+ Meer informatie

Agrariërs hebben het beter maar nog lang niet best

4 minuten leestijd

De' verbetering van de arbeidsopbrengst in de meeste sectoren van land- en tuinbouw gedurende het afgelopen oogstjaar is op zichzelf verheugend, maar dat het met die land- en tuinbouw weer goed gaat moet men er niet uit concluderen. Per slot van rekening heeft de agrarische sector ook in 1975-76 nog een 14 procent lagere beloning ontvangen dan wat als redelijk wordt beschouwd. Het landbouwschap zegt dit in een nota, waarin het commentaar geeft op de i.macro-economische verkenning 1977" en de prognose ,,De Nederlandse economie in 1980" van het Centraal Planbureau, en op de landbouwbegroting 1977.

Vergelijking

Voor het jaar 1975-76 wordt voor de hele land- en tuinbouw, hoewel enkele sectoren daarvan wat uit de toon vallen, een aanzienlijke verbetering verwacht ten opzichte van 1974-75. Het is echter volgens het landbouwschap niet juist, die twee oogstjaren met elkaar te vergelijken. In 1974-75 waren de uitkomsten namelijk bijzonder slecht door de daling van de opbrengstprijzen, de sterke kostenstijgingen en de oogstproblemen in de akkerbouw in het najaar van 1974. Men kan de cijfers van 1975-76 dan ook veel beter vergelijken met die van het redelijk goede jaar 1973-74. Doet men dat, dan blijken, met uitzondering van enkele sectoren, de arbeidsopbrengsten niet of nauwelijks te zijn gestegen. In die periode van twee jaar heeft de geldontwaarding meer dan 20 procent bedragen, zodat de rëele opbrengsten in het agrarische bedrijf zijn gedaald.

Loonontwililteling
De loonontwikkeling is zelfs nog sterker geweest. De achterstand ten opzichte van het gemiddelde inkomen in Nederland is dus sinds 1973-74 nog toegenomen. Dit is een ontwikkeling die al sinds het begin van de jaren zeventig is waar te nemen, op de kleinere bedrijven blijven de resultaten nog sterker achter. Het landbouwschap betwijfelt, of de opleving van 1975-76 mag worden gezien als een ombuiging van de neergaande trend. De goede resultaten, in 1975-76 behaald op akkerbouwbedrijven, vormen volgens het landbouwschap beslist geen maatstaf voor het algemene beeld in land- en tuinbouw. Deze bedrijven maken namelijk minder dan vier procent van het totale aantal uit.

IVIoeiiiJI(iie(len

Blijft de beloning zich op een lager niveau bewegen dan wat als redelijk wordt beschouwd (in wezen gaat het hier volgens het schap om een te lage rentabiliteit) dan zal dit in bepaalde produktierichtingen tot grote moeilijkheden kunnen leiden, met name in de tuinbouw en de veehouderij. Inkomens en rentabiliteit van de akkerbouw in 1975-76 kunnen volgens het landbouwschap gunstig worden genoemd. Een beeld van een gemiddeld jaar geven de cijfers echter niet. Met de uitzonderlijke slechte resultaten van 1974-75 mag men ze niet vergelijken, vergelijking met het jaar daarvoor geeft een nogal wat ander beeld.

Ai(i(erbouw

De akkerbouwresultaten zijn het afgelopen oogstjaar ook sterk positief beïnvloed door de hoge prijzen van enkele buiten EEG-marktordening vallende produkten, zoals aardappelen, uien en stro. Op de weidebedrijven en de gemengde bedrijven met veel rundvee', aldus het landbouwschap, is er in 1975-76 nauwelijks sprake geweest van een inkomensverbetering ten opzichte van 1973-74. De rentabiliteit van de melkveehouderij is onvoldoende en het ziet er niet naar uit, dat ze binnen afzienbare tijd beter wordt.

Cijfers

Het schap geeft de volgende cijfers over de opbrengsten per honderd gulden kosten in achtereenvolgens 1974-74, 1974-75 en 1975-76 ( op pachtbasis, bij eigendomsbedrijven zijn de kosten hoger, dus de resultaten lager): kleine weidebedrijven 81, 72 en 73. Grote weidebedrijven: noordelijk klei- en veengebied 99, 90 en 93, westelijk weidegebied 92, 84 en 87, zandgebieden 94, 88 en 91. Kleine gemengde bedrijven met veel rundvee: 81, 67 en 70. Kleine gemengde bedrijven met veel varkens- en pluimveehouderij 89, 77" en 83. Grote gemengde berijven met veel rundvee 96,86 en 91. Grote gemengde bedrijven met veel varkens- en pluimveehouderij 103, 87 en 95. Grote gemengde bedrijven op klei met vooral akkerbouw 102, 93 en 100. (In de kosten zit onder meer de beloning voor de arbeid van de ondernemer op cao-basis)

Onaanvaardbaar

De inkomens op de kleinere bedrijven, aldus het landbouwschap, zijn onaanvaardbaar laag. Bij de tuinbouw dalen de arbeidsopbrengsten in de glasbloementeelt de laatste jaren voortdurend. Ook met deze produktierichting gaat het dus de verkeerde kant op, aldus het landbouwschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.