+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

5 minuten leestijd

19.

3. De DUIDELIJKHEID der Heilige Schrift.

Wij hebben stil gestaan bij de genoegzaamheid der Heilige Schrift. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt ten deze ook duidelijke taal in art. 7, behandelend devolkomenheid der Heilige Schrift.

„Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijk stellen met de Goddelijke Schrifturen, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles) noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie vantijdenofpersonen, noch de concilien, decreten of besluiten; want alle mensen zijn uit zichzelf leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelf.

Nog een vraag hierover.

Heeft Christus Zich in Zijn bergrede niet gesteld tegen het Oude Testament, wanneer Hij zegt: „Maar Ik zeg u”?

Volstrekt niet. Hij gaf geen kritiek op het Oude Testament, maar Hij stelde Zich tegen de „ouden”, dat waren rabbijnen, die het volk lasten en geboden oplegden om te volbrengen, maar het waren geboden van hun eigen inzicht en smaak.

En nu de DUIDELIJKHEID van de Bijbel. De nijbel is duidelijk in de dingen, die tot zaligheid nodig zijn. Ps. 119 : 105: “Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. 2 Petr. 1 : 19: „En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt als op een licht, schijnende in een duistere plaats”.

Maar dezelfde Petrus schrijft toch ook in 3 : 16 dat sommige dingen zwaar zijn om te verstaan.

Vader Hellenbroek geeft een duidelijk antwoord: de waarheid van een zaak kan wel klaar geopenbaard zijn, ofschoon de zaak in zichzelf zwaar om te verstaan blijft, gelijk het is met alle verborgenheden, zoals Gods drieeenheid, de vereniging van de beide naturen van Christus, enz.

Wanneer echter de Schrift niet door ieder verstaan wordt, is zij dan wel duidelijk?

Ja toch! Want dit niet-verstaan ligt niet aan de nijbel, maar aan de mens zelf. ” Verstaan” is iets anders dan “begrijpen”. De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, want het kan ook niet”. Om de Schrift te verstaan is nodig een verlicht verstand en een geopend hart, zoals bij Lydia, de purperverkoopster.

Een „natuurlijk mens” kan wel de woorden en de samenhang van de woorden der Heilige Schrift zien, maar de geestelijke zin is voor hem verborgen.

Mag en moet men de nijbel lezen? Ungetwijfeld! Joh. 5 : 39: “Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zijn het, die van Mij getuigen”.

Maar dit onderzoek moet geschieden: met een biddend hart, eerbiedig, aandachtig.

Ciods Geest moet het toepassen en heiligen aan het hart. Smeken we om de noodzakelijke zaligmakende werking van die Geest, welke nodig is bij het Woord!

Voor velen in onze dagen is die werking van Gods Geest in het hart niet meer nodig, want, zo zeggen zij, die werking van Gods Geest is reeds in de Bijbel zelf. Zo misleidt men zich deerlijk voor de eeuwigheid.

4. De NOODZAKELIJKHEID der Heilige Schrift.

De oijbel is in de eerste plaats noodzakelijk tot zaligheid. ouiten Gods Woord is er geen zaligheid te zoeken en te vinden.

Het is de bekende Dr. A. Kuyper Sr. geweest, die door zijn speculatief en wijsgerig denken kwam tot een tweeerlei theologie. Detheologie als „wetenschap” en de theologie als kennis Gods. De theologie als wetenschap is voor de „studeerkamer”, en als kennis Gods voor de „kansel”, voor het hart, voor de eenvoudigen. De theologie als wetenschap heeft tot taak om de in de Heilige Schrift en in de drie formulieren van enigheid zich bevindende „geheimzinnige achtergrond” na te speuren. Zo zocht Kuyper door te dringen tot de eeuwigheid. Hij stelde daarom het uitgangspunt voor zijn dogmatisch denken in de eeuwigheid, in de verkiezing! (Zijn leer vanderechtvaardigmaking van eeuwigheid). Zo kwam hij ook tot een “veronderstelde wedergeboorte”.

Krachtens die „geheimzinnige achtergrond” in de Bijbel stelde Kuyper een„ geheimzinnige achtergrond” van de werking des Heiligen Geestes. Vandaar dat Kuyper ook tot de gedachte kwam, dat heidenen zonder het Woord kunnen wedergeboren worden.

Maar we hebben gezien, dat heel deze wijsgerige beschouwing van funeste gevolgen is geworden in de Gereformeerde Kerken.

Ook tegenover de dwalingen in de loop der eeuwen blijkt de noodzakelijkheid van de Schrift. Vooral ten opzichte van de leer van Rome omtrent haar ” overlever ingen en traditie” als kenbron der waarheid voor de kerk, zoals we reeds bespraken. Enooktegenover de „geestdrijvers”, die van „het inwendige licht” uitgaan en zich stellen bovende Schrift.

De noodzakelijkheid der Schrift is betoogd geworden door alle profeten, door Christus en door de apostelen! „Daar staat geschreven”.

Hoeveel komt het voor, dat ook Gods volk blijk geeft van onkunde, wat zo schadelijk is voor het geloofsleven.

De kamerling had behoefte aan onderwijs. „En hij zeide: hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht?"

Ik geloof, dat Gods kinderen toch niet boven deze gestalte van de kamerling uitgroeien. Zo ja, dan is dit niet best.

Daarom willen wij onze les over de eigenschappen van de Bijbel besluiten met Ps. 25 : 2. Zij dit eenvoudige, maar altijd weer noodzakelijke psalmvers het uwe en het onze:


Heer’, ai maak mij Uwe wegen
Door Uw W oord en Geest bekend.
Leer mij, hoe die zijn gelegen
En waarheen G’ Uw treden wendt.
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJv’rig mij Uw wet betrachten,
Want Gij zijt mijn heil, o Heer’,
’k Blijf U al de dag verwachten.

R’dam-W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.