+ Meer informatie

Kerkelijke berichten

4 minuten leestijd

Op aandrang van verschillende kanten komen we nog even terug op de gang van zaken te Arnhem. We staan voor een voldongen feit, dat we van harte betreuren. Ds. Van Leeuwen, die indertijd in Arnhem stond, heeft gedaan wat hij in het belang van zijn vroegere gemeente meende te kunnen doen. Hij schreef op 12 maart j.l. aan de classis Apeldoorn het volgende:

„Naar aanleiding van de Wekker-publikatic inzake mijn vroegere gemeente Arnhem verzocht ik de Wekker-redaktie opname van de door mij gevoelde bezwaren. Ik deed dit m.i. met recht, omreden door de vijf broeders, die de tweede spreekplaats, of eerlijker gezegd, een tweede gemeente wensten, bij hun motivering ook werd betrokken mijn Arnhemse ambtsperiode (1955-1962) blijkens mijn nadere informaties.

Mijn verzoek werd afgewezen met de verwijzing, dat de classis het adres voor mijn bezwaren is.

Dus richt ik mij tot u, in vertrouwen, dat u mijn schrijven niet voor kennisneming zult aannemen, maar het wil beschouwen en behandelen als mijn diep-gevoelde bezwaar en tevens ernstige, welmenende waarschuwing.

Het feit van Arnhems splitsing heeft mij zeer ontsteld en bedroefd, een gemeente, die volgens ons kerkelijk jaarboek 363 zielen telt.

Gezien deze droeve splitsing rezen benauwende vragen bij mij op, hoe zodanige gang en zodanig besluit in ons kerkelijk leven mogelijk is. Destijds bleek in Haarlems gemeente zulk een splitsing niet mogelijk te zijn. Nu in Arnhem kon dat wel!

Is het geestelijk verantwoord, dat Arnhem attestaties diende in te zenden bij onze kerk te Doesburg, omreden de bezwaarde broeders zich in de prediking van Ds. Van Ravenswaay niet konden vinden en die nu toch kunnen kerken in een Christelijke Gereformeerde kerkgemeenschap, momenteel zelfs in een zaal aan de Velperweg, geen kwartier van onze gevestigde plaatselijke kerk aan de Groen van Prinstererlaan af, zij het dan bedoeld als tijdelijk in verband met huurmoeilijkheden in „Arnhem-Zuid”.

U zult opmerken, dat de kerkeraad van Arnhem toch beloofde niet te zullen tegenwerken bij de formering van een tweede spreekplaats. Maar was dit voor uw classis dan een gegrond motief voor haar besluit? Zou tegenwerking ten deze een kerkeraad waardig zijn? We menen van niet naar Spreuken 20: 22. Daartegenover heeft toch de kerkeraad zich duidelijk uitgesproken (en zulks ook naar de Schrift) tot zulk een handelwijze zijn medewerking niet te kunnen verlenen, d.i. zijn goedkeuring eraan geven, zijn bewilliging. Moest dit niet hét gegronde motief voor de classis zijn geweest om tot splitsing niet over te gaan? ?

Voorts: was het verzoek tot splitsing gegrond op verdere geestelijke motieven, naar Schrift en belijdenis?

Is het Gereformeerde kerkrecht volledig gehandhaafd en opgevolgd?

Wij vragen ons nogmaals in diepe ernst af: kan dit alles zo maar in onze Christelijke Gereformeerde Kerken plaats hebben?

Deze vragen beklemmen ons des te meer, omdat we zulke ernstige tijden beleven en zo uiterst moeilijke voor onze jeugd, gezien de grote vervlakking op godsdienstig en kerkelijk terrein. Ja, de vrees is niet ongegrond, dat binnen de tijd van één generatie de geestelijke onderscheiding niet meer wordt gekend. Wordt veelal niet de echte, Bijbelse mystiek gebrandmerkt als „ouderwets”, „ziekelijk” verschijnsel? En daarbij de al meer veld winnende bijbelkritiek op het kerkelijk erf, op de scholen en in de gezinnen. Dan ook de schrikbarende ondermijning en vertreding van het door God Zelf gegeven gezag, waarvan de gevolgen bijzonder op zedelijk gebied niet te overzien zijn.

Moest niet nóg ernstiger en met een bewogen hart vanaf kansels en katheders worden gewezen op deze dingen en worden gewaarschuwd, ja, worden opgewekt om terug te keren „tot de Wet en tot de getuigenis”, tot een vragen naar de „oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin, zo zult gij rust vinden voor uw ziel”, Jer. 6 : 16?

O merken we het op, wat Christus sprak tot Zijn discipelen: „Hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik u allen: waakt!”

Uw vergadering de leiding en het licht van de Heilige Geest van harte toebiddend, verblijft met hartelijke groeten en heilbede,

uw oud-medelid uwer classis en broeder” Tot zover Ds. Van Leeuwen. Hij kent de situatie in Arnhem beter dan wij. Daarom hebben we hem hier laten spreken. Daaraan is niets toe te voegen.

N.B. Bovenstaand artikel was al gereed voor opname, toen we kennis kregen van de brief van 25 april jl. van de classis Apeldoorn aan alle kerkeraden. Daarin komt een breedvoerig verslag voor van de gang van zaken te en aangaande Arnhem. De brief laat echter vele vragen onbeantwoord. Over de achtergronden, die Ds. Van Leeuwen naar voren brengt, wordt niet gerept. De brief van Ds. Van Leeuwen lijkt wel helemaal niet aan de orde geweest te zijn. De handelwijze van de classis is in andere bladen ook uit een kerkrechtelijk oogpunt bestreden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.