+ Meer informatie

Wat lezen we?

13 minuten leestijd

Aanleiding

Het feit dat ik in het najaar van ’72 voor een district van vrouwenverenigingen een causerie hield over „Het nut van de christelijke pers” was voor de redactie van „Ambtelijk Contact” aanleiding mij te verzoeken een artikel te schrijven over het onderwerp „Wat lezen we ?”

Nu ik me zet tot het inlossen van de belofte dit artikel klaar te maken, realiseer ik me dat de vraag boven dit artikel strikt genomen meer omvat dan het terrein dat ik destijds belichtte: de krant.

We lezen meer dan ons dagblad, al is de krant wel een dagelijks terugkerende informant, die onwillekeurig een zekere band legt tussen zich en de lezer.

Nu is het niet mijn bedoeling het hele leesveld te overzien. Een paar opmerkingen in het algemeen zou ik toch willen maken, nu me de gelegenheid gegeven wordt in dit blad voor ambtsdragers over onze lectuur te schrijven. Het is overigens duidelijk dat ik me strikt dien te beperken tot de vraag: wat lezen we ? Een artikel over de vraag: Wat horen we ? of: Wat zien we ? zou vandaag evenmin misplaatst zijn. De moderne massacommunicatiemedia hebben een grote actie-radius. Hun invloed is merkbaar in de gezinnen, waarin wij ons ambtelijk werk doen èn in onze eigen gezinnen.

Boeken

Het is uiterst moeilijk om enige leiding te geven aan het lezen van boeken. We kunnen daarbij nog weer onderscheid maken tussen studieboeken en ontspanningslectuur. Wat het laatste betreft het echt christelijke boek wordt zeldzaam. Het is ook een hele kunst om in een roman op verantwoorde wijze de betekenis van het christelijk geloof te doen uitkomen. Naarmate het christelijk gehalte van ons volk achteruit gaat naar die mate zal ook het christelijk peil van vele boeken dalen. Het is een weldaad om een boek te lezen als „In Zijn arm de lammeren” van Lambregtse — van betekenis als ontspanningslectuur én voor onze ambtelijke arbeid.

Verder kan men uiteraard afgaan op boekbeoordelingen van betrouwbare recensenten. In het algemeen zullen we kritischer dan ooit hebben te staan tegenover de moderne literatuur, waarin hoe langer hoe minder gesproken wordt over de kracht van het geloof en de plaats van de kerk. Tot in vele z.g. christelijke romans, die in de bekende series verschijnen, toe !

Voor ambtsdragers is van betekenis dat men kennis neemt van wat op eigen kerkelijk erf verschijnt. Het lijkt me van betekenis dat men probeert de Apeldoornse Studies te lezen en verwerken. Nu onze hoogleraren meer publiceren dan vroeger het geval kon zijn, dienen we dat te waarderen door ook zelf van hun publikaties kennis te nemen.

Trouwens ook andere geschriften dienen door ambtsdragers te worden gekend. Als men aan jonge belijdende leden een geschenk geeft in de vorm van een boek — zoals er de laatste tijd weer enkele zijn verschenen — dan dient men die zelf m.i. te kennen.

Het is me in het kader van dit artikel niet mogelijk om aanwijzingen te geven voor de vorming van een eigen, kleine bibliotheek.

Hoe meer men leest, hoe meer men thuis raakt in datgene wat verschijnt.

Wie niet leest, is niet geïnformeerd en wie niet geïnformeerd is, doet veel verkeerd.

Kerkelijke pers

Het is voor een ambtsdrager een vanzelfsprekende zaak dat hij op de hoogte is van de kerkelijke pers en kennis neemt van hetgeen in onze kerkelijke bladen verschijnt.

Het is een vreemde zaak slag op slag te moeten constateren dat ambtsdragers geen kennis nemen van hetgeen in ons kerkelijk orgaan te lezen staat — over abonneren spreken we dan nog maar niet eens. Dit is m.i. niet in overeenstemming met onze plaats als ambtsdragers in een concreet kerkelijk leven. Men kan vele en grote bezwaren hebben tegen of allerlei tekorten aanwijzen in de voorlichting, maar op de hoogte zijn met en kennis nemen van — en dat geregeld ! — geeft recht van spreken over dit onderwerp en kan soms in ons contact met gemeenteleden en het gesprek over het kerkelijke leven ten goede komen.

Van de gelegenheid maak ik tegelijk gebruik om te zeggen dat we m.i. ons hoog nodig moeten bezinnen op de gang van zaken m.b.t. onze kerkelijke pers. Uit Jaarboek 1973 blijkt dat er 7 algemene kerkelijke bladen en uitgaven zijn; 9 regionale en classicale kerkbladen; 38 plaatselijke kerkbladen; 8 verenigingsuitgaven en 2 „diversen”. En dit alles voor een kerk die 71164 leden telt. Overal valt het woord „schaalvergroting” en zijn fusies en concentraties aan de orde van de dag. Wij permitteren ons een voortgaande versnippering en een bedekte concurrentie !

Het probleem is verbazend moeilijk. We zitten met een historische ontwikkeling: diverse deputaatschappen hebben hun eigen blad; verschillende bonden hun eigen orgaan; sommige classes een eigen „bode”. Het lijkt soms alsof ieder vecht voor zijn eigen standje, uiteraard in de naam des Heren en voor het heil van de kerk ! Maar de laatste tijd begint voor mij steeds meer de vraag te leven: moet het niet anders ?

Nu we de begrijpelijke ontwikkeling zien dat vele gemeenten een eigen plaatselijk blad krijgen, wordt de funotie van de classicale bladen disputabel. Een classicaal blad, dat alleen bestaat uit gemeentelijke berichten — hoe belangrijk ook voor de betrokken gemeenten en voor de band onderling, om van bevrediging der nieuwsgierigheid maar te zwijgen — kan toch niet de bedoeling zijn.

De uitgaven van bonden hebben moeite het hoofd boven water te houden of kunnen alleen maar bestaan dank zij subsidies uit andere fondsen.

Enkele bladen van deputaatschappen worden aan alle kerkleden toegezonden in de hoop dat ieder vrijwillig geeft. Soms wordt er veel overbodig werk gedaan.

De vraag laat zich niet meer wegdringen: kunnen we niet komen tot een goed groot blad, dat beslist toonaangevend is en waarin de hele kerk zich presenteert ? Een blad, waarin de deputaatschappen informaties verstrekken en de bonden hun eigen hoekje hebben. In het kader van dit artikel kan ik er niet meer van zeggen. Maar aangezien de ervaring leert dat je eerst een balletje moet opwerpen en aan het denken moet zetten voor na vele overleggingen eindelijk iets uit de bus komt, wilde ik — nu me concreet de vraag gesteld wordt: Wat lezen we ? — op deze hoe langer hoe meer vereiste concentratie de aandacht vestigen.

Taak van de krant

Wat is de taak van de krant ? Wat verwachten we in grote lijnen van een krant ?

a) Informatie — zo breed en duidelijk mogelijk over het wereldgebeuren, de politiek, gemengd nieuws, de kerk, in één woord alles wat er reilt en zeilt. Hoe sneller hoe liever.

b) Reactie — op toestanden en feiten; op gebeurtenissen en rampen. De krant moet uitdrukken wat bij de lezers leeft aan gevoelens.

c) Communicatie — uitwisseling van gedachten over allerlei onderwerpen; hierdoor krijgt de krant een bepaald gezicht en wordt ze een vast punt op ons dagprogramma; door de advertentierubriek blijft men op de hoogte van het wel en wee van een brede kring van mensen.

d) Educatie — opvoeding, vorming, bijblijven. De krant moet onze kennis onderhouden, bevorderen en versterken.

De christelijke krant

Een christelijke krant zal de genoemde vierdelige taak op christelijke wijze moeten verrichten.

Wat betekent dat in de praktijk ?

Het licht van Gods Woord zal moeten vallen op alles — dat betekent relativering van veel van hetgeen wij belangrijk vinden en een plaatsen van het tijdelijk leven in eeuwigheidslicht.

De norm van Gods Wet zal duidelijk moeten worden aangelegd bij velerlei verschijnselen. Een christelijke krant zal tucht moeten oefenen.

De gang van Gods Koninkrijk dient te worden aangewezen — zo krijgen de lezers visie.

En tenslotte is het van belang dat de betekenis van Christus’ kerk wordt belicht. Dat kan niet anders dan opbouwend werken.

We zoeken in de christelijke krant geen preken, maar wel schriftuurlijke voorlichting. Het Woord Gods moet spreken en duidelijk de dragende achtergrond van alle journalistieke arbeid zijn.

Het is van uitermate groot belang dat een christelijke meningsvorming gegeven wordt met betrekking tot de gebeurtenissen in deze tijd en dat de juiste levenshouding wordt aangegeven bij veranderende vormen.

Hier moet het echt christelijke functioneren:

profetisch — door te getuigen; goed te onderscheiden en juiste verbanden te leggen;

priesterlijk — door in echte bewogenheid voor te gaan en de dienende, zelfverloochenende plaats van de christen aan te wijzen;

koninklijk — door te strijden tegen alles wat tegen Gods Woord ingaat.

Welke krant ?

Nu stel ik een penibele vraag, die onder ons geheel verschillend wordt beantwoord. Het gaat er mij niet om een afdoend antwoord te geven; wel om tot nadenken te stemmen en uw onderscheidingsvermogen te scherpen.

Principiëel dienen we een christelijke krant te lezen. Het is bekend dat velen onder ons zo niet geabonneerd zijn op, dan toch graag De Telegraaf nemen. Hoe raak sommige feiten en personen daarin ook belicht kunnen worden en hoe sensationeel de berichten opgedist worden, het is duidelijk dat deze krant niet de norm van Gods Woord en Wet aanlegt. Men zal dus wel moeten weten wat men doet, als men zich door deze krant laat voorlichten.

Velen lezen ook een plaatselijke of regionale krant. Ook dat is begrijpelijk. Een dergelijke krant kan het plaatselijke nieuws geven op een wijze als geen landelijke krant het zich kan permitteren. Maar daarnaast moet men toch wel veel slikken, dat op geen enkele wijze in overeenstemming is te brengen met wat de taak van een christelijke krant is genoemd. Ook het dagelijkse kerknieuws ontbreekt. Als pluspunt kan genoteerd worden dat de wekelijkse pagina, die hieraan gewijd wordt, in de regel uitmunt door goede informatie en verblijdende objectiviteit. Maar dit weegt m.i. niet op tegen de negatieve punten.

We komen tot de sinds de bevrijding toonaangevende „christelijke” krant, die Trouw heet. Tot voor enkele jaren kende men in het Westen en Zuiden de kranten van het Diemer-kwartet, destijds opgericht naast de Standaard. Deze bladen waren over het algemeen goed, gaven goede informatie over het kerkelijke leven. Helaas is een fusie tot stand gekomen tussen Trouw en het Kwartet. Wie met het nodige onderscheidingsvermogen de ontwikkeling heeft gevolgd, heeft kunnen ontdekken dat in het begin van de zestiger jaren zich een duidelijke wending voltrok.

Deze wending had tot gevolg dat vele abonnees, ook uit onze kring, zich hoe langer hoe minder thuis voelden in deze krant, die zij zo lang trouw waren geweest.

De geestelijke crisis, die door het gereformeerde leven ging, kreeg z’n weerslag in deze krant.

Als u nog even denkt aan de wijze, waarop een christelijke krant haar taak moet verrichten — het licht van Gods Woord, de norm van Gods wet, de gang van Gods Koninkrijk en de betekenis van Christus’ kerk — dan worden de bezwaren bijzonder groot. Niet tegen alle artikelen — er zijn gezellige, informerende artikelen over het verleden, over bepaalde bedrijven, dorpen en steden, die met graagte worden gelezen.

Maar die bepalen het karakter niet. Het principiële karakter werd verdoezeld; de eigen identiteit ging verloren. De doorbraakgedachte, vroeger fel bestreden, wordt nu heel fijntjes gepropageerd. Men waant eerder te maken te hebben met P.P.R.-ers dan met mensen, die lid zijn van een christelijke politieke partij. De nieuwere theologie werd geïntroduceerd. Hoogleraren, die confessioneel gereformeerd dachten en schreven, werden niet meer gevraagd. Een speciale band met prof. dr. H. M. Kuitert werd gelegd. De Wereldraad van Kerken werd gepropageerd — druppelsgewijs, maar constant. Over het gereformeerd kerkelijke leven en het verleden werd en wordt relativerend geschreven. De visie op ethische onderwerpen — huwelijk en sexualiteit, homofilie — is modern. De veralgemening heeft haar stempel op deze krant gezet. Het nummer van maandagmorgen meldt uitgebreid over sportprestaties. Alzo heeft men het gaarne — is de reactie — ook in kerkelijke kring.

Onvoorwaardelijke overgave aan deze krant is beslist niet zonder gevaar. Hoe gemakkelijk wordt men geïnfecteerd. Hoe vaak hoor je niet: het stond toch in de krant ?

In de kijk op vele toestanden — Zuid-Afrika, Portugal, Ierland; ook op bv. ICCC — is de visie van deze krant van grote invloed.

Te begrijpen dat velen van dit blad afscheid namen: de krant heeft hen van zich vervreemd.

Een goed alternatief ?

Enkele jaren geleden hebben figuren uit verschillende kerken de hoofden bij elkaar gestoken om te komen tot verbetering in deze situatie, zo mogelijk te komen tot een eigen krant.

Weliswaar was er het Nederlands Dagblad. Helaas het specifiek vrijgemaakte stempel van deze krant maakt deze krant niet aantrekkelijk voor leden van andere kerken. Hét adres van de kerk is voor deze krant: de Geref. Kerken (vrijgemaakt) — binnen verband wel te verstaan. Andere medewerking dan uitgezocht vrijgemaakte scribenten is niet gewenst. Jammer, want de voortreffelijke artikelen van de heer Jongeling verdienden een bredere lezerskring.

In de besprekingen over een nieuwe krant kwam de zwakte van de Gereformeerde Gezindte helaas duidelijk openbaar.

Het bleek nl. dat twee commissies onafhankelijk van elkaar bezig waren. In een vroeg stadium kreeg men lucht van eikaars activiteiten. Samenwerking, fusie lag voor de hand. Helaas — men bleef gescheiden optrekken, stond zelfs in het begin scherp tegenover elkaar. Het resultaat van de ene commissie — inmiddels waren de commissies tot stichtingen gepromoveerd — was het opinieblad Koers, dat (nog) om de 14 dagen verschijnt.

De andere stichting kwam nu alweer twee jaar geleden met het Reformatorisch Dagblad.

Het RD wordt duidelijk geïnspireerd door de SGP, al heeft het geen band aan deze partij; het is een krant voor de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte — de preekbeurtenopgave en de kerkdienstadvertenties maken duidelijk dat we in een bepaald klimaat zitten.

Toch moet met dankbaarheid worden geconstateerd dat het RD op weg is wat te worden. Het is vaak nog wat te lokaal, te klein, te begrensd. Al pretendeert het reeds een echte krant te zijn, dat wil nog niet zeggen dat het dat ook reeds is.

Bijzonder veel waardering voor pag. 2 waar iedere dag uitgebreide informaties over het kerkelijke leven in staan en dat zo breed mogelijk. Het RD plus van vrijdag geeft vaak goede voorlichtende en vormende artikelen van confessioneel gereformeerd gehalte.

Jammer dat de samenstelling niet breder, niet wat meer representatief is voor het geheel.

We mogen dankbaar zijn dat de redactie zich minder scherp opstelt dan het bestuur het destijds deed. Maar een krant kan zich in deze tijd niet permitteren om over radio en t.v. te zwijgen, wat niet betekent goedkeuren.

Een bredere gereformeerde visie, die af en toe doorbreekt, moest meer het geheel bepalen.

Maar we zijn dankbaar dat het RD er is.

Over Koers wil ik niet teveel zeggen. Het zou kunnen lijken op een oratio pro domo. Het verschijnt om de 14 dagen. Dat is jammer. Verscheen het elke week dan was het nog veel belangrijker dan het nu reeds kan zijn: een commentaar op het politieke — binnen- en buitenlandse — gebeuren en op allerlei verschijnselen in de kerken vandaag. Dat is van betekenis, nu men zich in geen een krant geheel kan vinden; en geen een krant onvoorwaardelijk en zonder reserves kan aanbevelen.

De vraag „Wat lezen we ?” wordt dan ook niet afdoend en categorisch beantwoord. Het zou in strijd zijn met de mondigheid van de christen.

Uiterst belangrijk is de vraag: hoe lezen we ? Wij als ambtsdragers en hoe spreken we over deze vraag met hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd en aan wie wij geestelijke leiding hebben te geven terwijl zij vaak al zoveel van die leiding uit de krant hebben ontvangen. De ouderwets geformuleerde bede van een mijn Apeldoornse voorgangers is actueler dan ooit: Geef ons een onderscheidend vermogen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.