+ Meer informatie

Bloedvatremmers knijpen tumor af

Kwaadaardig gezwel groeit niet meer verder bij deel van behandelde patiënten

7 minuten leestijd

Medicijnen die de vorming van nieuwe bloedvaten rond tumoren tegengaan en daardoor de groei van kankergezwellen remmen, lijken veelbelovend. Bij sommige uitbehandelde kankerpatiënten die bloedvatremmers kregen, kwam de ziekte tot verrassing van de onderzoekers zelfs geheel tot stilstand.

Eén van de onderzoekers is oncoloog dr. Klaas Hoekman van het VU Medisch Centrum (VUMC) in Amsterdam. "We zien nu met het middel endostatine resultaten die we nog niet eerder hebben gezien. En dat geeft hoop", zegt hij. Hetzelfde geldt voor het middel angiostatine waarmee in het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht onderzoek wordt gedaan. De twee medische centra in Amsterdam en Utrecht werken nauw samen in hun onderzoek naar bloedvatremmers. In het VU Ziekenhuis zijn sinds juli 2001 twintig patiënten met endostatine behandeld. "Bij vier heeft de tumor zich gestabiliseerd en bij vier was sprake van vertraagde groei. Bij de overige twaalf heeft de toediening bij de gebruikte dosering geen effect gehad", zegt Hoekman. "Er komen gelukkig steeds meer geneesmiddelen beschikbaar die 'verstandig' zijn. Daarbij doel ik op stoffen, die specifiek werken op de kwaadaardige cellen. De klassieke antikankermiddelen, de zogenaamde cytostatica, zijn als het ware kanonnen die niet alleen de tumorcellen treffen maar ook de gastheer, het lichaam, schade aandoen. De bijwerkingen van deze middelen moeten niet worden onderschat", aldus Hoekman. "We zoeken nu wegen en middelen die de gastheer sparen en alleen het kankergezwel om zeep helpen. Middelen die dus geen bijwerkingen geven. Maar het is nog veel te vroeg om nu al te roepen dat we met endostatine of angiostatine of een combinatie van die twee én eventueel gecombineerd met de klassieke chemotherapie, kanker onder de knie hebben." Kanker heeft volgens oncoloog Hoekman duizenden gezichten. "Het is niet als met een longontsteking, waartegen de longarts de befaamde penicilline inzet, in de wetenschap daarmee de longontsteking te genezen." Daarom waarschuwt Hoekman nadrukkelijk voor al te overspannen verwachtingen. Hij is bepaald niet gelukkig met de manier waarop vorige week het nieuws in sommige media nogal is aangedikt. Er werd zelfs gemeld dat er nu middelen zijn die kanker echt kunnen genezen. Hoekman: "We hebben nog een lange weg te gaan. De vorming van een kankergezwel is een heel ingewikkeld proces. Het duurt jaren en jaren voordat alle elementen van dergelijke processen zijn ontrafeld. Onderzoeken brengen steeds meer van deze processen aan het licht, maar we weten nog lang niet alles."

Bloedvatvorming

Kankergezwellen kunnen niet groeien zonder dat ze door bloedvaten van zuurstof en voeding worden voorzien. Elke cel in het lichaam bevindt zich in de buurt van bloedvaatjes. Dat geldt niet alleen voor gewone lichaamscellen, maar ook voor de cellen van een kankergezwel. Wil een microscopisch kleine tumor uitgroeien tot een gezwel van enige omvang, dan moeten nieuwe bloedvaten in het groeiende tumorweefsel worden aangelegd. Dat proces heet angiogenese. Alle tumoren zijn van dit proces afhankelijk en alle vormen van kanker stoelen op dit principe. De groei van een tumor is afhankelijk van zogenaamde endotheelcellen. Dit is het belangrijkste type cel waaruit bloedvaten worden gevormd. Hoekman legt uit dat het tempo waarin endotheelcellen zich delen, verschilt. "Endotheelcellen van de huid delen zich ongeveer één keer per jaar. Endotheelcellen van tumoren delen zich echter veel sneller. Dat komt omdat die cellen geactiveerd zijn. Je zou dus middelen moeten hebben die én de tumorcellen zelf, én de bloedvatvorming van deze tumoren, de angiogenese, aanpakken." De grondlegger van dit idee, de Amerikaan Judah Folkman, kinderarts in Boston en hoogleraar aan de Harvard Medical School, werd 25 jaar geleden nog weggehoond om dit idee. In de loop der tijd kon hij echter aantonen dat het preparaat endostatine tumoren bij ratten en muizen deed krimpen of verdwijnen. De idee van deze grondlegger van de angiogenesebehandeling staat nu in het middelpunt van de belangstelling. Hoekman: "Inmiddels zijn er zo'n twintig antiangiogenesemiddelen beschreven, waarvan vijf tot tien worden uitgeprobeerd bij mensen." Angiogenese noemt Hoekman een normaal proces van stimulering en tegenregulering. Hij vergelijkt het met een normale wondgenezing. "Een wond brengt nieuwe bloedvatvorming op gang, angiogenese. Als dat voldoende gevorderd is, komt er een proces van tegenregulering op gang. De bloedvatvorming roept als het ware zijn eigen remming op. Daardoor wordt de angiogenese geremd en stopt uiteindelijk. Stimulatie en tegenregulatie zijn hier aan elkaar gekoppeld. Ze gaan in elkaar over. Hetzelfde proces speelt zich af bij de menstruatie." Bij een tumor maken de cellen volgens Hoekman echter zoveel angiogenese-stimulerende middelen, dat de bloedvatvorming continu doorgaat. "Tot nog toe konden we dat niet stoppen. Met de klassieke chemotherapie doden we wel sneldelende cellen. Deze middelen zijn echter niet specifiek gericht op tumorcellen, maar brengen ook schade toe aan de normale weefsels. Antiangiogenese middelen remmen specifiek de groei en verplaatsing van de endotheelcellen die de bloedvaten vormen. Als we sneldelende tumorcellen in het laboratorium in een bakje doen en daarbij angiogeneseremmers stoppen, gebeurt er niets. Judah Folkman ontdekte echter dat, zodra we diezelfde remmers in een diertje stoppen met een tumor, het groeiproces van de tumor stopt."

Softenon

"Hier in Amsterdam zijn we erg geïnteresseerd in biologische middelen", zegt Hoekman. Vandaar dat wij gekozen hebben voor endostatine, omdat het een stof is die ook door het lichaam zelf wordt gemaakt. Het is dus een lichaamseigen stof. Angiostatine, het middel waarmee in Utrecht tot nu toe 24 patiënten zijn behandeld, is een fragment van een in het bloed voorkomend eiwit, het zogenaamde plasminogeen. Endostatine is een fragment van collageen-18, een bindweefseleiwit dat met name in de buurt van bloedvaten wordt aangetroffen. Beide middelen remmen de bloedvatvorming bij tumoren, ieder op een eigen manier." Hoekman legt in het algemeen een waarschuwende vinger bij bloedvatremmers. Hij wijst daarbij op de beruchte Softenon-affaire. Vrouwen die dit middel destijds tijdens de zwangerschap slikten, kregen misvormde kinderen met slechts half uitgegroeide ledematen. De werkzame stof van Softenon, thalid omide, is ook een angiogeneseremmer. Omdat het de groei van bloedvaten remt, remde het dus in de Softenon-gevallen ook de uitgroei van ledematen. Amsterdam en Utrecht zijn de enige academische medische centra in Europa waar de behandeling met de middelen endostatine en angiostatine wordt toegepast. "In Amsterdam zijn we uniek in de wereld, omdat we een constante bloedspiegel van endostatine opbouwen. In Amerika werd het middel tot voor kort in een halfuur durend infuus per dag toegediend. Hier doen we het via een constant infuus, door middel van een kastje dat de patiënt bij zich draagt. Na vijf weken kan de patiënt de stof bij zichzelf via een spuitje toedienen. Dierexperimenten geven aan dat dit de superieure strategie is."

Toekomst

Naast remming van de tumorgroei richt het onderzoek zich ook op de eventuele bijwerkingen van endostatine. Tot nog toe zijn die volgens Hoekman niet opgetreden bij de maximale dosis die is toegediend. "Vandaar dat we de dosis endostatine in het onderzoek in enkele niveaus verhogen. Bij de eerste groep van twintig patiënten zijn geen bijverschijnselen vastgesteld. We moeten dus afwachten of die wel optreden als de dosis bij nog eens vier groepen van elk vier patiënten wordt verhoogd. We zijn dus op zoek naar een optimale dosis qua effect op de tumor en in relatie met eventuele bijwerkingen. In de toekomst willen we een combinatie van middelen gaan toepassen. Met twee van dit soort middelen kun je het proces van angiogenese bij tumoren op twee manieren remmen." Voorlopig is het nog maar een beperkte groep kankerpatiënten die voor de behandeling met angiogeneseremmers in aanmerking komt. "Een patiënt moet een klassieke behandeling achter de rug hebben, waarbij de tumor blijft groeien. Eigenlijk kun je dan als dokter niets meer doen", zegt Hoekman. De toekomst stemt hem hoopvol. "De eerste uitkomsten van de behandeling met dit soort middelen maakt ons voorzichtig enthousiast", zegt hij. "Zou er iets mooiers te bedenken zijn dan dat kankerpatiënten met behulp van een spuitje of een tabletje, met behoud van kwaliteit verder kunnen leven? Met insuline bij diabetespatiënten is dat toch ook gelukt! Waarom zou het met angiogeneseremmers bij kanker dan niet lukken? Dat is een toekomst waarvan ik droom, maar die nog ver achter de heuvels ligt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.