+ Meer informatie

VERNIEUWING EN VERWARRING

3 minuten leestijd

Elk kerkverband heeft een eigen geschiedenis. Zo ook de Gereformeerde Gemeenten. Een spannende en betekenisvolle periode was die van 1946-1950. Eerder dit jaar promoveerde dr. M. Golverdingen, zelf predikant binnen dit kerkverband, op een onderwerp dat dit tijdvak beschrijft en evalueert.

Deze promotie, en dan uiteraard vooral het boek dat daaraan ten grondslag ligt, bracht heel wat tongen en pennen binnen de gereformeerde gezindte in beweging. En het laatste woord zal er ook nog niet over gesproken zijn. Het gaat dan ook om zaken die meerdere kerken jarenlang tot op het bot geraakt hebben. Wat is de juiste verhouding tussen verkiezing en verbond, en tussen Gods aanbod van genade en de menselijke verantwoordelijkheid?

Wijlen ds. R. Kok (1890 - 1982), die vele jaren predikant was binnen de Gereformeerde Gemeenten, had daar uitgesproken opvattingen over. Hij was er de man niet naar om deze af te zwakken of maar niet zo prominent naar voren te brengen. Binnen zijn gemeente in Veenendaal (de voorloper van de huidige Pniëlkerk) kwamen de zaken op scherp te staan. Zijn grote tegenpool was dr. C. Steenblok, enkele jaren voor het tijdvak 1946-1950 overgekomen vanuit de Gereformeerde Kerken.

Het boek van dr. Golverdingen legt de begripsverwarring bloot rond de begrippen ‘aan-bod’ en ‘belofte’. Feitelijk hadden de Gereformeerde Gemeenten zichzelf opgesloten in hun eigen leeruitspraken van 1931 waarin wordt gesteld dat het genadeverbond is opgericht met de uitverkorenen, en niet met de gelovigen en hun zaad (Gen. 17:7).

Had men hier maar over doorgesproken. Het is te waarderen dat ds. G.H. Kersten, die we wel de geestelijke vader van dit kerkverband mogen noemen, vlak voor zijn sterven nog een poging heeft ondernomen om de tegenstelling Kok-Steenblok te overbruggen door het boekje ‘Het verbond der genade’ van Fisher en de Erskines te publiceren.

Maar het mocht niet meer baten: de kaarten waren geschud. Ds. Kok kreeg niet meer de gelegenheid om vlak voor zijn schorsing tijdens de classisvergadering een weerwoord te geven. Er was blijkbaar niet meer de bereidheid om door te vragen naar elkaars motieven. Ds. Kok werd geschorst, kwam met zijn gemeente op zichzelf te staan en sloot zich zes jaar later aan bij ons kerkverband.

Er kan zich op kerkelijke vergaderingen in bepaalde situaties blijkbaar een psychologische blokkade voordoen waardoor men de ander niet meer bereikt. Maar zijn we er met een psychologische verklaring? Zit hier niet een ernstig geestelijk manco achter? Dr. Golverdingen aarzelt niet om in dit opzicht de vinger op de zere plek te leggen. De vijfde stelling bij de dissertatie verwoordt het zo: ‘Kerkelijke conflicten, zoals in de Gereformeerde Gemeente van Veenendaal in de jaren 1948-1950, kunnen als regel worden herleid tot een gebrek aan goede communicatie of het niet of onvoldoende praktiseren van de heiligmaking’.

Ook kerkrechtelijk blijkt er van alles gerammeld te hebben in dit hele conflict. De objectieve afspraken in de kerkorde bedoelen de regering van Christus in Zijn kerk te dienen.

Al met al bevat dit boek niet alleen een uitermate boeiende beschrijving van een belangrijk stuk kerkgeschiedenis (het leest ook nog eens als een trein), maar het bergt ook lessen in zich die we alleen maar tot onze geestelijke en kerkelijke schade kunnen verwaarlozen.

Aanbevolen lectuur, al word je er niet blij van!

N.a.v. M. Golverdingen, Vernieuwing en verwarring. De Gereformeerde Gemeenten 1946-1950. Uitg. Den Hertog, Houten 2013, 347 blz., € 47,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.