijgt de zonde ruimte, dan trekt God Zich terug, en omgekeerd, als God zich terugtrekt, groeit de zonde. Bedenk de kracht van de zonde. Ze zoekt de overwinning. Ze komt met vleselijke gedachten, met vleselijke wapens en met eigen bondgenoten. Christus is machtiger dan de zonde. God verdrijft de zonde door boetvaardigheid, door geloof, door gebed. Hoe beslistben je in het afwijzen van de zonde, hoe sterk geniet je ervan?

Regel 3 voor zelfinspectie gaat over het gebruik van de genademiddelen. God heeft besloten met Zijn volk om te gaan door middel van het verbond. In dat kader geeft Hij ook middelen: Gebed, Woord en Sacramenten. Hoe ga je ermee om?

WAT NODIG IS

Dan de oorzaken van de verlating. God trekt Zijn weldaden in om ons iets te leren, of om iets te corrigeren. God doet dat als Hij dat voor ons nodig vindt. Het gaat om trots en zorgeloosheid. Want die bedreigen ons geestelijk leven en maken dat we gemakkelijk de Geest bedroeven. Door Gods ingreep leren we meer over onze oude mens, opdat we sterker verlangen de nieuwe mens aan te doen. We leren meer over Gods genade, hoe nodig die is en welke gunst God ons daarin schenkt.

TOT SLOT

Dan volgt de bespreking van de genezing. Symonds adviseert te erkennen dat we Gods hulp nodig hebben, en die hulp ook te zoeken. Het gaat om bewustwording van de defecten die inmiddels zijn aangewezen, en om gebed en inspanning om die defecten met Gods hulp te overwinnen. Tot zover Symonds. Misschien is zijn aanpak ons vreemd. Toch geeft hij ons aardig wat handvatten om te spreken over de ups en downs van het geloofsleven.

De zielzorger kan in het gesprek het geloofsleven aankaarten. Hij heeft inzicht in de ups en downs, en kan ook troosten. Troosten is steun geven, niet door redeneren, maar door praktisch ingrijpen. Praktisch ingrijpen bij geestelijke verlating kan variëren van toelichting op een geschikt Schriftgedeelte tot een warm gesprek of ook tot advies om medische of psychologische hulp te zoeken, afhankelijk van de situatie. Het mag duidelijk zijn dat geestelijke verlating soms niet als een probleem wordt ervaren. Er is achteruitgang in de geloofsbeleving zonder dat de persoon in kwestie gealarmeerd wordt. Aan het andere uiterste kan geestelijke verlating ervaren worden als een angstaanjagend gemis. Mentale uitputting kan een rol spelen, maar ook een grote somberheid, of een beschadigd gevoelsleven. In deze gevallen behoort de geestelijke verzorger zich bewust te zijn van de noodzaak van medische of psychologische hulp.

Drs. G. van’t Spijker werd in 1985 te Zutphen bevestigd als predikant. In 1995 ging hij naar Rotterdam-Oost/ Capelle aan den IJssel, waar hij in 2003 vervroegd met emeritaat ging. In 1996 verscheen van zijn hand ‘Ik zal u niet verlaten. Een pastorale handreiking in geestelijke verlatenheid aan de hand van Gisbertus Voetius en Johannes Hoornbeeck’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.