+ Meer informatie

Jisken Pieters Hijlaridis

3 minuten leestijd

2.

Jisken was dus met een bedaarde stille overreding des gemoeds verzekerd van de genade, almacht en bereidwilligheid, die er in de Heere Jezus zijn, en van de onveranderlijke getrouwheid der beloftenissen Gods in Hem. Het was juist daardoor, dat zij ook bij de afwisselende gestalten van gemoed en bij het huiselijk leed, dat haar trof, meestal voor anderen een gezalfd hoofd en gewassen aangezicht had, dat is, zij vond altijd nog redenen om goedertieren dingen van de Heere te verkondigen, en omdat zij niet zichzelf, maar het getuigenis Gods tot een meetsnoer voor anderen gebruikte, was haar naam liefelijk onder de vromen; en terwijl zij bij de meergevorderden bekend was als een vrouw, die geoefend was in de omgang met God, zo was zij voor de zwakken en zuigelingen op de weg een ware moeder, die beiden vertroosten en raad geven kon.

Het is volgens de schrijver geen wonder, dat er bij haar graf zoveel tranen zijn geweend, omdat de genade, door de Heere haar geschonken, haar voor zovelen tot een voorwerp van innige liefde had gemaakt.

De schrijver leerde haar meer bijzonder kennen sinds de laatste weken van het jaar 1853. Van die tijd af begon de Heere haar als goud in de smeltkroes te werpen en een vuur van grote verdrukking daaronder aan te steken. De uitkomst heeft — zo schrijft hij — evenwel geleerd, dat haar geloof een goud was, beproefd komende uit het vuur, hetwelk door de ondersteuning der Goddelijke genade die verdrukkingen kon doorstaan.

We willen letten op wat de schrijver daaromtrent verhaalt.

Zij had 4 kinderen, waaraan zij met moederlijke liefde was verbonden.

In december 1853 nam de Heere haar oudste zoon, een knaapje van elf jaar, op een smartelijke wijze van haar weg. Korte tijd daarna kwam de gevreesde longziekte op haar stal, en haar kudde werd stuk voor stuk voor haar ogen geslacht, zodat zij weinig over hield. Onder die aanhoudende roede ging zij gebukt, maar evenwel met onderwerping. Zij beleed, dat de Heere haar nooit nadrukkelijker bepalen kon bij de strafwaardigheid en schuld van haar zonden dandoor hetdodenvanhaar zoon en door het doden van het schepsel, dat om harer zonden wil de ijdelheid onderworpen was en het juk der bezoekingen dragen moest.

Zij gevoelde dan ook geen bijzondere begeerte om datgene te behouden, wat deHeerehaar ontnam, maar wel om onder de roede een verootmoedigd schuldbelijdend hart voor God te hebben.

Nu en dan zelfs hoorde de schrijver haar zeggen: ik acht het een voorrecht, dat ik mijn zoon en beesten missen kan, want het is een bewijs, dat daarin niet mijn gehele schat bestaat. Indien ik alles maar in God mag vinden, dan kan ik alles behalve God ontberen. Het bleef evenwel daar niet bij. Toen de longziekte begon af te nemen, ontving de schrijver van één harer geliefdste vriendinnen de boodschap, dat Jiskens oudste dochter, een lief aanvallig meisje van 17 jaar, gevaarlijk ziek was, ja op haar uiterste lag.

Hierover echter de volgende keer.

In het leven van deze vrouw is wel in het bijzonder uitgekomen, dat de Heere het vlees niet spaart, maar ook wat Zijn genade vermag. En daarin werd de Heere verheerlijkt. Ook zij mocht ervaren:


Maar, trouwe God, Gij zijt Het schild, dat mij bevrijdt.
Mijn eer, mijn vast betrouwen.
Op U vest ik het oog:
Gij heft mijn hoofd omhoog.
En doet m’ Uw gunst aanschouwen.
’ k Riep God niet vrucht’ loos aan;
Hij wU mij niet versmaan,
In al mijn tegenheden;
Hij zag van Sion neer,
De woonplaats van Zijn eer,
En hoorde mijn gebeden. Ps. 3: 2.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.