+ Meer informatie

EU-richtlijn reden tot zorg

Van der Staaij: Gevolgen voor AWGB onduidelijk

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Het Europees Parlement (EP) sprak deze week over een conceptrichtlijn over gelijke behandeling in arbeid en beroep. Een gevoelig onderwerp. De Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) zorgde binnen het christelijk deel van Nederland in 1993 al voor opschudding. Wat betekent de nieuwe richtlijn voor de voor christenen zo belangrijke uitzonderingsbepalingen in de AWGB?

"Dat is nu net het probleem", zegt SGP-kamerlid Van der Staaij. "We hebben de consequenties van deze richtlijn voor de Nederlandse wetgeving niet helder in beeld. Het kabinet mag dan wel zeggen "dat de richtlijn naar verwachting materieel-inhoudelijk geen afbreuk zal doen aan de uitzonderingsbepalingen in de AWGB", maar die formulering geeft al aan dat het allemaal niet 100 procent zeker is. Zulk soort dingen is in het verleden wel vaker gezegd. Achteraf bleek dan dat de Nederlandse wetgeving wel degelijk aangepast moest worden, maar echte discussie was in die fase niet meer mogelijk."

Juist bij een onderwerp als dit, komt het aan op uiterst zorgvuldige formuleringen. Van der Staaij: "Dat hebben we gezien bij het debat over de AWGB, ruim zeven jaar geleden. Hoe uitvoerig is er toen niet gesproken over het zogenaamde "enkele feit". Uiteindelijk heeft minister Dales toen gezegd dat een reformatorische school een homoseksuele sollicitant niet mag weigeren op grond van het enkele feit dat hij homoseksueel geaard is. Volgens haar is aan die geaardheid onlosmakelijk ook een homoseksuele levenswijze gebonden. Wel zou een school zo iemand mogen weigeren als zij duidelijk kan maken dat grondslag en doel van de instelling zich niet verdragen met het aannemen van zo'n persoon."

Wollig

Het SGP-kamerlid wil maar zeggen: "Het kan bij dit soort onderwerpen om punten, komma's en accenten gaan. Je moet de woorden soms op een goudschaaltje wegen. Daarom vind ik dat Nederland niet te snel in moet stemmen met wollige richtlijnformuleringen, voordat duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de wetgeving alhier. De toch al wankele uitzonderingsposities van het christelijk onderwijs en de christelijke zorg mogen niet verder worden aangetast. Ik heb dat dit voorjaar ook al aan het kabinet voorgehouden. Daarbij is mij verzekerd dat de inzet van het kabinet zou zijn deze kwestie goed te regelen. Maar inzet alleen is natuurlijk niet voldoende."

Dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de richtlijn en zijn consequenties, vindt ook europarlementariër Blokland. De RPF/SGP/GPV-vertegenwoordiger in het EP nam deze week deel aan het debat over de richtlijn. "Door het parlement is een amendement ingediend om de uitzonderingspositie van levensbeschouwelijke instellingen duidelijker vast te leggen. Dat amendement is ook aangenomen. Het probleem voor onze fractie is dat we het met het eerste deel van dat amendement eens zijn, met het tweede niet."

Het eerste deel van het wijzigingsvoorstel betreft een opsomming van instellingen die onder de uitzonderingsbepaling kunnen vallen. Blokland: "Het oorspronkelijke voorstel bevatte helemaal geen nadere uitwerking. Met de meer concrete opsomming die nu is opgenomen zijn we dus blij." Het tweede deel van het amendement geeft veel meer reden tot zorg. "Wij begrijpen dat onderdeel zó dat een christelijke school of zorginstelling een sollicitant op grond van zijn seksuele geaardheid of levenswijze niet mag afwijzen, tenzij hij zijn opvattingen daarover actief uitdraagt en die opvattingen strijden met de religieze grondslag van de instelling. Dat laatste zou echter weer niet voor alle sollicitanten gelden. Sollicitanten voor leidinggevende functies zouden op grond van dat criterium wel afgewezen mogen worden, gegadigden voor lagere functies niet."

Maar wat betekent dat nu? vraag Blokland zich af. "Zou je een sollicitant voor het Reformatorisch Dagblad die politiek gezien zo rood is als wat, wel mogen afwijzen als het om de functie van hoofdredacteur gaat, maar niet als hij een gooi doet naar de functie van gewoon journalist?"

Onduidelijkheid

Op dit punt blijft veel onduidelijkheid bestaan, vindt de europarlementariër. "Ook ik weet niet wat van dit onderdeel de precieze gevolgen zullen zijn voor de Nederlandse wetgeving. Het is voor onze fractie wel een punt van grote zorg. Liever hadden wij gezien dat Europa zich helemaal niet met dit onderwerp bemoeide. Laten de nationale staten, met ieder hun eigen cultuur, dit maar uitmaken. Europa is volgens artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam ook niet verplicht om op dit gebied wetgeving te maken. De EU mag dat doen, maar hoeft het niet te doen."

Wat de werkelijke implicaties voor Nederland zijn, zal dus pas op langere termijn blijken. De totale richtlijn gaat nu eerst naar de Europese Commissie. Als die ernaar gekeken heeft, beslist uiteindelijk de Raad van Europa. Die is niet gebonden aan de wijzigingen die het EP deze week heeft aangebracht. Van der Staaij: "In principe heeft Nederland hier dus nog een mogelijkheid van beïnvloeding. Ik hoop dat naar de precieze tekst nog eens goed gekeken zal worden. Nu kan het nog."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.