+ Meer informatie

Het peremptoir examen

10 minuten leestijd

De Generale Synode van 1962 heeft de bepalingen voor het peremptoir examen van candidaten tot de dienst des Woords gewijzigd. Deze veranderingen zijn belangrijk genoeg om in een blad voor ambtsdragers te worden vermeld en toegelicht.

Bij elk peremptoir examen — onder ons ook wel classicaal examen genoemd — zijn immers tientallen ambtsdragers betrokken: predikanten, ouderlingen en diakenen, die door de kerkeraden werden afgevaardigd, en deputaten naar art. 49 D.K.O.

Het is goed dat niet alleen de candidaten weten waar zij aan toe zijn, maar dat ook de dienaren des Woords, die hebben te examineren, en allen, die geroepen zijn om over het examen te oordelen, zich realiseren wat de bedoeling ervan is. Bij de bestaande regeling was het classicaal examen min of meer een herhaling van het candidaatsexamen aan onze Theologische School. Het beslissend (peremptoir) examen werd in de praktijk een soort vereenvoudiging van het voorbereidend (praeparatoir) examen!

Dat had naar twee zijden minder gewenste gevolgen.

De candidaten liepen onwillekeurig gevaar om het te beschouwen als een doublure van het examen, waarmee hun Studie bekroond was. En de niet theologisch geschoolde ambtsdragers hadden niet zelden moeite om een examen in niet minder dan acht theologische vakken te volgen.

De Particuliere Synode van het Noorden had aandacht aan deze materie besteed, en diende op onze laatste Synode een voorstel in om tot een andere opzet van het peremptoir examen te komen. De instructie ging vergezeld van een toelichting, waarin werd uiteengezet, hoe dit examen zich ontwikkeld heeft.

Het uitgangspunt voor een betere regeling moet volgens dit stuk zijn, dat het examen over de leer en het leven gaat, opdat de kerken de nodige waarborgen ontvangen, dat zij die tot het ambt worden toegelaten, in dit opzicht zuiver zijn. Bij de leer moet op de voorgrond staan: Gods Woord almede de belijdenis der kerken en de kerkorde, daarop gegrond.

De commissie, die hierover op de Generale Synode had te rapporteren, kon zich met de strekking van de instruetie verenigen. De wijzigingen, die zij nog wilde aangebracht zien, betroffen de regeling van bepaalde onderdelen van het examen. De Synode ging na enige discussie met deze voorstellen accoord.

Omdat het enige tijd duurt voordat de Acta van de Generale Synode verschijnen, waarin het commissierapport met de nadere motivering wordt opgenomen, lijkt het mij wel dienstig om in „Ambtelijk Contact” enkele passages uit dit rapport over te nemen. Het genomen besluit is immers begrijpelijk als men de gronden en overwegingen kent.

Het karakter van het examen.

Evenals in de nota van toelichting bij de instruetie wordt er in het genoemde rapport aan herinnerd, dat reeds het Convent van Wezel in 1568 bepaalde eisen aangaf voor de toelating tot de dienst des Woords, en vaststelde waar het examen over zou gaan: „De wettelyke beproevinge betreft ten deele de Leere, ten deele den handel en wandel der beroepenen”.

De kerken der Reformatie zagen er nauwlettend op toe, wie zij toelieten tot het ambt van dienaar des Woords. Op grond van Gods Woord achtten zij een voorafgaand onderzoek naar leer en leven noodzakelijk (zie 1 Tim. 3; 4: 12-16 en 5: 22; 2 Tim. 2: 2; Titus 1: 5-9 en 2: 7, 8).

Dit examen was bedoeld als een kerkelijk examen, waarin het ging over de vraag, of een candidaat geschikt was voor de ambtelijke dienst der kerk. Volgens de oudste bepalingen moest er le een getuigenis zijn (van gemeente, school of stad) dat de betrokkene zuiver in de leer was en dat er in dit opzicht niets op hem aan te merken was geweest, 2e werd instemming gevraagd met de leer der kerk, zoals deze in geloofsbelijdenis en catechismus vervat is, 3e werd een onderzoek ingesteld naar de voornaamste hoofdstukken der religie, en 4e moesten enkele Schriftgedeelten verklaard worden. „In ’t ondersoek op het leven der beroepene tot den dienst, sal men sig te Vreden en vergenoegt houden met de getuygenissen der genen, waar onder hy verkeert heeft” (1568).

Later heeft het examen een meer theologisch karakter gekregen. Dat bewijst ook de lijst van vakken, die de Synode van 1866 aangaf: „Geopenbaarde Godgeleerdheid, Stellige, wederleggende, beoefende; Pastoraal, inzonderheid Predikkunde en Katechetiek; Geschiedenis en inhoud der Formulieren van Eenigheid, Liturgische Schriften en Kerkregering”… Zakelijk is hierin door onze Synode van 1947 zo goed als niets gewijzigd, toen zij sprak van „Dogmatiek, Ethiek, Geschiedenis en inhoud van de Formulieren van Enigheid, Geschiedenis en inhoud van de Liturgische Geschriften, Homiletiek, Poimeniek, Catechetiek en Kerkregering”.

In het commissierapport wordt gewezen op het verschil tussen het praeparatoir examen, dat beslissend is ten aanzien van de vraag, of de examinandus theologisch voldoende gevormd is, en het peremptoir examen, waarbij de nadruk meer vallen moet op de bekwaamheid tot de dienst der kerken, en waarbij met name gelet wordt op de zuiverheid in leer en leven.

In de overwegingen van het besluit staat, dat uit de tot nu toe geldende bepalingen voor het peremptoir examen niet duidelijk genoeg blijkt, dat het een zuiver kerkelijk examen is, en dat het een enigszins ander karakter draagt dan het praeparatoir examen.

De Synode was van oordeel, dat het peremptoir examen dient te gaan over leer en leven van de candidaat, en dat moet blijken, dat deze bekwaam is voor het ambt van dienaar des Woords.

De regeling van het examen.

Het was bevreemdend, dat de Schriftverklaring geen onderdeel uitmaakte van het peremptoir examen. In dit opzicht waren wij niet in de lijn der vaderen. Trouwens ook in andere kerken (Ger. Kerken, Ger. Gemeenten) hoort dit er wel degelijk bij.

Nu komt meteen de vraag aan de orde, of de candidaat Gods Woord recht verstaat.

Het rapport zegt: „In de eerste plaats zal de Classis dan een onderzoek hebben in te stellen naar het inzicht in de Heilige Schrift en de bekwaamheid om haar te verklaren, blijkende uit het geven van exegese van enkele Schriftgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament. Examinator en examinadus dienen uit te gaan van de gebruikelijke vertaling, wat niet zeggen wil, dat de oorspronkelijke tekst niet moet meespreken. Inzicht in de Schrift moet blijken uit de bekwaamheid om Schrift met Schrift te verklaren en uit het zien van de gang der Godsopenbaring Eventueel kan de lijn worden doorgetrokken naar de prediking. Uiteraard moeten twee examinatoren aangewezen worden, één voor het Oude en één voor het Nieuwe Testament”.

Een van de gewichtigste examenvakken was altijd de dogmatiek. Het was echter niet gemakkelijk om in deze theologische wetenschap te examineren, zoals dat in het kader van een kerkelijk examen past.

Nu zijn de bezwaren ondervangen door te spreken van de leer der kerk. De candidaat moet deze leer grondig kennen, hij moet haar uit de Schrift kunnen verduidelijken en tegen afwijkende opvattingen verdedigen.

Het rapport merkt hierover op: „Vervolgens dient gevraagd te worden naar de leer der kerk, zoals deze tot uitdrukking komt in de kerkelijke Symbolen. Bijzondere aandacht verdient het schriftuurlijk-confessionele element, waarom er ook alles voor is om de vragen te stellen in aansluiting aan de belijdenis. Behalve naar de schriftuurlijke fundering van de leer der kerk worde ook gevraagd naar het onderkennen en weerleggen van dwalingen”.

Wat ten aanzien van de andere onderdelen van het examen bepaald is, spreekt wel voor zichzelf.

Alleen is nu ook uitdrukkelijk gestipuleerd, dat er een persoonlijk gesprek gehouden moet worden met de candidaat, waarbij het gaat over zijn verhouding tot de Here, en zijn motieven om te staan naar de dienst des Woords in de Christelijke Gereformeerde Kerken.

In het rapport staat nog iets over de plaats en de taak van de deputaten, die bij het examen aanwezig moeten zijn.

Wij lezen: „Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt, dat het examineren niet de taak is van de deputaten maar van de Classis. Indien nodig kunnen zij vragen stellen: het geval is denkbaar, dat een examinator in gebreke blijft. Wel behoort in hun tegenwoordigheid over het gehouden examen beraadslaagd te worden, daar zij niet onkundig mogen zijn ten aanzien van de motieven, die de Classis in deze beraadslaging leiden. Ook hierover zijn zij immers verantwoording schuldig aan hun lastgeefster. Hierna worde hun gelegenheid gegeven om na onderlinge bespreking en stemming hun gemeenschappelijk advies uit te brengen. Dan beslist de Classis bij stemming over het al of niet toelaten tot de heilige bediening”.

Het besluit van de Generale Synode.

De Synode van 1962 besloot te bepalen, zulks ter vervanging van het bepaalde bij art. 4 sub 3 A van de D.K.O.:

Peremptoir examen.

Het examen wordt afgenomen door de predikanten van de Classis, waaronder de gemeente, die de candidaat beriep, ressorteert. Dit geschiedt ten overstaan van de gedeputeerden naar art. 49 D.K.O., van wie de meerderheid aanwezig moet zijn. In geval van verhindering worden deze gedeputeerden door hun secundi vervangen.

Nadat de Classis afzonderlijk het door haar gevraagde testimonium van het college van hoogleraren van de Theologische Hogeschool met betrekking tot leer en leven van de examinandus, alsmede de getuigschriften van de kerkeraad (-aden) onder wiens (wier) opzicht hij tijdens zijn Studie stond, de door hem over te leggen beroepsbrief en verklaring van aanneming alsmede het bewijs van de goede uitslag van het praeparatoir examen heeft onderzocht, houdt de candidaat een korte preek over een tekst hem veertien dagen tevoren namens de Classis opgegeven

Bij het examen wordt een onderzoek ingesteld

a. naar het inzicht in de Heilige Schrift en de bekwaamheid om haar te verklaren, blijkende uit het geven van enkele Schriftgedeelten, waartoe hem minstens twee gedeelten uit het Oude Testament en twee uit het Nieuwe Testament een maand tevoren door de examinatoren opgegeven worden;

b. naar de kennis van en het inzicht in de leer der kerk in aansluiting aan de belijdenisgeschriften;

c. naar de bekwaamheid om het Woord Gods te bedienen, welke behalve uit de gehouden preek moet blijken in een gesprek over de prediking;

d. naar het inzicht in de beginselen van de kerkregering en de kennis van de kerkorde;

e. (in een persoonlijk gesprek met de candidaat) naar zijn verhouding tot de Here en naar zijn motieven om te staan naar de dienst des Woords in de Christelijke Gereformeerde Kerken.

De duur van het examen is ongeveer drie uur.

Wanneer de Classis in tegenwoordigheid van de gedeputeerden over het gehouden examen heeft beraadslaagd en de gedeputeerden na onderlinge samenspreking en stemming hun gemeenschappelijk advies hebben uitgebracht, beslist de Classis door schriftelijke stemming over het al of niet toelaten van de candidaat. Bij verschil van mening tussen de Classis en de gedeputeerden beslist de Particuliere Synode.

Betreffende een candidaat, die de roeping van een gemeente heeft aangenomen, doch die bij het peremptoir examen wordt afgewezen, wordt bepaald, dat gemeente en candidaat verbonden blijven, tenzij zij bij onderling goedvinden de beroeping als vervallen beschouwen. Bij gunstige uitslag van het examen wordt de candidaat toegelaten tot de dienst des Woords en der sacramenten, waarvan hem acte wordt verleend.

Hierna zal hij de formulieren van enigheid staande de vergadering ondertekenen. Zal dit nu niet alleen op papier maar ook in de praktijk een verbetering zijn? Een verbetering — dat wil niet zeggen, dat het voor examinatoren en examinandi gemakkelijker wordt, wel dat het peremptoir examen als kerkelijk examen meer tot zijn recht komt!

Wij hebben er nog geen ervaring van. De eerste classicale examens in nieuwe stijl zijn in het najaar van 1963 te verwachten. Er is evenwel geen reden om te betwijfelen of de nieuwe regeling wel zal voldoen.

Het gaat erom, dat over de toelating tot de dienst des Woords en over alles wat met het ambt in verband staat, op verantwoorde wijze wordt beslist.

Dat is zowei voor de ambtsdragers als voor de kerken een zaak van groot belang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.