+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De laatste maatregelen. De slag binnen Utrecht bleek niet het einde van de tegenstand.

De Staten-Generaal maakten van de gelegenheid gebruik, om ook in Holland de afdanking te gelasten en werkelijk de Staten van dit gewest gehoorzaamden. Maar de schrik bij de heren duurde niet lang. Zij begonnen het verzet opnieuw. Zij wilden namelijk geen Nationale Synode tot beslissing der geschillen, maar tot bijlegging van deze; alzo aan hun vroeger standpunt in dezen vasthoudend. Er moest nu maar eens een eind aan komen, vonden de Staten-Generaal. Zij namen op 29 Aug. een geheim besluit, waarbij aan Maurits gelast werd üldenbarnevelt, Hugo de Groot, Hogerbeets en Ledenberg, de secretaris der Staten van Utrecht gevangen te zetten. Wat dit laatstq betreft, er waren in Utrecht plannen aan het licht gekomen, wier uitvoering tot een bloedbad had kunnen leiden.

Zoals het altijd gaat, het oordeel over deze gevangenneming was verschillend: de een prees ze, voor de Remonstranten was ze een daad van geweld. Maurits deed meer: in onderscheiden plaatsen van Holland werden de vroedschappen vervangen door andere.

Het proces-Oldenbarnevelt zou door een buitengewone rechtbank berecht worden. Er was namelijk geen Generaliteits rechtbank en het betrof hier een zaak die de Generaliteit, niet het gewest Holland alleen, aangingen, n.1. gekwetste majesteit, hoog verraad jegens de Unie.

Oldenbarnevelt bestreed echter de bevoegdheid van deze rechtbank. Hij was, zo beweerde hij, dienaar der Staten van Holland. Bovendien beriep hij zich op het jus de non evocando, volgens welk recht iemand alleen voor de rechtbank van zijn gewest of zijn stad zou gedaagd worden. Beide bezwaren werden niet ontvankelijk verklaard op bovengenoemde gronden.

De rechtbank bestond uit 24 rechters. Zelfs de Staten van Holland gingen met alles accoord, mits er uit Holland 12 zouden zijn; hetgeen geschiedde. Uit elk der overige gewesten waren er 2.

Op te merken valt de aanhaljing bij Groen: „Noch bij hen (n.1. de Staten van Holland) noch bij het Hof van Holland is toen de wettigheid van de rechtbank of van de rechters betwist."

De beschuldigde werd uitermate streng behandeld. Familie of vrienden mochten hem niet bezoeken; bijstand van een rechtsgeleerde werd hem niet vergund. Toch heeft niemand verwacht, dat de Advocaat zijn leven op het schavot zou eindigen.

Vooral Willem Lodewijk was tegen al te grote gestrengheid en ried tot matiging. Hij zocht Louise de Coligny op en verzocht deze naar één der zonen .van Oldenbarnevelt te gaan en deze te verzoeken pardon voor zijn vader te vragen. Maar de echtgenote van Oldenbarnevelt's oudste zoon, vrouwe Groenevelt antwoordde kort en goed „dat men geen stap zou doen, al moest het de Advocaat zijn hoofd kosten." (!) Dit moest natuurlijk de rechters prikkelen. Voeg daarbij de arrogante houding der Remonstranten op de inmiddels begonnen Synode en de woelingen in sommige steden.

Het vonnis. Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld, wat nog niet zeggen wil, dat hij ter dood gebracht behoefde te worden. Had hij van pardon gesproken, zeker zou het hem niet geweigerd zijn.

Maar in zijn ogen was hij onschuldig, daarom weigerde hij kort en goed pardon te vragen en ook zijn familie, we hebben het boven gezien, dacht er net zo over.

Aanvankelijk stemden 21 voor de doodstraf, 3 tegen; maar later voegden deze tegenstemmers zich bij cle anderen. De voornaamse gronden, waarop het doodvonnis berustte waren de volgende: Hij was de ontwerper en uitvaardiger van de Scherpe Resolutie; hij had de Contra Bemonstranten vervolgd; zich hevig tegen het houden van een Natianale Synode verzet; zijn pogingen om in Utrecht de afdanking der waardgelders te beletten, tegen de last der Staten-Generaal; belastering van Maurits, dat deze naar de souvereiniteit zou streven. (Zie verder Groen). In één woord: hoogverraad.

Ook was nog gesproken over aangenomen geschenken van de zijde des vijands tijdens de onderhandelingen in 1609; alsmede, dat de Advocaat later een schuld van zijn zoon ten bedrage van 14000 gulden in „spaense pistoletten" (een spaanse munt) zou betaald hebben. Met verontwaardiging had de Advocaat deze beschuldiging van zich afgeworpen. Later heeft men zijn papieren ten nauwkeurigste onderzocht, maar niets bezwarends dienaangaande gevonden.

Zo was dan Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld met verbeurdverklaring van

zijn goederen. De overige heren kregen levenslang op Loevestein; plus verbeurdverklaring. Ledenberg had zich in de gevangenis door ophanging van het leven beroofd.

Willem Lodewijk had om redenen van billijkheid en edelmoedigheid een zachter oordeel gewenst, wijzende op de „qualiteiten en diensten" door de gevangenen voorheen bewezen. Het heeft niet zo mogen zijn.

De laatste uren. De „sententie des doods" werd hem direct ter kennis gebracht; ook dat het vonnis de volgende dag zou worden voltrokken. Ds. Walaeus, die in Dordt ter Synode vertoefde, werd door de Staten van Holland direct ontboden, om de veroordeelde geestelijke bijstand te verlenen. Ook werd de Advocaat vergund een laatste schrijven aan zijn familie te richten. Op verzoek van de gevangene ging Walaeus eindelijk naar de Prins, om deze zijn genegenheid te betuigen en vergeving te vragen, indien hij tegen de Prins mocht hebben misdaan, en deze zijn kinderen aan te bevelen." De predikant vroeg hem nog of hij pardon wilde vragen. Hij dacht er niet over!

De Prins was blijkbaar zeer bewogen, toen ds. Walaeus de woorden overbracht. „Het ongeluk van de Advocaat is mij leed zei hij: „ik heb hem altijd lief gehad en dikwijls vermaand anders te doen. Dewijl hij een andere vorm van regering heeft zoeken in te voeren, die Kerk en Staat zou hebben ten ondergebracht, heb ik mij tegen hem moeten stellen; maar hetgeen hij tegen mij misdaan heeft, vergeef ik hem gaarne." Het bleek bij dit bezoek, dat Maurits ook aan cle rechters verzocht had, niet in aanmerking te willen nemen, wat tegen zijn persoon was misdreven. Ook beloofde de Prins voor de kinderen te zullen zorgen, „zolang zij wel deden."

Walaeus heengaande, werd door Maurits teruggeroepen, die hem vroeg: „Spreekt de Advocaat van geen pardon? "

De predikant moest daarop ontkennend antwoorden. De uitvoering van het vonnis moest dan ook volgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.