+ Meer informatie

Een protestantse dichter Willem de Mérode (1887-1939)

3 minuten leestijd

In het laatste artikel van deze rubriek werd terloops gesproken over de dichter Willem de Mérode, de schuilnaam van W. E. Keuning, die in Spijk (prov. Groningen) werd geboren, eerst bij het onderwijs werkzaam was en die zich later alleen met letterkundige arbeid bezighield. Willem de Mérode wordt genoemd de belangrijkste dichter onder de protestanten tussen de jaren 1920 en 1940.

Verscheidene bundels gedichten verschenen van hem. In

„Gestalten en Stemmingen", in 1915 verschenen, zijn verzen, die iets gekunstelds hebben.

Nu heb ik voor de heerlijkheid Van uw genadige oogen Mijn schaamrood hoofd gebogen, Verstrikt in mijn begeerlijkheid.

En gij hebt al de deerlijkheid Van 's harten onvermogen Tot uw hoog hart getogen, Verrukt en vol verveerlijkheid.

In cle bundel „Het Kostbaar Bloed", clie zeven jaren later verscheen, vinden we het prachtige „Berouw", waarvan Dirk Coster in „Religieuze Poëzie" zegt: „dat kleine lied over cle „drie kruizen" in cle nacht, in een wonderlijke ademloze toon gezongen, waarin hij uitdrukking geeft aan één der vreemdste gevoelens der menselijke ziel, die men de Goddelijke droefenis zou kunnen noemen: een droefenis, clie ter zelfder tijd een staat is van opperst geluk." Het bedoelde gedicht luidt aldus:

In den schemer het angstige luistren Naar den wind die waait om de huizen. Van cle wilgen stuiven cle pluizen, Wit in clen regen van 't duister.

Ver weg het bedwelmend bruisen Van de zee: Haar vage geluiden Een-tonig, versmelt met het ruischen Van het bloed, zoo warm en duister.

In het duisteren en het ruischen Een buigend menseh, arm en donker.. .. Op een heuvel stonden drie kruisen. Gij leedt daar, ik weende er onder.

In de regel zijn de gedichten van De Mérode gemakkelijk te verstaan; zeker wel clie voorkomen in cle bundel met de sprekende titel „Eenvoudige Gedichten". Hierin staat een gedicht, genaamd „Vitellus", dat ik gaarne, op gevaar af om te veel plaatsruimte te nemen, in zijn geheel zou willen citeren; ook al met het oog op onze meisjesverenigingen, clie steeds met het probleem „gedichten" zitten.

VITELLUS

Waar is Vitellus, cle wafelverkoper? Waar is Vitellus, die snelle loper? Hij danste als hij liep, en hij stond op één voet, Zijn wafels waren zo warm en zoet. De keizer kocht, en de gladiatoren, En cle keizerin heeft van hem gekocht, Hij mocht alles zien en alles horen, Was overal en nergens als men hem zocht. Vitellus komt in paleizen en kroegen, Men weet nooit wat hij cloet, en nooit waar hij is. Hij sprak straks met lieden clie ketenen droegen, Zij vertrouwden hem, want hij tekent cle Vis. Vitellus heeft voor Christus gekozen, Hij loopt bij Christenen uit en in. Waar is Vitellus, brullen cle matrozen, Dat bakkertje was zo naar onze zin. Men heeft Vitellus gevangen genomen, Op een nacht, met veel „godsdienstig gespuis", Toen cle keizer het hoorde, liet hij hem komen, Hij wou Christus niet vloeken; hij moest aan 't kruis. Men heeft hem slechts aan het kruis gebonden, Hij is jong en mooi, men liet hem graag vrij. Spijker maar vast mijn lijf vol zonden, Sprak hij; Heere Jezus, denk aan mij. Allen clie aten van zijn wafels Zien hoe een leeuw hem bespringt en verscheurt. Slaven verwijderen bloed en rafels, Men praat en lacht of er niets is gebeurd. Waar is Vitellus cle wafelverkoper? Waar is Vitellus, die snelle loper? Vitellus zag Christus, verliet zijn gewin En snelde cle Heer na, de hemel in.

INDEX.


teken van het Christendom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.