+ Meer informatie

INLEIDING OVER „WACHTEN EN HAASTEN”

25 minuten leestijd

Voorzitter, broeders en zusters,
Laat ik mogen beginnen met u hartelijk dank te zeggen voor de uitnodiging om een spreekbeurt in uw midden te komen vervullen en om deel te nemen aan de discussie. Het ontroert me, dat ik in het herdenkingsjaar van de Afscheiding in uw midden mag zijn. Ik kom zelf uit een familie waarin de herinnering aan de Afscheiding in sterke mate leefde en leeft.

Een van de dingen, die ik sinds mijn jeugdjaren het meest onbegrijpelijk vind, was en is dat er zo weinig levend en echt contact is tussen de Chr. Geref. Kerkgemeenschappen en de kerkgemeenschap waartoe ik behoor.

Ik heb mij aan dat gebrek aan officieel contact nooit gestoord en als ik gelegenheid had, contact onderhouden, zowel in de zending in Indonesië als hier en ik heb ook de gelegenheid gehad nu en dan voor Studenten en academici en anderen uit uw kring te spreken. De heer Koole heeft mij op voortreffelijke wijze voorbereid voor deze spreekbeurt. Toen hij op de hem eigen duidelijke wijze uitlegde wat u bewoog om het thema van deze dag aan de orde te stellen viel het mij niet moeilijk om daarin veel zo niet alles te herkennen wat ik ook in andere kerken, inclusief de kerken waartoe ik behoor, aantref. Ik ben er diep van overtuigd dat uw Problemen ons aller Problemen zijn, uw taak ons aller taak en dat wij elkander nodig hebben om te verstaan wat het betekent in de wereld en niet vàn de wereld te zijn en toch vóór de wereld te leven en te werken in de richting van het gekomen en kornende Rijks Gods. Wat ik daarover wil zeggen is slechts bedoeld als een bescheiden bijdrage ter discussie in de hoop op uw bijdrage daarna in de discussie.

Een van de zaken waarover steeds weer een overeenstemming is ontstaan bij de bezin-ning op de kernboodschap van het Oude en Nieuwe Testament is dat het God in Jezus Christus, die is en die was en die komen zal, te doen is om het Koninkrijk Gods. Het Rijk Gods, dat is de nieuwe orde van zaken, die in Christus begonnen is, en die door Hem voleindigd zal worden, waarin alle verhoudingen recht gezet worden, de verhou-ding tussen God en de mensen, maar ook de verhoudingen tussen mensen en volken en sexen, tussen generaties en rassen.

Het Rijk Gods, dat is de op orde gekomen schepping. Het is het verdwijnen van anti-messiaanse tendensen, het is de voltooiing van Gods bevrijdende handelen. Dat Rijk is gekomen in Jezus Christus en het zal vanuit en door Hem en zijn Geest worden voleindigd. Wij beseffen hoe langer hoe meer dat deze boodschap het oriëntatiepunt en het referentiekader van ons denken en handelen in de wereld moet zijn. Wij hebben al-tijd wel beseft wat dat inhoudt voor ons persoonlijke leven en wat dit inhoudt voor het kerkelijke leven.

Maar we hebben soms weinig beseft wat dat inhoudt voor onze samenleving en voor onze deelname aan het sociale, economische, culturele en politieke leven midden in deze wereld waarin wij leven.

Ik denk, dat wij alien steeds meer beseffen, dat het geloof in het in Christus gekomen en kornende Rijk Gods ook consequenties heeft voor ons leven in de wereld, onder andere voor onze opstelling, houding en daden midden in de wereld. Het is opvallend, dat vooral de jonge generatie dat accent in toenemende mate legt. Professor H.N. Ridder-bos heeft onlangs in een analyse van wat zieh in onze kerken voltrekt terecht er op ge-wezen, dat er een accentverschuiving plaats vindt in alle kerken bij de jongeren. De oudere generatie was voor alle dingen gericht op het persoonlijke heil en de betekenis van het Evangelie voor ons kerkelijke leven.

Maar de jongeren vragen in de toenemende mate: Wat doet ge met uw geloof in het gekomen en komende Rijk Gods, dat alle dimensies van hemel en aarde omvat in en voor deze wereld? Ze groeien op in een wereld waarin grote delen van ons milieu vergiftigd worden, waarin een oorlog met massavernietigingswapens dreigt, waarin honger en armoede miljoenen teisteren, waarin een overvloed van informatie ons chaotisch over-spoelt van dag tot dag en ons doet beseffen in welk een wildernis wij leven. En ze vragen: Wat doet ge in deze chaotische wereld om verbindingslijnen te trekken naar dat wat komende is? Je ziet het in de studentenwereld in het bijzonder. Er zijn jongeren die een tijd lang leven in een soort pietistisch ghetto en daarnaast zonder enige verbin-ding zieh voorbereiden om te leven in onze door technologie en exacte wetenschappen gestempelde wereld en dan gebeurt het herhaaldelijk dat ze dat dualisme, die boedel-scheiding, niet meer volhouden en overzwaaien in een volslagen horizontalistische levenshouding, waarin de verbindingen met de kern van geloof verbroken worden.

Een van de grote taken van kerk en theologie en levenspraktijk in deze tijd lijkt mij te zijn om te laten zien, dat er verband is tussen de eschatologie, de verwachting van het komende rijk, en leven in het Hiernumaals. Er is in het Rijk Gods niet slechts een na elkaar. Er is een naast elkaar. De toekomst van Jezus Christus komt op ons toe en moet hier en nu onze gedragingen en daden beihlvoeden. Dat is de boodschap van het Oude Testament en van het Nieuwe Testament over de komst van de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde. Wat houdt die komst in? Die houdt in, dat er een eind komt aan de on-gerechtigheid en dat de elementen en structuren waarin het onrecht woont zullen ver-gaan. Maar die verwachting houdt positief in, dat wij mogen verwachten een nieuwe orde van zaken waarop gerechtigheid alle relaties beheerst. En nu gaat het om de vraag: Wat zijn de consequenties van die verwachting van het Rijk Gods, waar gerechtigheid breeduit en tot in de diepste diepten woont? In 2 Petr. 3, waarin deze concentratie op zulk een treffende korte formule wordt gebracht, komen twee woorden voor die van grote betekenis zijn bij het nadenken over deze vraag, namelijk de woorden: wachten en haasten.

Als het waar is, dat de grondslagen voor een nieuwe wereld gelegd zijn en dat die nieuwe wereld komt waarin gerechtigheid alle relaties beheerst, „Hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en Gods vrucht en vol verwachting u spoedende naar de dag Gods” (2 Petr. 3 : 11-13). Deze woorden stippelen de consequenties uit van de komst van die nieuwe wereld en bepalen het hoe van de participatie in die strijd.

Het is merkwaardig en veelzeggend, dat degenen die ten aanzien van die consequenties zo graag „verticalisten” tegen „horizontalisten” uitspelen en omgekeerd, hier geen been aan de grond krijgen. Heel deze polarisatie is totaal vreemd aan het Nieuwe Testament. Het accent op „heilige wandel en godsvrucht” in het leven van de enkeling Staat hier vanzelfsprekend in verband met die nieuwe orde van zaken, waarin gerechtigheid woont.

Wie niets verwacht dan de dood zegt: Laten we maar in het onrecht blijven voortleven en de status quo handhaven. Wie zijn verwachting bouwt op eigen kracht wordt eerst een hijgerige Utopist en later een cynicus en desperado. De non-conformisten van van-daag zullen als ze op eigen kracht vertrouwen de conformisten van morgen zijn. De progressieven van nu zullen de cynici en defaitisten van morgen zijn. Maar wie de toe-komst verwacht van Hem die op ons toekomt, leert „wachten en haasten”.

Wachten, d.w.z. we blazen geen zeepbellen en bouwen geen luchtkasteien. We leven niet in illusionisme en euforie.

Wachten, d.w.z. de voortgezette strijd om gerechtigheid moet gestreden worden zonder dat wrede en harde fanatisme dat vergeet dat men de strijd niet wint met geweld tegen geweld te plaatsen en terreur en misdadigheid tegenover wreedheid.

Wachten, d.w.z. het besef dat met de vervanging van de ene troep schurken door een andere troep schurken de gerechtigheid niet gerealiseerd wordt.

Wachten betekent de milde erkentenis, dat het eigenlijke werk geschiedt en geschieden zal door Hem die is en die was en die komen zal.

Maar tegelijk worden wij geroepen tot haasten, tot zieh spoeden tot inzet en ijver en toewijding midden in de wereld.

Haasten betekent ernst maken met de nieuwe orde van zaken, die komende is.

Haasten betekent tekenen oprichten die wijzen in de richting van wat komt.

Haasten betekent proeftuinen maken, modellen stichten die wijzen in de richting van de nieuwe aarde.

Haasten betekent niet-gewelddadige acties steunen die gaan in de richting van wat komende is.

Haasten betekent projecten, programma’s, experimenten steunen die al indicaties zijn van wat wij mogen verwachten.

Wachten zonder haasten betekent je laten verlammen door de status quo, vluchten uit de verantwoordelijkheid, van het geloof een rustbank maken, waarop je gaat slapen.

Haasten zonder wachten leidt tot koortsachtig activisme, dat de duivelskring van de wraak op gang brengt, waarin de boze daad telkens nieuwe boosheid creëert. Maar wat nodig is in de strijd om gerechtigheid dat is wachten en haasten: rust en beweging.

Zoals een athleet die zware gewichten gaat heffen eerst in ruststand staat en dan de halters opheft, zo worden wij geroepen tot een combinatie van rust en beweging. Wij moeten ons hoeden zowel voor defaitisme en moedeloosheid als voor illusionisme en voor romantisch optimisme. En we worden geroepen tot een combinatie van wachten en haasten in relatie tot de toekomst die op ons toekomt. Het gaat zoals een Amerikaans theoloog het uitdrukte om „due involvement and due detatchment”, d.w.z. verschul-digd engagement én verschuldigde distantie. Die combinatie hebben wij vaak vergeten.

Eschatologie is in de westerse geschiedenis van het Christendom vaak geweest theologie van de vlucht, theologie van de verlamming, een vorm van escapisme. Er is in de 19e eeuw veel gebeurd in de kerken dat reden geeft om met Hendrik Algra te spreken van het „wonder van de 19e eeuw”. Maar er is in de 19e eeuw ook geweest een verwaarlo-zing van de sociale, economische, culturele en politieke consequenties van het Christe-lijk geloof.

Toen brak de kritiek onstuimig los en werden de kreten gehoord dat godsdienst opium voor het volk is, dat christenen wisseltrekkers op de eeuwigheid zijn, dat predikanten hemeldragonders zijn. Men denke aan de opkomst van het maxisme. Men denke aan Domela Nieuwenhuis. Men denke aan het scherpe woord van Pieter Jelle Troelstra. „lk verwijt de christenen niet, dat ze christenen zijn, maar dat ze zo weinigdoen met het kapitaal van nun toekomstverwachting.” Toen zijn de kerken ook in het westen wak-ker geworden. Maar wie zieh nu indenkt wat in Latijns Amerika en Midden Amerika aan de gang is en in Zuid Afrika beseft, dat het zo vaak ontbreekt aan de combinatie van wachten en haasten.

Zowel in de vorige eeuw als in deze eeuw zijn er allerlei figuren geweest, die exemplarisch dat wachten en haasten hebben voorgeleefd. Ik denk aan Blumhardt sr. en jr., wier levensmotto, toen ze ontwaakten uit een piëtistische vereniging werd: „warten und eilen”. Ik denk aan de figuur als Martin Luther King, de grote strijder tegen sociaal onrecht in wiens leven de combinatie van „wachten en haasten” zo treffend tot uit-drukking kwam. Hij zei op 3 april 1968 - één dag voor hij vermoord werd:

„lk weet niet wat gebeuren zal. We gaan moeilijke dagen tegemoet. Maar het doet er voor mij niet toe, omdat ik op de top van de berg ben geweest. Mijn ogen hebben de glorie gezien van de op ons toekomende Heer. Ik maak mij geen zorgen. Ik wil slechts volharden in het doen van de wil van die Heer.”

In zijn leven was het wachten. En in zijn leven was het haasten - tot de dood toe. Zulke figuren waren er. En zulke figuren zijn er, die ons voorleven wat het „warten und eilen” betekent. Wat betekent dat nu in en voor de dagelijkse praktijk?

Ik wil daaroverenkele opmerkingen maken zonderdatergelegenheid is die uit te werken.

1. De nieuwe wereld is een wereld, waarin de verhouding tussen God en de mensen is rechtgezet, waarin het feest van de gemeenschap met God wordt gevierd en waarin de kennis van God en het Lam alles vervullen zal, zoals „de wateren van de zee de bodem bedekken”. Laten wij wachten en haasten in de Zending in Nederland en deelname aan de wereldzending, wachtende en haastende. Wachtend d.w.z. zonder kruistocht-mentaliteit, zonder dweperig fanatisme en tegelijk haastende met dringende liefde en groot geduld en niet aflatende activiteit.

2. De nieuwe wereld zal zijn een wereld van economische gerechtigheid in produktie, distribute en consumptie. Laten wij wachten en ons geen illusie maken, dat wij met onze hersenen en handen de economische problematiek geheel kunnen oplossen. En laten we ons haasten om iets te verwerkelijken van een nieuwe economische orde waarin de economische structuren de gerechtigheid dienen en het recht op brood voor ieder gegarandeerd wordt.

3. De nieuwe wereld zal zijn een wereld van sociale gerechtigheid. Laten wij wachten. Maar laten wij tegelijk ons haasten om mee te werken aan een situatie waarin de zorg om arbeid voor alien, om medische zorg voor alien, om kleding en een dak bo-ven het hoofd voor alien tot uitdrukking komt.

4. De nieuwe wereld zal zijn een wereld van culturele gerechtigheid, waarin cultus en cultuur samenvallen en waarin alien delen in culturele goederen. Laten wij wachten. En laten wij ons haasten opdat het duidelijk wordt, dat ook wij, vooral wij als Chris-tenen ons mee inzetten voor onderwijs-faciliteiten, voor een rechtvaardige spreiding van cultuurgoederen over deze globe.

5. De nieuwe wereld zal een wereld zijn van gerechtigheid in de raciale verhoudingen. Laten wij wachten. En laten wij ons haasten om mee te werken aan het bevorderen van gerechtigheid voor alle rassen, vooral voor de gemarginaliseerden en verwaar-loosden.

De nieuwe wereld zal zijn een wereld van gerechtigheid in de verhouding der sexen. Laten wij wachten. En laten wij ons haasten in de strijd tegen discriminatie van vrouwen in de kerken en in de samenleving.

6. De nieuwe wereld zal zijn een wereld van politieke gerechtigheid waarin Staat en kerk opgaan in het Rijk Gods.

Laten wij wachten. En laten wij ons haasten om mee te werken aan de worsteling om mensenrechten en politieke structuren, waarin aan elke groep recht wordt ge-daan.

7. De nieuwe wereld zal een wereld zijn van wat wij tegenwoordig noemen: ecologische gerechtigheid, d.w.z. harmonie tussen mens en dier en natuur. Laten wij wachten. En tegelijk ons haasten in de strijd tegen de vergiftiging van het milieu en voor gerechtigheid ten aanzien van de dierenwereld en de natuur.

8. De nieuwe wereld zal een vrederijk zijn.

Laten wij wachten en niet denken dat er nu geen veiligheidssysteem meer nodig is. Maar laten wij ons haasten om mee te werken aan het zoeken naar een alternatief veiligheidssysteem in deze fase van massa-vernietigingswapens, wapen-wedloop, dolzinnige wapenverkopen in een wereld van armoede en eilende.

Laten wij in al deze dingen in het haasten het wachten niet vergeten en in het wachten het haasten niet vergeten.

Dan lijden we niet aan voos illusionisme en utopisme, dat luchtkasteien bouwt en even-min aan slap défaitisme, dat geen hand uitsteekt aan de oplossing van de Problemen van deze tijd. Maar dan gaan we wachtende en haastende de toekomst, die op ons toekomt tegemoet.

Ik wil het echter hierbij niet laten. Ik merk rondreizende door Nederland in contact met vele kerk-gemeenschappen dat het niet voldoende is het leven en handelen van enkelingen en gemeenschappen te zien tegen dit licht. De vraag waarop het aankomt is hoe vinden wij de wil van God en de wegen tot gehoorzaamheid daaraan in de wilder-nis van deze tijd.

In gesprekken met jongere en oudere leden van de Christelijke kerken heb ik vaak ont-dekt, dat ze meestal wel beseffen, dat Jezus Christus de enige wettige Eigenaar van mensen is en dat Hij, die ons gekocht heeft en bevrijd door zijn leven, kruis en zijn op-standing, recht heeft op onze dienst in kerk, Staat en maatschappij en dat het er op aankomt zijn wil te doen op aarde.

Madr dat er grote onzekerheid is over de vraag, wat de inhoud van Gods wil is in de wisselende situaties van leven en samenleving. Het feit laat zieh niet ontkennen, dat te-midden van de grote en kleine Problemen en uitdagingen waarvoor onze generatie Staat en temidden waarvan wij als christenen leven ook onder de leden van de kerken geen eenstemmigheid heerst over de antwoorden, waartoe wij in de confrontatie met die Problemen geroepen zijn.

Ik herinner mij uit mijn jeugdjaren een Christelijke radiospreker, die altijd sprak in een serie: Honderd vragen en één antwoord.

Die tijd is voorbij. Onze horizon is veel wijder geworden. Wij en onze kinderen komen door lectuur en massamedia met zoveel verschillende invloeden en antwoorden in aan-raking. Er is zoveel verwarring in de wildernis van deze tijd en tengevolge daarvan zoveel polarisatie in de kerken. Het ontbreekt vaak aan richtingsgevoel bij het aftasten van de weg, waarlangs de oplossing moet worden gezocht. Ook als wij zeker zijn van wie en voor wie wij zijn dan zijn we nog niet zeker over de vraag wat Zijn wil is in de vragen van deze tijd.

Hoe kunnen wij met woord en daad duidelijk maken dat wij in de wereld zijn, niet van de wereld zijn en dat wij toch voor de wereld zijn in de richting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die wij tegemoet gaan.

Temidden van die vragen en polarisaties vinden wij raad in Rom. 12: 2: „Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, het welgevallige en volkomene”.

De Griekse woorden, die hier gebruikt worden zijn zeer typerend. Paulus roept degenen, die leven in de gemeenschap met de gekruisigde en opgestane Heer om zieh niet aan te passen aan het doe- en denkschema en het levenspatroon van deze „aion” (tijd-geest) maar om een radicale metamorphose” (gedaanteverwisseling) door te maken door de vernieuwing van onze mentaliteit, levensbeschouwing, levensinstelling, gedrags-patronen. Wie die „metamorphose” doormaakt keer op keer moet leren onderkennen (dokimazein) wat de wil van God is. „Dokimazein” het woord dat terecht vertaald is door onderkennen betekent een toetsend zoeken naat de wil van God. Wie gelooft leeft tussen het ontvangen heil en het naderend gericht. In die situatie wordt aan de ge-lovigen de mogelijkheid van het toetsend tasten naar de wil van God geschonken.

De realisering van deze mogelijkheid is in het leven van de gelovigen een taak, een roe-ping. Bij de vervulling van die plicht of die roeping wordt het menselijk handelen aan de willekeur ontrukt en met de ernst van de Wil Gods geconfronteerd tot gehoorzaamheid.

Er zijn daarbij geen kant-en-klare antwoorden. Om die te zoeken is rijpheid van inzicht nodig. Daarmee is Christelijke vrijheid en mondigheid gemoeid, daarmee is ook ge-moeid kennis van het woord van Apostelen en Profeten en van de situatie waarin wij leven hier en nu.

Ik wil nu in aansluiting aan de oproep van Rom. 12 om te zoeken naar de wil van God in de wildernis van deze tijd en van de polarisaties in de kerken enkele gezichtspunten aanduiden die ons daarbij helpen kunnen.

1. De noodzaak van intense hernieuwde Bijbelstudie in „tweerichtingsverkeer” voor het zoeken naar de wil van God.

Ik bedoel met „tweerichtingsverkeer”, dat het niet voldoende is om de exegetische vragen te stellen, wat voorde mensen toen bedoeld werd toen de boodschap uitging. Maar ook moet de hermeneutische vraag gesteld worden nl. wat deze boodschap vanuit onze huidige situatie ons te zeggen heeft.

God is na het ontstaan van de Bijbel niet met emeritaat gegaan. Maar Hij spreekt nog Zijn woord midden in onze situatie. In de wisselwerking van historische exegese en hermeneutische duiding worden we bewaard voor fundamentalisme en voor bi-blicisme en gaan we iets verstaan van de brandende actualiteit en de aard en het le-vende gezag van de Bijbel in de huidige situatie. Ik werk dat nu niet verder uit. Ik wil er slechts op wijzen dat er vooral onder de jongeren grote behoefte is aan Bijbelstudie-materiaal dat jonge mensen leert in tweerichtingsverkeer met de Bijbel om te gaan. In deze wisselwerking van historische exegese en hermeneutische duiding wordt de Bijbel weer „een stormlamp voor onze voeten en een licht op ons pad”.

2. God handelt ook in contemporaine geschiedenis.

Voor het zoeken naar de wil van God in de huidige situatie is ook nodig het geloof, dat God ook handelt in de contemporaine geschiedenis. God is op weg. Hij is de Finilisator van Zijn wereldomvattende plannen. Hij gaat mee in de geschiedenis en kiest ook nu partij. Temidden van de geweidige ontwikkelingen ten goede en ten kwade zet Hij zijn oordelend en behoudend werk voort. Dit geloof, dat God ook handelt in de contemporaine geschiedenis betekent volstrekt niet, dat Gods bevrij-dingsgeschiedenis samenvalt met de wereldgeschiedenis. God, die zieh in de Bijbel openbaart, valt niet samen met het lot waarvan in de Griekse mythologie en sagen gesproken wordt. Hij is niet de een of andere oude of moderne Moloch, die de wereld tot een chaos wil maken. Hij is de God en Vader van Jezus Christus. Daar waar de liefde tot God en de naaste ontspruit, daar waar de vruchten van de Heilige Geest bloeien, daar waar echte humaniteit zieh manifesteert,daar is Hij heilvol door het werk van wie Jezus gezegd heeft: „Mijn vader werkt tot nu toe en ik werk ook” (Joh. 5 : 17). Daar waar egoisme en goddeloosheid woekeren, waar niet de humanisering, maar de ontmenselijking het leven verknoeien daar dreigt Hij met Zijn onheil, waar-schuwend en wenkend tot persoonlijke, tot collectieve en institutionele ommekeer.

3. De vervulling der tijden (het ontdekken van de „kairoi”).

De Zoon des mensen is gekomen in de volheid des tijds (pleroma tōn kairōn. Gal. 4:4). Omdat Hij in het centrum der tijden gekomen is, staan nu alle tijden onder zijn oordelende en bevrijdende heerschappij.

Hij is de „Koning der eeuwen” (1 Tim. 17). En nu zien wij, dat er telkens perioden aanbreken waarin het oordeel rijp is over bepaalde onmenselijke ontwikkelingen en waarin een ommekeer moet komen (vgl. 1 Petr. 1:9).

De oud-testamentici wijzen erop, dat het spreken en handelen van de Oud-testa-mentische Profeten „kairotisch” was, d.w.z. ze spraken en handelden op het beslis-sende, juiste moment. Terecht heeft Jürgen Moltmann geschreven, dat in bijbels licht gezien de geschiedenis niet zozeer bestaat uit feiten, maar uit kansen. Kansen kunnen verknoeid worden en verspeeld en veronachtzaamd in slaperigheid en sloom-heid. Maar kansen kunnen ook in verantwoordelijkheid worden aangegrepen tot ver-nieuwing en ommekeer. Wie ogen heeft om te zien ziet bijvoorbeeld, dat de tijd rijp is om de vragen, die samenhangen met rassen-discriminatie, met discriminatie van vrouwen, met de wanorde in de wereldeconomie, met de bewapeningswaanzin, met de technologische chaos - om slechts enkele zaken te noemen - aan te pakken. We moeten leren aandacht te hebben voorde Koning der eeuwen (1 Tim. 17) en letten op de weg, die Hij gaat in gericht en behoud in de tijd, waarin wij nu leven en Hem op die weg volgen, waakzaam en gereed tot gehoorzaamheid.

4. De noodzaak tot al-omvattende (all-round) informatie.

Bij het zoeken naar de wil van God in de huidige situatie en op weg naar de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde is nodig grondige analyse van de situatie op basis van all-round informatie. De Profeten van Israel en de apostel Paulus mogen ons daarbij ten voorbeeld zijn, want ze waren kenners van de situatie door en door. Vaak is de informatie van de vragen in de micro- en macro-ethiek zo eenzijdig, zo ideologisch gebonden, zo kortzichtig en nationalistisch en provincialistisch. Als ik denk aan de tijd waarin ik opgroeide en aan de informatie die toen geboden werd, dan bestond die informatie meer uit geprefabriceerde indoctrinate dan uit pogingen om ons te leren op basis van all-round informatie een eigen oordeel te vormen en te tasten naar een gedragslijn. Die tijd is voorbij.

Nu is er vaak zo’n groot aanbod aan informatie dat het moeilijk wordt om vanwege die informatie-industrie te midden van de bomen het bos te zien en in de wildernis der feiten de weg te zoeken naar de gehoorzaamheid aan Gods wil.

Velen geven het dan op en beperken zieh voor het gemak tot één gezichtspunt en dan ontstaan polarisaties op basis van halve en eenzijdige informatie.

Daarom moeten de kerken in het jeugdwerk en in het vormingswerk, in godsdienst-onderwijs en catechese streven naar het geven van all-round informatie over de vragen waarmee we nu geconfronteerd worden. Kerkleden moeten leren kranten te le-zen en nieuwscommentaren te commentarieren.

5. Het toetsen van de situaties, de feiten en Problemen aan de criteria van het kornende Rijk Gods, aan de constitutie van het Rijk of om het te zeggen in de woorden van Rom. 12:2 „het goede, welgevallige en volkomene”.

Het is niet voldoende om all-round informatie te verwoorden, maar het is - telkens weer - nodig om de situatie te toetsen aan de constitutie van het kornende Rijk, de kern van de Wet en de profeten, de kern van de Bergrede of zoals het in Rom. 12 heet: het goede, Gode welgevallige en volkomene. Het diep-aangrijpende van alle ware profeten is geweest, dat ze niet capituleerden voor de tijdgeest, maar dat ze telkens weer die merkwaardige vingerbeweging maakten van de situatie en de recente ontwikkelingen naar de Wet en de profeten. Ze verkondigden niet, dat de criteria lagen in bepaalde ideologieën, die door mensen geprodueeerd zijn of in de religie als zodanig of in-een „natuurlijke zedenwet” of in „afgeleide beginselen” maar ze hiel-den vol, dat de enige criteria om situaties of ontwikkelingen te toetsen liggen in de hoofdsom der Wet, in de constitutie van het Rijk dat kornende is.

Andere criteria zijn er ook heden ten dage niet, als wij de Problemen van de micro-en macro-ethiek van deze tijd toetsen.

Hier liggen de verschillen tussen ware en valse profetie.

6. De betekenis van het persoonlijke en gemeenschappelijke gebed bij het zoeken naar de Wil van God.

Vaak klinkt de klacht dat de gebeden in gezin en school en kerkgemeenschap zo ge-routineerd, zo versleten, zo weinig relevant zijn. De gebeden in de psalmen zijn levens nabij. De gebeden in de Bergrede zijn korte vlaggeseinen in de richting van het Kornende Rijk. Het is onze roeping van elkander te leren te midden van mensen, sa-menlevingen en feiten, gericht en relevant te bidden en te zeggen: „Here, wij zijn vreemdelingen op aarde. Verberg uw geboden niet voor ons” (Psalm 119).

7. Het zoeken naar de wil van God: „Samen met alle Heiligen”.

Een van de meest-noodzakelijke voorwaarden bij het zoeken naar de wil van God is het zoeken van contact met de kinderen Gods over heel de globe. Paulus benadrukt dat wij de wil Gods slechts kennen samen met „alle heiligen”. Onze technoeratische eeuw geeft ons talloze faciliteiten om de communicatie met de kinderen Gods over de gehele globe te beoefenen.

Het zoeken naar de wil Gods mag en kan daarom niet het resultaat zijn van een on-deronsje of van één confessionele f ami lie van kerken. Het moet geschieden in oecu-menische samenhang. We moeten van elkander leren. Wie - om een enkel voorbeeld te noemen - over racisme en rassen-discriminatie of welke vorm van raciale onge-rechtigheid zieh een oordeel wil vormen moet contact opnemen met slachtoffers van racisme.

Wie over de wanverhouding tussen rijke en arme landen wil oordelen en bijvoor beeld over ontwikkelingssamenwerking moet luisteren naar wat mensen uit arme landen daarover te zeggen hebben. Wie over de verhouding tussen Israël en de Pales-tijnen oordelen wil en positie kiezen moet luisteren naar Israëli’s en Palestijnen. Wie over homofiele mensen en hun noden oordelen wil, moet luisteren naar de verhalen en ervaringen van homofiele mensen.

Wie over euthanasie in de moderne geneeskundige ontwikkelingen oordelen wil, moet luisteren naar mensen die in die situaties verantwoordelijkheid dragen en be-slissingen moeten nemen. „Samen met alle heiligen” moeten we leren wegen te kappen in de wildernis van de huidige Problemen van de micro- en macro-ethiek om te zoeken naar wat Gods wil van ons eist.

8. Actiemodellen voor de gehoorzaamheid aan de wil Gods.

Een van de meest ergerniswekkende misvattingen is, dat wij bij het zoeken naar Gods wil kunnen volstaan met analyse alleen en ons verder moeten onthouden van het op gang brengen van sociale en politieke Processen, die kunnen leiden tot veran-deringen.

Waarom is dat een misvatting? In de eerste plaats omdat in ons aller leven en ook in onze kerken diepe weerstanden bestaan tegen het doen van de wil Gods. In de tijd toen het zoeken naar de wil Gods meestal werd aangeduid met de term beginselen zei een bekend Chr. Geref. theoloog: „Pas op voor beginselen. Zorg maar dat er iets begint”. Dat geldt ook voor het zoeken naar de wil Gods.

Als wij menen iets te verstaan van de wil Gods nu dan moeten we ook rekenen met de weerstanden en moeten we trachten die te overwinnen. In de tweede plaats is het nodig actie-modellen aan te geven voor de gehoorzaamheid aan de wil Gods.

Het gaat immers om het doen van de wil Gods, hier en nu op deze aarde.

Dat betekent deelname aan Zending in Nederland en aan de Wereldzending. Dat betekent deelname aan het lokale diaconaat en het werelddiaconaat. Dat betekent deelname aan ontwikkelingshulpprojecten. Dat betekent deelname aan de strijd tegen raciale ongerechtigheid, tegen politieke ongerechtigheid, tegen culturele onge-rechtigheid, deelname in de strijd tegen massa-vernietigingswapens en de waanzinni-ge wapenwedloop.

Onder de jongeren van alle kerken zijn er tallozen, die mijns inziens terecht mee-doen aan allerlei acties, programma’s en projecten, waarin ze met woord en daad tonen, dat ze aan het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde gehoorzaam willen zijn.

We leven momenteel vaak in een planetarische wereld met een provinciaal geweten. We leven vaak in kerkelijke ghetto’s, in plaats van als kolonisten van het komende Rijk midden in deze wereld maquettes en proeftuinen te ontwikkelen van dat wat komende is.

We moeten leren sensitief te worden voor alle noden veraf en nabij en die sensitivi-teit leren we pas als wij werkelijk op concrete wijze ons inzetten en actiemodellen ontwikkelen om daarin op eenvoudige wijze iets tot uitdrukking te brengen van het wachten en het haasten in de richting van de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid alle dimensies van het leven doordringt.

Dan wordt het oude adagium: „In de wereld en niet van de wereld” aangevuld met „maar wel vóór de wereld” tegen de horizon van de nieuwe wereld, die komende is. En dan wordt de oude leus: „Ecclesia Reformata semper reformanda” (de Gerefor-meerde Kerken moeten steeds weer hernieuwd worden) aangevuld met die andere leus van Calvijn: „Societas semper reformanda”, d.w.z. de samenleving moet steeds weer vernieuwd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.