+ Meer informatie

WEET GIJ NIET?

gedachten over doopgedachtenis

8 minuten leestijd

DENKEN AAN JE DOOP

De tijd van Wormser, die zei: ‘Leer dan der natie haar doop verstaan en waarderen en kerk en volk zijn gered’ (1853) ligt ver achter ons. De meeste mensen in ons land zijn niet gedoopt en die wel gedoopt zijn weten vaak niet wat hun doop betekent. Dat maakt de vraag urgent voor de christelijke gemeente vandaag: wat betekent het dat je gedoopt bent? Om te bewerkstellingen dat gemeenteleden zich meer bewust worden van de betekenis van de doop, zoekt men de laatste decennia naar nieuwe middelen. Een van die middelen maakt in de Protestantse kerken opgang, de zogenaamde ‘doopgedachtenis’. Dat wordt een soort alternatief voor de volwassendoop, die je bewust meemaakt. Kun je bepaalde middelen bieden, waardoor de doop niet herhaald wordt, maar herdacht? Eén van de vormen van doopgedachtenis wordt ook wel ‘doopvernieuwing’ genoemd. Ik kom daar op terug.

BETEKENIS VAN DE DOOP

Fundamenteel is wat het sacrament van de doop betekent. In het Nieuwe Testament is de doop het zichtbare teken en zegel van het behoren bij Christus Jezus en het delen in zijn heil. Gedoopt worden is een diep ingrijpend gebeuren in je leven. Paulus noemt het in Romeinen 6 het waterbad van het sterven en opstaan met Christus. De doop plaatst je in een totaal nieuwe werkelijkheid, de werkelijkheid van verzoening van zonden, van nieuw leven en van een perspectief op het eeuwige leven. Je zou het kunnen weergeven met de woorden van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus. De doop betekent en verzegelt: ik ben niet meer van mezelf, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Ook markeert de doop het behoren bij de christelijke gemeente. Wie bij Christus behoort, behoort ook bij zijn lichaam. Dat zijn allemaal grote dingen. Maar ook kritische dingen. De doop kan alleen maar tot een gedoopt leven leiden door geloof en bekering. Zonder geloof is het onmogelijk als gedoopt mens te leven.

Zo markeert de doop de overgang van het oude leven in de zonden naar het nieuwe leven met Christus. Die overgang is zo fundamenteel dat die niet herhaald kan worden. Zoals artikel 34 van de NGB zegt: wij kunnen maar één keer gedoopt worden. De keerzijde hiervan is dat de doop ook nooit meer te niet gemaakt kan worden. De gewoonte van het ‘ontdopen’, zoals die vandaag plaatsvindt, is een irrealis. Dat bestaat niet.

HET VERBOND

We kunnen de doop ook bezien als het teken en zegel van Gods verbond. Gods genadevolle relatie met zondige mensen, waarbij Hij hen zijn heil belooft en hun antwoord daarop wil bewerken. Zoals in het Oude Testament de besnijdenis het teken van het verbond was, zo is dat in het Nieuwe Testament de doop. Bij het verbond behoren niet alleen volwassenen gelovigen, maar ook hun (kleine) kinderen. In het Nieuwe Testament worden daarom hele huisgezinnen gedoopt. Ook aan de kleine kinderen belooft de Heere zijn heil en zijn Geest om hen te brengen tot het geloof, waardoor ze het verbond leren beantwoorden. In onze gereformeerde traditie heeft men de kinderdoop niet voor niets als een kostbare gave en opgave gezien.

DOOPGEDACHTENIS

Maar nu de vraag, waarom in onze tijd steeds meer de roep klinkt om een gedach-tenis van de doop. Daar zijn verschillende redenen voor te noemen. In de eerste plaats speelt de behoefte aan ervaring mee. De kinderdoop heeft men niet bewust meegemaakt, men heeft het waterbad niet bewust gevoeld en ervaart dat als een gemis. Vervolgens kan de situatie van de kerk als volkskerk meespelen (PKN). Die kan leiden tot een slijtage van de doop. Ouders laten hun kinderen soms dopen ‘uit gewoonte of bijgeloof’. Een ander motief is de hang naar mondigheid. Niet wat anderen (ouders) over je beslissen is van belang, maar waar je zelf voor kiest. Tenslotte noem ik ook de chronische onderwaardering van de doop in ultra-gereformeerde kring. De doop is dan alleen maar iets uiterlijks, los van persoonlijk geloof en wedergeboorte.

K ZAL GEDENKEN

Hoe moeten we de vraag naar doopgedachtenis waarderen? Ik zie het allereerst als iets positiefs. Het is een Bijbels gegeven dat het volk Israël wordt opgeroepen om de daden van God te gedenken (Ps. 77:12), bijvoorbeeld de doortocht door de Schelfzee. Ook in het Nieuwe Testament liggen de dingen zo. Paulus vraagt in Romeinen 6 aan de gemeente in Rome: weet u niet dat u gedoopt bent (vers 3)? Houdt dat vooral in gedachtenis. Het gaat dan om het leven uit de grote daden van God in Christus. Maar hier moeten we wel bij zeggen dat we er voor moeten waken dat ons gedenken van de daden van God niet in de plaats komt van de daden van God Zelf. Dan zou het doel van het gedenken het tegendeel bewerken van wat het bedoelt te zijn. Ik denk dat het een Bijbels kader is om de doopgedachtenis te zien als een vorm van verbondsvernieuwing.

BELIJDENIS EN AVONDMAAL

Precies dat kennen wij al sinds de dagen van de Reformatie in de vorm van de openbare geloofsbelijdenis. Dan geven we antwoord op onze doop, zeggen we ja op Gods verbond. We eigenen onze doop toe. Dit eeuwenoud gebruik in de kerk is en blijft de belangrijkste vorm van doopgedachtenis. Het mag positief gezien worden om hieraan een mooie, zinvolle, ook soms nieuwe invulling te geven. Bijvoorbeeld dat de nieuwe lidmaten in een kring om de doopvont staan en eventueel met de hand op de vont hun geloof belijden. De Lutheranen kennen allang een doopgedachtenis in de paasnacht, met gebruik van zinvolle rituelen. In het verlengde van de geloofsbelijdenis als doopgedachtenis ligt de viering van het avondmaal. Het water van de doop wijst immers op hetzelfde als het brood en de wijn: Het lijden en sterven van Christus, dat ons reinigt van alle zonden. Wanneer de woorden klinken: gedenkt en gelooft, dan mogen we daarbij ook denken aan onze doop. Gedenkt en geloof dat u gedoopt werd. Avondmaal vieren is het verbond en daarmee de doop vernieuwen.

INCIDENTEEL OF STRUCTUREEL?

Wanneer we hier nu verder over nadenken openen zich nieuwe, Bijbelse perspectieven. Het gaat er dan om dat de doopgedachtenis een geïntegreerde plaats heeft in het leven van de gemeente. Hoe krijgt de doop in de gemeente die centrale plaats die zij in de gemeente van het Nieuwe Testament inneemt? Daarbij gaat het niet zozeer om een incidentele, maar om een structurele doopgedachtenis. Ik denk allereerst aan de prediking als verkondiging. De doop dient in de preek een belangrijke plaats in te nemen. Niet voor niets staat de doopvont tijdens de eredienst in de buurt van de preekstoel. De predikant doet er goed aan de gemeente geregeld op de doopvont te wijzen. Daarnaast is elke dienst waarin de doop bediend wordt een uitnemende vorm van doopgedachtenis. Dat kan nog worden versterkt door de kinderen van de gemeente bij de doopvont te roepen en hen onderricht te geven over de betekenis van hun doop. De versterking kan ook gestalte krijgen door de gemeente als doopgetuige samen met de doopouders het jawoord te laten uitspreken.

ANDERE VORMEN

Maar er zijn ook andere vormen van doopgedachtenis. Met name thuis. In elk gezin behoort om zo te zeggen ‘een doopvont te staan’. Wanneer ouders hun kinderen naar bed brengen, krijgen ze een unieke gelegenheid hen te leren hun doop te gedenken. Ze leggen hun hand (eenvoudig) op het voorhoofd van hun kind en zeggen: hier werd je eenmaal gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een mooie manier van doopgedachtenis is om de doopdag te vieren. Stel: een kind is op 10 mei gedoopt. Elk jaar wordt dat op de 10e mei herdacht en gevierd. Door het Bijbelgedeelte te lezen dat gelezen werd in de doopdienst. Door een lied te zingen, te bidden. Sommige ouders geven hun kind een klein presentje, bijvoorbeeld een dagboekje. Ook kan de doopkaart en/of doopkaars een functie krijgen. Zo krijgt de doopdag een gouden rand, het goud van Gods trouw en genade. De kerkenraad kan zorgen voor geschikt materiaal voor de doopdag.

DOOPVERNIEUWING

En de doopvernieuwing? Daarmee wordt bedoeld dat reeds gedoopte mensen, die afgedwaald waren van kerk en geloof en terugkeren, een ritueel met behulp van water beleven. Bijvoorbeeld door hun hand in het water te houden en daarbij een geloofsbelijdenis uit te spreken. Ik zou er niet voor zijn. Het wordt heel gauw ervaren als een vorm van gedoopt worden. Aangezien de doop onherhaalbaar is, moet elke schijn in die richting voorkomen worden.

DOOPCATECHESE

De belangrijkste vorm van doopgedachtenis is doopcatechese. Niet alleen de ouders die hun kindje laten dopen dienen grondige doopcatechese te ontvangen, maar gemeentebreed dient onderricht in de betekenis van de doop gegeven te worden. Het kan een dam opwerpen tegen het grote gevaar van ‘vergeten’. Hier ligt huiswerk.

TENSLOTTE

Boven mijn bed hangen ze, mijn doopkaart en mijn belijdenisplaat. Bovenaan de doopkaart, en daaronder, eraan hangend de belijdenisplaats. In die volgorde. Elke avond als ik naar bed ga en elke morgen als ik mag opstaan, kijk ik er naar en zeg ik: ik ben gedoopt. Zo kun je ook je doop gedenken. Gedachtig aan wat Luther leerde: elke dag uit je doop kruipen.

Prof. dr. W. Verboom (1941) is emeritus-hoogleraar in de Geschiedenis van het Nederlands Protestantisme aan de Rijksuniversiteit te Leiden en heeft veel gepubliceerd op het terrein van de catechese.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.