+ Meer informatie

Globaal verslag bespreking referaat

5 minuten leestijd

Hoe moeten wij omgaan met de houding van de profeten Ezechiël en Jeremia?
Ezechiël en Jeremia moesten van Godswege een boodschap verkondigen waar zij het erg moeilijk mee hadden. Toch kregen zij de opdracht te spreken wat de Here tot hen zou zeggen.
Dit geldt ook voor de prediking in onze tijd. Wij zijn niet beter dan Israël toen. Denk maar weer aan de brief aan de Hebreeën. In hoofdstuk 3 komt de generatie van tijdens de woestijnreis ter sprake als aansporing voor de gemeente van Christus in deze tijd.
Wij mogen echter nooit neerkijken op mensen die niet naar Gods boodschap luisteren.

Is er sprake van uitholling van schuldbesef en een verkeerde visie op de heiligheid van God?
Reeds Bavinck klaagde in het begin van de vorige eeuw al over gebrek aan schuldbesef.
Wij moeten het schuldbesef op zichzelf niet koesteren, dat is neerdrukkend en maakt somber.
Het Bijbels schuldbesef is juist bevrijdend. God wist onze zonden uit. Op social media blijft ons beeld staan, je komt van beelden waar je je nu voor schaamt niet meer af. God vergeeft: al onze zonden voor altijd onvindbaar.
De prediking moet voortdurend ons wazige beeld – dat gebeurt vanzelf - van God weer scherpstellen. Denk aan Petrus: “Ga uit Here, want ik ben een zondig mens”. Dat is de belijdenis op het moment dat hij vol is van ….zijn Here.

Wat is de betekenis van de TUA bij het maken van preken?
Het verlangen is dat studenten preken in de lijn van HC Zondag 23: de rechtvaardiging van de goddeloze alleen door het geloof.
Het evangelie is niet naar de mens, wel voor de mens. Wij moeten ontmaskerd worden.
Studenten maken proefpreken over OT, NT en HC.

Hoe om te gaan met gemeenteleden die overgaan naar een evangelische gemeente?
Je kunt enerzijds blij zijn dat zij nog naar een gemeente willen gaan en geen afscheid nemen van het christelijk geloof.
Anderzijds kun je zorgen hebben over het vaak eenzijdige karakter van evangelische gemeenten. Het gaat veel over verlossing (soms alleen als veronderstelling) en wat je allemaal moet doen en weinig wordt de ellende gepeild van waaruit we verlost worden.
De Psalmen spreken in dit opzicht over een breed gebied van geloofsbeleving.
Evangelische liederen spreken over een beperkt gebied van geloofsbeleving.
We moeten niet telkens horen hoe goed wij zijn, maar het is telkens weer nodig dat wij ons verbazen over de boodschap van heil. Laat de geloofsbeleving van wat genade is niet een vanzelfsprekenheid worden.

Hoe voel je zelf het mes (tweesnijdend zwaard) snijden in je persoonlijke geloofsbeleving?
Door de Here aan te roepen zoals beschreven in Jesaja 64.
Verder door dit aspect te bespreken op de kerkenraad, dus spreken over je eigen geloofsbeleving. Als ambtsdragers dit niet doen, kun je niet verwachten dat gemeenteleden dit wel doen.
Dit kan ook op studiekringen in de gemeente en op speciale bijeenkomsten van de kerkenraad.
Aandachtspunten zijn hierbij bijvoorbeeld HC de Zondagen 1 (enige troost), 7 (wat is een echt geloof ) , 23 (rechtvaardiging) en 45 (het gebed).

Is de kritiek van Berkhof op de middenorthodoxie in de Nederlands Hervormde Kerk in de jaren 60 ook van toepassing op onze kerken nu?
Het is zondermeer nuttig om de briefwisseling tussen Berkhof en Boer (voorzitter Gereformeerde Bond) te bestuderen. Ook bij ons moet de kern van de prediking zijn de bediening van de verzoening.

Is er bij ons sprake van geloofsautomatisme en hoe is dit tegen te gaan?
De zakelijke redenering: “Christus is gestorven voor zondaren, ik ben een zondaar, dus Christus is gestorven voor mij”, leidt tot een flets beeld van Jezus. Het hart van een mens wordt dan niet meer geraakt. Bedenk daarbij wel dat het werk van Christus niet alleen een meditatief maar ook een diaconaal aspect heeft. Dus niet alleen aandacht voor ellende en verlossing maar ook voor dankbaarheid.

Hoe om te gaan met de uitspraak van Bullinger: het gepredikte woord is het Woord van God?
Als het zondermeer een isgelijkteken zou zijn, wie zou dan nog durven prediken?
Het betekent wel dat op de prediker een grote verantwoordelijkheid rust. Hij moet prediken naar de zin en mening van de Heilige Geest. Dus de Schrift uitluisteren en jezelf oefenen in gehoorzaamheid.
Je zou kunnen zeggen: principieel is Gods Woord het gepredikte woord.
Praktisch kun je zeggen: het gepredikte woord moet wel getoetst kunnen worden.
In Handelingen 17 : 10 – 12 wordt deze houding van de inwoners van Berea beschreven.

Hoe moet je doeners aanspreking in de prediking?
Vooraf moet gezegd worden dat ook doeners goede antwoorden kunnen geven. Laten we niet teveel uitgaan van diverse doelgroepen, maar de taal van het hart spreken. Het Woord is Logos en ook Pathos. We moeten wel rekening houden met diversiteit in de gemeente. Soms kun je goed een zwart – wit beeld gebruiken.
Bij gebruik van voorbeelden in de prediking bestaat het gevaar dat de hoorder wel de voorbeelden maar niet de preek onthoudt. De vraag is of dit voorbeeld nodig is ter verduidelijking of alleen maar een interessante toevoeging is.
De gemeente moet merken dat de prediking een door de prediker doorleefde boodschap is.
In het algemeen kun je zeggen dat de prediking theologisch verantwoord, schriftuurlijk gefundeerd en trinitarisch moet zijn. Prof. Kremer heeft dit zo geformuleerd in zijn inaugurele rede in 1954 getiteld: geestelijk leiding geven in de prediking.

Deze rede is bijgevoegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.