+ Meer informatie

Gebedsdienst Gereformeerde Bond in Utrechtse Domkerk

Ds. L. Kievit: "Volharden tot het einde toe"

5 minuten leestijd

UTRECHT — Onze taak en plaats liggen in de Hervormde Kerk. De Gereformeerde Bond is daarin een smalle stroom in een veel diepere bedding. Ons werk is een worsteling van jaren, daarin hebben we ons mogen en moeten begeven. Bij al het werk dat.we mochten doen past geen hoog van de toren blazen.

Aldus ds. L. Kievit — hervormd predikant te Gouda — woensdagavond in de Domkerk te Utrecht. Aan de vooravond van de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk werd ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarig bestaan van de Bond een gebedsdienst gehouden.

Als uitgangspunt nam de Goudse predikant (die ook deel uitmaakt van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond) Psalm 90 de verzen 16 en 17: „Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen. En de liefelijkheid van de HEERE, onze God, zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat".

Psalm 90 het gebed van Mozes, de man Gods. Langs de hemel van deze Psalm gaan donkere wolken. Toch bij het begin en het eind van de Psalm de naam van de HEERE. Verrassend dit blauw langs de dik donkere hemel.

Mozes roept hier de naam van de HEERE z'n God aan. Hij klampt zich in onze tekst aan die Naam vast. Hij bedelt om de gunstbewijzen van de Heere. Ook wij kunnen het werk van Hem niet buiten beschouwing laten.

Uit Psalm 111 zongen we het, aldus ds. Kievit, „Des Heeren werken zijn zeer groot". Het werk van de Heere is volkomen. Als wij de verwondering van de naam des Heeren kennen, dan geven wij aan die naam voorrang.

In Deuteronomium somt Mozes de werken des Heeren op. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest hebben hun eigen werkzaamheden op een Goddelijke wijze. De Heere is nog aan het werk, dat is het kerkewerk. Al ons werk ontleent zich aan Zijn werk.

Werkt de Heere nog wel, zo horen we wel. Menige zucht en klacht wordt geslaakt. Toch gaat het werk door van geslacht tot geslacht. Het is wel zo dat we van het verleden niet kunnen leven. Dat God in het verleden werkte, is een schrale troost als het leven nu zo doods wordt!

Persoonlijk
„Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden", zo luidt het in de tekst. Habakuk (hoofdstuk drie vers twee) schreeuwde er hartstochtelijk om. U en ik hebben het persoonlijk nodig dat de Heere niet uit onze gezichtskring verdwijnt, aldus de predikant, die z'n talrijke hoorders voorhield dat we wel de mond vol kunnen hebben over onze vaderen, maar hoe staat het met onze kinderen?

Psalm 90 spreekt van „Uw heerlijkheid, die gezien zal worden over hun kinderen". De naam HEERE, hier is de verbondsnaam. Is het ons gebed voor onze kinderen, dat de Heere het verbond aanschouwt?

Wat zal er van onze kinderen worden in deze tijd, zo vroeg ds. Kievit zich af. Ze staan voor de toekomst meer dan wij ouderen. Al gaat het spannen, toch is het niet hopeloos. Van deze heerlijkheid is de liefelijkheid van God een schijnsel, zo vervolgde spreker.

Dat geldt dan voor onze kinderen, maar ook voor ons als ouderen. De Psalm zegt het: „En de liefelijkheid (vriendelijkheid) van de HEERE, onze God, zij over ons". Onder Gods oordeel is het leven een uitgestelde dood. Door de vriendelijkheid van God wordt het leefbaar. De genade van God kan het leven verheffen tot een lofzang.

Voorbede
De predikant wekte de toehoorders op om in het gezin en de gemeente meer met elkaar bezig te zijn in de voorbede. Als dat gebeurt gaat er iets glinsteren, waarvan de tekst spreekt.

Als aan het eind van de tekst over het werk onzer handen gesproken wordt, betreft dit volgens spreker al het werk dat gedaan wordt. Tijdens deze gebedsdienst, gold dat bijzonder het werk van de Gereformeerde Bond gedurende de afgelopen jaren. Hier past geen hoog van de toren blazen. Wel dankbaar vermelden en meenemen in de voorbede.

Hij vond het maar een eigenaardig spraakgebruik als erover „bonders of over de bond" gesproken wordt. Men ziet ons vaak als slechte Hervormden. Misschien hebben we het daar wel naar gemaakt, zo merkte spreker op.

Onze oud-voorzitter ds. W. L. Tukker schrijft in „De Waarheidsvriend" van deze week over een kerkelijke vereniging. Daar kan ik het mee eens zijn, aldus ds. Kievit. Men beticht ons wel van grenzeloze hoogmoed en men vertelt dat we aan de macht willen komen. We willen ons houden aan het Woord van God. Dankbaar mogen we vermelden dat de opleiding van toekomstige predikanten onze aandacht heeft, ik noem het studiefonds en het leerstoelfonds aldus spreker.

Gevouwen handen
Gevouwen handen verzetten veel werk, die handen moeten ook uit de mouwen gestoken worden en elkaar de hand drukken. Dat kost strijd tegen standpunten en opvattingen die we anders zien. Dat kost ook lijden! Velen hebben aan de Nederlandse Hervormde Kerk geleden.

De Psalm spreekt van bevestiging van het werk onzer handen. Dit werk is niet ons werk, dat is maar stukwerk maar het is Uw werk. Als de HEERE het bevestigt is het niet tevergeefs. Er is veel wat ontmoedigt, maar laten we bidden om bevestiging van het werk door de HEERE. Dat houdt ons klein.

Het einde der tijden nadert. Dan maar niets meer doen? Dat in geen geval! We dienen te volharden tot het einde toe en niet verlamd te worden. Bij het kruis leek het ook dat alles tevergeefs was geweest. Maar door de dood heen is het op het eeuwige leven uitgelopen. In deze week na Pasen mogen we Paasmoed scheppen, waarvan ook de laatste verzen van 1 Korinthe 15 spreken, aldus ds. Kievit aan het eind van zijn preek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.