+ Meer informatie

Moderamengesprek met Vrijgemaakten, aarzeling over „Buitenverbanders"

Eenheid Geref. belijders op Chr. Geref. synode

9 minuten leestijd

HOOGEVEEN — In het kader van de rapporten van deputaten en commissie voor de zaken van de eenheid onder de Gereformeerde belijders hield de Christelijke Gereformeerde generale synode zich gisteren bezig met de relaties tot de Geref. Kerken Vrijgemaakt binnen verband en idem buiten verband. Zonder dat jegens de „Buitenverbanders" tot besluitvorming werd overgegaan - dat zal later wellicht vandaag gebeuren - kon toch een kleine balans worden opgemaakt.

Zowel de Chr. Geref. Kerken als beide gesprekspartners willen de deur graag openhouden, ook al zijn de feitelijke eenwordings-resultaten nog niet groot. Zelfs leek het er volgens sommige synodeleden op, dat er stappen achteruit gedaan werden in plaats van vooruit op de weg, die - zo werd gezegd - Christus ons duidelijk wijst om te gaan.




Eerst kwamen de „Binnenverbanders" aan bod. De synode heeft over deze kerk eenparig de voorstellen van commissie III (kerkelijke verhoudingen: rapporteur ds. J. Manni) aanvaard.




Moderamen-gesprek
Deze houden in, dat het Vrijgemaakte moderamen (van de synode van Kampen -1975) door het Chr. Geref. moderamen zal worden uitgenodigd voor een onderling gesprek, waarin de Vrijgemaakten hun brief (waarover straks méér) kunnen toelichten. Een poging om het ,,Binnenverbandse" moderamen op de plenaire synodevergadering uitgenodigd te krijgen lukte niet omdat er in dat geval geen officiële „antwoorder" zou kunnen zijn. De besprekingen moeten derhalve op moderamen-niveau plaatshebben.




De Chr. Geref. synode besloot voorts, dat in dat bedoelde gesprek aan de Vrijgemaakten moet worden duidelijk gemaakt, dat het een beleidszaak is geweest, „dat de door ons - de Chr. Geref. deputaten - gesignaleerde verschillen eerst uit de weg moeten worden geruimd vóór een eventuele vereniging". Het voort te zetten gesprek moet verder van Chr. Geref. kant gevoerd worden door deputaten voor de eenheid der Gereformeerde belijders.




Breuk en appèl




Waar het om ging was dit: de samensprekingen met de Vrijgemaakten - toen nog ongedeeld - dateren al van jaren her: de Chr. Geref. synode was, aldus prof. dr. J. van Genderen, voorzitter van genoemd deputaatschap, al in 1962 vrij ver gegaan met haar uitspraken, maar in 1965 braken de Vrijgemaakten de samensprekingen af. Daarna gebeurde er een tijdje niets, maar in 1972/3 reageerde de Vrijgemaakte synode (Hattem) op de argumentatie van de Chr. Geref. synode van Rotterdam.




De Vrijgemaakten deden een icrachtig appèl op de Chr. Geref. synode om de eenheid, die Gods Woord als eis Btelt, vorm te geven in de eenheid van kerkelijk samenleven. Dat appèl werd ' door de Chr. Geref. synode in 1974 (Amsterdam N-W) kort beantwoord en daarin werd o.a. nieuw deputatenoverleg aangeboden. Daarop kwam het antwoord van de Vrijgemaakte synode van Kampen-1975 en die brief lag nu ter tafel in Hoogeveen.




Deze vrij uitvoerige brief bevat weer tal van zaken, waarover onbegrip of misverstand kan bestaan. Er werd o.a. zorg in uitgesproken over de ontwikkelingen binnen de Chr. Geref. Kerken. Ook werd door de Vrijgemaakte 8}rnode weer geen nieuw deputaatschap ter zake benoemd, tenzij men eerst een afdoende antwoord zou hebben ontvangen op twee concrete vragen:




Welke Schriftuurlijke gronden zouden zijn aan te voeren voor de „verschillen, die een verhindering op de weg naar daadwerkelijke eenheid vormen"? Waarom meende voorts de Chr. Geref. synode van Amsterdam, dat duidelijke uitspraken over het lidmaatschap van ICCC en GOS de wederzijdse toenadering niet dienen?




Zoiang daarop geen antwoord komt, komt er geen Vrijgemaakt deputaatschap voor deze materie. Wel werd het moderamen van Kampen-1975 gemachtigd, als gedeputeerde deze brief nader te gaan toelichten bij de Chr. Geref. synode. Welnu, dat kan dan geschieden bij het moderamen. Maar een voortgezet gesprek blijft een zaak van het Chr. Geref. deputaatschap eenheid Geref. belijders.




Debat




Er ging nog een vrij lange discussie aan de besluitvorming vooraf. Ouderling D. Koole wilde weten, of er werkelijk wel „deernis met haar gruis" was in de kerk: betreurt men de gescheidenheid? Laten we als gemeente van Christus toch méér haast maken met deze zaken, ze meer levend behandelen. (Later zou hij t.a.v. de Buitenverbanders ook met eendergelijk voorstel komen en de hele materie van eenheid en kerkelijke samensprekingen met veel meer klem onder de aandacht van het kerkvolk te brengen dan voorheen gebeurd is)

Dr. T. Brienen (Kampen) voelde dezelfde hartelijke begeerte als de Binnenverbanders; toch gingen de rails uiteen. Hoe kwam dat? Overtrokken wij de verschillen? De Vrijgemaakten willen wel spreken, als wij maar de toenadering zien als eis van Gods WOord. Laten we dat dan ooke eerst uitspreken!

Ds. J. van Amstel (Enschede) ging in op zijn plaatselijke situatie. Er is daar 'blij herkennen als ware kerken van de éne Heer en de eenheid moet er komen' meende hij, liever nog met de Binnen- dan met de Buitenverbanders. Hij pleitte voor ontvangst van de Vrijgemaakte delegatie in de volle synode.

Commissierapporteur ds. J. Manni meende, dat er nu over en weer iets meer begrip ontstaat. De Vrijgemaakten verbraken wel het contact, maar wij letten te weinig op hun signalen en gingen er misschien niet serieus genoeg op in, aldus ds. Manni. Na nog een kort historisch overzicht door deputatenvoorzitter prof. Van Genderen kwam de stemming: de drie commissievoorstellen werden aanvaard.

Buitenverbanders

Jegens de Buitenverbanders - wier predikanten G. Mul en G. van den Brink als waarnemers ter synode waren - ging het niet zo eenvoudig; er was een debat in twee ronden nodig en daarna werd de zaak tijdelijk van het agendum afgevoerd. Er was een deputaten- en een commissierapport beschikbaar en enkele centrale gegevens kwamen in de kritiek en/of waardering van alle sprekers steeds terug.

Wij noemen: de gemeenschappelijke verklaring van de Chr. Geref. deputaten en de commissie uit de Buitenverbanders, die in november 1975 werd uitgegeven en waarin o.a. gesproken werd over het werk van de Geest, tweeëriei verbondskinderen, de oproep tot geloof en bekering, geloof en wedergeboorte, Wet en Evangelie etc. Was dit een soort nieuwe gemeenschappelijke geloofsbelijdenis? Een consensus? Hoe moet dat stuk geëvalueerd worden? Verder: de „Buitenverbanders" hebben eigenlijk nog steeds geen kerkverband, geen synode, wel een landelijke vergadering, maar ook independentistische trekjes. De ,,schuld" daarvan is dan wel het (Binnenverbandse) „wegroepingskerkrecht", maar hun eventueel door alle kerken aanvaarde „kerkelijk akkoord" is nog niet hetzelfde als de Dordtse kerkenordening. Hoe moet dat dus?

Enquete

Voorts: er is een Chr. Geref. enquête geweest over de relatie tot
Buiten- en Binnenverbandse kerken, in najaar 1976. Van de 175 Chr.
Cieref, kerken kwamen er 130 antwoordlijsten retour. Daar kwam
o.m. uit, dat 21 kerken geen contact hadden met een der andere kerken (die wel aanwezig was in hun omgeving), dat 23 het contact verbroken hadden, dat 14 kanselruil in praktijk brachten en dat 23 kerken voortgezet contact onderhielden zonder kanselruil. Sommige kerkeraden vonden de contacten uitzichtloos. Over het lezen en wegen van de uitkomsten der enquête werden heel wat vragen gesteld en opmerkingen gemaakt
.
Tenslotte kwam nog de zaak der „Buitenverbandse" opleiding aan de
orde: er is een seminarium, maar dat is meer een particuliere zaak dan één der kerken.

Ernstige vrees

Aan het debat namen in eerste ronde de predikanten Slagboom, Beekhuis,
Van der Veer, Tanis, Brons, Van Amstel en Brienen en ouderiing Westerhof
deel. We nemen wat van hun opmerkingen op:

Ds. D. Slagboom: het contact met de Buitenverbanders is irreëel; laten eerst de kerkeraden, die de contacten verbraken, meedelen waarom. Bovendien: in publicaties, en preken van sommige predikanten uit die kring vrees ik uitspraken over de verkiezing, het eeuwig welbehagen, evenals hun kijk op Wet èn Evangelie, de Dag des Heeren, enz. En hoe functioneert de Geref. belijdenis bij hen?

Ds. P. Beekhuis: als er geestelijke eenheid is, is er geen aparte consensus
meer nodig. Er zijn de Drie Formulieren. Ik vind hun verwijten over onze
,,kenmerkenprediking" onterecht en mis bij hen de oproep tot de eerste bekering en het honoreren van de doodslaat van de mens.
Ds. M. C. Tanis laakte de eenzijdige belofteprediking, die wordt uitgespeeld
tegen de Schriftuurlijk-subjectieve prediking. Bovendien: ,,Ze hebben
nu één vrouwelijke ouderling en ik weet van één predikant, die bijv, nauwe
oecumenische contacten onderhoudt met een R.K. geestelijke".
Ook ds. J . Brons had een forse lijst van kritische vragen, maar er waren
natuurlijk ook diverse andere stemmen. Voorstanders van de toenadering
tot een eenwording met de Buitenverbanders waren bijv. ds. A. van der
Veer, oud. Westerhof, dr. T. Brienen en ook wel ds. J . van Amstel.

Geref. belijden

Na rapporteur ds. Manni ging deputaat prof. Van Genderen nog op
wat vragen in: de „gemeenschappelijke verklaring" is géén consensus,
wil alleen de zaak op gang brengen. Het deputatenrapport is minder
idealistisch en optimistisch dan dat van de commissie, het is echter realistisch. We zijn geen perfectionisten in het leven; moeten we het wèl zijn In de leer? Hun „akkoord van kerkelijk samenleven" is nog niet volledig: volgend jaar komt het befaamde artikel 31 van de DKO ter sprake. Daarom moet ook dat afgewacht worden.
Het Geref. kerkrecht en belijden functioneert in elk geval wel bij de
Buitenverbanders — dit tegen critici als ds. Brons. Wat er van een federatie-
idee te verwachten is, moet nader 
onderzocht worden, maar de ontwikkeling
van de Chr. Geref. classis Zwolle en de „Buitenverband.se" classis
Kampen stemt tot dankbaarheid, aldus deputaat dr. Van Genderen.
Toch was er nog een tweede debatronde nodig met o.a. ds. G. Bouw (die vond, dat de moeiten van het eigen kerkverband hier verzwegen werden
en het laakte, dat sommigen liever met andere kerken contact zochten
dan met en onder elkaar), ds. Slagboom (die verslag wilde van die kerkeraden,
die geen contacten willen hebben), ds. K. J . Velema („Er zijn verschillen,
maar zijn het confessionele? Ik erken de eigen kerkelijke moeiten
mét Bouw, maar ze belemmeren de interkerkelijke voortgang niet. Om Christus' wil moeten we déze weg gaan!") en ds. Brons (die met een gewijzigd voorstel kwam).

Rijke eenheid


Na een kort dankwoord van de Buitenverbandse ds. G. van de Brink
(„Christus zei niet: maak een mooie kerkorde, maar: opdat zij allen één
zijn. Er zuilen er bij ons wel enkelen zijn, die niets voor u voelen, maar wij
zijn geslagen, klein, verscheiden, en we willen tot u komen en zoveel mogelijk
houden wat we hebben. We laten ons niet meer wegorganiseren en zoeken
de rijke eenheid van Christus door de band des vredes"' werd de besluitvorming uitgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.