+ Meer informatie

GEMEENTE HOPPEN

3 minuten leestijd

Hoppen: Van Dale beschrijft het als ‘van de ene plaats naar de andere gaan’. Zo is eilandje hoppen een bekende bezigheid: in vakantietijd gaan jongeren naar een Grieks eiland, blijven daar een paar dagen, bezichtigen en verkennen het en laten zich vervolgens per boot telkens naar een ander eiland varen. Zo ‘hoppen’ ze van eiland naar eiland, doen vluchtige indrukken op (maar is dat niet eigen aan ons www-tijdperk?) en komen ‘uitgehopt’ en verzadigd weer thuis.

VEELHEID

Eind augustus dacht ik: eigenlijk ben ik óók aan het hoppen: gemeente hoppen. U weet wel dat ik dat niet oneerbiedig bedoel. Het duidt aan wat er aan de hand was: door omstandigheden was ik in de gelegenheid om in juli en augustus wekelijks telkens in een andere gemeente voor te gaan; ijverige preekvoorzieners hadden mijn aanstaand ver ‘Huizen’ opgemerkt en dat had geleid tot het invullen van een bij hen nog openstaande dienst. Zij blij, en ik ook, want het is fijn om zo midden in de kerken te mogen ademen. Zo ging ik van gemeente tot gemeente; ik ‘hopte’ rond, zogezegd.

Zodoende neem je in een paar weken intensief waar, wat je anders gedurende een jaar opmerkt: de geweldige veelheid aan liturgische gebruiken. Hier zongen we gedragen niet-ritmisch, daar pittig ritmisch; de ene keer had ik aan mijn oude Psalmberijming genoeg, dan weer werd dat aangevuld met de bundel Schriftberijmingen die sinds de jaren ‘80 in gebruik is, via nieuw berijmde psalmen ging het naar het liedboek voor de kerken. Opwekking kwam ik in deze weken niet tegen. De Statenvertaling lag open op de ene kansel, de vertaling-1951 op de andere; en ook zag ik verschillende keren de NBV-2004 liggen; in gebruik of alleen ter vergelijking? Het aantal variaties op alleen al deze thema’s is wiskundig gezien legio. Niet álle combinaties komen begrijpelijkerwijs voor, maar toch… de combinatie van de Statenvertaling met enkele nieuw berijmde psalmen is best bijzonder, vindt u ook niet? Geleidelijk drong de gedachte zich bij mij op: wat is er in onze kerken toch een veelheid aan liturgische gewoonten. Soms hoort men daar wel eens klachten over; zelf denk ik altijd meer aan geestelijke veelkleurigheid. De ene gemeente heeft nu eenmaal in dit opzicht andere behoeften dan de andere, en dat hoeft helemaal niet principieel verkeerd te zijn.

EENHEID

Waarom denk ik daar zo positief, of in ieder geval niet bij voorbaat negatief over? Omdat mij bij dat ‘gemeente hoppen’ nog iets anders opviel. In verband met mijn verhuizing had ik begin juli een aantal preken in mijn map gedaan. Voldoende om deze weken goed vooruit te kunnen. Ik hield eenzelfde preek in die liturgisch zo verschillende gemeenten. Dezelfde geestelijke accenten, dezelfde geestelijke boodschap. En weet u wat zo bijzonder is? Dat in al deze gemeenten er echt geluisterd werd; het Woord deed zijn werk (altijd weer ontroerend voor een predikant om waar te nemen hoe de Geest gaat waaien; je kunt je er alleen maar over verwonderen). Zo verschillend, die gemeenten, en toch… ook zo één. Dat moesten we in onze kerken maar goed vasthouden! Dat kan ons moed geven om in een nieuw werkseizoen weer de hand aan de ploeg te slaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.