+ Meer informatie

Wat bepaalt buitenkant en binnenkant… …bij de vormgeving van Christelijke Gereformeerde Kerken in het verleden en in het heden?

8 minuten leestijd

Tijdens onze vakanties kunnen we geboeid raken door prachtige en imposante kathedralen, kloosters en kerken. We nemen dan ruim de tijd om te genieten van hun afmetingen, kenmerkende lichtinval, of bijzondere constructies, zoals bijvoorbeeld de Sagrada Familia in Barcelona. Als we dan weer teruggekeerd zijn in onze woonplaats vallen de eenvoud en de soberheid van onze plaatselijk kerken des te meer op.

Natuurlijk beseffen we daarbij dat de tijdsperiode waarin deze tot de verbeelding sprekende kerken gebouwd werden nogal verschilt van de 20e-eeuw, waarin onze eerste christelijke gereformeerde kerkgebouwen in gebruik werden genomen.

Kunnen we bij ons kerkgenootschap wel spreken van eigen stijlopvattingen die ontleend zijn aan religieuze, maatschappelijke en bouwtechnische opvattingen? Ik denk dat dit een uitgebreid onderzoek zou vergen temeer daar van de ongeveer 180 kerken in ons kerkverband die thans in gebruik zijn de bouwjaren nogal uiteen lopen. Op reliwiki.nl zijn foto’s van onze kerken te vinden.

De eerste protestantse kerken

De eerste protestantse kerkgebouwen waren veelal vertalingen van het 17e-eeuwse gedachtegoed uit de renaissance.
De renaissance had een grote invloed op de theologie, met name in de manier waarop de mensen de relatie tussen mens en God ervoeren. Veel van de meest vooraanstaande theologen in deze periode zoals Erasmus, Zwingli, Thomas More, Maarten Luther en Johannes Calvijn waren volgelingen van de humanistische methode. Tussen renaissance en reformatie was er een verband: beiden toonden dezelfde kritische houding tegenover de bedenkelijke toestanden in de kerk en hadden dezelfde aandacht voor de bronnen van de Bijbel. Al voor de renaissance waren er van tijd tot tijd mensen die de levensstijl van veel prelaten van de kerk bekritiseerden, maar toen kregen deze weinig gehoor of was het zelfs levensgevaarlijk om dit al te luid te verkondigen.
Na de reformatie werden de voorheen katholieke kerken door de protestanten in gebruik genomen. Zij legden de nadruk op soberheid en eenvoud bij het ‘ombouwen’ van deze kerkgebouwen. Beelden en rijk versierde ornamenten moesten het daarbij ontgelden; zij vormden teveel afleiding voor de eredienst.

Zaalkerken

De eerste christelijke gereformeerde kerken werden veelal gebouwd als zaalkerken: rechthoekig van vorm en eenbeukig uitgevoerd. Dit had ten doel om de toehoorders volledig op het Woord van God te richten. Veelal hadden deze eerste kerken bescheiden afmetingen, waarbij de afstand tussen voorganger en kerkganger overbrugbaar bleef.
Zowel het exterieur als het interieur van de kerk waren uiterst sober uitgevoerd. Verder vindt men in de beginperiode als ‘afgescheidenen’ van de hervormde kerk deze kerkgebouwen terug als schuilkerken veelal op verscholen plekken en ingesloten tussen de bestaande bebouwing.
De liturgie in de eredienst bepaalde vooral de luisterhouding waarin de leden (feitelijk de kerk zelf ) gericht waren op onderwijzing. De kerk als gebouw was niet meer dan een middel om op zondag tijdens de eredienst bij elkaar te komen om onderwezen te worden in Gods Woord.
De typologie van het gebouw was als kerkgebouw te herkennen door de dubbele deuren in de frontgevel met eenvoudige versieringen in het metselwerk en herkenbare daken met al dan niet een toegevoegde klokkentoren. Het benodigde daglicht kwam binnen door beide zijgevels waarin boogvormige vensters met eenvoudige roedeverdelingen waren aangebracht. Deze werden hoog genoeg ingezet om het directe zicht en oogcontact naar buiten toe te voorkomen. Enigerlei uitdrukkingen van symbolische betekenisdragers in de vorm van bijzondere elementen (glas in loodramen / beeldende kunst) ontbraken hierin omdat deze te veel af zouden leiden van de verkondiging en teveel zouden teruggrijpen op de roomse erediensten.

Deze eerste kerken moesten veelal met bescheiden financiële middelen gerealiseerd worden. Hierbij namen een aantal gemeenteleden in aanvang de totale ‘investeringsverplichtingen‘ op zich. Daarom werd er vaak gebruik gemaakt van de kennis en bouwervaring van de plaatselijke aannemer / timmerman. Hij leverde ook in veel gevallen het ontwerp aan.
Dit betekende dat men de kosten nadrukkelijk in het vizier hield en dus geen grote en ingewikkelde bouwconstructies voorzag. Alles wat afleidde van de preek was ongewenst en het gebouw werd als een materiële noodzaak ervaren voor de kerkgangers.

Verleden

In het verleden was de positie van predikant ten opzichte van de gemeente(leden) een andere dan vandaag. Deze was een soort van hiërarchische relatie ingegeven door kennis en ‘geestelijk priesterschap’. Een gereformeerde traditie en visie op de eredienst waarin de onderwijzing van Gods Woord het belangrijkste was vroeg om een functioneel gebouw. Het opbouwen van de gemeenschapsband van gelovigen zelf vond ‘buiten’ plaats, door de week heen, in huis, fabriek of op het land.
Eenvoud en soberheid lag ten grondslag lag aan de onderwaardering van de materiële context van het kerkelijk leven zoals die zijn oorsprong vindt in het Nieuwe Testament, waarin de gemeente in een of ander huis samenkwam. Dit staat in groot contrast met het Oude Testament met daarin de uitvoerige en gedetailleerde beschrijving van de afmetingen en de materiaaltoepassingen in de Tabernakel en de Tempel.

Functionaliteit

De functionaliteit is als overwinnaar uit de bus gekomen in de discours over sacraliteit versus religiositeit; het kerkgebouw was geen gebouw waarin de visie en missie van het kerk-zijn in de brede maatschappelijke, culturele en politieke context tot uitdrukking werd gebracht.
Die functionaliteit werd veelal bepaald door aanwijzingen voor vorm en afmetingen van de kerkzaal waarbij de denkbeelden van ds. Abraham Kuyper ( predikant / staatsman en journalist) hierover tot een soort van grondslag voor veel ontwerpen en uiteindelijke uitvoeringen van kerkgebouwen hebben geleid. De vorm van de kerkzaal was sterk geënt op de bepaling dat een goed zicht en goed gehoor een maximale diepte van de kerkzaal toeliet van 25 meter en de toehoorders in de kerkzaal bij voorkeur in een cirkelvorm om de preekstoel c.q. liturgisch centrum plaats namen. Het orgel werd bij voorkeur recht tegenover de preekstoel geplaatst, maar dit werd niet in alle gevallen gerealiseerd.

Heden

Interessant is dat er geen brede discussie gevoerd wordt en/of literatuur voorhanden is over de betekenis van kerkbouw in ons kerkverband. Wel is in 2015 de reformatorische kerkarchitectuur middels een casestudy van de twee recente Barneveldse megakerken nader onderzocht om de relatie tussen religie en materialiteit vast te stellen. Maar tot op heden ontbreekt een opiniërend gedachtegoed hierover in het Christelijke Gereformeerde Kerkverband.
Dat vertaalt zich in Christelijke Gereformeerde kerkgebouwen die appelleren aan de traditionele en historiserende beeldkwaliteit van de aloude zaal / schuurkerk. Een beeld van de traditionele bakstenen buitenmuren met niet al te grote glasopeningen en de met pannen bedekte zadel- of tentdaken.
Zo zien gemiddeld de ca. 180 kerken van Christelijke Gereformeerde gemeenten eruit. Ontleend aan een pragmatische opzet en een kenmerkende soberheid.
Wat daarbij wel zichtbaar gemaakt wordt is dat er in de huidige kerken meer functies ondergebracht zijn dan in de vroegere kerken het geval was. Naast de grotere ontmoetingsruimten met aangrenzende keukens en voorzieningen voor kinderoppas zijn er soms ook een bibliotheek en een aparte trouwzaal en in enkele gevallen ook ruimten om een overledene op te baren gerealiseerd.
Dit gebeurt zowel in de vorm van aanbouwen ingeval van bestaande kerken als ook in de opzet van de nieuw gebouwde kerken.
Veel van de meer recent in gebruik genomen kerken zijn - helaas - ook niet ontworpen vanuit een brede oriëntatie op het zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn in de wereld.

Visie op kerkbouw

Je zou kunnen zeggen dat elk kerkgebouw een zichtbare weerslag zou moeten zijn van de gemeenschap die daar met elkaar het Woord en sacrament deelt. Aan de architecten is het om die gemeenschap en haar plaats in de wereld te conceptualiseren in ontwerpen die ook in het bredere publieke veld de herkenning en waardering krijgen door het feit dat mensen van buiten ervaren en begrijpen wat binnen plaatsvindt.
Het ethisch kader van deze opdracht wordt sterk ondergewaardeerd omdat veelal geen vragen gesteld worden en derhalve ook niet beantwoord worden over de functie en organisatie van de gemeenschap zelf en op welke wijze deze gemeenschap gezien wil worden in de wereld.

Het gevolg is dat vele bouwcommissies anno 2016 niet veel verder komen dan een functioneel programma te schrijven met een opsomming van de gewenste ruimten, de technische voorzieningen / installaties en de budgetaire kaders, terwijl de paragraaf missie en visie op kerkbouw ontbreekt. Juist dit laatste zou bijdragen aan en getuigen van de zichtbare en tastbare aanwezigheid van Christus op aarde.
Veel meer dan de eerder geschetste praktische vertaling van de bouwkundige opgave is het juist de ruimtelijke opgave waarin de zintuiglijke indrukken ook een belangrijk gegeven zijn voor elke architect die betekenisgeving en het formeren van een helder visueel beeld als leidraad neemt in zijn opdrachtverwerking. Dat daarin begrippen als symboliek en sacraliteit niet mogen ontbreken lijkt mij evident.
Exodus 29, vs.43: “Daar zal ik de Israëlieten ontmoeten en die plaats zal door mijn aanwezigheid worden geheiligd.”

Het voorgaande betekent niet dat daarmee de gereformeerde visie op kerk-zijn – het verkondigen van Gods woord – uit beeld raakt. Het gaat er uiteindelijk om wat kerk-zijn betekent voor ons als christenen, voor nu en in de toekomst. Dat is waar de architect in gesprek moet komen met kerkenraden en/of bouwcommissies!!
Schepping en Verlossing vragen van ons om God te eren en Hem onze dankbaarheid te laten zien door antwoorden te geven op, en ook te getuigen van onze plek in de wereld. Vanuit deze geloofshouding kunnen we elkaar bevragen en uitdrukking geven aan het kerk-zijn in onze profane samenleving. Hoe gaan wij om in het ontwerp en het uiteindelijk gebruik van het kerkgebouw met aspecten als duurzaamheid; meervoudig gebruik van de ruimten; doordeweeks gebruik van onze kerkgebouwen enzovoorts.
Een betekenisvolle opdracht voor alle deelnemers in het proces van kerkbouw!

Johan Huibers is architect en lid van de gemeente in Veenendaal – Bethel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.