+ Meer informatie

Het politieke landschap van Oost-Europa

Na de communistische kaalslag: parrijen als dragers van de democrarisering

9 minuten leestijd

KEULEN/APELDOORN - „Het communisme heeft in Oost-Europa de humus van de poUtieke cultuur waarin partijen kunnen wortelen en de democratie gedijt, laag voor laag afgegraven. Het Sterkst gebeurde dat wellicht in Rusland, minder daarentegen in de Baltische staten en in het oostelijk deel van Centraal-Europa. De jaren geleden door westerse wetenschappers geconstateerde deelname van de burgers aan maatschappelijke beslissingen was een hersenschim. De communistische systemen hebben met hun onteigening en meedogenloze planeconomie een grotere verwoesting aangericht in de economie, samenleving, maatschappelijke normering en de psyche van de mensen dan bij voorbeeld het Franco-regime in zijn veertigjarige bestaan".

; ; En zo stonden Esten, Polen, Hongaren, Bulgaren of Slovenen na het spectaculaire omwentelingsjaar 1989 vóór een uitdaging, die uniek was in haar omvang en dramatiek. Met de politieke aanpak van die enorme uitdaging, met de democratisering van Oost-Europa, houdt dr. Heinz Brahm zich bezig in "Parteien in Osteuropa als Trager der Demokratisierung". Een nog niet gepubliceerde analyse.

Het onmiskenbare verval van de communistische heerschappij op het eind van de jaren '80 leidde overal in Oost-Europa tot het ontstaan van discussiekringen en politieke groepen. Het tempo van de ontwikkelingen dwong hen tot snel wisselende concepten. . Logisch dat vooral in Rusland een nieuwe politieke start extra moeilijk lag. Zo'n 70 jaar had het land immers geen meerpartijensysteem gekend. Gunstiger uitgangspositie voor een democratische opbouw namen derhalve de Baltische staten alsmede die van Midden- en Zuidoost-Europa in. Zij waren 'pas' 40 jaar geleden onder communistische controle gebracht.

"Blokpartijen"

Desalniettemin was de bereidheid ónder de burgers van Oost-Europa gering om tot een partij toe te treden. Het woord "partij" was vanjvege de slechte ervaringen met dè partij zwaar belast. Maar daarnaast viel het alle politiek geëngageerden lang niet mee om te schakelen van kleine discussieclubs naar landelijk georganiseerde partijen van gelijkgezinden inclusief leider of leiding. „Te velen meenden of menen tot de hoogste ambten geroepen te zijn", constateert Brahm.

In de eerste vrije verkiezingen na 1989 waren de zogenoemde "blokpartijen", die de communisten in Polen, Bulgarije, de DDR en Tsjechoslowakije naast zich hadden geduld, doorgaans niet bijster succesvol. Onder brede lagen van de bevolking stonden hun lijsttrekkers in de kwade reuk van collaboratie met de communisten. Uitzondering vormde de CDU in het voormalige Oost-Duitsland. Dank zij de ruggesteun van haar machtige zusterpartij in het westen des lands kwam zij met 40,9 procent van de stemmen in maart 1991 als sterkste naar voren. Een andere "blokpartij" in de exDDR, de liberalen, scoorde daarentegen een schamele 5,2 procent. Beter deed het dan de Poolse Boerenpartij (PSL) in hetzelfde jaar met 8,7 procent.

Brede coalities

Het slagvaardigst opereerden in het democratische kamp sinds 1989 de coalities, die de meest uiteenlopende politieke stromingen en partijen in zich verenigden. Zij concentreerden zich vooreerst op één of twee doelen: het breken van het communistische machtsmonopolie en de verwerving van soevereiniteit, later onafhankelijkheid ten koste van het centrale gezag. Die laatste optie sloeg natuurlijk op het streven van de deelrepublieken van de Sowjet-Unie èn de Joegoslavische Federatie.

Al tien jaar voor de ineenstorting van het communisme had de Poolse vrije vakbeweging Solidarnosc -zij telde in 1981 bijna 10 miljoen leden- de macht van een alliantie van niet-communistische krachten aangetoond. In oktober 1988 volgden in de Baltische republieken de "Volksfronten". Twee jaar later vormden de kandidaten van deze "Volksfronten", respectievelijk de kandidaten die door hen werden gesteund, de meerderheid in de toenmalige parlementen.

Minder goed verging het "Roech" in de Oekraïne bij de verkiezingen van 1990, die nog grotendeels onder communistische auspiciën plaatshadden. Toch bezetten vertegenwoordigers van het "Democratische Blok" een kwart van alle zetels in de Opperste Sowjet van Kiev.

Over de situatie bij de "grote broer" merkt dr. Brahm op: „In Rusland bezaten de kiezers tot nog toe irtet de mogelijkheid uit verschillende partijen te kiezen. In het Congres van Volksafgevaardigden en de Opperste Sowjet hebben de parlementariërs, overwegend voormalige communisten, zich in zeer losse fracties aaneengesloten. Binnen een paar maanden kunnen zij nieuwe vormen aannemen. In elk geval slaagde de overkoepelende organisatie "Democratisch Rusland" er op 12 juni 1991 in Boris Jeltsin aan de overwinning te helpen bij de presidentsverkiezingen' '.

Geniale slag

Gaat er van de gemeenschappelijke vijand -in Oost-Europa de communistische partij- minder gevaar uit, dan eroderen coalities, monsterverbonden, meestal snel. De voorbeelden in Oost-Europa spreken voor zich: Solidarnosc in 1990; Burgerforum in Tsjechië, "Publiek tegen geweld" in Slowakije. Weliswaar ontstond uit de laatste groepering de "Beweging voor een democratisch Slowakije" (HZDS) onder leiding van V. Meciar, maar ook dit verzamelbekken van diverse politieke stromingen, dit nationale kristallisatiepunt contra Praag, kan heel spoedig door grote interne spanningen worden verscheurd.

Andere brede coalities zoals "Ruch" (Oekraïne), Sajudis (Litouwen) en het "Volksfront" van Estland hebben zich intussen tot partijen omgevormd.

Voor de verkiezingen van oktober 1991 splitsten zich drie vleugels af van de "Unie van Democratische Krachten" (SDS) in Bulgarije. Zij meenden als zelfstandige formaties meer electorale kansen te hebben. De SDS won evenwel, vormde als sterkste politieke partij het kabinet en eindigde een jaar alsnog op de oppositiebanken vanwege onvoldoende parlementaire steun.

Twee andere anticommunistische allianties slaagden er zelfs niet in de nomenklatoera (de partij-elite) van 'weleer' te onttronen: de "Democratische Conventie" (DCR) in Roemenië en DEPOS in Servië. „Dank zij het "Front van Nationale Redding" (FSN), dat het Ceausescu-regime ten val had gebracht, kon het gros van de oude functionarissen zich de goede naam van oprechte democraten aanmeten. Het "Front" usurpeerde met een geniale slag de idee van een brede coaUtiebeweging tegen de communistische dictatuur".

Communisten

Het communisme mag dan in Europa op een fiasco zijn uitgelopen, volkomen verdwenen is het geenszins. Naast verspreide 'voorhoedes van het proletariaat', trouw aan de leer en de partijsymboliek, zijn niet te onderschatten opvolgingspartijen actief. Zij noemen zich vandaag de dag vaak "socialistisch".

Sterk vertegenwoordigd zijn de communisten nog in de parlementen van Boekarest, Sofia, Belgrado en Podgorica (Montenegro). De fataalste ontwikkeling hebben de Servische communisten doorgemaakt, stelt Brahm. Zij heten nu "socialisten" en propageren het devies "Servië is waar Serviërs wonen".

Hoe sterk staan de vroegere communisten er eigenlijk voor? In Centraal-Europa schommelde hun aanhang onder de kiezers tussen de 8 en 15 procent. In Zuidoost-Europa ligt die score nog altijd hoger, hoewel zij van verkiezing tot verkiezing duidelijk slinkt.

Over de hoogst actuele Russische politieke situatie schrijft Brahm: „De oude nomenklatoera bezet, of zij nu gelouterd is door de jongste gebeurtenissen of niet, nog altijd sleutelposities. Alleen verkiezingen -of crises- kunnen aan het daglicht brengen hoe sterk de kracht van de ex-CPSU is".

Volkomen terecht wijst de Duitse wetenschapper op de reële mogelijkheid dat de politieke golfbeweging naar rechts na 1989, een begrijpelijke reactie na decennia van ultralinkse dictatuur, bij een falen of fouten van de anticommunistische krachten licht weer naar links kan omslaan. Een voorbeeld: november 1992 veroverde de "Litouwse Democratische Arbeiderspartij", een afsplitsing van de communistische partij, de meerderheid in het nationale parlement.

Westerse misvatting

De traditionele partijen van OostEuropa, die voor lange tijd door de communisten verboden dan wel ingekapseld waren, boekten na de politieke waterscheiding van '89 soms uitgesproken magere verkiezingsresultaten. Wat verbond ook de jonge generaties met de oude boerenpartijen, sociaal-revolutionairen en sociaal-democraten, die 40 jaar geleden of in Ruslands geval 70 jaar geleden tegen de communisten opponeerden?

Brahm: „Het heden was machtiger dan de herinnering aan vroegere democraten, die bovendien door de communisten gedurende decennia als renegaten, verraders en fascisten waren afgedaan".

Hoe vergisten velen zich in WestEuropa overigens in de politieke richting die de Oosteuropeanen na de ommekeer zouden inslaan! Bij voorbaat nam men aan dat hoofdzakelijk de sociaal-democraten van het bankroet van het communisme zouden profiteren. De meeste Oosteuropeanen neigden toch naar links... En grote delen van de hervormingsgezinde communisten konden terecht bij de heropgerichte sociaal-democratische partijen... Het visioen van wijlen Alexander Dubcek, "socialisme met een menselijk gezicht", wees de weg al.

Criticus Brahm: „In West-Europa is evenwel niet goed de stemmingsomslag waargenomen, zoals die zich de laatste twee decennia voltrok. Solidarnosc, ontstaan in 1979, paste al niet meer in de voorstelling die men zich in het Westen van een evolutie in Oost-Europa maakte. In het Westen genoot de communistische partijchef E. Gierek deels meer vertrouwen dan L. Walesa".

De martelende neergang van het communisme sinds de jaren '70 heeft in Oost-Europa voor een geweldige aversie tegen elke vorm van socialisme gezorgd. Zelfs het woord zelf raakte besmet. De draaikolk, die de communisten in de eerste vrije verkiezingen de diepte inzoog, sleurde ook de sociaal-democratische partijen naar beneden.

Sociaal-democraten

De uitzondering op deze regel vinden we opnieuw in de DDR. Maart 1990 kreeg de Ost-SPD met de West-SPD in de rug 22 procent van de stemmen. Veelzeggend genoeg wisten de sociaal-democraten in de parlementen van Boedapest, Bratislava en Zagreb niet door te dringen. En in de Tsjechische republiek haalden ze 8 procent van de zetels, in Albanië 5, in Roemenië 4 en in Polen 1. In Bulgarije is een deel van de socialisten via de SDS parlementair actief.

Interessante conclusie van Brahm: „Tot de grote vertekeningen van het politieke tableau in Oost-Europa behoort het feit dat de opvolgingspartijen van de communisten aanzienlijk sterker en invloedrijker zijn dan de sociaal-democraten. De beoordeling van links wordt verder lastig gemaakt doordat soms ex-communistische partijen dichter bij de westerse sociaal-democraten staan in hun visie op sociale vraagstukken dan de naamgenoten in Oost-Europa".

Conservatief reservoir

De gretigheid waarmee de poUtieke krachten in Oost-Europa opteerden voor politiek pluralisme, markteconomie, de respectering van burgerlijke en christelijke waarden verraste het Westen. Verzoeken om aansluiting bij de Europese Gemeenschap (EG) en NAVO brachten onmiskenbare verlegenheid teweeg. De Oosteuropese reacties op het communistische tijdperk deden in het Westen de indruk ontstaan van de opmars van een „compact conservatisme". Brahm stemt deze idee toe: „Inderdaad was en is er een groot conservatief reservoir in OostEuropa. De vorming van partijen is echter nog lang niet afgesloten. Een voortijdige indeling in linkse en rechtse partijen kan tot foutieve conclusies leiden. Conservatieve krachten vindt men zowel binnen de kleinere partijen als in moeilijk door te lichten brede coalitiebewegingen". Bovendien kunnen politieke groeperingen in debatten in een rechtse hoek worden gedrongen, hoewel ze eigenlijk eerder een positie rechts van het centrum innemen. Of soms is het persoonlijke optreden van één vooraanstaand lid al genoeg. De figuur van I. Czurka grijpen de liberale en linkse tegenstanders van het (niet alleen!) regerende "Hongaarse Democratische Forum" (MDF) aan om de partij van premier Antall in de buurt van radicaal rechts te situeren in plaats van stabiel in 's lands politieke midden. Komt bij dat de MDF een linkse vleugel rijk is, die qua eisen verder durft te gaan dan de ex-communisten.

De ironie van het heden wil dat in de Tsjechische republiek, historisch eerder links georiënteerd, in 1992 een conservatieve coalitie tot stond kwam onder leiding van V. Klaus. Het omgekeerde gebeurde in het als conservatief geldende Slowakije. Met Meciars "Beweging voor een democratisch Slowakije" ging aldaar een politieke kracht, die sterk naar links tendeerde, domineren. Naar Brahms inschatting is de Bulgaarse "Unie van Democratische Krachten" meer en meer in conservatief vaarwater terechtgekomen.

Christen-democraten
In hoeverre spelen christelijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.