+ Meer informatie

De Zon scheen op het graf, ondanks de grijze wolken

5 minuten leestijd

Voor de tweede keer binnen een halfjaar werd het Reformatorisch Dagblad opgeschrikt door het plotseling overlijden van een personeelslid. Op 10 november 1994 overleed José Alons, na een ziekte van twee dagen. Ze was pas 21 jaar. Woensdagmorgen 29 maart 1995 kregen we de ontstellende mededeling dat RD-collega Jan van Ginkel bij een ongeval was omgekomen. Een van de vele verkeersongelukken, zoals die elke dag gebeuren. En die op de krant in de meeste gevallen als nieuws "verwerkt" worden. Zonder werkelijke betrokkenheid met de slachtoffers en hun nabestaanden. Dat was nu wel heel anders.

In memoriam
Hoeweljan geen deel uitmaakte van de Terdegeredactie had ik regelmatig contact met hem. We zetelden in hetzelfde pand; we maakten samen deel uit de van de redactie van ons personeelsblad. Ik ga hier geen In memoriam schrijven. Dat is al in het Reformatorisch Dagblad gebeurd, op een fijngevoelige wijze. Het In memoriam maakte veel indruk. Omdat Jan zo'n geweldige persoonlijkheid was, met vele kwaliteiten? Nee, daarom niet. Daarom juist niet. Wel omdat bleek hoe hij worstelde met levensvragen. Daar ook antwoord op mocht krijgen. De slotzinnen van het In memoriam konden daarom luiden: „Wij treuren over het verlies van een fijne collega. Maar wij treuren niet als degenen die geen hoop hebben." Ik kan het dan ook niet laten om iets te schrijven over de begrafenis en de dagen die erop volgden. Niet om Jan te eren. Wij hoeven hem geen eerkroon op te zetten; dat mogen we aan de Heere overlaten. Om het eeuwig welbehagen.

Sombere dag
De slag van Jans overlijden maakte veel los, bij alle collega's. Je merkte het aan de gesprekken, je proefde het aan de sfeer. Óp de maandag van de begrafenis hadden we eerst de gebruikelijke weekopening. De predikant die de meditatie hield, had Jan niet gekend. Natuurlijk hield hij wel rekening met het sterfgeval bij zijn tekstkeuze, Hooglied 8:6: „Want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf." Direct na deze troostvolle bemoediging reden we naar Maartensdijk, waar Jan begraven zou worden. Het was een sombere dag. Vele graden kouder dan voorspeld was. De zon liet het volkomen afweten. Onderweg zei iemand: „In boeken lees je nog wel eens dat er op het graf juist dan een zonnestraal valt." Tijdens Jans begrafenis bleef het wolkendek gesloten en er waaide een koude wind. Maar de Zon straalde toch! Gods Woord mocht boven het graf opengaan bij Psalm 103. De héle psalm kwam tot leven. Christus, de Zon der gerechtigheid, werd voorgesteld als de Waarheid. Jan heeft gezocht naar de Waarheid, zo zei zijn broer, kandidaat G.A. van Ginkel. Hij heeft gezocht in vele geschriften van oudvaders. Tot hij erachter kwam dat de Waarheid een Persoon is. Een Persoon die we lief moeten hebben. Ernstig waarschuwde hij de aanwezigen: de Waarheid is geen systeem, maar een Persoon!

Bruiloft
Hij was begonnen met te zeggen dat God onuitsprekelijk goed is. Om wat Hij ons in Jan had geschonken, maar ook om wat Hij aan Jan had geschonken. Ook omdat de Heere de familie in die dagen op zeer bijzondere wijze ondersteund heeft. „Het heeft iets van een bruiloft vandaag, vindt u niet?", zei hij. „Een feest, omdat de Heere zo goed is." Hoe vaak zou dat gezegd (kunnen) worden op een begrafenis? Het maakte diepe indruk op de honderden aanwezigen. Zulke ogenblikken zou je vast willen houden. Als God ooit betoonde dat Hij bestaat, dat Hij regeert, dan was het toen. Zo ervoer ik het althans. Je hoopt dat er velen door geraakt zijn. Niet alleen emotioneel, maar in het hart. Tot slot klonk over de begraafplaats van Maartensdijk uit honderden monden: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen; men loov' Hem vroeg en spa. De wereld hoor' en volg' mijn zangen, met Amen, Amen, na."

Gods eer
De dagen die volgden op de begrafenis is er veel nagepraat. Met collega's, maar soms ook met (voordien) wildvreemde mensen. En steeds was de strekking: Het ging niet om Jan, maar het ging om Gods eer. Jozef leeft nog, en Hij is een heerser in gans Egypteland! De graanschuren zitten vol! Als je in een week tijd dit mee mag maken, en je merkt dat er echt beslag ligt, dat anderen ook sterk met deze zaak bezig zijn, mag je dan (blijven) zeggen dat we in zo'n geesteloze tijd leven, dat God niet meer werkt? Ik durf het niet. Er ging een sprake uit van Jans graf, die vele malen sterker was dan van wat hij ooit in zijn leven heeft kunnen zeggen en schrijven. De wereld bestaat nog, het Evangelie wordt nog verkondigd. Er moeten er nog meer worden toegebracht.

Gods leiding
Eind april zou Jan van Ginkel een inleiding hebben moeten houden voor enkele eindexamenklassen van de Jacobus Fruytier scholengemeenschap. Het onderwerp: "Gods leiding in je leven". Zou hij een antwoord hebben gehad op alle vragen van de jongeren? Hij, die zelf zoveel raadselen met zich meedroeg? Het doet er niet meer toe. Voor hem zijn alle raadsels opgelost, alle vragen beantwoord. Hij weet nu oneindig veel meer dan wij. Zijn begrafenis getuigde van Gods leiding in zijn leven èn zijn sterven. Misschien zouden we hem nog wel veel willen vragen. Gelukkig kan dat niet.

De Waarheid
„Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand van de doden opstond, zich niet laten gezeggen", zegt ons Gods Woord. Christus is wèl van de doden opgestaan. Geloven we zelfs Hem niet? Hij, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is? We strijden misschien voor de Waarheid, als een dogmatisch systeem, dat we toch vooral zuiver moeten houden. Maar geloven we Hèm wel? In een systeem kun je met je verstand geloven. Maar De Waarheid is een Persoon, die Zich wil inlaten met de harten van leugenaars, van albedervers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.