+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

7 minuten leestijd

DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN ONZE MILITAIREN (6.)

Het is al een hele tijd geleden jongens dat ik over dit onderwerp heb geschreven. Mijn laatste artikeltje staat in no. 10. Toen heb ik het gehad over het invullen van modellen en ik heb toen onze Predikanten, ouderlingen en ouders verzocht om toch op alle in te vullen modellen voluit de naam van onze Gemeenten te willen vermelden. Wanneer men dit verzuimt, kan een moeilijkheden en nare vergissingen krijgen waarvan onze jongens de moeilijkheden dan ondervinden.

Ik schreef toen dat ik dit als jongen van 16 jaar had ondervonden. Ik wil iullie dat toch eens vertellen.

Ik was pas 16 jaar geworden en wilde met alle geweld in dienst. Ik woonde toen op een klein dorpje en met nog 2 van mijn vrienden gingen we naar Kampen. Daar stond een prachtige inrichting nl. het Instructie-Bataljon. Ik kwam daar 28 Sept. 1915 aan en mijn verbintenis als vrijwilliger zou 1 Oct. ingaan. Voor zover ik kan nagaan was er nog een jongen uit den Haag van onze Gemeenten. Het was 30 Sept. 1915. De Overste had opdracht gegeven dat alle nieuwe jongens moesten verzamelen in het Gymnastieklokaal. Voor ik nu verder ga moet je weten dat ik nog nooit van huis was geweest en nu ging ik voor goed van huis. Ik heb nu zelf ook kinderen en kan nu zo heel goed begrijpen wat dit voor mijn ouders geweest is. Dat besef je als kind niet hoor! Althans: denk je gemakkelijker over deze dingen. Daar zijn misschien wel jongens en meisjes die zeggen wat gek, 16 jaar en dan nog nooit van huis geweest? Ja jongens, dat was in mijn jeugd wel een beetje anders dan tegenwoordig. Mijn ouders beschikten over geen ruime beurs en reisverenigingen en jeugdherbergen enz. enz. bestonden toen nog niet. Tegenwoordig krijgt iedereen vacantie en iedereen gaat uit. Wat is die wereld, of liever: wat zijn de mensen toch veranderd. Maar ter zake!

We stonden met z'n allen aangetreden in de gymnastiekzaal. Na enig wachten verscheen de Overste en stelde ons tot 3 x toe de volgende vraag: „Indien er nu nog jongens zijn, die naar huis willen, die kunnen nu nog terug." Toen hij deze vraag voor de le maal stelde kwamen er 3 jongens naar voren. Bij de 2e keer nog 3 en bij de 3e keer die jongen uit den Haag. Weet je wat ik toen dacht jongens? Als je het nog één keer vraagt, dan ga ik ook naar huis. Maar wat wonder! Hij vroeg het niet meer en dus bleef „Krijgsman" in dienst. Dat is nu al 37 jaar geleden en het is mij als de dag van gister.

Bij dat Instructie-Bataljon gingen de jongens onder geleide van een Sergeant of Luitenant des Zondags naar de kerk. Je moet niet vergeten dat alle jongens minderjarig waren en dat onze opvoeding door de militaire Overheid van onze ouders was overgenomen.

En nu komt het. Mijn vader was geen geleerde man maar ik mag geloven dat hij de wijsheid bezat die van Boven is. Dat is veel belangrijker jongens, dan alle aardse geleerdheid. Mochten we daar maar meer mee bezig zijn, maar veelal is het juist omgekeerd.

Voor ik in dienst ging moest mijn vader verschillende formulieren invullen o.a. ook een formulier waarop gevraagd werd naar mijn geloof. Instede dat mijn vader invulde „Protestant, dooplid van de Geref. Gemeen-

ten in Nederland" vulde mijn vader in: „Geref. Kerk". Dat was fout en spoedig zou ik dat ondervinden. Ik werd des Zondags onder geleide naar de Geref. Kerk gebracht. Ik zal dit nooit vergeten dat ik bij die grote Geref. Kerk aankwam. Het kwam mij zeer onwaarschijnlijk voor dat de Geref. Gemeente in Kampen zo'n mooie grote kerk had. We hadden in die dagen nog niet zulke grote mooie kerken. Dat is nu wel een beetje anders. Ik heb die godsdienstoefening daar toen meegemaakt in die Geref. Kerk, maar al spoedig kwam ik tot de ontdekking dat ik niet bij de Geref. Gemeente Was. Nu wist ik van mijn vader dat er in Kampen wel een Geref. Gemeente was, maar hoe die te vinden in zo'n vreemde stad. Ook wist ik dat de Geref. Gemeente vacant was. Ik vond in de cantine een courant en las daarin de predikbeurten met de adressen van de kerkgebouwen. Wat is ons handboekje nu een uitkomst hè? De volgende Zondagmorgen ging ik weer onder geleide naar de Geref. Kerk en 's middags ging ik onze kerk bezoeken. Dat was toen maar een klein gebouwtje en het was leesdienst. De toenmalige koster H. van Putten kwam direct naar me toe en vroeg m'j of ik wel wist dat hier leesdienst was, wat ik bevestigend beantwoordde. Toen de dienst begonnen was bemerkte ik aldra dat dit de Geref. Gemeente was.

Mijn verlangen was om daar in den vervolge altijd te kerken, maar hoe zou ik dat gedaan krijgen, want het stond zwart op wit dat ik dooplid was van de Geref. Kerk. Ik ging er eens over praten met mijn sergeant majoor administrateur. Wat heeft mij dat een moeite gekost jongens om die man aan 't verstand te brengen dat ik niet behoorde tot de Geref. Kerk. maar dat ik behoorde bij de Geref. Gemeenten.

Gereformeerd was bij hem Gereformeerd. Na lang praten kon ik hem het verschil van kerkformatie duidelijk maken en kreeg ik toestemming om in den vervolge op mijn eigen houtje zonder geleide naar de kerk van de Geref. Gemeente te gaan. Ik zou daar verder nog wel meer over kunnen schrijven, maar me dunkt het meegedeelde is voldoende om een ieder duidelijk te maken dat we de formulieren juist en volledig moeten invullen. Die staten waarover ik heb geschreven in no. 10 worden opgemaakt door de sergeant majoor administrateur van de compagnie, batterij of eskadron of hoe je onderdeel ook heet. Uit de practijk is het mij bekend dat zeer vele sergeanten-majoor-administrateur niet voldoende op de hoogte zijn met da verschillende kerkformaties en dat de kans zeer groot is dat onze jongens worden ingeschreven als te behoren tot de Geref. Kerk, temeer daar de Geref. Gemeente op model IV van het Voorschrift Inw. Dienst niet voorkomt. Wel staan op de model vermeld de Oud Geref. Gemeente. Weliswaar staat op dit model het woordje , , enz." maar dit zegt voor een ondeskundige op kerkelijk gebied niets. Het komt mij alleszins gewenst voor dat onze Synodale Commissie pogingen in 't werk stelt dat ook onze Gemeenten een plaats krijgen op model no. IV voorkomende in het Voorlopig Reglement op de Inwendige Dienst der Koninklijke Landmacht no. 1584, Deel A Algemeen. Mag ik deze zaak eens welwillend onder de aandacht brengen van de Synodale Commissie? Een kleine aanvulling uitgegeven door het M.V.O. en we voorkomen moeilijkheden. Ik geloof niet dat het Ministerie hiertegen bezwaren zal hebben.

D.V. hoop ik de volgende keer te beginnen met pt. 2 van art. 50.

Voor ik eindig wil ik alle lezers van ons blad, maar m'n jongens in 't bijzonder een gelukkig Nieuwjaar wensen. De Heere beware ons land en volk voor rampen en tegenspoeden. Hij mocht ons allen een wolkkolom des daags en een vuurkolom des nachts zijn. Hij schenke ons kracht en lust om te schrijven en te lezen kon het zijn tot Ere van Zijn Driemaal Heilige Naam.

De hartelijke groeten van

„KRIJGSMAN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.