+ Meer informatie

dE hEiLiGE LiniE Of Ee goudEn dRaad

DER vrijmachtige, souveneme veRkiezinc, Gods, Getekenö in genesis 5

5 minuten leestijd

öea vrijmachtige, souveneme veRkiezinc, goös, getekenö in genesis 5

(5. slot.)

In dit slotartikel wensen we nog enkele aantekeningen te maken.

1. De hoge leeftijden der mensen voor de vloed.

Bij het lezen van Genesis 5 valt ons onmiddellijk op de hoge leeftijd van de mensen in die dagen; behalve Henoch, die niet gestorven is, bereikt de jongste nog de leeftijd van 777 jaar. Er zijn geleerden, die Gods Woord gaarne in twijfel trekken, die het eenvoudig niet mogelijk achten, dat de mensen zolang leefden. En aan meende men de jaren terug te moeten brengen tot perioden van 3 maanden, maar er is geen enkele reden om dit te doen. Met het oog op de uitbreiding van het mensengeslacht heeft God de mensen voor de zondvloed zolang laten leven. Na de zondvloed zien we de leeftijd der mensen dalen. Bij vele volken vindt men de overlevering, dat in zeer oude tijden de leeftijden der mensen veel hoger waren.

2. Chronologie.

Tellen we de leeftijden, in Gen. 5 vermeld, bij elkander, dan bemerken we, dat er tussen de wereldschepping en de zondvloed een tijdperk is verlopen van 1656 jaar. Hierbij wordt voor Noach 600 jaar berekend, omdat in dat jaar de zondvloed kwam. (Zie onderstaand overzicht.)

3. Stamhouders.

De namen in Gen. 5 genoemd behoeven met de namen van de oudste zonen te zijn. Seth was ook niet Adams oudste zoon. Wat ons hier gegeven wordt is de „HEILIGE LINIE", de lijn van stamhouders, waaruit de CHRISTUS geboren is en die lijn loopt niet altijd over de oudste zoon.

Niet Ezau maar Jakob wordt verkoren, niet Ruben maar Juda, niet Eliab maar David.

4. Wyzen van heengaan.

Voor de zondvloed hebben we 3 wijzen van heengaan uit het leven.

Abel sterft een gewelddadige dood. Adam sterft een natuurlijke dood.

En Henoch was niet meer, want God nam hem weg, d.w.z. zonder ziekte, aonder dood, met ziel en lichaam in de hemel.

Overigens is het van allen — ook van de bijna 1000jarige Methusalem — „en hij stierf."

Zo zien wij dan uit deze geschiedenis, dat ook het langste leven een einde heeft. Ook een Methusalem sterft. Ook wij moeten sterven, de een vroeger, de ander later. Al heeft de Heere ons tot op heden gespaard en al mogen wij wellicht een gezegende ouderdom bereiken, toch is een lang leven geen waarborg voor een eeuwig leven in heerlijkheid.

eeuwig leven in heerlijkheid. Maar... een lang leven van voorbereiding, dat wij onnut voorbij laten gaan, waarborgt ons zeker een eeuwigheid van rouw en ellende. Mocht ons leven met dat van Henoch overeenkomen wat betreft zijn wandel met God. Want in de nabijheid Gods wordt het leven gevonden, opdat wij het de dichter Asaf zouden mogen nazeggen: , , 't Is m\j goed nabij God te z\jn. Hij zal m\j leiden naar Zijn raad en daarna in Zijn heerlijkheid opnemen.''

Naar aanleiding van dit referaat werden de volgende vragen gesteld:

1. De referent stelde het wegnemen van Henoch voor als een zegen. Kunnen we het ook niet opvatten als een oordeel, dat de Heere hem wegnam? Vergelijk in dit verband Hebr. 11 : 38: Welker de wereld niet waardig was."

2. Bij alle aartsvaders wordt vermeld: „en hij gewon zonen en dochteren." (9x) Alleen bij Noach staat (vs. 32): „en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth." Had Noach nu nog meerdere zonen en ook dochteren ?

3. In vs. 1 wordt gesproken van de schepping van de mens „naar de gelijkenis Gods", terwijl in Gen. 1 : 26 gesproken wordt van „beeld en gelijkenis.'' Hebben deze woorden eenzelfde betekenis of is er verschil ?

En waarom wordt hier alleen het woord „gelijkenis" gebruikt?

4. Zijn er punten van overeenkomst, of verschil aan te wijzen tussen de hemelvaart van Henoch en die van Elia ? -Zo ja, welke ?

5. In Hebr. 11 : 5 wordt van Henoch gezegd: dat hij Gode behaagde." Heeft dit nog een bijzondere betekenis en waarom wordt dit hier speciaal vermeld ?

6. Werd het Verbond der Genade aan Adam geopenbaard of met hem opgericht?

7. Kunt u bewijzen uit de H. Schrift, dat de Heilige Geest Zich bemoeit met de naamgeving?

8. Wordt het woord „weggenomen" in Hebr. 11 : 5 gebruikt in een gunstige of ongunstige zin?

9. ïh Gen. 5 is sprake van de Bijzondere Genade. Is de Algemene Genade hier ook op te merken?

Gebruikte bronnen:

Ph. S. van Ronkel. „De Heilige Schrift in Bijbellezingen", deel I. K. Aug. Dachsel, Bijbelverklaring, deel I. Christelijke Encyclopaedie, Uitgave J. H. Kok, Kampen.

Dr F. L. Bakker. „Geschiedenis der Godsopenbaring", deel I, O. Test. Matthew Henry, Bijbelverklaring, deel I. Sillevis Smit, Handboek voor de Heilige Geschiedenis, deel I.

J. van Andel. Handleiding bij de beoefening der Gewijde Gesch.

Stock-Renkema, Handboek voor de beoefening der Bijb. Gesch., deel I. Bijbels Handboek en Concordantie, uitgave J. M. Bredee, Rotterdam.

Ds G. H. Kersten. „Henoch", overdenkingen in „De Saambinder", 8e jaargang, no. 20 en 21.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.