+ Meer informatie

VISUELE ONDERSTEUNING VAN HET WOORD

8 minuten leestijd

In Californie hebben kiezers gouverneur Gray Davies vervangen door de filmacteur Arnold Schwarzenegger die geen enkele politieke ervaring had. Een kiezer zei: ‘kijk naar Gray Davis, hij ziet er zwak en lusteloos uit; kijk naar Arnold, die ziet er sterk en vitaal uit!’ Het is duidelijk: we leven in een visuele tijd. Het accent op visuele informatie is merkbaar in boeken, tijdschriften en kranten: minder woorden en meer plaatjes. Door snelle afwisseling van beelden proberen tv-programma’s de aandacht van de kijker vast te houden. Internet verleent toegang tot allerlei mogelijke visuele informatie. En we maken oneindig veel beelden van onszelf met digitale camera’s. Steeds zeggen mensen ‘het was als in een film’, om hun persoonlijke ervaringen te omschrijven. Soms lijkt het wel of je ergens pas ‘echt’ bent geweest als je het thuis op foto’s terug kunt zien. Het visuele tijdperk is niet uit de lucht komen vallen. Sommigen wijzen al op de zestiende eeuw met zijn vele beroemde schilde-rijen. Anderen zien reeds in de uitvinding van de drukpers de start van een nieuw tijdperk omdat de massaproductie van beelden toen mogelijk werd. In ieder geval is de uitvinding van de fotocamera in 1839 een belangrijke stap in de richting van het huidige visuele tijdperk. Aansluitend kwamen film en televisie, maar het zijn vooral de computer en het internet die het visuele tijdperk zijn enorme kracht verlenen. Visuele vormen van communicatie, zoals Power-Point-presentaties, video-clips en drama-sketches hebben hun weg al gevonden naar de kerkdienst. De veronderstelling is dat men het beste visueel met mensen kan communiceren. De Willow Creek Community Church, een van de grootste kerken in N-Amerika, heeft wereldwijd veel invloed op kerken, o.a. door veelvuldig gebruik van visuele middelen.

Gereformeerde christenen voelen zich snel wat ongemakkelijk bij deze ontwikkelingen. Romeinen 10:17 leert ons dat het geloof is uit het horen van het Woord van God. De Schrift waarschuwt steeds tegen beeldendienst. In de Reformatie keren beelden terug in Zondag 35 HC. Bij de uitleg van het tweede gebod wordt het gebruik van ‘stomme beelden’ veroordeeld, omdat God Zijn gemeente door ‘de levende verkondiging van zijn Woord’ onderwezen wil hebben. Kan ons geloof wel overleven als we ons van het Woord afkeren naar beelden? Geven we zonder meer toe aan de oprukkende visuele invloed als er zoveel op het spel staat? Er zijn reformatorische christenen die nog steeds geen televisie in huis willen hebben. Maar computers en internet maken het zo goed als onmogelijk om de beelden te weren. In 1566 werd in Nederland een beeldenstorm gehouden. Wordt het tijd voor een nieuwe beeldenstorm? De kerk dient met grote voorzichtigheid te werk te gaan, want anders kan zij ge-makkelijk wegzakken in een visueel moeras van subjectivisme en relativisme. In de bijbel begon beeldendienst vaak Onschuldig’ doordat Israël met beelden probeerde de dienst van God te bevorderen of meer relevant te maken (zie Ex. 32:4; Richt. 17:1; 1 Kon. 12:25 e.V.). De omwonende volken gebruikten beelden om hun goden te aanbidden, waarom zou Israël dat niet kunnen doen?

In de Middeleeuwen waren de beelden in de kerk alleen maar bedoeld als ‘boeken der leken’. Om niet op een hellend vlak terecht te komen, doen we er goed aan de waarschuwing van Calvijn niet te vergeten dat de menselijke natuur een ‘werkplaats is waar voortdurend afgoden gemaakt worden’ (Institutie, I,XI,8) en dat wij niet langer de ‘kinderlijke onderwijzing’ van de oudtestamentische godsdienst nodig hebben (Institutie, IV,X,14).We zijn zo vertrouwd met de negatieve geluiden uit de Schrift over visuele middelen, dat we misschien geneigd zijn te vergeten dat ook woorden kunnen ontsporen. Trouwens, er is ook een positieve houding in de Bijbel t.a.v. het visuele aspect. Als God de wereld heeft geschapen, ‘zag Hij alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed’ (Gen. 1:31). De zondeval begint met een verkeerde manier van kijken (Gen. 3:6), maar God belooft al in het paradijs verlossing van de gevallen schepping (Gen. 3:15), waarnaar de gehele schepping sindsdien met reikhal-zend verlangen zucht (Rom. 8:20–22). In Spreuken 20:12 staat dat de HERE zowel het oor dat hoort als het oog dat ziet, heeft gemaakt. De tempel bevatte prachtige versieringen. De profeet Ezechiel was een boeiende, beeldende prediker (Ez.4:l-3; 4: 4–8;4:9–17; 5:l-4;12:l-7). In Christus zijn de ceremoniën (ook de visuele elementen daarvan) vervuld. Toch heeft Christus ruimte voor het visuele aspect wanneer Hij het evangelie in Woord en daad brengt met sterke visuele elementen (Mat. 13:34; Luk. 12:27–28; Joh. 11:45).

Maar is zondag 35 HC niet een ijzersterk veto tegen het gebruik van beelden? Toch is het belangrijk de historische context van de Catechismus mee te wegen. Hoewel het blijvende betekenis heeft, moet bedacht worden dat deze afwijzing oorspronkelijk gericht was op middeleeuwse beelden met een onbijbelse boodschap. Trouwens, de reformatorische traditie maakte ook zelf gebruik van visuele symbolen, zoals een verheven preekstoel, ambtsdragers die prominent vooraan zitten, orgels met een indrukwekkend pijpenfront. Deze zichtbare symbolen hadden hun plaats naast de sacramenten die de Schrift voorschrijft. Een zekere terughoudendheid is evenwel niet te ontkennen, bijvoorbeeld wanneer gereformeerde theologen aanbevalen niet drie, maar een-maal een dopeling met water te besprenkelen om niet onnodig de aandacht af te leiden. Tegelijk blijft het opmerkelijk dat onze voorvaderen nieuwe vormen van communicatie niet afwezen met een beroep op het horen van het Woord. Zo maakten zij bijvoorbeeld gebruik van het gedrukte woord om de waarheid van God te verbreiden. Zij stonden er ook op dat in de eredienst de taal van het volk gebruikt werd. Dit ligt in het verlengde van het principe van de accommodatie bij Calvijn (zie de commentaar van Calvijn op 1 Kor. 2:7) [Calvijn bedoelt met accommodatie dat God zich in Zijn openbaring op een bepaalde manier aanpast aan het bevattingsvermogen van de mens]. Visuele communicatie is de taal die de hedendaagse mens begrijpt.

Communicatieve wetenschappen laten zien hoe het visuele tijdperk effectief gebruik maakt van de manier waarop we informatie verwerken. Woorden moeten herhaaldelijk gehoord worden voordat ze een vaste plaats krijgen in het lange-termijn-geheugen. Daarom onthouden we slechts tien procent van wat we horen. Studies over visuele informatie tonen aan dat de dingen die we zien onmiddellijk in het lange-termijn-geheugen worden opgenomen. Experts beweren dat we in feite nooit helemaal kunnen vergeten wat we hebben gezien. Daarom heeft u waarschijnlijk wel eens tegen iemand gezegd: ‘ik kan me wel uw gezicht herinneren, maar uw naam weet ik niet meer!’ De gereformeerde gezindte kan zich troosten met de verzekering van de communicatieve wetenschappen dat het gesproken woord niet zal verdwijnen. Uiteindelijk kan het visuele niet op zichzelf staan. Er zijn woorden nodig om de beelden uit te leggen. Voor een relatief klein publiek zijn visuele middelen zelden nodig, aangezien niets zo sterk overkomt als een gedreven spreker die vanuit zijn hart eerlijk met zijn luisteraars communiceert.

Gebruik van visuele middelen levert interessante resultaten op. Daarbij is het belangrijk verschil te maken tussen wat wetenschappers noemen ‘antibiosis’ (een niet-effectieve combinatie van woord en beeld) en ‘symbiosis’ (een effectieve combinatie van woord en beeld). Bij een niet-effectieve combinatie gaan de woorden verloren ten koste van de getoonde beelden en de hoorders neigen ertoe een (verkeerde) eigen boodschap te onthouden in plaats van de strekking van de gesproken woorden. Dit betekent dus dat alleen met woorden communiceren beter is, dan visuele middelen verkeerd gebruiken. Wanneer echter visuele elementen effectief met woorden worden gecombineerd, ontstaat een duidelijk betere communicatie dan met woorden alleen.

Ook al hebben we gezien dat een afwijzing van visuele middelen als beeldendienst niet op zijn plaats is, toch blijft de waarschuwing tegen beeldenverering relevant. Met name wanneer het gebruik van visuele middelen wordt gezien als het antwoord voor de kerk; wanneer visuele middelen slecht of zonder training worden gebruikt; wanneer visuele boodschappen in strijd zijn met het Woord of afbreuk doen aan de boodschap van het Woord; wanneer het visuele aspect gebruikt wordt om mensen te manipuleren; wanneer het een afleiding wordt of ons berooft van de eenvoud van de reformatorische eredienst. Het komt erop aan communicatie niet alleen te willen zien vanuit het perspectief van de spreker, terwijl aan de andere kant ook niet alle nadruk op de kant van de hoorder gelegd moet worden. Het is nodig in de gereformeerde predikkunde de inzichten van de visuele communicatie te verwerken in onze theologie en in de praktijk van de prediking. De kerk van Christus mag niet ‘visueel-analfa-beet’ zijn in een tijd dat de grote opdracht uit Mat. 28:19 in een visueel tijdperk uitgedragen moet worden. Zij moet leren visuele middelen tot eer van God te gebruiken ter ondersteuning van de verkondiging van het evangelie, waarbij gewaarborgd blijft de prioriteit van het Woord van God in de kracht van de Geest.

Dr. D. Schuringa promoveerde in Kampen op een proefschrift dat handelde over het horen van het Woord in een beelden-tijdperk. Momenteel is hij president van het Cross-word Bible Institute in Grand Rapids (USA).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.