+ Meer informatie

Interview met ds. K.T. de Jonge en br.J.J. van der Knijff DE DIAKEN ALS DIRIGENT EN VOORZANGER

10 minuten leestijd

In het diaconaat gaat het om het inzamelen en uitdelen van de gaven die God aan zijn gemeente heeft gegeven. Ds. K.T. de Jonge (1946), emerituspredikant en voorzitter van het deputaatschap diaconaat, publiceerde regelmatig over deze thematiek, laatst nog in het boek Dienen en delen. J.J. van der Knijff (1960), deputaat diaconaat en oud-diaken, heeft zelfs van het diaconaat zijn beroep weten te maken. Als consulent en lobbyist is hij werkzaam bij Per Saldo, de belangenvereniging voor mensen met een persoonsgebonden budget. Een - afzonderlijk gehouden - gesprek met hen over hoe het momenteel gesteld is met het diaconaat in de CGK.

Toen Van der Knijff in 1985 als diaken begon in de gemeente van Rijnsaterwoude, had hij geen flauw idee wat hij allemaal moest doen. Enig leeswerk en een cursus bij diaconaal consulent Herman van Well deden de schellen van zijn ogen vallen. ‘Ik heb geleerd dat de diaken een soort dirigent is, die niet zelf moet zingen of het concert geven. Hij moet zien de leden aan het werk te krijgen en ze inzicht te verschaffen in wat er gedaan moet worden.’ Frappant is dat ds. De Jonge, al heeft hij tijdens zijn theologische opleiding een en ander meegekregen, zich in vergelijkbare bewoordingen uitdrukt: ‘Voor mij zijn de ogen open gegaan voor het middel van het diaconale huisbezoek. Hierdoor leren de diakenen de gemeenteleden kennen en de gemeenteleden de diaken. Op dat huisbezoek kan informatie verstrekt worden over het diaconale werk wat er in of door de gemeente gebeurt en de gemeenteleden kunnen daar zo bij betrokken worden. Verder geeft dit huisbezoek zicht op deze gemeenteleden, hun gezondheid, hun werk, de school en de opvoedingssituatie. Bij diaconaal huisbezoek vindt er, in opdracht van de gemeente en vooral van de grote Zender, een ontmoeting plaats als vervolg op de kerkdienst. De lijn naar de zondagse eredienst is erg belangrijk. Als diaconaat daar goed zichtbaar is, dan zal dat uitwerken naar een meer diaconale gemeente. Ik bedoel niet dat er speciale diaconale diensten moeten komen. Maar waar het diaconaat aan de orde komt, bijvoorbeeld bij de collecte en in het gebed, laat het daar goed naar boven komen.’

SCHULDIG

U geeft het al aan: in de loop van de jaren is in het diaconaat het accent verschoven van de diaken naar de diaconale gemeente. Is dat (Bijbels) terecht?

Van der Knijff: ‘Het een sluit het ander niet uit. Om nog even terug te komen op het beeld van de dirigent: het is belangrijk dat een dirigent zelf ook kan zingen en iets zo nodig kan vóórzingen. De diaken is dus ook een soort voorzanger, die bedoelt de hele gemeente zuiver te laten zingen.

Mij raakte in dit verband onlangs de uitdrukking uit de Heidelbergse Catechismus “wat wij onze naaste schuldig zijn” (zondag 34). Wij. In het oosten van het land kennen ze nog de ‘noaberzorg’, in Kampen spreken ze zelfs over de ‘noaberplicht’. Dit zijn nog restanten van onze christelijke wortels. lets daarvan zie je ook achter bijvoorbeeld de WMO: de verantwoordelijkheid voor elkaar wordt teruggelegd in de samenleving. Wat mij ook opviel was dat “schuldig”. Wij noemen mantelzorg vrijwilligerswerk. De catechismus leert ons dat het verplicht is en een Bijbelse opdracht moet heten.’

De Jonge: ‘Ik heb geen enkele aarzeling om deze vraag positief te beantwoorden. Voordat er een diaken was, was er al diaconaat. Diaconaat van de gemeente is belangrijker dan of er een diaken is. De diaconale gemeente is een gemeente waar gemeenteleden zelf actief bezig zijn. De diaken is er om de gemeente tot het diaconaat te brengen en haar toe te rusten. Voor de ontwikkeling van het diaconaat in de afgelopen halve eeuw hoeven de CGK zich niet te schamen, al zou het altijd nog beter kunnen.’

SOCIALE UITSLUITING

Hebben we in onze huidige welvaartstaat, geziert het bestedingspatroon vergeleken met ontwikkelingslanden, nog wel armen? Met andere woorden: heeft de diaconale gemeente nog wel wat te doen?

De Jonge: ‘Natuurlijk kun je bij een vergelijking van de armen van Nederland met die van Mozambique wel eens denken: waar hebben we het over? Maar er is ook zoiets als relatieve armoede en zo bezien heeft elke samenleving haar armen. Ook in Nederland is dat in toenemende mate het geval. Als je 2 Korinthe 8 en 9 leest, dan kom je zaken tegen als billijkheid en een goede verdeling die je ook binnen je eigen samenleving moet toepassen. De grote welvaartsverschillen zijn geen tekenen van gerechtigheid. Ik zie in toenemende mate dat diakenen vanuit kerken meewerken aan programma’s tegen sociale uitsluiting. Men probeert dienstbaar te zijn, niet alleen met geld, maar ook met huiswerkcursussen, taalcursussen etc. Dat zijn mooie ontwikkelingen.

Het is in onze samenleving wel zo dat het helpen van mensen in nood in de eerste plaats een taak van de overheid is en dat wij niet de taken van de overheid moeten overnemen. We moeten de hulpverlening oppakken waar die nagelaten wordt en tegelijkertijd de overheid eraan herinneren dat het wel haar taak is, tijdelijk en plaatsvervangend.’

Van der Knijff: ‘Ik heb een gemeentelid dat meende dat armoede in Nederland niet voorkomt eens gevraagd te verteilen hoe een alleenstaande vrouw met drie kinderen met € 23,- per week voor eten, drinken en kleding moet rondkomen. Bovendien kun je spreken van armoede als er ten gevolge van geldtekort sociale uitsluiting is. Het is belangrijk dat mensen hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid behouden of terugkrijgen. Daarom ben ik ook een tegenstander van hulp in natura. Beter kun je geld geven, al besef ik terdege dat sommige mensen daar weer een coach voor nodig hebben. Voedselbanken kunnen tijdelijk een nuttige functie voor iemand hebben, maar in het algemeen maakt het mensen passief. Door mensen te faciliteren en te leren om met geld om te gaan geef je mensen hun eigenwaarde en zelfvertrouwen terug. Dat is noodzakelijk om in onze samenleving te kunnen overleven.’

BORDJE

Sinds de Algemene Bijstandswet uit 1965 spreken we van een verzorgingsstaat. Na de crises van het laatste decennium zie je de verzorgingsstaat afbrokkelen. Is dit voor de kerk een bedreiging of juist een uitdaging?

De Jonge: ‘Het is een uitdaging om als kerk weer actief te worden. Het is goed dat we mee kunnen helpen de mantelzorg te versterken, al zal er altijd professionele hulp nodig blijven. We zullen de overheid moeten blijven oproepen haar verantwoordelijkheid te nemen. Ik maak me grote zorgen over de bezuinigingen die door de regering worden voorbereid. Als dat allemaal op het bordje van de kerken moet komen, dan moeten we eerlijk zeggen dat gat niet te kunnen opvullen. Er zullen zeker meer hulpvragen op ons afkomen.’

Van der Knijff: ‘Het is een illusie te denken dat de kerk de afbrokkeling van de verzorgingsstaat kan opvangen, ook als ze dat zou willen. Macro gezien stelt de inzet van de kerk niets voor. Misschien dat hier en daar in de Biblebelt een grote en vitale kerk wat kan betekenen, maar de kleine kerken kunnen dat nauwelijks. Bovendien zijn er daar ook onder die zodanig klein of vergrijsd zijn dat ze niet meer mee kunnen doen in de samenleving en waarvan de leden zelf hulpbehoevend worden.

Daarnaast geldt dat de kerk sinds de komst van allerlei sociale wetten de diaconale roeping gewoon verleerd heeft. Bovendien zie je dat de kerk op het terrein van de gezondheidszorg de greep op die instellingen is kwijt geraakt. Vrijwel nergens zitten meer diaconieën in het bestuur van die instellingen. In bredere zin geldt dat ook: zelden ontmoet ik kerkmensen in bijvoorbeeld de WMO-raden.’

IMAGOSCHADE

De laatste tijd is de samenstelling missionair-diaconaal nogal in. Is dat terecht? Zit er spanning in het samengaan van evangelieverkondiging en diaconaal bezig-zijn?

Van der Knijff: ‘We spreken over de volgorde missionair-diaconaal, maar we hebben het altijd andersom gedaan: diaconaal-missionair. Veel te vaak is diaconaat als een worst voor de neus gehouden waarmee we de hond aan het lopen konden krijgen. Dat beeld hebben mensen nog steeds van de kerk. Als de kerk komt helpen, dan denkt de niet-gelovige mens: die komt zieltjes Winnen. We hebben in het verleden veel imagoschade opgelopen. Nog altijd zie ik mensen afwijzend reageren wanneer ik bijvoorbeeld in een kerkgebouw een algemene avond beleg voor Per Saldo. De hele toestand rond het seksueel misbruik in de kerk doet daar natuurlijk evenmin goed aan.

Wanneer je het diaconale en missionaire combineren wil, wees daar dan duidelijk over en communiceer dat direct. Het is goed dat we deze begrippen in de kerk onderscheiden en in twee deputaatschappen onderbrengen, maar in de plaatselijke gemeente loopt het werk door elkaar. Ik ben er enthousiast over hoe bijvoorbeeld de stichting House of Hope in Rotterdam vanaf de eerste dag heel duidelijk over haar missie is, zonder dat ze provoceert.’

De Jonge: ‘Het samengaan van die begrippen is terecht, maar blijft spanningsvol. Je ziet dit samengaan al in Handelingen 2, waar de gemeente getuigt met het Woord én de goederengemeenschap beoefent. De kerk heeft op dit gebied helaas niet altijd goede papieren. In de dertiger jaren verleende de kerk bijvoorbeeld diaconale hulp op voorwaarde dat de mensen naar de kerk kwamen. Als er hulp gevraagd wordt, dan moet je die onvoorwaardelijk geven. Zelf zie ik meer dan vroeger in hoe de kerk, c.q. het diaconaat, niet los moet raken van zijn geestelijke wortels, zodat diaconaat een beweging in zichzelf dreigt te worden. Ambtelijk Contact en de ambtsdragersconferenties hadden daaraan meer kunnen bijdragen. De laatste decennia ontbraken de diaconale thema’s te veel. Ik hoop dat Ambtelijk Contact op een goede manier doorgaat. Een goede samenwerking met Di@coon is wenselijk.’

BESTUURLIJK

In onze kerken maken diakenen volledig deel uit van de kerkenraad. Toch is dat in bredere kerkelijke vergaderingen maar mondjesmaat het geval. Is dat terecht? Of zouden diafeenen geen deel moeten uitmaken van de kerkenraad, zodat er bijvoorbeeld ook meer ruimte komt voor de vrouwelijke diaken?

De Jonge: ‘In de praktijk valt het nog wel wat tegen dat de diaken volledig deel uitmaakt van de kerkenraad. Ik hoop niet dat men de diaken uit de kerkenraad haalt en zie dat ook niet als een oplossing. Deputaten diaconaat hebben wel eens geprobeerd de diaken beter op de brede kerkelijke vergadering vertegenwoordigd te krijgen, maar dat is niet goed gelukt. Hoe dat komt, weet ik niet goed. Het zit niet in de brains van kerkleden. Diakenen zelf zijn ook niet erg gewillig om naar brede kerkelijke vergaderingen te gaan. Het bestuurlijke is bij diakenen in het algemeen niet zo aanwezig. Ik verwacht wel wat van de Classicale Diaconale Vergaderingen, de bijeenkomsten van alleen diakenen in classisverband. Als die een goede relatie met de classis bewaren, dan zouden ze het diaconaat op de classis kunnen versterken.’ Van der Knijff: ‘Behalve wat ds. De Jonge noemt, zou ik willen wijzen op het grotere kader. Er zijn allerlei bewegingen in de samenleving en ook in de kerk aan de gang rondom emancipatie van diverse groepen (zoals gehan dicapten, vrouwen en mensen van hetzelfde geslacht) en een vermeende botsing tussen het grondrecht van vrijheid van godsdienst met het grondrecht van gelijke behandeling. Daarachter zie ik een algemene tendens dat men zich niet meer wil onderwerpen aan (Schrift)gezag. We zijn hier sterk beïnvloed door het verlichtingsdenken en de Franse revolutie. Ik ben bang dat we op dit terrein met een achterhoedegevecht bezig zijn.’

CHIPKNIP

Tot slot nog iets heel anders: collecteren gebeurt altijd nog met de zak. Is dat niet een achterhaalde manier van inzamelen in deze tijd van chipknip en creditkaart en denkt u niet dat dit gaat of zelfs moet veranderen?

De Jonge: ‘Ik hoop het niet mee te maken dat mensen met de chipknip gaven voor God bij elkaar gaan brengen. Een klein beetje dezelfde moeite heb ik al met de collectebonnen. Principieel vind ik dit punt echter niet. Mooi vind ik zoiets als ‘actie schoenendoos’, waarbij kinderen goederen afstaan aan anderen.’

Van der Knijff: ‘De chipknip is zelfs al achterhaald. Ik zie voor me dat het binnen twee jaar technisch mogelijk is op de beamer de mededeling te laten verschijnen: en dan vindt nu de dienst der offeranden plaats, en dan kan iedereen met zijn smartphone geld overmaken. Direct zie je op het scherm, omdat het gelinkt is met de rekening van de kerk, via een thermometer het resultaat van de collecte. Voor mij is het leermoment erg belangrijk, en dan denk ik bijvoorbeeld aan mijn kleinzoontje dat de net gekregen euro weer moet afstaan aan de collectezak. Daar gaat het om: offeren. Ongetwijfeld zullen veel gemeenten nog eindeloos volharden met de diaken en de stok, en dat heeft ook een functie, maar ik zie het niet als principieel.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.