+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

5

Wij hebben ons er over verblijd, dat de jeugdige Barmhartigheid -tot het besluit gekomen is met Christinne mee te reizen op de weg naar het beloofde land, als de enge poort daartoe voor haar geopend mocht worden. Maar als dat nu eens niet plaats heeft, wat dan? In deze poort gaat het toch om het persoonlijk bezit van de onberouwelijke keus. Met de genade van Christinne komt zij er niet door.

Wordt de droefheid naar God gemist, dan is het niet mogelijk de weg van de waarachtige bekering te betreden. Van Godswege alleen kan ons die poort in Christus geopend worden, daar Hij het hart kent.

Vindt Barmhartigheid bij de enge poort geen onthaal, dan zal Christinne er in moeten berusten tot smart van haar hart. Want met haar hart is zij aan deze jongedochter verbonden. Naar hetgeen ons door Scherpzinnig is medegedeeld, keert Barmhartigheid niet terug als de poort voor haar gesloten blijft, want dat is haar onmogelijk. Zulke mensen, waarvan zij er één is, blijven net zo lang wenend en smekend voor de poort liggen, totdat die geopend wordt.

Zonder dat zij het wist, heeft Scherpzinnig in haar hart gekeken. Hij heeft het werk van Gods genade in haar bespeurd en daarvoor heeft hij krediet. Het hart dat met de band der liefde aan de Heere verbonden is, laat niet los en keert niet terug naar de wereld.

Maar, zo wordt ons hier met ernst gevraagd, had Barmhartigheid dat wel mogen doen? Zonder toestemming van haar ouders en familie had zij de stad toch niet mogen verlaten, al was zij meerderjarig?

Werkelijk, het is zo, de Schrift houdt het ouderlijk gezag hoog en daaraan heeft men zich te onderwerpen in alle dingen, die recht en billijk zijn, al is men ook meerderjarig geworden. Maar het komen tot de onberouwelijke keus mag nooit afhankelijk gesteld worden van het ouderlijk gezag. De Heere heeft in de eerste plaats en boven alles recht op ons hart en leven.

Wel heeft het ouderlijk gezag zich uit te strekken over de kinderen om hen op te wekken en aan te sporen de Heere te zoeken en te vrezen. Die plicht hebben zij bij de Doop al van Godswege aanvaard. Hij wil dat het is een smeken tot Hem om de vervulling van de beloften van het verbond in het hart en leven van de kinderen. Maar daarover hebben de ouders in de stad Verderf geen kommer. En dat was Barmhartigheid bij het verlaten van de stad tot droefheid, al heeft zij dat niet direkt uitgesproken.

Toen Christinne haar zag wenen, dacht zij dat wel. Wie weent vanuit zijn eigen ongeluk, weent daarbij ook over dat van een ander. En op de vraag waarom zij weende, werd door Barmhartigheid geantwoord. ..Helaas! zou ik niet bedroefd zijn als ik bedenk in welk een toestand mijn arme betrekkingen zich bevinden, die in onze zondige stad achterblijven? En wat mijn smart nog groter maakt, is dat zij niemand hebben, die hen onderricht of hen bekend maakt met het lot, dat hun wacht”.

Vanuit dat kernachtige antwoord, dacht Christinne aan het wenen van haar man. Wenende en biddende heeft hij bij zijn komst tot bekering zijn gezin vermaand en gesmeekt met hem mee te gaan. Want op het achterblijven in de stad zou het eeuwig verderf hen treffen. Maar ach, die roepstemmen werden toen door haar niet ter harte genomen. En vanuit die grote afkerigheid is zij nu door Gods genade met haar kinderen gehoorzaam geworden in het verlaten van de stad.

Al sprekende en wenende en soms ook wel weer eens blijde zijnde in het smaken van Gods goedertierenheden, is dit vluchtende gezelschap gekomen bij de poel Twijfelzucht, die als men er in valt, de poel Moedeloosheid genoemd wordt. Komt men vanwege de redeneringen van het ongeloof door twijfelzucht tot het wankelen, dan valt men bij het verlies van zijn evenwicht in de modder van moedeloosheid.

Begrijpelijk is het dat de reizigers over deze vlakte gewoonlijk geen vaste gang hebben. Te meer, daar zij nog heel weinig geoefend zijn in het geloof, is het bij hen meer een leven bij het gevoel, dat nooit een vaste gang heeft. Maar bij het gaan door de enge poort wordt dat anders, dan krijgt men zijn vastigheid meer in Christus.

Deze geestelijke vluchtelingen zijn bij dat alles ook nog vermoeid vanwege de vele worstelingen tot bevrijding van hetgeen hen bond aan de verschrikkelijke stad, die zij kwamen te verlaten. Met vele bezwaren zijn zij gepakt en gezakt de poort uitgetrokken. En zo bevinden zij zich nu op een weg waarvan zij nog nooit iets goeds gehoord hadden. Voor de hele stad was de poel Moedeloosheid het grootste schrikbeeld.

Allen, die vanuit deze poel of uit vrees voor deze poel teruggekeerd waren, spraken waarschuwend tot hen, die zich gereed maakten de stad te verlaten.

Doch hoewel deze oprechte reizigers dat wisten en zwak van moed en klein van krachten waren, zo hadden zij toch door alles heen goedertieren gedachten van de Heere. En vanuit dat leven bij Gods goedertierenheden werden zij gedurig versterkt tegenover de moedeloosheid van het ongeloof.

Tot hiertoe hield Scherpzinnig in gehoorzaamheid aan zijn Goddelijke opdracht een wakend oog over dit geestelijk reisgezelschap, daar hij met de gevaren van de poel goed op de hoogte was. Hij zag dat zij van stap tot stap kwamen te letten op de stenen van Gods beloften. En vandaar uit hadden zij een zuchtend en biddend leven om ontferming van de Heere.

Waren zij van deze regel der heilige voorzichtigheid afgeweken door niet te letten op de gevaren van de poel, dan was hij natuurlijk tevoorschijn getreden.

Het moet ons steeds duidelijker worden dat een recht gebruik van Gods beloften niet bestaat in een blote beschouwing, maar in de gebondenheid van het hart aan de troon van Gods genade.

Vanuit het Woord werd deze reizigers genade, kracht, leiding en bewaring beloofd in de weg der gehoorzaamheid, om daarvan biddende tot Hem gebruik te maken. Door niet te letten op de stenen van Gods beloften, komt men in een onvruchtbaar gebedsleven. Dat maakt de gebedstelefoon als het ware stuk, zodat de hulp van boven niet kan worden ingeroepen. Met een bepaalde bedoeling trad Scherpzinnig hier dus niet op de voorgrond. Vanuit de verte zag hij nauwkeurig op het gebruik van de stenen, die door de zorg Gods over deze reizigers daar gelegd waren. Kwamen zij van stap tot stap op de geijkte stenen van Gods beloften te steunen tot onderhouding van het zuchtende en biddende leven, dan kwam hij hen daarin niet te storen. Al loopt het kind een beetje wankel van stoel tot stoel, dan laat de moeder het kind toch ook ongestoord zijn gang gaan, want zo moet het leren lopen.

Van hard lopen is hier geen sprake, want de stenen zijn vanwege de modder die hier heen gespoeld wordt, in een meerdere of mindere mate altijd glad, zodat de reis met struikelingen en wankelingen gepaard gaat.

Tot roem van Gods genade hebben wij het op te merken, dat niet één van dit reisgezelschap is gevallen in de greep van twijfelzucht en moedeloosheid. En door deze volharding in het goede heeft het zwakke geloof versterking verkregen.

Door gebondenheid aan de troon van Gods genade bleven zij gaan op de weg der gehoorzaamheid en dat werd door de Heere bekroond met een zoete vertroosting vanuit Zijn Woord. Het was wel niet een inkomende waarheid tot bevestiging in de staat der genade, maar een voorkomende waarheid tot onderwijzing en bemoediging op de weg. Door de indachtigmakende werking van de Heilige Geest werden deze woorden: „Zalig is zij, die geloofd heeft, want de dingen die haar van de Heere gezegd zijn, zullen geschieden”, hun dierbaar.

Door deze bemoediging kreeg het hart meer hoop op de vervulling van Gods beloften. Een vervulling, die men niet alleen nodig heeft bij het gaan door deze poel, maar ook bij het gaan door de enge poort van Gods welbehagen.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.