+ Meer informatie

TER OVERWEGING

20 minuten leestijd

Willem J.J. Boot, Ad securitatem donatus.Tot zekerheid gegeven—anderhalve eeuw onderlinge waarborg 1852–2002. Uitg. Van Wijnen Franeker 2002,136 blz. € 22,50.

In een prachtig uitgegeven boek wordt het 150-jarig bestaan van Donatus gemarkeerd. Zoals bekend is deze gespecialiseerd in het verzekeren van kerkgebouwen, pastorieën e.d. Begonnen in rooms-katholieke kring werd de reikwijdte steeds groter. Het boek legt getuigenis af van een eerbiedwaardige geschiedenis. Vele foto’s (waarvan sommige van branden in kerkgebouwen) dienen om de waarde van de maatschappij te onderstrepen.

Dr. L. Floor, De leer van Christus. Praktisch commentaar bij de brieven van Johannes. Uitg. Groen Heerenveen 2002, 220 blz. € 35,-.

Prof. Floor heeft zich afgevraagd of het wel zinvol zou zijn een commentaar op de brieven van Johannes toe te voegen aan al datgene dat daarover al verschenen is. Hij heeft het tóch gedaan, met name vanwege de roep die vandaag klinkt om ervaring, ook ‘Godservaring’. Welnu, juist in deze brieven komt men vele formuleringen tegen die in het ervaringsvlak liggen (Hem kennen, in Hem blijven, Hem liefhebben enz.). Het boek doorgenomen hebbend wil ik stellen dat we erg dankbaar mogen zijn dat prof. Floor over zijn aanvankelijke aarzeling is heengestapt. Hij heeft ons een kostbaar commentaar gegeven; diepgravend en tegelijk heel praktisch van aard; leesbaar voor iedereen—en dat is knap. In gesprek met oudere en nieuwere theologen en met doorkijkjes naar de belijdenisgeschriften (ik denk bijv. aan het gedeelte over de wedergeboorte en het herkennen daarvan, blz. 103v) laat hij de tekst van deze brieven voor ons oplichten. Voor predikanten, kerkenraden, bijbelstudiegroepen en in het kader van persoonlijke bijbelkennis een aanrader.

Mr. M. Verhage-van Kooten, Recht door de gemeente. Juridische gids voor het pastoraat. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2002, 345 blz. € 24,50.

Het speciale beroep van de predikant/pastor, waarin hij in contact komt met mensen in allerlei gebroken situaties, kan soms met zich meebrengen dat hij met heel specifieke vragen in aanraking komt, de Nederlandse wetgeving betreffende. Men denke aan echtscheiding, pleegzorg, uithuisplaatsing van kinderen, detentie, regels t.a.v. psychiatrische opvang, euthanasie enz. Wanneer men onbekend is met de geldende wetgeving op deze terreinen en toch om pastoraal advies gevraagd wordt, loopt men de kans flinke brokken te maken.

Tot op heden was er eigenlijk niets voorhanden om in de leemte van deze kennis te voorzien. Maar daar heeft mevr. Verhage, sinds vele jaren docent (hulpverlenings)recht aan de Chr. Hogeschool Ede nu een eind aan gemaakt. Ze schreef een standaardwerk—zo mag men het gerust noemen—met het bovengenoemde boek. En daarmee heeft ze ons beslist een grote dienst bewezen. Het is een juridische gids; dat heeft uiteraard consequenties voor taal en stijl. Maar het is zó geschreven dat men snel een antwoord kan vinden op allerlei pastorale praktijkvragen t.a.v. de volgende gebieden: samenlevingsvormen (deel II), gezinsleven (deel III), rechtsbescherming zwakkeren (deel IV), levenseinde (deel V). Aan dit alles gaat vooraf een deel I, waarin een aantal basisbegrippen, -principes en -afspraken over het recht aan de orde komt, de ‘dogmatiek van het recht’. Het boek mag in geen boekenkast van een pastor ontbreken.

dr. C. A. van der Sluijs, De kerk van mijn vader. Uitg. Groen Heerenveen 2001, 76 blz. € 10,20.

De bevestiging van zijn zoon tot hervormd predikant deed de auteur terugblikken; zo kwam het tot een zich rekenschap geven van zijn staan in de ‘vaderlandse kerk’ temidden van zoveel—ook afgescheiden—kerken (waar hij zelf uit stamt). Het is een hartstochtelijk boekje geworden, waarbij duidelijk is dat hij wil staan voor het behoud van de prediking van de bediening van de verzoening. Dan alleen heeft de kerk toekomst, ook deze kerk, waar—naar zijn eigen zeggen—‘iedereen mag preken wat hij wil’ (blz. 23). Soms breekt zijn verheven stijl even in stukken, zoals op blz. 65, waar hij schrijft over ‘samen op weg met Jan-en-alleman’; maar dat zijn slechts vlekjes in dit openhartige levensverslag.

Marinus van den Berg, Je naam klinkt in ons door. Klein monument voor een overleden kind. Uitg. Kok Kampen 2001, 62 blz. € 9,95.

Het is jammer dat een zo mooi uitgegeven boekje met zulke mooie illustraties over een thema dat velen—door gruwelijke ervaring—zo bezighoudt, toch niet zonder reserve kan worden aanbevolen. En toch is dat het geval: veel mooie gedachten, veel bladzijden die je zo in iemands handen zou willen geven—en dan ineens een paar regels zoals (blz. 34): ‘Ook God vraagt niet om het te aanvaarden’. Nee, niet zonder meer, en niet zonder aarzeling, maar zó geformuleerd is het toch te weinig. Lees het boekje dus voorzichtig, eigenlijk net zo voorzichtig als u mensen tegemoet treedt die een kind aan God moesten afstaan.

dr. ir. J. van der Graaf, De apostel ook profeet. De profetische roeping van de kerk in een postmoderne tijd. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001, 69 blz. € 9,-.

In dit boekje vindt u de neerslag van een lezing, gehouden voor de predikantenconferentie van de Geref. Bond in de NHK, met (o.a.) de daarop volgende discussie en een nadere schriftelijke reflectie van dr. W. Verboom. De voormalige secretaris van de Bond breekt een lans voor het verbinden van de priesterlijke roeping van de kerk met haar profetische, als direct uitvloeisel van het priesterlijk en het koninklijk ambt van de Heiland. Te veel is gaandeweg de nadruk gevallen op het ‘naar binnen gerichte’, en ‘Paars’ doet daar geen goed aan. Dr. Verboom toont overtuigend aan, in aansluiting op dit standpunt, dat in de Heidelberger Catechismus al sprake is van een lijn naar de samenleving/wereld (met name in de zondagen 34–44). Prikkelende vragen worden gesteld, zoals naar het verband tussen de ontwikkeling van de reformatorische zuil en het (gaan ontbreken van) het zicht op de profetische roeping. Allemaal om goed over door te denken!

prof. dr. J. Hoogland e.a., Bruggen slaan. Communicatie van het evangelie in een postmoderne tijd.

dr. W. ter Horst e.a…..En verhindert ze niet. Gezin en geloofsopvoeding.

GSEv-reeks nr. 42 resp. 45. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2000 resp. 2001, 107 resp. 120 blz. € 8,95.

In het eerste boek wordt een thema aangeroerd dat meer en meer de aandacht vraagt: het hoge Woord van God, dat zo waard is om geloofd te worden, vraagt om zorgvuldige benadering m.b.t. de communicatie. Het feit dat het de Geest is die het geloof werkt, neemt niet weg dat het onze verantwoordelijkheid is geen onnodige drempels op te werpen. In dit boek vindt u de neerslag van een gehouden studiedag, met medewerking van o.a. drs. W. Dekker, drs. A.G. Knevel, dr. W. Verboom, ds. W. Smouter, drs. M. Visch.

Het tweede boek handelt over de vragen rond de overdracht van Gods Woord en zijn liefde aan onze kinderen. Naast een hoofdartikel (oorspronkelijk: lezing) van de bekende emeritus-hoogleraar pedagogiek Ter Horst wordt er een aantal voetangels en klemmen voor het voetlicht gebracht (o.a. over wat er gebeurt als we met onze woorden iets anders zeggen dan waar onze daden van getuigen…).

P. Niemeijer, Bewaard en voortgegaan. ‘1926’ en ‘jaren zestig’: om de helderheid van de Schrift en de binding aan de belijdenis. Uitg. Woord en Wereld 2002, € 9,50.

Ds. Niemeijer geeft een bijdrage aan de gesprekken die (met name) tussen zijn kerken (GKV) en de onze gevoerd worden. In het eerste deel gaat het om de zaken rond ‘Assen-1926’, dus de kwestie-Geelkerken rond de gebeurtenissen die in Gen. 3 beschreven staan—en daarbij komen de hoogleraren Maris en Oosterhoff ter sprake. In het tweede gedeelte gaat het over de breuk in de jaren ‘60, die leidde tot het ontstaan van de NGK.

De auteur doet zijn best om aan te tonen dat de (zijn) kerken in 1926 de vrijheid van exegese niet aan banden wilden leggen, maar louter een uitspraak vroegen van de ‘zintuiglijke waarneembaarheid’ (o.a. blz. 39). Mij bekroop de vraag waar nu eigenlijk exegese begint in dit kader. Ik denk verder dat het—de geschiedenis in het boekje volgend—op verschillende momenten mogelijk was geweest in het geschil tot een vergelijk te komen. Bij een conflict (ook in de kerken) is er altijd het gevaar van ‘geen gezichtsverlies willen lijden’… Dat bracht mij bij de vraag: is het eigenlijk nog wel mogelijk om slechts met de stukken in de hand een oordeel te geven over wat ruim 75 jaar geleden gebeurde? Die vraag komt op een bepaalde manier ook boven bij het tweede gedeelte rond de scheuring in de GKV in de jaren ‘60: het is toch niet te ontkennen dat het zogenaamde ‘vrijmakings-geloof’ een grote rol heeft gespeeld; als dat al niet door officiële stukken werd gewekt, hoe kan het dan dat het toch zó’n grote rol speelde? Die vraag blijft hangen, ook bij de zaken die de auteur terecht ter sprake brengt rond sommige afwijkingen van de belijdenis.

W. A. Brakel, Redelijke godsdienst. Bijbels dagboek. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2002, 365 blz. €19.95.

De ‘Redelijke godsdienst’ is toch geen dagboek? Zo kan de vraag van de kenners luiden. En terecht; de heer J.M. Vermeulen nam het oorspronkelijke werk ter hand, selecteerde tekst, liet uitgebreide inleidingen weg, redigeerde en moderniseerde verouderde tekst. Wat tijdgebonden was of waarover het laatste woord nog niet gezegd is, werd ook weggelaten. Zodoende ontstonden er korte stukjes waarbij door Brakel een bijbeltekst werd geciteerd; deze werd bovenaan de bladzijde genoteerd en met enkele woorden ingelast in de tekst (men kan het allemaal in de inleidende woorden lezen) en ziedaar: een dagboek van Brakel van precies 365 stukjes. Maar zo kan het naar mijn gedachte toch niet. Laat de ‘Redelijke godsdienst’ van ‘vader’ Brakel blijven wat hij is en laat dit dagboek heten wat het is: een dagboek van J.M. Vermeulen aan de hand van gedachten van Brakel. Daar is echt niets op tegen en men kan er ook nog zegen bij ondervinden.

Jonathan Serphos, Een gouden teken. Uitg. Kok Kampen 2000, 128 blz. € 9,-.

Een bundel uit het leven gegrepen verhalen, vaak teruggaand op joodse wijsheden, maar ook met de christelijke traditie als achtergrond. Ze houden ons een spiegel voor en vormen—zoals terecht op de achterflap staat—een tegenwicht tegen de hardheid en liefdeloosheid van het bestaan. Verrassende doorkijkjes zijn het gevolg.

ds. Evert-Jan Hempenius en ds. Gert Hutten, Begrijp je wat je leest? Bijbels dagboek voor jongeren. Uitg. Barnabas Heerenveen 2002, 163 blz. € 11,50.

Een dagboek, zo luidt de ondertiteling. Dat is ook zo, maar geen dagboek zoals we dat gewend zijn, nl. per dag een bladzijde tekst rond een bepaald woord uit de Schrift. In dit dagboek is het jaar in 26 stukken ‘geknipt’. Per veertien dagen staat er één bijbelboek centraal. Eerst wordt een inleiding over dat bijbelboek gegeven, daarna volgen er 14 gedeelten uit, die voorzien zijn van enkele vragen. Het geheel vraagt er dus duidelijk om zelf na te denken en zo de bedoeling van de Geest op het spoor te komen. Midden in de periode van 14 dagen komt er een tip die te maken heeft met de wijze waarop de Schrift gelezen wil worden: biddend, zichzelf uitleggend, luisterend enz. Wie een helpende hand bij het lezen van de bijbel kan combineren met eigen werkzaamheid, kan aan dit boek een goede leidraad hebben. Wie meer afhankelijk is van de leiding van anderen, doet er beter aan iets anders te zoeken. De stukjes verschenen eerder in ‘Clou’ (Nederlands Dagblad).

ds. Gert Hutten, Jezus, de man die je niet kunt negeren. Twintig redenen om Hem te volgen. Uitg. Barnabas Heerenveen 2002, 121 blz. € 10,95.

In de jongerenserie ‘to the point’ verscheen dit boekje als derde deel. Wel, to the point is het. Ds. Hutten kent de taal en de leefwereld van de jongeren, en hij laat dat merken in zijn taalgebruik ook. Natuurlijk gebruikt hij daarbij soms woorden die vandaag tot de woordenschat van die jongeren horen en die volgend jaar weer vergeten zijn, maar daar moet niemand over vallen. Trouwens, wellicht is iemand beducht voor al te gewone taal. Terecht schrijft de auteur op blz. 23 daarover dat Jezus ‘in heel gewone begrijpelijke taal over God’ sprak. Die drempel hoeven wij dus niet op te werpen. Het gegeven dat er een geestelijke drempel is om dat Woord te aanvaarden, is een andere realiteit. En daarvoor heeft ds. Hutten de ogen wijd open en hij wekt jongeren scherp op om de enig juiste keus te maken, wetend dat dit woorden zijn die als ‘prikkeldraad’ kunnen overkomen: zo staan die oproepen dan ook aan het eind van elk hoofdstuk aangegeven.

ds. CG. Vreugdenhil, Levend geloof. Uitg. Groen Heerenveen 2001, 200 blz. € 12,48 en

ds. M.J. Kater, Tegen de stroom in?!. Uitg. Groen Heerenveen 2002, 101 blz. € 10,50.

De beide hierboven aangekondigde boeken zijn onderdeel van de serie ‘Jongerenperspectief’, die inmiddels al 14 deeltjes kent. Op aansprekende wijze willen de auteurs jongeren in hun vragen bereiken. Als men vraagt: welke jongeren dan? kan het antwoord luiden: jongeren uit reformatorische kring. Uit die kring komen namelijk met name de vragen die zij beantwoorden. Ds. Kater bijvoorbeeld heeft daartoe in zijn boek een aantal artikelen gebundeld die eerder verschenen in de vorm van columns in ‘Terdege’ (uitgave van RD-holding). Niemand denke echter dat het geschrevene slechts voor dat ‘segment’ jongeren van belang is. De onderwerpen raken ons allen! Met waardering mag gezegd worden dat de auteurs het volle evangelie van Gods beloften laten klinken en dat ze hun (jonge) lezers willen aanzetten daarop te leren pleiten; dat ze vervolgens ook hun vragen echt in het licht van het Woord van God plaatsen en zo zoeken naar bijbelse antwoorden. Zo schrijft ds. Vreugdenhil o.a. over de roeping tot het geloof, wedergeboorte en geloof, groei in het geloof (waarbij zowel groeiremmers en groeibevorderaars aan de orde komen) en ds. Kater schrijft o.a. over het zich laten kennen van God, gebedsleven, onbegrijpelijke dingen, verhouding reformatorisch en evangelisch.

ds. E.A. de Boer, De Bijbel open over vrijen. Over seksualiteit en huwelijksvoorbereiding. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2002, 112 blz. € 9,75.

In dit boekje vindt men bijbelstudies die inzicht geven in de wijze waarop God mensen in een liefdesrelatie aan elkaar geeft. En dat met name toegespitst op de tijd vóór het huwelijk. Het elkaar ontdekken—ook lichamelijk—roept vragen op: wat is Gods wil daarin? Wat is de ruimte die Hij geeft en wat zijn grenzen die Hij daaraan stelt? Met die eerbiedige vraag voor ogen schreef ds. De Boer dit boek, in gesprek met jonge stellen, die hij in de voorbereiding ervan betrok. Dat verhoogt de waarde ervan. In de kring van de Geref. Kerken (vrijg.) besteedt men veel aandacht aan deze zaken; dit boekje neemt daarbij een waardige plaats in. En zo kunnen ook anderen, buiten de kring van de GKV, er mee geholpen zijn.

Martin Bucer, De brief van Paulus aan de Efeziërs. Vertaald en ingeleid door dr. W. van ‘t Spijker. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2001, 224 blz. € 23,50.

Prof. Van ‘t Spijker is opnieuw met het oevre van Bucer aan de slag gegaan: hij heeft diens commentaar op Efeze vertaald. Dat dateert van 1527, en behoort tot een serie van bijbelverklaringen die deze reformator het licht deed zien: genoemd kunnen worden Zefanja, de Evangeliën en Romeinen. In tegenstelling tot zijn jongere mede-reformator Calvijn kan niet gezegd worden dat hierin zijn levenswerk ligt. Daarvoor moest hij teveel tijd steken in het wegnemen van de ‘vervreemding tussen broeders’, zoals de vertaler het op blz. 7 in zijn inleiding formuleert. Gemakkelijk laat het commentaar zich niet lezen; dat is geen nieuws, want dat zei Calvijn al: er is een ‘veelheid en snelheid van gedachten die hem (Bucer) vrijwel gelijktijdig door hoofd en hart gingen’. Maar het is alleszins de moeite waard er doorheen te gaan; het gaat immers over de ‘kerkbrief’ bij uitnemendheid.

Gisbertus Voetius, De praktijk der godzaligheid. Uitg. De Banier Utrecht 2002 (tweede, gewijzigde druk), 714 blz. € 31,95.

Het monumentale werk van Voetius (uit 1664) verscheen—ingeleid, vertaald en toegelicht door dr. C.A. de Niet—in een kloeke band. Het boek is vrucht van dertig jaren academisch onderwijs, waarin—zoals ons bekend mag zijn—vroomheid en wetenschap aan elkaar verbonden waren. Men kan aan de vormgeving van het boek nog merken dat het zo van de katheder afkomt! Voetius heeft zijn boek bedoeld als handboek en naslagwerk voor (aanstaande) predikanten. De kern van de praktijk bestaat voor hem uit meditatie, gebed en bekering. Zo dringt hij bij de predikers aan op levensheiliging en op ware vroomheid en spirituliteit. Zo zullen ze vervolgens hun gemeenteleden tegemoet treden en met gezag hun dienst verrichten.

Ds. H. Drost, Israels twaalftal. Bijbelstudie Compact over Genesis 49. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2002, 60 blz. € 4,90.

Kort, maar krachtig zet ds. Drost de geschiedenis van de twaalf zonen én de bijbelse profetie die bij hen hoort, in deze studie neer. De hoofdstukken zijn als volgt ingedeeld: In een ‘familiefoto’ wordt de plek van de zoon in de familie getekend (als beeld van ieders plek in Gods gezin); dan komt een ‘pasfoto’, waarin de zoon in beeld komt via de uitleg van de tekst in Gen. 49; vervolgens laat de auteur ons in ‘de spiegel’ kijken—een persoonlijke toepassing; tenslotte volgt een ‘panorama’, waarin de lijnen van de betreffende stam in de bijbel verder worden gevolgd. Er is hier sprake van een mooi, eerbiedig boekje met goede geestelijke leiding voor oud en jong.

Marcel Becker (red), Vurige pleidooien. Beroemde redevoeringen over schuld en onschuld Uitg. Agora Kampen 2001, 125 blz. € 12,50.

Dit boek is een bundeling van lezingen, gehouden onder auspiciën van de Thomas More Akademie. Dat is een samenwerkingsverband van de Katholieke Universiteit Nijmegen met een aantal andere organisaties, die ‘maatschappelijke en culturele vragen verkent vanuit levensbeschouwelijk perspectief’. Dit boek bevat een aantal commentaren van filosofen bij ‘beroemde redevoeringen over schuld en onschuld’ in de geschiedenis. Zo komen o.a. Plato’s verdediging van Socrates, het pleidooi van Robespierre tijdens de Franse Revolutie om koning Louis XVI terecht te stellen, de beschouwingen van Hannah Arendt en Harry Mulisch over het proces tegen de Nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann aan de orde. Het is opmerkelijk hoe de vragen van schuld en recht zich de laatste jaren naar voren gedrongen hebben. Zou er een samenhang zijn met de verlegenheid die er op dit punt in kerk en theologie heerst? In deze bundel komt de godsdienstige dimensie nauwelijks aan de orde. Het is van groot belang die vragen op te pakken.

Dietrich Bonhoeffer, Mijn ziel keert zich stil tot God. Meditaties bij de Psalmen. Uitg Ten Have Kampen 2002, 142 blz. € 19,90.

In dit fraai uitgegeven boek is een aantal preken en meditaties van Dietrich Bonhoeffer over de Psalmen gebundeld. De volgorde is chronologisch, en als men de inleidingen bij de diverse hoofdstukken goed volgt, krijgt men een beeld van de biografie van Bonhoeffer. De Psalmen hebben Bonhoeffer de jaren door begeleid, maar het heeft niet altijd geleid tot een preek of meditatie. In november 1938, als overal in Duitsland synagoges in brand gestoken en vernield worden en Joden gemolesteerd, noteert hij alleen de datum—9.11.1938—bij Psalm 74 in zijn eigen bijbel. Het boek geeft stof tot meditatie, en biedt ook een goede kennismaking met Bonhoeffer. En het is fraai uitgegeven! S. Paas, Jezus als Heer in een plat land. Op zoek naar een Nederlands evangelie. Uitg. Boeken-centrum Zoetermeer 2001, 209 blz. € 16,50.

Dit boek van de hand van onze landelijke evangelisatieconsulent behoeft eigenlijk geen bespreking meer—het is en wordt al door velen gelezen, die er hun eigen mening over gevormd hebben. De titel is raak: Nederland is een plat land. Letterlijk, maar dat is hier niet bedoeld. Paas wil ermee aangeven, dat Nederlanders niet zo veel ophebben met gezag. Dan is het dus een lastige vraag: hoe kan Jezus als Heer erkend worden in zo’n plat land?

De ondertitel geeft aan, dat Paas op zoek is naar een Nederlands evangelie, dat dus is toegesneden op—niet aangepast aan!—de Nederlandse cultuur. Het evangelie wil ‘landen’ in onze cultuur, en de incarnatie (de menswording van Christus) geeft daarvoor het model. Vanuit de christelijke subculturen moet het evangelie naar andere culturen vertaald worden. Daarbij denkt Paas niet gemakkelijk, alsof wij dat even zouden doen. Het werkelijke ‘landen’ van de boodschap ligt niet in onze handen. Alleen de Heilige Geest kan dat bewerken. Maar wij kunnen de ‘landingsplaats’ klaarmaken, en daartoe wil Paas met dit boek aanmoedigen.

Ik heb veel waardering voor dit boek. Het is niet goedkoop en snel, en toch vlot geschreven, en met verrassende gedeelten, waarin het perspectief ineens wisselt—het boek opent ermee! Ik vraag me alleen af, of het wel zo’n goed idee is de incarnatie als ‘model’ te hanteren. Hoe verhoudt zich een ‘model’ tot de vrijmacht van de Geest, die Zich immers niet ‘incarneert’? Begint het niet bij de Geest, die ons oordeelt in onze cultuur? Loop je niet het gevaar de cultuur toch teveel zelfstandigheid toe te kennen? Is het niet beter te beginnen bij de Geest, die ons en onze cultuur vanuit en met het Woord oordeelt?

Ype Schaaf & Jan Jongeneel, De andere wereld na 11 september. De politieke correctheid voorbij. Uitg. Kok Kampen 2002, 62 blz. € 9,95.

Dit dunne boekje biedt eigenlijk heel veel. Ds Y. Schaaf geeft in het bestek van 40 bladzijden een overzicht van de relatie van christendom en Islam door de eeuwen heen. Het helpt ons te begrijpen in wat voor geschiedenis de aanslagen van 11 september thuishoren. De oud-zendingsman spaart de westerse christenheid de kritiek niet, en ook dat is het overwegen waard. In een achttal bladzijden werkt prof. dr J.A.B. Jongeneel een kroniek uit, die hij begin 2002 publiceerde. Ook hij nodigt ons uit tot onszelf in te keren, als hij het beschamend noemt, dat één van de meest christenvijandige landen als Saoedie-Arabië als bondgenoot geldt, vanwege de olie.

Het is een interessant boekje, dat ik met grote belangstelling gelezen heb. In de bijdrage van ds Schaaf trof ik enkele zaken aan, die correctie behoeven. Ik denk aan de typering van de gereformeerde traditie op blz. 42. Verder noemt hij de Likoed-partij radicaal orthodox, en dat is ze zeker niet; ze is in werkelijkheid niet-religieus. Israël moet het trouwens bij beide auteurs ontgelden. Voor de betekenis van Gods blijvende trouw aan Israël voor de vragen van land en staat hebben ze niet veel oog. Jammer!

H.W. Vijver, Daarvoor hoef je niet christelijk te zijn. Een pleidooi voor christelijke organisaties. Uitg. Ten Have Kampen 2000, 208 blz. € 18,11.

De schrijver van dit boek is docent aan de Chr. Hogeschool Noord-Nederland, en aldaar verbonden aan Studiecentrum voor Ethiek en Levensbeschouwing. Hij acht de levensbeschouwelijke pluriformiteit een goede zaak, die het christelijk geloof nieuwe kansen geeft (13). We leven immers in een postchristelijke tijd, waarin we hebben te aanvaarden dat het christelijk geloof slechts één van de vele tradities is (141). Dat houdt o.a. in dat de claim van een christelijke dominantie moet worden opgegeven (17). Dat is geen malheur, want christenen doen er toch al goed aan niet langer te pretenderen, dat hun handelen is afgestemd op het christelijk geloof (179). Morele inzichten ontlenen we er ook niet aan die doen we slechts op door bij onszelf te rade te gaan (149). De postchristelijke organisatie is een combinatie van trouw aan en kritiek op de traditie, en op die wijze ook voortzetting van de traditie (187). Zo komt hij uit bij de volgende kenmerken van de postchristelijke organisatie: aanvaarding van de pluraliteit en bewuste keuze voor de dialoog (195).

Samenvattend: het christelijk geloof is slechts een traditie naast anderen, en geeft ook niet gezaghebbend richting aan het werken van christenen in en aan de samenleving. Dan blijft er in feite niet veel over van de ondertitel: ‘een pleidooi voor christelijke organisaties’.

F.J.H. Vosman & Th.W.A. de Wit (red.), De nieuwe achteloosheid. Uitg. Agora Kampen. € 13,95.

De—overwegend rooms-katholieke—auteurs van deze bundel houden zich bezig met de erosie van normen en waarden in onze samenleving. Generaliseringen en gemakkelijke oplossingen willen ze niet bieden. Ze zijn er verlegen mee. Typerend is dat enkelen van hen aangeven dat de ethiek moet beginnen bij de ‘kleine ethiek’, het persoonlijk gedrag. Dat is te lang verwaarloosd in de theologie. Boeiende, maar niet gemakkelijke lectuur voor wie deze vragen ter harte gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.