+ Meer informatie

‘IK EN MIJN HUIS…’

7 minuten leestijd

Het valt niet mee om een huisbezoek te plannen bij familie de Wit. Br. Jan de Wit heeft een drukke baan en is lange dagen van huis. Zr. Agnes de Wit werkt ook drie dagen in de week en heeft op de resterende dagen alle tijd nodig voor het huishouden en de zorg voor hun drie kinderen Rens (7), Eline (4) en Job (0). Als de broeders ouderlingen dan (eindelijk) bij Jan en Agnes op de bank zitten, komt het gesprek al snel op het drukke gezinsleven. Jan en Agnes geven aan dat ze alles prima kunnen volhouden. De kinderen hebben het goed naar hun zin op school en de (buitenschoolse) opvang en komen niets tekort.

Steeds vaker hebben zowel vader als moeder een betaalde baan buitenshuis. Het is mogelijk dat één fulltime baan niet genoeg is om de lasten te kunnen dragen. Het leven is er niet goedkoper op geworden. Tegelijk zijn er de nodige voorzieningen die het mogelijk maken dat vader en moeder beiden werken. Denk aan de kinderopvang voor nul- tot vierjarigen en de opvang voor en na schooltijd voor de schoolgaande kinderen. Wanneer beide ouders er om welke reden dan ook voor kiezen om te werken, kiezen ze er ook voor dat hun kinderen een deel van de week door anderen opgevangen worden. Dit kunnen professionals zijn op het kinderdagverblijf, maar even goed kan dit gedaan worden door opa en oma. Een deel van de zorg- en opvoedtaken wordt uit handen gegeven. Ouders zullen er ongetwijfeld op letten dat het goede handen zijn, die deze taken van hen overnemen.

Als ambtsdrager zult u ouders als Jan en Agnes wellicht ook tegenkomen in uw gemeente. Ouders die ervoor gekozen hebben om allebei buitenshuis te werken. Ouders die blij zijn dat ze werk hebben en zo de middelen kunnen verkrijgen om in het levensonderhoud van hun gezin te voorzien. Ouders die dankbaar gebruik maken van de mogelijkheid om oma twee dagen op haar kleinkinderen te laten passen. Of ouders die hun kinderen een aantal morgens in de week al vroeg bij de voorschoolse opvang brengen om vervolgens aan het werk te kunnen gaan.

NAAR DE DIEPTE

De ouderlingen proberen het gesprek wat meer inhoud te geven. Ze vragen wat door naar hoe Jan en Agnes met de kinderen bidden en Bijbellezen. Agnes geeft aan dat ze vaak alleen met de kinderen eet, en dat het niet altijd meevalt om na een drukke dag nog uitgebreid te lezen. De kinderen hebben er dan ook niet veel zin meer in. Op de dagen dat Agnes thuis is, probeert ze wel uit de kinderbijbel te lezen en natuurlijk samen te bidden rondom de maaltijden. Jan vult aan dat ze de kinderen bewust naar een christelijke school laten gaan en dat ze natuurlijk’s zondags mee gaan naar de kerk.

Tijdens het huisbezoek zal het niet alleen over koetjes en kalfjes gaan. Wat is het goed om met ouders door te praten over hoe het dienen van God vormgegeven wordt in het gezin. Hoe krijgen de ‘gewone’ dingen als bidden en Bijbellezen een plekje in het leven van alledag? Zeker als dat leven zo druk en vol is. Hoe zorg je er nu voor dat het de kinderen ook in geestelijk opzicht niets tekort komen?

Zoek als ambtsdrager dan ook naar vragen om juist deze ‘vanzelfsprekende’ onderdelen van de huisgodsdienst aan de orde te stellen. Wanneer wordt er in het gezin samen uit de Bijbel gelezen? Wanneer en door wie wordt er (hardop) gebeden? Hoe wordt de zondag in het gezin gevierd? Merken de ouders ook dat deze rustdag goed en heilzaam is? En hoe vinden de kinderen het in de kerk?

Neem bij dit gesprek geen veroordelende houding aan, maar luister eerst eens goed naar wat de ouders te vertellen hebben. Luister, vat samen en vraag door; drie kernbegrippen die een goed gesprek mogelijk maken. Vat de informatie die u hoort eens samen, om daarmee te checken of u het goed begrepen hebt. En stel vervolgens wat vragen die dieper gaan om samen ook echt verder te komen. En natuurlijk is het van belang dat u, na echt geluisterd te hebben, komt met het Woord. Om met dat Woord verder te komen!

ENKELE HANDVATTEN

Toch houden de broeders ouderlingen een wat ontevreden gevoel aan dit huisbezoek over. Ze zouden zo graag aan Jan en Agnes duidelijk willen maken dat het samen dienen van God op nummer één behoort te staan. Dat hebben de ouders toch beloofd bij het doopvont? Maar hoe geef je dat nu vorm in deze tijd waarin alle agenda’s overvol zitten? Eigenlijk weten de ouderlingen dat ook niet zo goed. Welke concrete handvatten kunnen zij nu bieden aan deze drukke ouders?

Wanneer u in beeld hebt hoe een gezin als dat van Jan en Agnes omgaat met de dienst van God, is het ook mogelijk om te komen met enkele handvatten om hen verder te helpen. Ook hierbij geldt dat deze handvatten niet vanuit de hoogte ‘toegeworpen’ moeten worden. Juist door naast de ander te gaan staan en iets te delen van wat u uit Gods Woord en (wellicht) uit de praktijk geleerd hebt, kunt u hen iets bieden.

Om maar bij het begin te beginnen: de kinderen zijn kinderen van het verbond. De Drie-enige God heeft Zijn Naam verbonden aan deze kinderen. De doop brengt rijke beloften voor hen mee: God de Vader wil voor hen zorgen, de Zoon wil hun zonden vergeven, en de Heilige Geest wil hun leven vernieuwen. Maar daarnaast staat ook de eis: de kinderen worden opgeroepen tot een nieuwe gehoorzaamheid. U mag de ouders wijzen op de rijkdom van de kinderdoop, maar ook op de verplichting die deze doop met zich meebrengt. De verplichting voor de kinderen, maar niet minder voor de ouders die hun jawoord hebben gegeven. Spreek met ouders over hun belofte en hoe ze dit jawoord met de hulp van de Heere in praktijk kunnen brengen.

U kunt hen vervolgens wijzen op het belang van het samen bidden en Bijbellezen binnen het gezin. Als stelregel kan gezegd worden dat het goed is om minimaal één keer per dag als gezin met elkaar te bidden en te lezen. De Puritein Richard Baxter geeft vijf redenen om zijn gezin dagelijks aan God te wijden:

1. Als God niet Heere is van het gezin, is de duivel het;

2. God wil uw gezin beschermen;

3. Gods troost wordt concreet ervaren;

4. Het gezin heeft God dagelijks nodig, daarom is het nodig dagelijks te dienen;

5. Het gezin is de ‘kweekschool’ van Gods kerk.

Hoe belangrijk is het dat onze kinderen van hun ouders leren Bijbellezen en bidden! Wijs de ouders erop dat hun kinderen moeten merken wat het zwaarst weegt in hun leven. Laten ze dagelijks naar tijd zoeken om samen stil te worden voor God en Zijn Woord.

Ouders mogen zoeken naar manieren die passend zijn in hun gezin. Als er ’s morgens de meeste tijd is, moeten ze vooral ’s morgens veel aandacht besteden aan de huisgodsdienst. Maar Jan en Agnes kunnen dit waarschijnlijk beter doen bij het naar bed brengen van de kinderen. Het is hierbij van belang dat de kinderen, naast het (horen) lezen uit de Bijbel, ook aangesproken worden op hun niveau. Als stelregel kan gezegd worden dat het goed is om elk kind één keer per dag voor te lezen uit een kinderbijbel of dagboek dat afgestemd is op zijn of haar niveau.

Wanneer u merkt dat ouders weinig of geen ervaringen met kinderbijbels en andere boekjes voor de huisgodsdienst hebben, kunt u hen hierin tegemoet komen. Zorg bijvoorbeeld als kerkenraad voor een lijst met betrouwbare kinderbijbels, dagboekjes en methodes voor de huisgodsdienst. Deze lijst kan tegelijk een heel handig opstapje zijn om tijdens het huisbezoek te spreken over deze dingen. Het kan ook goed werken om als kerkenraad enkele boeken aan te schaffen en deze uit te lenen. Zo kunnen ouders op een heel makkelijke manier kennismaken met verschillende kinderbijbels of dagboeken.

Het is daarnaast heel mooi als er één moment in de week is waarop er iets meer aandacht aan de huisgodsdienst besteed kan worden. Vrijdagavond, zaterdag-morgen, zondagmiddag… er is ook bij Jan en Agnes vast een moment te vinden dat het past! Laten ze de tijd nemen om samen iets uit de Bijbel te lezen, om daar een dagboekje of een kinderbijbel bij te lezen, om samen door te praten over wat er staat en wat dat voor ons betekent. Samen bidden en zingen schept een band en het richt ons op God Die het behoud van ons en onze kinderen op het oog heeft.

Probeer als ambtsdragers praktisch en concreet mee te denken en aan te sluiten bij de situatie en (on)mogelijkheden van dit gezin. En wijs hen bovenal steeds weer op de HEERE, de God van het verbond. Hij is het immers Die gezegd heeft: ‘Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen’ (Ps. 81:11). En dat geldt voor kinderen, ouders én ambtsdragers!

Geertje Fokkema is predikantsvrouw in Eemdijk en heeft een dochter van drie jaar oud. Ze is aan de TUA afgestudeerd met een onderzoek naar ‘Pastoraat aan kinderen en jongeren rondom echtscheiding’. Ze werkt ze één dag in de week als jeugdwerkadviseur bij het LCJ.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.