+ Meer informatie

PASTORALE ZORG BIJ PSYCHISCH GESTOORDE OUDEREN

8 minuten leestijd

Door het toenemend aantal ouderen, die gemiddeld ook nog veel ouder worden dan vroeger, worden we steeds vaker geconfronteerd met ouderen die lijden aan een psychische stoornis.

In het kader van dit artikel wordt niet ingegaan op die psychische stoornissen die ook op jongere leeftijd kunnen voorkomen. Het is begrijpelijk dat iemand die zijn gehele leven een psychische stoornis heeft, op oudere leeftijd hiervan ook nog de verschijnselen vertoont. We beperken ons tot die gedragsstoornissen die verondersteld worden samen te hangen met de biologische en psychosociale veroudering, de zogenaamde psychogeriatrische aandoeningen.

Verreweg de grootste groep wordt gevormd door de dementieën. Niet iedere gedragsstoornis bij ouderen berust op een (beginnende) dementie. Er bestaan enkele aandoeningen die wel wat op dementie lijken, maar die, al of niet na behandeling, verdwijnen. Het delier (‘ijlen’) is een meestal acuut optredende toestand van bewustzijnsverandering met verwardheid, angsten, motorische onrust, hallucinaties en waanideeën. Het beeld ontwikkelt zich in enkele uren of dagen en vooral bij hoogbejaarden wordt al gauw gedacht aan dementie. Vrijwel altijd is er een lichamelijke oorzaak te vinden. Bekend is het ijlen bij koorts, ook bij jongeren. Daar ouderen vaak weinig koorts hebben bij bijvoorbeeld een longontsteking wordt de diagnose nogal eens gemist en krijgt de patiënt een kalmerend middel voorgeschreven in plaats van de noodzakelijke antibiotica. Een gedegen onderzoek bij een patiënt die in enkele dagen psychisch verandert, is noodzakelijk: er zijn vele mogelijkheden voor de verwardheid zoals o.a. een hartinfarct, een medicijnvergiftiging, lichte koorts, een ontregelde suikerziekte, maar ook een overplaatsing naar een niet-vertrouwde omgeving. Het is duidelijk dat er niet te lang moet worden afgewacht met ingrijpen en ook dat men niet te snel moet zeggen “dit hoort bij de leeftijd”.

Dementie

De meest voorkomende psychische stoornis bij ouderen is, zoals boven vermeld, de dementie. In de leeftijdsklasse 65-69 jaar lijdt 1% aan deze aandoening. Bij het ouder worden loopt dit percentage op tot 20% bij mensen die boven de 80 jaar zijn. Hierbij moet opgemerkt worden dat in deze gefallen ook zijn meegerekend de lichte gevallen, dat wil zeggen die gevallen die nauwelijks problemen geven. Dementie is een ziekte waarbij veranderingen in de hersenen aanwezig zijn. Van de meest voorkomende vorm van demente, de ziekte van Alzheimer, is eigenlijk geen oorzaak bekend. Daarnaast zijn er verscheidene vormen van dementie waarvan wel een oorzaak te noemen is. Het is begrijpelijk dat trombose of bloedingen in de hersenen afwijkingen kunnen veroorzaken die onder het begrip dementie vallen. Ook infecties c.q. ontstekingen en tumoren (vooral ook uitzaaiingen) in de hersenen kunnen een dementieel beeld veroorzaken. Daarnaast is hersenletsel ook een niet te onderschatten oorzaak van dementie (acuut na ongevallen, chronisch bijvoorbeeld bij boksers). Tenslotte moeten nog de (chronische) vergiftigingen genoemd worden, o.a. door medicijnen. Een aantal zeldzamere oorzaken wordt verder buiten beschouwing gelaten. Het is begrijpelijk dat, wat de oorzaak betreft, er ook mengvormen zijn. De verschijnselen bij dementie worden wel onderverdeeld in symptomen van de eerste en van de tweede orde.

De symptomen van de eerste orde die typisch zijn voor dementie, zijn o.a. de stoornissen in het geheugen. Eigenlijk berusten deze symptomen op inprentingsstoornissen: in computertaal zou men zeggen: ‘de input is gestoord’. Nieuwe dingen worden niet meer opgeslagen en steeds meer oude geheugeninhouden verdwijnen, te beginnen met de meest recente. Op den duur herinnert men zich alleen nog maar dingen van bv. dertig jaar geleden en daarvoor, later schuift de grens nog verder op, tot bv. de kinderieeftijd. De symptomen van de tweede orde komen ook bij andere aandoeningen voor zoals veranderingen in de persoonlijkheid, bewustzijnsveranderingen, hallucinaties en kritieken oordeelstoornissen. Men raakt gedesoriënteerd in plaats en tijd (men weet niet meer waar men is en welke dag of welk jaar het is), men gaat confabuleren (d.w.z. men vult de leemten in een verhaal op met fantasieën), men kan emotioneel labiel worden (snel huilen, snel agressief) en men kan ook zeer negativistisch worden. Vaak treedt er decorumverlies op, d.w.z. men doet dingen in het openbaar die in de slaapkamer of op het toilet behoren te geschieden. Soms treden er paniekreacties op en ook depressieve en paranoide reacties worden gezien.

Kortom, de verschijnselen die bij een demente patiënt kunnen voorkomen, zijn zeer verschillend. De demente patiënt is in een gevorderd stadium zeer hulpbehoevend, er is vrij snel sprake van incontinentie voor urine en door de oordeelstoornissen moet de patiënt tegen vele dingen beschermd worden.

Het begin

Dementiële ziekten beginnen vrijwel altijd sluipend. Als er sprake is van een snel ontstaand ziektebeeld, is er meestal een lichamelijke oorkzaak die dan ook op korte termijn gevonden moet worden, wil een behandeling nog kans van slagen hebben. Bij de behandeling van het delier is dit reeds uiteengezet. Voor de huisgenoten, vaak alleen de partner van de patiënt, zijn de verschijnselen in het begin meestal niet goed op te merken. Achteraf wordt dan gezegd: “ja, inderdaad, het is al twee jaar aan de gang”. Het belangrijkste symptoom, het zich niet meer kunnen herinneren van recente zaken, wordt vaak door confabulaties gemaskeerd (verhuld). De patiënt merkt het wel, doch bagatelliseert zijn gebrek. Soms echter reageert hij met een paniekreactie of wordt hij depressief. In het gewone contact met de buitenwereld, ook met de naaste familie, wordt de schijn nog wel opgehouden dat alles in orde is. In een wat later stadium, als de partner in de gaten heeft gekregen dat er iets niet klopt, wordt ook door de partner de ernst van de toestand verdoezeld. Angst voor medisch onderzoek met eventueel ziekenhuisopname, angst om de zelfstandigheid te verliezen door opname in een bejaardenoord of zelfs in een verpleeghuis spelen een rol. Heel vaak is er sprake van een misplaatst gevoel van schaamte. Hulpverleners worden vaak op het verkeerde been gezet, ook door de partner: “het gaat goed, wij redden ons best”. Zonder dat de buitenwereld het weet, wordt er door de partner een haast niet te volbrengen prestatie geleverd. Door de nachtelijke onrust van de patiënt komt de partner niet toe aan eigen rust en op een bepaald moment gaat alles mis en ontstaat er een noodsituatie die snel opgelost moet worden. Hulpverleners en familieleden moeten erop bedacht zijn dat het beeld van het functioneren dat getoond wordt, vaak rooskleuriger is dan de werkelijkheid. Er is veel verborgen zorg en leed.

Pastorale zorg

In de eerste plaats moet gesteld worden dat pastorale zorg en professionele zorg (medische zorg, gezinszorg, kruiswerk, GLIAGG/RIAGG) op elkaar moeten aansluiten. Dit houdt in dat hulpverleners en hulpverlenende organisaties op zijn minst weet moeten hebben van wat pastorale zorg betekent en ook dat zij deze zorg niet (onwetend) frustreren. Dit geldt in de thuissituatie maar ook als de patiënt opgenomen is in een zorginstelling.

Pastorale zorg bij dementerende ouderen is niet eenvoudig. Wanneer het niet bekend is dat we te maken hebben met iemand met een beginnende dementie, kan men voor verrassingen komen te staan. Onverwachte agressieve of negativistische uitingen kunnen tot een moeizaam gesprek leiden met een wederzijds onbegrip. Als de geheugendefecten opgevuld worden met confabulaties, bestaat het gevaar dat men de gesprekspartner als leugenachtig beschouwt. Dit bevordert de vertrouwenrelatie niet, en zeker niet als de partner van de patiënt de zaak niet corrigeert. Het is daarom van het grootste belang om bij een niet verwacht gedrag (“zij was vroeger altijd zo vriendelijk en kon zo aardig meepraten”) te denken aan een beginnende dementie èn aan het verborgen leed dat er misschien al lange tijd achter zit.

Pastorale zorg voor mensen met een gevorderde dementie is soms makkelijker, maar meestal veel moeilijker. Als er nog een redelijk contact met de patiënt mogelijk is, kan op een eenvoudig niveau een gesprek plaats vinden. Vaak is het ontroerend te horen hoe op een kinderlijke manier van Gods goedheid en liefde getuigd wordt. De taal van het geestelijk lied en de bijbel wordt nog heel lang herkend en geeft vaak nog een reactie als andere woorden lijken op te lossen in de mist van de gestoorde geest. Is er verbaal geen contact meer mogelijk dan moet er op andere wijze blijk gegeven worden van zorg, liefde en respect. Een psalmmelodie doet soms wonderen, de viering van het Avondmaal in bijvoorbeeld een verpleeghuis geeft soms een ongedachte reactie van blijdschap. Als ouderling denk je wel eens: “kan dit wel, zo zonder het vermaan van de drieledige zelfbeproeving, zoals het avondmaalsformulier zegt”. Bij deze geestelijk gestoorde ouderen gaat de Geest blijkbaar een andere weg. Wat het ‘zien’ en het ‘proeven’ van het sacrament bij deze mensen bewerkstelligt, kunnen wij niet bevroeden.

Bij de diep gestoorde demente patiënten is de pastorale zorg voor de naaste familie, met name de partner, waarschijnlijk van meer belang. Vooral bij opname in een verpleeghuis is er naast verdriet vaak sprake van een schuldgevoel. De overgebleven partner is alleen, mist de zorg die lange tijd gegeven moest worden en is als ieder oudere extra kwetsbaar. Medeleven en hulp vanuit de gemeente dient vanzelfsprekend te zijn. In een tijd waarin het aantal ouderen toeneemt en de professionele zorg door bezuinigingen minder wordt, kan de kerk, niet alleen voor de huisgenoten des geloofs, maar ook voor anderen, een voorbeeld van christelijke naastenliefde zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.