+ Meer informatie

In Hitzacker is Claus niet jarig...

In de ansichtkaartenrekken van 'zijn' Elbestadje geen portret van jonker Von Amsberg van "Dötzingen"

16 minuten leestijd

Vandaag viert prins Claus, onder niet al te vreugdevolle omstandigheden, zijn 65e verjaardag, maar prinsen gaan niet met pensioen. Op deze dag zal in zijn geboorteplaats Hitzacker aan de Elbe, op de grens van Nedersaksen en de 'nieuwe' deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren, zeker wel een groot volksfeest losbarsten? Welnee, niets van dat alles. De Kurverwaltung (VVV) weet van de prins geen kwaad en nergens zag ik daar in de boekhandel of souvenirwinkel ansichtkaarten met Claus en zijn Beatrix liggen. Houdt men in dat stadje niet van de Von Amsbergs en de Oranje-Nassaus? Of wil men deze bekende zoon van een nog jong en laag adellijk geslacht liever vergeten? Een rondblik in Hitzacker en bij het slot, dat geen heus kasteel is.

Hitzacker: waar en wat is het? Het ligt een kleine 500 kilometer van het RD, in noordoostelijke richting, voorbij Hannover en het bij sommige Nederlandse militairen bekende Lüneburg, waaromheen de heide nu volop aan het vergrassen is. Maar als we —onze fotograaf Henk Visscher en ik— in die door mooie Hanzehuizen gestempelde stad de weg naar Hitzacker vragen, zo'n 50 km verderop, moeten sommigen toch eerst even goed nadenken. „O ja, dat ligt in de buurt van Dannenberg en dat staat wel op de wegwijzers".

Wijn en water

Inderdaad, niet ver van Dannenberg vinden we het stadje. Hitzacker is ooit, vooral in de vorige eeuw, een voorname kuurbadplaats met gezonde lucht en koel helder water geweest. Ook was de wijnbouw op de "Weinberg" van enige betekenis. Beide elementen van economie en toerisme zijn nu nog aanwezig, maar het is tientallen jaren tamelijk stil geweest rond deze plaats van een paar duizend inwoners, gelegen in de Kreis Dannenberg-Lüchow (destijds provincie Hannover) en ingeklemd tussen de Wijnberg, die hooguit een heuvel is, en de Elbe, die hier kilometers lang de grens vormde met de vroegere DDR. Nog zie ik vanaf die "Weinberg" en later vanaf de Elbe-oever, op de plaats waar het riviertje de Jeetzel met twee armen uitmondt in de Elbe, de Oostduitse uitkijktorens van de DDR-grenspolitie staan. Langs de Oostoever loopt nog de strook niemandsland met het pad dat, op straffe van neergeschoten te worden, niet door DDR-burgers mocht worden overschreden. Een brug over de Elbe is hier niet meer. We zien er een, een eindje buiten Hitzacker stroomopwaarts, maar halverwege de rivier, op de 'kadastrale' grens, is die oude gietijzeren brug met machtige toegangspoort vanaf Oostduitse kant afgebroken of opgeblazen. Een spookachtig gezicht.

DDR-grensstadje

Hitzacker was in de ruim veertig DDR-jaren van gene zijde een nogal slaperig stadje, waar toeristen niet massaal op af kwamen. Toen vorig jaar op 3 oktober de Duitse eenwording een feit werd, werd er in Hitzacker een voetgangers- en fietsersveerpontje ingezet. Maar wie per auto naar het andere Duitsland wil, moet een flink eind omrijden om met een grotere veerboot over te varen naar Dömitz in Mecklenburg, of stroomafwaarts van Neu-Darchau naar Darchau. Maar wat heeft een westerse toerist in het infrastructureel nog zeer achterlijke achterland van Schwerin en Ludwigslust te zoeken? Hooguit kan men zijn oude (voor)oordelen bevestigd zien: het land van Honecker was grauw, kleurloos, arm, oninteressant.

Zelfs natuur en landschap lijken er ook nu nog onvriendelijker dan aan de Westoever van de Elbe, al zagen we in sommige dorpen de westerse economie haar intrede doen. Er zijn geprivatiseerde dorpskroegen, wat winkels en supermarkten of wat daarvoor door moet gaan. En het Bundesland Niedersachsen is bezig met de aanleg van een autoweg en brug die Mecklenburg toegankelijk moeten maken voor Hitzacker en omgeving. 'Grens'-verkeer is er al volop en wellicht zal het stadje op den duur weer bloeien als voorheen, toen het hertogelijk slot er nog stond. Hoewel in de jaren dat de DDR buurland was de stad niet echt 'dood' was.

Relatie stad en slot

De oudere serveerster in een fraai restaurant, thuisbasis van de Hitzackerse Schippersvereniging, aan de Jeetzeljachthaven, vertelt ons: „Nee, ook 'toen' hadden we weinig last. Er zijn geen grote incidenten geweest. Van vluchtelingen die hier de Elbe wilden oversteken en door de Vopo's zijn doodgeschoten, is mij althans niets bekend. Ook 'toen' konden onze plezierboten op de Elbe hun gang gaan, als ze de grens maar jn de gaten hielden".

Dat klopt wel, want een jaar na de Wiedervereinigung hangt in een vitrine van de gemeente Hitzacker aan de haven nog de, nu historisch geworden, gestencilde waarschuwing voor watertoeristen en de exacte loop van de zonegrens midden in de rivier. Kortom, er is heel wat gebeurd in deze stad en streek sinds hier op 6 september 1926 ene Claus Georg Wilhelm Otto Friedrich Gerd von Amsberg werd geboren op slot Dötzingen, nabij de (bekend klinkende) Gelderlander Strasse.

Dat de Von Amsbergs het stadje in deze lichtglooiende, overwegend agrarische, Noordduitse streek gestempeld hebben, kan niet gezegd worden. Nog sterker: weliswaar was een broer van Claus' moeder, baron Julius von dem Bussche, een tijdlang burgemeester van Hitzacker —ook toen in 1958 de stad zeven eeuwen bestond— maar van banden tussen kasteel en stad is nu weinig meer te merken. Dat zit zo: de Amsbergs zijn relatief nog maar zeer kort van adel en dan nog van heel waterig blauw bloed. Stamvader van hun geslacht was de in 1686 overleden meester-smid Jürgen Amsberg, toen nog Ambsberg geheten.

Lage, nog jonge adel

Het protestantse (lutherse) geslacht komt uit Mecklenburg, dus net over de Elbe, en kwam pas laat tot enig aanzien en tot de stand van patriciërs. Claus' voorvaders waren nog in de 17e eeuw bekwame handwerkslieden en daarna onder meer predikanten en burgerlijke en militaire ambtenaren. En pas op 31 oktober (Hervormingsdag...) 1891 ontving Gabriel Amsberg, generaal-majoor in dienst van de groothertog van MecklenburgSchwerin (uit welk geslacht ook Beatrix' grootvader prins Hendrik stamt), toestemming om het adelspredikaat 'von' aan de naam Amsberg toe te voegen. Die groothertog was Friedrich-Franz III, een halfbroer van 'onze' prins Hendrik. En zo zijn er, ietwat gezocht, al eerder banden tussen de Oranjes en Amsberg te signaleren...

Een kleinzoon van Gabriel (von) Amsberg, Claus, die leefde van 1890 tot 1953, trouwde in 1924 min of meer boven zijn stand met de in 1902 in het Saksische Döbeln geboren barones Gosta (of Gösta) von dem Bussche-Haddenhausen. Uit dat huwelijk sproten zes dochters en één zoon. Die zoon was onze prins Claus, die op 10 maart 1966 op zijn beurt als jonkheer een zeer voornaam huwelijk sloot, met prinses Beatrix van Oranje-Nassau, toekomstige vorstin der Nederlanden.

Geen oud stamslot

Wie nu Hitzacker bezoekt in de hoop hier tie sporen van Claus, zijn jeugd, zijn 'voorvaderlijk* slot aan te treffen, komt alleszins bedrogen uit. Dat zit zo: toen Claus' vader. Claus Felix Leopold Gabriel Julius August von Amsberg, huwde met de thans 91-jarige Gosta Julie Adelheid Marion Marie von dem Bussche gingen ze wonen op slot (meer een buiten of landhuis dan een echt kasteel) Dötzingen van de familie Von Dem Bussche. Maar ook dat is geen oud stamslot, waar vele eeuwen lang generaties Von dem Bussche woonden. Integendeel, het is een witgepleisterd laat 19e-eeuws landhuis met een min of meer klassieke entree in de vorm van een Grieks tempeltje. Het grote huis ligt dicht tegen de weg aan in een vrij klein park met veel esdoorns, eiken, kastanjes en een vijver.

Het slot is in de plaats gekomen van een veel ouder slot van de (hertogelijke) heren van Hitzacker, dat in 1889 is gesloopt. Wie meende dat de Amsbergs en de Von dem Bussches konden bogen op een traditie van vele eeuwen in stad en slot zit er dus naast. Slot "Dötzingen" is voor prins Claus thans ook niet echt meer van belang. Weliswaar werd hij er geboren, maar toen hij pas twee jaar was, vertrokken zijn ouders met de kinderen naar het voormalige Duits Oost-Afrika, Tanganyika (nu Tanzania), waar vader Von Amsberg zich vestigde als planter.

Claus en Afrika

De jonge jonker Claus werd later naar het internaat van de Baltenschule in Misdroy (Pommeren) gezonden, in het verre Oosten van Duitsland, en hij bezocht het gymnasium te Doberan. Na de oorlog studeerde Claus staatswetenschappen en rechten in Hamburg. Hij maakte carrière in buitenlandse diplomatieke dienst. Zo werkte hij op de Duitse vertegenwoordiging in de Dominicaanse Republiek, op de ambassade in Abidjan (Ivoorkust), terug in het hem dierbaar geworden Afrika, en later als Afrikakcnncr in Bonn. Zijn interesse in de Derde Wereld en in ontwikkelingssamenwerking is met déze achtergrond zeer verklaarbaar.

Inmiddels was in 1953 Claus' vader. Claus senior, in Jasebeck overleden. De hoogbejaarde moeder van Claus, barones Gosta, woont al een hele tijd niet meer op slot Dötzingen in Hitzacker. Ze verblijft in een bejaardenoord in het nabijgelegen Dannenberg en had al eerder elders een minder grote woning. Het slot —meer een buiten, dat aan de Vecht niet zou misstaan— ziet er niet al te goed onderhouden uit, maar wordt nog wel bewoond door een Von dem Bussche, een neef van prins Claus die de familiezaken behartigt en het huis beheert.

Maar hoe komt het nu dat de Hollandse toerist in Hitzacker bijna tevergeefs herinneringen aan de man van Beatrix zoekt? Je zou toch verwachten dat zo'n klein provinciestadje dat gegeven graag aangrijpt als promotiethema.

Geen Claus-reclame

Van het landschap alléén —lichte glooiingen, veel maïsbouw en weideland, een meer, een paar Jeetzel-rivierarmen en de Elbe, een wijnberg met sinds 1982 weer wijnranken en een jaarlijks wijnfeest met idem koningin— en van de status van Kurort kan men ook niet alles verwachten. Het is een landstadje van dertien in een dozijn, met wat vakwerkhuizen, een nogal 'boers' ogend raadhuis, een fontein in de vorm van een reuzenforel en een verwaarloosd pand aan de Markt met een grote gedenksteen over hertog August de Jongere van Braunschweig (Brunswijk) en Lüneburg, die leefde van 1579 tot 1666.

Zo'n stadje zou, denk je, best wat Claus-reclame kunnen gebruiken. Maar bij de Kurverwaltung en elders doen ze, zo lijkt het, alle moeite om die sporen min of meer te verdoezelen. „Nee, het slot is niet te bezichtigen, nee, ook de tuin is niet toegankelijk. Je kunt er wel langs rijden, maar je ziet er weinig van. Nee, echt indrukwekkend is het niet". Wel, dat klopte allemaal. De enige verwijzing naar onze prins die ik vond, is een wandel-plattegrondje van Hitzacker, door "Altstad" en "Kurgebiet". Als nummer 36 wordt vermeld: "Slot Dötzingen: vroegere zetel van de heren van Hitzacker, nu bezit van de familie Von dem Bussche. Geboortehuis van Claus von Amsberg, prins-gemaal van koningin Beatrix der Nederlanden". En dat is het dan wel.

Von dem Bussche

Geen Claus-bekers of -glazen (desnoods voor Clausthaler Alcoholfrei...) of foto's of boeken of lepeltjes van ons koninklijk paar bij VVV of winkels. Geen herinnering aan de bruiloft van 1966 of het zilveren jubileum van maart van dit jaar. Als 'typisch' lokale souvenirs dienen eerder kabouter- en heksenpoppen.' Volgens lokale legenden spelen die kabouters en heksen een rol rond de Wijnberg. Elke zaterdag van mei tot oktober daalt dwerg Oswald van de Wijnberg af naar de dwergenbron, waar toeristenkindertjes op hem wachten. Ze maken dan samen veel pret en gaan de 'Schat' zoeken.

Blijft nog de vraag: Waarom verzwijgt men in Hitzacker min of meer Claus? Is dat opzet of gebrek aan belangstelling? De ober in restaurant "Zum Anker" bij slot Dötzingen geeft er zijn , kijk op: „Wij in Nedersaksen zijn van nature ook niet zo verzot op koningshuizen of vorstelijke families. We zitten hier niet in Beieren en wij hebben geen Huis Wittelsbach of Habsburgers. En de moeder van jullie prins wóónt niet meer op het slot; een neef van hem nog wel. De Von dem Bussches wonen hier wel in de buurt, maar ze zijn geen burgemeester meer, zoals die "Oom Julius" destijds. En de verstandhouding tussen de stad en het stadsbestuur en de Von dem Bussche schijnt niet zo erg hartelijk te zijn".

Vervolg op pagina 6

Vervolg van voorpagina

VVV Hitzacker mag geen reclame maken met Claus

Promotie ongeoorloofd

„Of Claus hier nog wel eens kwam? Ja, maar daar merkten we weinig van. Hij kwam per helikopter naar hun huis en vertrok op dezelfde manier. Veel contact met de bevolking hier had hij niet. Hij is hier dan wel geboren, maar is al heel jong vertrokken. Van z'n familie kwamen ze wel eens in ons restaurant koffie drinken, maar erg veel hebben zij en de stad niet met elkaar te maken".

Elders lees ik in een Nederlands tijdschrift dat men van tijd tot tijd nog wel de hoogbejaarde barones Von Bothmer, een tante van prins Claus, in het stadje zelf haar boodschappen ziet doen. Als we met de ober van "Zum Anker" nog even doorpraten en vragen of er soms een stilzwijgende of bewuste afspraak is dat de VVV en de winkeliers Claus (en Beatrix) niet mógen gebruiken voor promotiedoeleinden van het stadje, komt hij later terug en zegt (mogelijk na zijn hoogste baas te hebben geraadpleegd) dat dat inderdaad het geval is: de Kurverwaltung wil dolgraag reclame maken met prins Claus als zoon van de stad, maar dat is nadrukkelijk verboden. Door wie? Door de Oranjes of onze Rijksvoorlichtingsdienst? Door de toch invloedrijke familie Von dem Bussche?

Oranje in Hitzacker

Ik weet het niet; het doet er niet zoveel toe. Wie zijn ogen de kost geeft in de winkels, bij de befaamde Konditorei Knigge of elders, hoeft niet bang te zijn dat hij opeens oog in oog staat met een portret van ons vorstelijk paar. Voor het raadhuis wapperen wèl vier vlaggen, en een ervan is onmiskenbaar de Nederlandse driekleur. Hoe dat zit kan ik niet vragen, want tijdens m'n bezoek is het stadhuis gesloten. Die vlag heeft, denk ik, echter eerder te maken met een stedenband. Hitzacker is verbonden met de Nederlandse gemeente Wisch in de Achterhoek, dus niet met Soest, Buren, Baarn of andere Oranje-getinte plaatsen.

Er zijn nog wel meer Nederlandse herinneringen in de omgeving. Ik noemde al de Gelderlanderstraat bij het slot. Of een plaats vlak bij Hitzacker, die Harlingen heet. Of Dahlenburg, eveneens dichtbij, dat verbonden is met 'ons' Gramsbergen. Maar aan al die zaken heeft prins Claus vermoedelijk niets bijgedragen. En ik vermoed dat de laatste Oranjemanifestatie in Hitzacker in 1966 was. Op 2 oktober van dat jaar kwam Claus zijn bruid Beatrix, met wie hij al sinds 10 maart in de echt was verbonden, voorstellen aan de burgers van zijn geboortestad. Burgemeester was toen zijn oom, baron Julius von dem Bussche.

Sleeswijkse driekleur

Maar die wilde niet in die functie zijn neef ontvangen. "Onkel Julius", die inmiddels is overleden, vond het niet correct dat hij als verwant dit zou doen en liet de honneurs waarnemen door zijn wethouder. De huidige burgemeester van de stad vertelde er eerder dit jaar, bij de herdenking van het 25-jarig huwelijk, iets over in een Nederlandse radioreportage"

Op die tweede oktober 1966 regende het de hele dag. De stad was versierd, naar het leek met Hollandse rood-witblauwe vlaggen. Maar dat was schijn. Hitzacker kon namelijk niet zo gauw aan die vlaggen komen. Nu voert het buurland van Nedersaksen in de Bondsrepubiek, Sleeswijk-Holstein, een blauwwit- rode vlag. Die werden inderhaast naar Hitzacker gehaald en toen op de kop opgehangen. Zo was een kwart eeuw geleden de Elbe-stad toch een beetje Hollands...

Verroest en verboden

Voor de radio merkte de journalist Hagen Jung, die in 1966 al redacteur was van de lokale Elbe-Jeetzel Zeitung en die dat bij het huwelijksjubileum nog steeds was, dat zijn krant geen melding maakt van privébezoeken van Claus en Beatrix aan hun (schoon)moeder, ook als hij wel op de hoogte is. „Ze hebben recht op hun privacy. Hitzacker is wel trots op Claus, maar in de stad werd zijn 25-jarig-huwelijksjubileum met Beatrix niet, althans niet groot, gevierd, al was hij wel een echte Hitzackeraner". Hóe en wanneer Claus dit laatste dan wel was, vermeldde deze verslaggever er niet bij.

Het geboortehuis van de prins en het park is dus niet te bezichtigen. Erg veel is er vermoedelijk ook niet te zien. Er zijn in de stad wel ansichten te koop met het slot erop, gezien vanaf de vijver in de tuin.

Maar fotograaf Visscher en ik zijn gewoon het gemakkelijk te openen, zwaar verroeste, ijzeren hek binnengewandeld. We zagen geen borden met "Verboden toegang" of "Wacht u voor de hond". In het park waren een man en een vrouw aan het werk. Voor een raam op de etage stond een hemelbed. Sliep daarin destijds Claus' moeder Gosta? We hadden geen afspraak met de hier nog residerende Von dem Bussche, maar konden ook zó wel zien dat een en ander er niet al te luisterrijk bij ligt.

Het verroeste, deels verzakte hek heeft op een paar plekken een kwast zwarte verf gehad, maar elders ontbreekt het geheel en bestaat de afscheiding van het vrij dicht tegen de weg gelegen witte huis slechts uit prikkeldraad en dichte struiken. Een publiekstrekker zou het slot in déze staat nauwelijks zijn, ook als de familie het wèl zou openstellen. Voor de stadshistorie, waarin de voorganger van dit slot wel een voorname rol speelde, moeten we veeleer in het raadhuis zijn en het Oude Tolhuis (anno 1589, nu het Heimatmuseum van de stad).

Hertog August de Jongere

In de raadhuisgevel zijn de wapens aangebracht van hertog August de Jongere van Brunswijk-Lüneburg en van zijn beide echtgenotes. August resideerde in Hitzacker van 1604 tot 1634. Hij was een groot bevorderaar der cultuur en een autoriteit op schaakgebied. Maar ook als heksenverbrander werd deze hertog bekend en dat lijkt niet zo'n vooruitstrevende faam...

Op de al genoemde wandplaat aan een pand bij de Markt lees ik dat hij in 1579 in Dannenberg werd geboren, in 1604 hertog werd en vele bouwdaden verrichtte. Zo liet hij in 1614 het (later gesloopte) slot bouwen, dat zelf terugging op een ouder kasteel en de burcht van Hitzacker. Hij stichtte de grote bibliotheek van Wolffenbüttel en ook een Latijnse School en stierf op hoge leeftijd. De stadshistorie is echter heel wat ouder dan die van August en zijn slot. Ook-toen in 1958 het zevende eeuwfeest van Hitzacker —de naam komt van Hiddo's akker; Hiddo of Thiedericus moet een legendarische Friese ridder geweest zijn— werd gevierd, was dat niet het volstrekte begin, want al in 1162 was er een burcht en nederzetting op de Wijnberg, die vroeger de Slotberg heette. En uit 1171 is een oorkonde bekend van Hendrik de Leeuw, hertog van Saksen en Beieren, die onder zijn dienstadel ook ene Heinrich, burggraaf van Hitzacker opvoert.

Dorp contra stad

Sporen van die oudste burcht werden in de 19e eeuw ontdekt, toen daar bronnen voor de "Kuranlage" werden aangeboord. Die stadshistorie kan nu niet besproken worden. Zeker is wèl dat de naam van prins Claus en zijn familie van vaders en moeders kant er tot in onze eeuw geen rol van betekenis in heeft gespeeld.
In vroeger eeuwen moet er als 'benedenburcht' van de burcht op de Wijnberg al een slot Dötzingen hebben gelegen. Dötzingen ontwikkelde zich ook tot een dorp en er was binnen het kerspel nogal wat rivaliteit tussen dat dorpje en de (geringe) stad Hitzacker. Maar of ook dat een verklaring is voor de niet te hartelijke banden tussen de Von dem Bussches van het huidige slot "Dötzingen" en dit Elbe-stadje met haar scheepvaart en vlasindustrie blijft een open vraag. Wellicht kan prins Claus zich maar het best de 'plattdüütse' spreuk eigen maken die ik las op een 18e-eeuws vakwerkhuis aan de Markt in Hitzacker: „Do wat du wullt, de Lüüd snakt doch!" (Doe wat je wilt, de mensen kletsen toch).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.