+ Meer informatie

Een zitzak voor Esther...

De dagelijkse beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

4 minuten leestijd

Het begon allemaal een paar weken geleden. „Mam", zei Esther, „ik wil zo graag een zitzak hebben, op mijn kamer. Dan kan ik daar mijn huiswerk in leren." „Heb je daar dan geld voor over?", was mijn eerste vraag, zodat ze meteen wist dat ik niet van plan was om zo'n ding voor haar te kopen.

Sinds kort hebben onze drie dochters de gewoonte om bij alles te vragen: „Hoort dat bij mijn opvoeding, mam, pap?" en dan met de meest rare wensen te komen. Nou, zitzakken horen duidelijk niet bij de opvoeding. Een bureau om aan te werken wèl, maar dat is voor Esther dus niet voldoende. Die wil lekker onderuitgezakt haar Engelse en Franse woordjes tot zich nemen.

Van mij mag ze. Maar dan wel van haar eigen centjes. „fa, ik wil hem zelf kopen", knikt ze. En dan heel gedecideerd: „ Weet u ook waar ze ze verkopen, dan kan ik vanmiddag vast even gaan kijken!"

En nu is de zitzak er. Een tweedehands, zwarte, canvas zitzak. Nieuwe zitzakken waren nergens meer te koop. Bleken finaal uit de mode te zijn. „Hij is wel een beetje vuil, hè mam. Kunt u daar nog iets aan doen ?", vraagt Esther, als de zwarte zak eenmaal goed en wel op haar frisse lichtblauwe kamertje staat.

Ja, m'n lieve kind, natuurlijk kan ik daar wat aan doen, hoewel ik er niet zo erg veel zin in heb. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen en eerlijk gezegd ben ik ook een beetje vies van dat ding.

Samen sjorren we de zak naar het balkon, doen de rits open en schudden alle 500 miljoen piepschuimkorreltjes in een dekbedhoes. Een heel slim idee, vind ik zelf. Dat er een flink deel in de tuin is beland mag even niet hinderen.

De lege zak gaat in de wasmachine, in de droger en daarna naar de lege zolderkamer waar ik, geholpen door Stefan en zijn vriendje Mark, de 500 miljoen korreltjes weer terug in de zitzak probeer te krijgen. Maar dat valt tegen.

De dekbedhoes is 2 meter lang, het vulgat 25 cm breed. Na vijf minuten hijsen, schudden, tillen, draaien en worstelen kom ik er achter dat het onmogelijk is de zak op dezelfde manier te vullen als ik hem geleegd heb.

„Stefan", hijg ik, „zoek eens een paar pannetjes of zo, dan gaan we scheppen." Na een paar tellen is hij terug met een fonduepannetje, een stenen potje en een gietijzeren koekepan. Gevonden op de speelzolder. Minuut na minuut verstrijkt. Met z'n drieën scheppen en vullen we.

De korreltjes kleven aan onze haren, handen, voeten en kleren, geen centimeter blijft onbedekt. Bijna ben ik de wanhoop nabij en in staat het pannetje erbij neer te gooien. Maar dan staat Esther opeens voor mijn neus. Het kind weet zich geen raad van ellende bij het zien van ons geploeter.

„Als ik het woord "zitzak" noem gaat u zeker gillen, hè mam?", zegt ze heel benepen. En dan besluit ik om A: niet te gaan gillen en B: me ook niet door 500 miljoen piepkleine korreltjes op de kop te laten zitten.

Fanatiek geworden, kieper ik de hoes leeg op de grond. Het piepschuim deint om me heen. Witte golven rollen uit tot in alle hoeken. De puinhoop is groot, maar wie zijn alle vier vastbesloten deze klus tot een goed einde te brengen, ook al duurt het nog uren. En met nieuwe energie storten we ons weer op het werk.

Het is inderdaad een paar uur later als we onszelf, de zitzak, de vloer, de zolder, de trap, kortom het hele huis, schoon hebben. Nu moeten we alleen Jelle nog zien te kalmeren. Want die zie ik nog niet met een stofzuiger de tuin ingaan... maar... er liggen wèl tienduizend witte piepschuimkorreltjes tussen zijn grassprieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.