+ Meer informatie

LICHAAM EN GEEST VAN CHRISTUS

3 minuten leestijd

In dit nieuwe deel in de reeks ‘Spreken over God’ behandelt prof. Van de Beek ‘de theologie van de kerk en de Heilige Geest’. Die volgorde is opmerkelijk. Is de kerk niet een schepping van de Geest? Zeker, en dat onderstreept Van de Beek ook in dit boek, maar toch heeft hij redenen om eerst over de kerk te spreken en pas dan over de Heilige Geest. Zijn belangrijkste argument is dat we over de Geest nooit kunnen spreken los van de kerk. Hij wijst erop dat in Efeziërs 4 met nadruk gesproken wordt over één doop, naast één Here en één God. Dat de geloofsbelijdenis van Nicea spreekt van één God en één Here Jezus Christus, maar niet van één Heilige Geest en wél van één kerk, laat volgens Van de Beek zien dat de eenheid van de Geest gestalte krijgt in de eenheid van de kerk. Als we kijken naar de verschrikkelijke verdeeldheid en de deplorabele toestand van de kerk, is er geen reden om de kerk één en heilig en katholiek te noemen. Maar we gelóven de kerk: namelijk dat deze reële kerk, met haar falen en gebrokenheid, een woonstede van God in de Geest is.

Ook in dit deel keert Van de Beek zich tegen iedere vorm van vooruitgangsdenken. De hedendaagse tendens om de kerk te zien als afglans van Gods drie-enigheid wijst hij af, als men er een ethiek aan wil ontlenen. Bij Christus horen is sterven. De wereldgeschiedenis staat in het teken van het kruis. Toen 1700 jaar geleden keizer Constantijn christen werd en de kerk in 380 staatskerk werd, nam de kerk al gauw afscheid van dit besef en ging ze doen wat ze niet kan en mag doen: proberen een positieve inhoud te geven aan de geschiedenis. Echte belijdenissen gaan volgens Van de Beek niet over hoe we dienen te leven in deze wereld, maar ze willen alleen maar het belijden over God in het juiste spoor houden.

Vanwege dit alles kent Van de Beek in zijn denken in toenemende mate gewicht toe aan de Vroege Kerk van vóór Constantijn. Die eerste generaties wilden bewust leren van de apostelen en omdat ze dichter bij hen stonden, begrepen ze beter dan wij wat de apostelen bedoelden. Het valt op dat Van de Beek hier historische argumenten hanteert, zoals hij dat ook doet waar het gaat om de canon (= de vaststelling welke boeken wel en niet als Heilige Schrift gelden).

Er staat veel boeiends in dit boek, te veel om op te noemen, over de maagdelijke geboorte van Christus (waarvoor Van de Beek hier een lans breekt), over of we echt geloven dat mensen verloren gaan, over het karakter van het ambt en nog veel meer – altijd boeiend en tot nadenken stemmend, vaak prikkelend en soms tot tegenspraak nodigend, maar nooit langdradig of voortkabbelend.

n.a.v. A. van de Beek, Lichaam en Geest van Christus. De theologie van de kerk en de Heilige Geest, Spreken over God 2.2., Uitg. Meinema, Zoetermeer 2012, 560 blz., € 34,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.