+ Meer informatie

Briefwisseling

5 minuten leestijd

Als wij over Dr A. Knijper spreken of schrijven denken wij vooral aan hem als de voorbereider en leidsman van de kerken der Doleantie. Onder ons gereformeerd kerkvolk rijst dan als voornaamste Geschilpunt op (I) de door hem ontwikkelde leader veronderstelde wedergeboorte. In zijn Catechismis „E Voto Dordraceno" kunt ge daarvan lezen, zowel als in andere werken van zijn hand. Evenwel, dit ivas een gróót bezwaar. De Christ. Geref. Kerk en al het oude volkje kwam er al dadelijk tegen op. Deze veronderstelling hield weder verband met zijn Verbondsbeschouwing, het een hing, zoals dal met de leerstukken altijd gaat, aan het andere. En dit stuk blijft in gereformeerde kring aan de orde, getuige de Ger. Kerken van „art. 31 der Dordtse Kerkorde" die nog véél verder gaan dan de anderen, nl. dat zij alle veronderstelling afwijzen, alles in zékerheid bij hen en zelfonderzoek van de gelovigen is belediging van de Heere.

Een volgend punt van veel discussie, geschrijf en verzet ook op Synoden was (II) de leer der Rechtvaardigmaking van eeuwigheid. De consequentie van die leer is, dat de uitverkorene reeds in de eeuwigheid gerechtvaardigd is. Maar dan komt hij ook niet als doemschuldige ter wereld en wor dt de eis van persoonlijke bekering van haar kracht beroofd. Dat heeft de praktijk ook wel uitgewezen. Nu wees Knijper deze gevolgtrekkingen wel van de hand als niet door hem bedoeld, maar dit was toch aan zijn theologisch systeem verbonden.

Een derde geschilpunt vormde (III) de leer omtrent de Kerk, die volgens Dr Knijper ivas de organisatie van hel door de wedergeboorte herstelde leven van heel ons menselijk geslacht. Anderen stelden daar terecht tegenover, dat de Catechismus op grond van de 11. Schrift leert, dat God zich „uit" het menselijk geslacht een gemeente ten eeuwigen leven verkoren heeft. Knijper en ook zijn leerlingen hebben door woord en pen zich gekeerd tegen dat individualisme; heel de schepping wordt verlost en al worden volgens hen niet alle mensen zalig, zo is het toch niet zo, dat van de boom der gevallen mensheid slechts enkele blaadjes in de hemel dwarrelen. Met name Prof. Lindeboom bracht daar bezwaar tegen in. Christus is niet het Hoofd der verloren mensheid, maar van een nieuw doofde H. Geest geivekt geslacht. En, zeggen thans de mannen van Prof. Schilder, al dat separeren en scheiden van het kerkvolk in gelovigen en ongelovigen bedroeft des Heeren volk; „als gij hen als gelovigen aanspreekt vallen de ongelovigen er van zelf buiten" (Ds v. Dijk van Groningen).

Ü ziet dat aldus het gebruik der sleutelen des Hemelrijks op de kansel niet meer nodig is. (Zondag 31.)

En dan (IV) ivas er al dadelijk geschil over de Roeping. Kuijper stelde in de orde des heils: wedergeboorte, geloof, roeping. Dat is niet juist; Paulus wordt geroepen, wedergeboren en met geloof begiftigd. Roeping en wedergeboorte vallen samen, De Heere maakte niet Lazarus levend en riep hem toen, maar hij riep hem en hij werd levend. (Zie Dogm. van wijlen onze Ds K.) Kuijper sprak van een onbewuste wedergeboorte, gij gevoelt zelf wel welke schadelijke gevolgtrekkingen daaruit voor de praktijk der genade volgen. Paulus zou dan als wedergeboorne de Gemeenten vervolgd hebben.

Kuijper ontwikkelde de Verbondsleer en er ontstond een dor leersysteem. Het volk dat alclus onderwezen werd verloor alle onderscheid lussen leven en dood. U begrijpt dat er heel wat over te doen was. Het oude volkje had geleerd dat God de zondaar levend maakt. En daar wilden ze van horen van de kansel. Later — in 1892 — zijn A. (de Afgescheidenen) en R. (de Doleantie) verenigd. Vele Christ. Geref. bleven echter terug, onder ivie Ds C. Wisse, die ik menigmaal heb gehoord.

Ik beveel de bestudering van deze dingen zeer aan. Onze gereformeerde leer is het zo dubbel waard! 17 Juni 1892 vond die vereniging plaats in de Keizers gr achtkerk te Amsterdam. Ds Gispen en Dr A. Kuijper waren voorzitters. De oude Ds van Velzen, de enig overlevende voortrekker van 1834, iverd, liet Metalen Kruis en de Nederlandse Leeuw op de borst, op een draagstoel binnengedragen. Spreken kon hij niet, dat deed zijn zoon voor hem.

Ds Gispen opende met hel lezen van Ps. 126 en gebed en hield een toespraak.

Daarna kwam Dr Kuijper aan liet woord. Het slot van zijn rede was aldus:

..Onze roeping ook voor Je toekomst is zo groots en zo schoon. Zie. waarde Voorzitter, ik gploof cian Je toekomst Jes Heeren en omdat ik Jaarin geloof. Jaarom geloof ik ook aan Je toekomst en roeping Jer Gereformeerde Kerken in ons vaderlanJ. Nederland heeft Je roeping van GoJ ontvangen om het Calvinisme Ie redden van de dood en weer met ere te doen bloeien. Niet. alsof eens heel fezns' Kerk Calvinistisch moest worden en als of liet op de nieuwe aarde onder de nieutve hemel één puur Calvinistisch leven zou zijn. Dat stellig niet. Dat zou geen heerlijkheid wezen. Neen. in die heerlijkheid zal niet één der schakeringen ontbreken van al Je kleuren en tinten, die saam < fe volle heerlijkheid der qlarie onzes Gods var men. Maar toch. als ik mij mijn Heiland voorstel, op hel witte paard ter overwinning rijdende en in Xijne rechterhand de banier van Gods glorie zwaaiende. Jan zal in dia schilterenje banier toch ook onze ster niet ontbreken en zal in haar banen ook Je lint van Godverheerlijkend Calvinisme glinsteren, waarin voor onze Kerken onze van God gegeven roeping ligt.

En Gispen greep Kuijper s hand en zeide: Zo hebben wij dan teniet gedaan hetgeen eens kinds was!

Wel gegroet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.