+ Meer informatie

„Organisten leren zich weer aanpassen aan hun instrument

Gerard Bal volgde geslacht Van Cranenburgh op

6 minuten leestijd

Toen Gerard Bal in 1968 organist werd van het Wander Beekesorgel in de Grote Kerk te Naaldwijk, kwam daarmee een einde aan een legendarische traditie waarin gedurende 137 jaar lang mensen met dezelfde familienaam (Van Cranenburgh) dit orgel hadden bespeeld. Als eerste van een reeks organisten uit dit geslacht werd Eliza van Cranenburgh op 18 november 1829 aangesteld, met éen uitgebreide instructie. In 1968 volgde Gerard Bal de 5e generatie op. Johannes Hendrik van Cranenburgh was toen 84 jaar. Hij overleed op 92-jarige leeftijd.

Gerard Bal werd op Dolle Dinsdag (5 sept. 1944) in het Academisch Ziekenhuis in Leiden geboren. Hij groeide op in Delft, waar hij al op achtjarige leefkende Delftse organist Jan J. van den Berg, theorie en pianomethodiek bij Adr. G. Venderbos (Delft) en improvisatie bij Cor Kee. In deze periode was hij 15 jaar lang organist van de Bethelkapel en van de Gereformeerde Kerk in Delft en van de Hervormde Kerk in 't Woud.

Zijn orgelstudie combineerde hij met zijn volledige dagtaak als assistent-accountant. Toen hii in 1974 in het bestuur van de Nederlandse Organisten Vereniging werd gekozen werd hij natuurlijk prompt tot penningmeester gebombardeerd. In 1968, na het behalen van het Staatsexamen, vervolgde hij zijn studie aan het Rotterdams Conservatorium bij Arie J. Keijzer (orgel) en Jacques de Monchy (piano), met als resultaat in 1972 de akte Muziekonderwijs B-orgel en in 1974 het einddiploma Solospel, waarvoor hij bij André Verwoerd studeerde. Tevens behaalde hij het Praktijkdiploma Protestantse Kerkmuziek bij Adr. C. Schuurman.

Gerard Bal was docent aan de Muziekschool voor de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden te Gorinchem en sinds 1971 aan de afdeling Muziekschool van het Kreativiteitscentrum te Delft. Vanaf 1969 organiseert hij ieder jaar een concertserie op het Naaldwijkse orgel.

Bijzondere vondst

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van dit instrument legde hij de klank ervan vast op de plaat. Bijzonderheid daarbij is, dat hij daarvoor werken koos, die of door hem werden ontdekt of in het jaar 1831, het jaar waarin het orgel in gebruik werd genomen, werd Het concert van Chr.Fr. Rüppe, een Leids musicus, vond Gerard Bal in het orgelarchief van het organistengeslacht Van Cranenburgh te Naaldwijk. Het werd in 1979 bij uitgeverij Boeijenga te Sneek uitgegeven.

Behalve dit Naaldwijkse orgelconcert is er verder van Rüppe geen enkel concert meer te vinden. Het onderhavige is dus een zeer bijzondere vondst. Naast werken van Handel en Boëly legde Gerard Bal ook de klank van het instrument vast door de Partita over het koraal „Wer nur den lieben Gott laszt walten" van Joh. Chr. Kittel, uitgegeven in de eerste jaren van de 19e eeuw en door Gerard Bal met nog twee andere partita's heruitgegeven in 1977 bij Boeijenga te Sneek.

„Door middel van deze plaat is de belangstelling voor het instrument hier in Naaldwijk iets verbeterd", zegt Gerard Bal. Hij vervolgt: „U moet niet vergeten dat het hier een cultuurarme streek is. De mensen die voornamelijk in de tuinbouw werken, zijn gewend om keihard te werken. Daarnaast is er alleen wat belangstelling voor folklore, een stukje volkscultuur, dat in stand wordt gehouden door bijvoorbeeld een Westlands Mannenkoor, waar de dirigent Piet Struyk een ongelooflijke aantrekkingskracht uitoefent".

U bent cantor-organist. Hoe functioneert die cantorij in uw kerk?

„Vrij matig; naar objectieve maatstaven gemeten eigenlijk onvoldoende. Ik ben hier begonnen met een kinderkoor, een kindercantorij. Dat verwaterde echter; de ouders stonden er niet zo sterk achter. Uiteindelijk bleef er een klein ploegje over, waarmee een volwassenen-cantorij werd opgericht".

Weinig belangstelling dus voor kerkmuziek?

,Ja, dat komt waarschijnlijk ook doordat we al enige tijd geen vaste predikant hebben. Een zekere systematiek in de prediking is toch wel essentieel voor de opbouw van de gemeente. Het zou ook zeker de kerkgang bevorderen. Wanneer de mensen meer betrokken zouden zijn bij het hele verleden van het kerkzijn, zou een systeem als het „kerkelijk jaar" veel beter functioneren. Ook in de kerkmuziek. De kerkmuziek is eeuwenlang verwaarloosd, terwijl het orgel in feite een dubieuze rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van een verantwoorde kerkmuzikale praktijk".

Ook in de ontwikkeling van de gemeentezangbegeleiding?

„Met die gemeentezang is het op vele plaatsen met goed gegaan. Waarschijnlijk lag dat niet aan de orgels. We moeten eerder denken aan de organisten, die vaak slechte begeleiders waren aan hun instrumenten. Overigens speelde daarbij natuurlijk een complex van factoren een rol, die met elkaar het tijdsbeeld bepaalden. Gelukkig zien we in deze tijd weer een opleving van die gemeentezang en de begeleiding ervan. Organisten leren zich weer aanpassen aan de instrumenten die zij bespelen, leren zich aanpassen op alle fronten".

Betekent dat volgens u dat er op een 18-eeuws instrument op z'n 18e-eeuws begeleid moet worden?

„Nee, het bezit als zodanig moeten we niet tekort doen. Er lenen zich legio voorbeelden voor. Evenmin moeten we ons afzetten tegen de praktijk in kleine kerkjes. In die gevallen is die praktijk duidelijk anders dan in een grote ruimte, zoals hier in Naaldwijk. Ik dacht dat dat ook duidelijk is gebleken tijdens het congres van de NOV vorig jaar in Utrecht. Wèl moeten we er rekening mee houden dat instrumenten vaak duidelijk afgegrensd zijn op een bepaalde periode. Daar heb ik met de plaatopnamen ook heel sterk rekening mee gehouden. Toch blijven er altijd vragen over. Zo van: kunnen we een componist als Joh. Seb. Bach wel afgrenzen op een bepaald orgeltype? Ik geloof dat dat afhangt van het instrument waarop je Bach speelt. Zo weten we van Bach dat hij een voorliefde voor tertsregisters had. Nou, daar is het orgel hier in Naaldwijk ook rijk mee bezet. Ik vind dan, dat Bach op dit Beekes-orgel ook uitstekend tot z'n recht komt. Beter zelfs dan op een Noordduits barok- of neobarokorgel".

Op uw instrument dus geen moderne muziek?

„Ja en neen. Enerzijds geloof ik wel in het modem componeren, ledere tijd heeft z'n eigen manier van uiten. Als componist kun je je moeilijk bewust onttrekken aan een klankontwikkeling die in deze eeuw is tot stand gekomen. Zelf speel ik bijna geen moderne muziek meer, al heb ik dat vroeger bij Cor Kee natuurlijk veelvuldig gedaan. Ik doe dat niet meer, omdat het publiek niet meer komt en omdat ik vind dat er maar weinig componisten echt goed voor orgel schrijven. Een componist die ik hoog aansla is Peter Schat. In de composities van Cor Kee denk ik weleens: wie is nou de echte Kee? Is dat de gevoelsmatige of de verstandelijke Kee? Is dat de man die altijd weer het koraal als uitgangspunt neemt, m.a.w. de functionele kerkorganist, of de man van de Reeksvariaties, de clusters en het Credo, of de wat oubollige Potholtvariaties? Begrijp me goed: Cor Kee is een onnavolgbaar en geniaal figuur. Denk aan zijn improvisatielessen. Ten diepste moet ik toch zeggen, is hij ook een vaag figuur".

U speurt naar onbekende of weinig gespeelde orgelliteratuur probeert die uit te geven of her uit te geven; wat kunnen we nog verwachten?

„Uit het omvangrijke archief van de familie Van Cranenburgh ontving ik een kast die van onder tot boven gevuld was met muziek. Daar zaten natuurlijk ontzettend veel niemendalletjes tussen, maar ook dingen die de moeite waard waren. Momenteel ben ik bezig om in de Editie Peters te Leipzig de voortzetting te verzorgen van „De Spielbuch für die kleine Orgel", waarvoor ik schitterende muziek vond uit de periode 1730-1830, afkomstig uit het Duitse taalgebied. Bijvoorbeeld een aantal kleine preludia's en fuga's van Johann Wilhelm Hessler, een leerling van Krebs. Het mooie is, dat de uitvoeringspraktijk van deze muziek zo sterk door steeds meer bekendheid krijgende historische bronnen wordt beïnvloed. De orgelmuziek groeit op die manier uit tot een soort muziekwetenschappelijke verwerking daarvan, die aan het simpele muziekmaken een enorme diepgang geeft en een verrijking betekent voor speler en luisteraar".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.