+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

4 minuten leestijd

39.

De drieëenheid Gods (vervolg)

De personele wijze van bestaan van de Heilige Geest

We hebben met elkaar besproken de onderscheiden manier of wijze van bestaan ten opzichte van de Vader en van de Zoon.

Nu iets over de wijze van bestaan van de derde Persoon van het Goddelijk volzalig Wezen Gods.

De Heilige Geest bezit het Goddelijk Wezen weer op een andere wijze dan de Vader en de Zoon. Maar, letten we er wel weer op, het bestaan Gods is geen deling van het Goddelijk Wezen. Ieder van de Personen bezit het volledige Goddelijke Wezen, dus ook de Heilige Geest. Maar op een andere wijze, namelijk doordien Hij uitgaat van de Vader en van de Zoon.

En van de Zoon!

Dit was het punt, waarom in 1054 de scheiding plaats had in de westerse kerk, de kerk van Rome. Deze beleed de uitgang van de Heilige Geest ook van de Zoon. De oosterse kerk erkende dit niet, maar stelde de uitgang alleen van de Vader.

De Bijbel bewijst de uitgang van beide Personen heel duidelijk. Rom. 8 : 9, waar we lezen: „Maar zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe”. En in Gal. 4 : 6: „Zo heeft God de Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader”.

Deze uitgang van de Heilige Geest verklaart dus de wijze van bestaan van de Heilige Geest. Het woord „Geest” zelf wijst duidelijk op die uitgang. Het betekent „wind”. Ook „blazen”. Het is de Heilige Geest, Die alle dingen vervult. De Heilige Geest „doorwoont” het Goddelijk Wezen Zelf. We lezen in Kor. 2 : 10: „Want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods”.

Zo gaat de Heilige Geest uit van de Vader en van de Zoon.

Wij mogen het bestaan van de Heilige Geest niet stellen als een „kracht”, want Hij is een daadwerkelijk Persoon, hebbende verstand en wil, zoals Hellenbroek zegt in zijn vragenboekje.

Het was de oude ketter Socinus, die leerde, dat de Heilige Geest een kracht is en geen persoon. Daarmede valt het geloof in de drieeenheid Gods, welke toch is het hart der kerk. Niet minder valt ook met deze dwaling het behoud en de zaligheid der kerk. Want is de Heilige Geest niet óók waarachtig God, hoe zou ooit een zondaar kunnen delen in de weldaden van Christus? Het is toch de Heilige Geest, Die Christus en Zijn weldaden deelachtig maakt door het inlijvend geloof.

De Bijbel leert duidelijk het persoonlijk Goddelijk bestaan van de Heilige Geest en dat Hij eenswezens is met de Vader en met de Zoon! De Heilige Geest wordt nadrukkelijk genoemd „een Ander”. Joh. 14 : 26: „Ikzal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster zenden”. In de zoéven aangehaalde tekst 1 Kor. 2 : 10: „Want de Geest onderzoekt alle dingen”. Een „kracht” onderzoekt niet, wel een persoon. Ef. 4 : 30: „En bedroeft de Heilige Geest Gods niet”. Men kan een kracht niet bedroeven, wel een persoon.

Ook uit de Goddelijke namen, eigenschappen, eer en werken blijkt de waarachtige Godheid van de Heilige Geest. Want ook aan de Heilige Geest worden dezelfde Goddelijke namen, eigenschappen, eer en werken toegekend in de Heilige Schrift.

Het dogma van de drieëenheid Gods is de grondslag van de gehele leer der zaligheid. Wordt niet in de hogepriesterlijke zegenbede uit Num. 6 en in de apostolische zegenbede uit 2 Kor. 13 : 13 de genade en al het heil toegebeden?

We hebben een drieënig God nodig tot zaligheid. De Vader in Zijn trekkende, de Zoon in Zijn verlossende en de Heilige Geest in Zijn deelachtigmakende liefde.

Naar de onderscheiden wijzen van bestaan van de drie Goddelijke Personen zijn ook de onderscheiden werken van de drie Personen. Zondag 8 van onze Heidelberger geeft de verdeling van de twaalf artikelen: God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing, en God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Hebt u de drieënige God nodig gekregen tot zaligheid?

Hiermede bedoelen we niet te zeggen, dat degene, die pas op de weg der zaligheid gebracht wordt, direkt de drie Personen onderscheiden leert kennen. Het is voor Gods kind op de verdere weg een rijke beleving, wanneer het, ingeleid in deze heilgeheimenissen, de drie Personen nader leert kennen, in hun algenoegzame genade, liefde, wijsheid en trouw. Hoe wordt dan de bede vertolking van hun zielsbegeren:


O Vader, dat Uw liefd’ ons blijk’,
O Zoon, maak ons Uw eeld gelijk,
O Geest, zend Uwe troost ons neer.
Drieënig God, U zij al d’ eer!


R’dam-W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.