+ Meer informatie

Mag ik bedroefd zijn?

4 minuten leestijd

Het jaar onzes Heeren 1996 ligt nog maar net achter ons. Opnieuw zullen velen ervaren hebben dat zulke ogenblikken moeilijk kunnen zijn. Ik denk met name aan hen die zware verliezen hebben geleden. Is het terecht om daarover bedroefd, soms bitter bedroefd te zijn?

Af en toe kunnen we iets proeven van het gevoelen dat we toch eigenlijk bij een sterfgeval en daarna niet al te verdrietig moeten zijn. Enerzijds zal de neiging om verdriet te verdringen daarbij een rol spelen. We weten in het algemeen ook maar moeilijk weg met het verdriet van anderen. De vrienden van Job -ze zitten zeven dagen bij hun vriend in al zijn verdriet- zijn zo bezien te bewonderen.
Verder kan ook de gedachte meedoen dat een gestorvene naar de hemel is gegaan en het nu veel beter heeft dan op aarde. Het gaat nu niet om de vraag of deze gedachte altijd gefundeerd is. Laten we stellen dat het gaat om iemand die in woord en levenswandel getuigd heeft van de grote werken Gods, van een nieuw leven uit en door Christus. Is daarmee de droefheid over zijn of haar sterven ongepast? Een concreet voorbeeld: iemand vroeg zich in bitter verdriet af of ze niet erg egoïstisch was. Heel nadrukkelijk en herhaaldelijk werd haar immers gezegd dat ze in ieder geval de overledene zijn heerlijkheid niet mocht misgunnen en daarom ook niet al te verdrietig mocht zijn.

Rouwverwerking
Ik zou willen stellen dat een bepaald verdriet en ook een zekere uiting van dat verdriet volstrekt geoorloofd en bijbels is. Daarbij wil ik voorbijgaan aan de psychische factoren die daarbij zeker ook in het geding zijn. Rouwverwerking is wat anders dan rouwverdringing. Vooral gaat het er hier echter om dat iets van de bijbelse lijn zichtbaar wordt. Er zouden heel wat voorbeelden vanuit de Schrift naar voren gehaald kunnen worden.
Zo heeft Abraham verdriet gekend en geuit bij de dood van zijn vrouw Sara. Zijn verdriet wordt ook niet bij voorbaat in de kiem gesmoord door de gedachte dat Sara in de Heere gestorven is. Ongetwijfeld heeft ook het bekende woord uit Prediker 3 in dit verband iets te zeggen: er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen. Verder weten we dat de Heere Jezus bij het graf van Lazarus stond en weende. Hij kende echt menselijke gevoelens en emoties, al was Hij ook daarin zonder zonde. Veelzeggend is wat Paulus schrijft over een bedroefd zijn, maar niet gelijk de anderen die geen hoop hebben. Begrafenissen kunnen, wanneer er een totaal gebrek aan droefheid is, een wat vreemd en niet bepaald bijbels karakter krijgen. Je behoeft zeker niet zelfzuchtig te zijn om toch wat terug te schrikken bij de gedachte dat anderen op de dag van je begrafenis zonder enige droefheid je grafzuilen verlaten.

Matiging
Nu dit alles hierboven is uitgesproken, dient toch ook nog een andere bijbelse lijn naar voren gehaald te worden. De Schrift spreekt ook van een bepaalde matiging van droefheid en smart. Mannen als Calvijn en Rutherford hebben vele brieven geschreven aan rouwdragenden. Opvallend in deze brieven is dat naast een hartelijk en begripvol medeleven tevens naar voren komt de oproep tot matiging van het verdriet. We zouden kunnen zeggen dat ook hier matigheid een christelijke deugd is. Behartigenswaardige woorden spreekt Calvijn in zijn uitleg van Joh. 11:35. „Voorts moet dit voorbeeld van Christus alleen voldoende voor ons zijn, om harde ongevoeligheid der Stoïcijnen te verwerpen (...). Zo eist ook Paulus (1 Thess. 4:13) niet van ons dat wij ongevoelig zullen zijn als een steen, maar Hij beveelt ons onze droefheid te matigen."
Er is wel een groot verschil tussen enerzijds het uitleveren van jezelf aan en het koesteren van je verdriet en anderzijds het biddend matigen van je rouw. Wanneer ik het goed zie, hebben we boven alles nodig de vernieuwing naar het beeld van Hem Die ook geweend heeft maar daarin zonder zonde is geweest. Weet u welke sterke beweegreden Paules geeft tot het matigen van je verdriet? De gedachte dat de tijd kort is. De tijd tot het einde van óns leven, de tijd tot de wederkomst is kort. Als het kort is, matig dan uw smart. Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is (...) opdat zij die wenen, zouden zijn als niet wenende! Laat verder de wetenschap dat bij de God van alle vertroosting helende handen zijn ons neerwerpen voor Hem!

Troost
Van hoeveel belang is het intussen om gegronde hoop te mogen hebben met betrekking tot geliefden die heengingen, te mogen weten: hij of zij is thuisgekomen? Zou er eigenlijk geen reden zijn dat we ons hart blootleggen voor God en we onszelf afvragen of anderen, als wij zijn heengegaan in de weg van alle vlees, bedroefd kunnen en zullen zijn, maar niet als degenen die geen hoop hebben? Over troost gesproken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.