+ Meer informatie

Wat doet onze diaconie?

5 minuten leestijd

Wat doet onze diaconie ?

Er zijn landelijke diaconale bladen van andere kerkformaties die zo nu en dan informatie verstrekken over activiteiten van een plaatselijke diaconie. Dergelijke bladen worden ook wel gelezen door onze diaconieën, zodat verschillende van u dit wel kennen.

Vergelijkingsmateriaal zit er echter niet zo veel in dacht ik, omdat het altijd plaatselijke kerken betreft van duizenden belijdende lidmaten.

Onze kerken zijn echter in het algemeen niet zo groot. Ook dit aspect inpliceert de noodzaak van een eigen benadering van onze diaconale zaken.

Het is echter niet onmogelijk in de nabije toekomst één van onze gemeenten op een dergelijke manier onder de loepe te nemen. Als we onze blik richten op onze diaconieën kunnen wij nu nog best uitgaan van de gegevens die deputaten ADMA in 1968 ontvingen. In dat jaar is n.1. aan de diaconieën een enquête gezonden en zijn verschillende gegevens opgevraagd.

Alle resultaten van dit onderzoek ontvangt u straks in ons diaconaal handboek, omdat ze nog steeds actueel zijn. Eén conclusie van destijds wil ik u echter nu niet onthouden.

Deputaten ADMA schreven ondermeer: „Van de 106 ontvangen antwoorden zijn er 29 waaruit een grote diaconale bewogenheid zowel als een ruime kennis van diaconale zaken spreekt. De overige 77 antwoorden kenmerken zich door gebrek aan kennis, terwijl bovendien voor een aantal gevallen een duidelijk gemis aan diaconale bewogenheid moet worden geconstateerd.

Naast de 106 ontvangen antwoorden moet tenslotte ook herinnerd worden aan de 68 niet ontvangen lijsten. Er is gerede aanleiding om de diaconale arbeid van deze diaconieën voor een belangrijk deel niet al te positief te beoordelen.

Ook het onderzoek per diaconie leidt zo tot de conclusie, dat er voorshands geen reden is tot zelfgenoegzaamheid. Eerder ligt het op onze weg om ook wat ons diaconaat betreft in de schuld te komen om vervolgens te trachten tot een meer aanvaardbaar geheel te geraken.”

In „de Wekker” van 3 januari 1969 werd ruim aandacht besteed aan de resultaten van dit onderzoek. De redactie-secretaris ds. J. H. Velema gaf hierop het volgende commentaar:

„We sluiten ons aan bij de conclusie: De dienst der barmhartigheid functioneert in onze kerken niet op een wijze, die thans en voor de toekomst minstens nodig en bereikbaar is. De dienst der barmhartigheid zal in onze kerken sterker moeten gaan leven dan thans het geval is, zowel wat betreft de fundamentele bezinning als de concrete uitwerking.”

Bracht dit gegeven destijds een schokeffect bij de plaatselijke diaconieën? Immers het is duidelijk dat de dienst der barmhartigheid op Bijbelse gegevens berust, geen liefhebberij dus maar opdracht!

Hoe staan de zaken nu? Is er tussen toen en nu iets veranderd?

Om dit in zijn totaliteit te kunnen beoordelen zou weer een enquête nodig zijn, maar daar is het m.i. nog te vroeg voor.

Dergelijke zaken veranderen niet zo snel. Ook door de wisseling van ambtsdragers komt het e.e.a. niet gemakkelijk van de grond.

Toch zou ik heel voorzichtig een beoordeling willen geven van de stand van zaken nu.

Die mogelijkheid is er, ondermeer omdat wanneer dit artikel verschijnt, deputaten ADMA met de classicale diaconale correspondent bijna in iedere classis met de diakenen een informatieve vergadering achter de rug hebben.

Een volledig overzicht van de wensen, opmerkingen en reeds op gang zijnde activiteiten ontvangt u nog wel. Nu wil ik alleen maar enkele lijnen trekken van toen naar nu.

Nog éen opmerking vooraf, de lijnen die ik ga trekken geven geen totaal overzicht van alle diaconieën. Er ontbreken op de classicale bijeenkomsten nog te veel diaconieën. Hun visie en arbeid kan uiteraard niet worden genoemd. Wij zullen er echter in de toekomst graag iets van horen.

Zonder al te optimistisch te zijn valt er een gunstige ontwikkeling te constateren in die zin dat men ziet de noodzaak van de totale dienst der barmhartigheid.

Is het financieel aspect niet geheel maar wel grotendeels verdwenen, men ontdekt andere noden, geaard naar de omstandigheden van deze tijd.

Er is vóór maar zeker ook na publikatie van de gegevens van de enquête steeds gewezen op de betekenis van Efz. 4, de opbouw van het lichaam van Christus. Het is mede de taak van de diaken om de plaatselijke gemeente in dit opzicht te laten functioneren.

Men probeert in die zin hier en daar wat, maar stuit veelal op de mogelijkheid dat het doorsnee gemeente-lid dit nog niet begrijpt of wil begrijpen. De principiële benadering op de diaconale activiteiten vloeit nog te weinig door naar het individuele lid van de gemeente.

Vandaar ook dat deputaten ADMA als een van de eerste bijdragen in ons handboek noodzakelijk vonden een bijdrage over ..Bijbelse gegevens van het diaconaat”. Naast de bezinning zal naar een juiste methodiek moeten worden gezocht om dit alles te laten doordringen in de plaatselijke gemeenten.

Ondanks de goede ontwikkeling zijn we er dus nog lang niet, sterker uitgedrukt; we komen op deze punten nooit uitgestudeerd. Momenteel hebben we echter nog wel het e.e.a. in te halen.

In dit verband kan ik u reeds berichten dat de plannen voor het seizoen ’71-’72 door deputaten ADMA reeds zijn gemaakt, speciaal gericht op bovengenoemde punten. Later hoort u daar beslist meer over.

Wij hopen dat alles wat er op dit gebied wordt gedaan zich zal voortzetten onder de leiding van de Here.

Als ambtsdragers, en dan bedoel ik nu niet alleen de diakenen, zijn wij geroepen de opbouw van de gemeente te bevorderen.

U kunt er al mee beginnen wanneer dit artikel door u niet alleen wordt beschou vd als wat informatiemateriaal, maar laat dit alles eens een punt van bespreking worden op uw eerstkomende vergadering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.