+ Meer informatie

Hemelvaart

4 minuten leestijd

Gij zijt opgevaren in de hoogte. (Psalm 68 : 19a.)

Des Middelaars hemelvaart moest volgen op Zijn opstanding. Van het graf kon Hij niet worden gehouden. Hij overwon de dood en al de vijanden en nu kon ook de hemel niet langer voor Hem gesloten blijven. Van die hemelvaart van 'Christus getuigt het woord uit Psalm 68: „Gij zijt opgevaren." Het is de Zone Gods die de menselijke natuur aangenomen had en in de dienstknechtelijke gestalte op aarde was gekomen. Hij had aanvaard te volbrengen het werk waartoe de Vader Hem verordineerd had. Hij is gekomen in die vernedering omdat Hij dat doen moest, en daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd.

Die hemelvaart is het rechtvaardig uitkeren van het loon, dat Hem niet kon worden onthouden, omdat Hij volkomen had volbracht de gehoorzaamheid aan de eis Zijns Vaders. Hij ontving de heerlijkheid, welke Hij bij de Vader had, eer de wereld was en in Hem is al Zijn volk verheerlijkt. De hemel moest voor Hem geopend worden, wijl Hij niet kon blijven buiten de plaats der ere. O wat zalige uitkering aan Christus de gegeven Borg aan al Zijn volk. Met alle kinderen van Adam schuldig aan het recht Gods en daardoor de hemel gesloten. Voor immer hadden zij zich buiten de zalige gemeenschap met God gezondigd. Daarom komt Hij in hun plaats, opdat Hij buiten die gemeenschap Gods gevoerd zijnde, naar het recht die gemeenschap weer voor al Zijn gunstgenoten zal herstellen. Hij opent de hemel voor de met Zijn dierbaar bloed gekochten. Hij gaat ze voor en bereidt hen plaats naar Zijn eigen toezeggingen. Voor de discipelen des Heeren was het nuttig dat Hij heenging. Zeker, Zijn persoonlijke tegenwoordigheid was zo aangenaam. Die gevoelige smakingen van Zijn verblijf hier op aarde met hen, zo zalig voor het hart doch dat kon niet blijven. Hij moest verhoogd worden, om die vaste plaats te bereiden voor Zijn gunstvolk. O wat vreemd het hun moge schijnen en hoezeer al Gods volk staat naar die gevoelige gemeenschap; het is zo nuttig dat Hij heengaat. Hij is toch niet vruchteloos in de hemel aan de rechterhand Zijns Vaders. Daar zal al Zijn volk Hem eens volgen. Verlost van de zonde heeft al Gods volk een zeker onderpand in de hemel van hun ingang in heerlijkheid. Die zalige plaats kan hun niet gesloten blijven. Het Hoofd van Zijn kerk is ter plaatse waar God al Zijn volk hebben wil. Dat geschiedt naar des Heeren eeuwige raad en welbehagen, en nu gaat dat welbehagen door de hand des Middelaars gelukkiglijk voort, ook in de hemelvaart.

Dat al Gods lieve volk zich daarin verblijde en door het geloof zich verheuge in die zalige hoop, van eens te worden opgenomen daar, waar Hij hen is voorgegaan. Dan zal de strijd gestreden zijn tegen de machtige vijanden, omdat de Koning der ere, geweldig in de strijd, de strijd gestreden heeft en is voorgegaan. Met welk een blijdschap kan Gods volk vervuld zijn wanneer het ogenblik is aangebroken, dat ze van de aarde worden los gemaakt en van allen die hun naar het vlees lief zijn om hun Heere en Borg te mogen aanschouwen. Zijn dierbare tegenwoordigheid in de hemel naar het lichaam, is een zalig onderpand hunner eeuwige en volkomen zaligheid.

Dat Gods volk zich clan verblijde in hun Heere en Koning'. Hij houdt getrouw Zijn Woord. Wat bange worstelingen en zielangsten hun ook wedervaren, de eeuwige ingang in heerlijkheid kan niet achterwege blijven, maar volgt zeker, daar Hij het heeft beloofd aan ai Zijn volk.

Hoop dan op de Heere, gij vromen, is Israël dan in nood, er zal verlossing komen. Eens der zonden ontvloden en eeuwig bij de Heere te zijn. Dat onze ziele zich verblijde in die hope. O mijn onbekeerde lezer of lezeres, geen deel aan Christus te hebben houdt in: geen ingang in de hemel te ontvangen. Dat de Heere in U verwekke de noodzakelijkheid van in Hem gevonden te worden. Zoek de Heere, terwijl Hij nog te vinden is.

Dat Gods volk zich verblijde in Hem die in alles de eerste is geweest en in volmaakte gehoorzaamheid als Knecht des Vaders Zich vernederde tot de dood, ja de dood des kruises, maar Die ook uitermate verhoogd is, opdat straks de hemel worde geopend en gij zult zijn daar, waar ons verheerlijkt en dierbaar Hoofd is voorgegaan, en dan zullen wij altijd bij de Heere zijn. Amen.

Ds J. v. d. BERG.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.