+ Meer informatie

Acceptatie en verzet

Hervormd-gereformeerden reageerden verschillend op bezetting

7 minuten leestijd

De houding van kerkleden ten opzichte van de Duitse bezetter en het nationaalsocialisme verschilde onderling sterk. Hielden hervormd-gereformeerden zich in de oorlogsjaren op de vlakte, steunden ze de vijand of was er toch verzet?

De tot op heden belangrijkste chroniqueur van de bezetting in Nederland, dr. Loe de Jong, stelt in zijn standaardwerk dat de Nederlandse Hervormde Kerk in de jaren dertig Weltfremd en in staatkundig opzicht machteloos was. Het resultaat was dat de hervormde synode er niet in slaagde om tot een principiële stellingname tegen het nationaalsocialisme te komen.
Tijdens de bezetting bleek de synode echter wel degelijk in staat om de rijen te sluiten en te protesteren tegen de rechtsverkrachting door de bezetter. Bovendien bekritiseerde de synode steeds nadrukkelijker de geestelijke grondslagen van het nationaalsocialisme.

PROTEST
Hoewel er aanvankelijk binnen de pluriforme Nederlandse Hervormde Kerk enige ruimte bestond voor het NSB-gedachtegoed en er ook enkele tientallen hervormde predikanten tot die partij toetraden, nam de synode al snel na de Duitse inval het initiatief om te komen tot een Convent van de Kerken.
Via dit convent verhieven de kerken hun stem en protesteerden zij tegen allerlei maatregelen die door de Duitse autoriteiten genomen werden. Dit protest werd vooral gedragen door de midden-orthodoxe en meer socialistisch georiënteerde predikanten.
De meer bevindelijk georiënteerde predikanten binnen de Hervormde Kerk spraken zich over het algemeen niet zo duidelijk uit met betrekking tot de ontstane politieke en maatschappelijke situatie. Binnen de Gereformeerde Bond was het vooral het aan de ARP gelieerde deel dat tegensprak en overging tot (moreel) verzet. De meer op de SGP gerichte kerkleden schikten zich over het algemeen, zij het met tegenzin, in de nieuw ontstane situatie.

VERSCHIL IN HOUDING
Dit verschil in houding was al voor de oorlog waarneembaar. Binnen de AR-richting van de Gereformeerde Bond werd in het blad De Vaandrager van de Nederlandse Hervormde Jongelingsbond op Gereformeerde Grondslag veelvuldig afstand genomen van het nationaalsocialisme en de NSB. Zo hield ds. P.A.A. Klüsener een referaat op een bondsdag onder de titel ‘Nationaal-Socialisme of calvinisme als nationale kracht’. De redevoering verscheen ook als brochure.
In de meer bevindelijke gemeenten werd over het algemeen De Vaandrager niet of nauwelijks gelezen en was het verenigingsleven minder tot ontwikkeling gekomen. Deze gemeenten kenmerkten zich over het algemeen door een meer lijdelijke inslag en participeerden veel minder in het maatschappelijke debat van die tijd. In De Waarheidsvriend werd eveneens duidelijk stelling genomen tegen de nieuwe orde van het nazisme en de NSB.

VERLEIDING
Toch waren er ook binnen de hervormd- gereformeerde kring die zich tot de nieuwe orde voelden aangetrokken. Uit allerlei brieven aan de redactie van De Vaandrager bleek dat er wel degelijk jongeren waren die lid waren van de NSB of het opnamen voor het fascisme en nationaalsocialisme.
Het nationaalsocialisme werd gezien als een dam tegen het goddeloze communisme of als een alternatief voor de maar matig functionerende parlementaire democratie. Bovendien bood het nationaalsocialisme een sterke staat met orde en gezag. Vooral de volgelingen van prof.dr. H. Visscher bleken gevoelig voor deze verleiding (zie ook blz. 15).

SCHEIDING
Al snel nadat de bezetting een feit was geworden kwam de scheiding der geesten. De hoofdredacteur van De Vaandrager, de Zeister predikant R. Bartlema, kon wel enig begrip opbrengen voor de brochure Op de grens van twee werelden van dr. H. Colijn, waarin het Nederlandse volk werd opgeroepen om de nieuwe situatie te accepteren als blijvend.
In de nieuwe orde zou Nederland zichzelf een plaats moeten verwerven met inachtneming van de Nederlandse nationale identiteit. Prof. Visscher liet in het Gereformeerd Weekblad dezelfde soort geluiden horen.
Dit leidde tot de nodige irritatie binnen de Gereformeerde Bond. Ds. Bartlema werd afgezet als bondsvoorzitter en het kwam tot een breuk tussen Visscher en het Gereformeerd Weekblad.
Vanaf dat moment zou Visscher alleen nog maar verder radicaliseren en terechtkomen in nationaalsocialistisch vaarwater. Een aantal volgelingen van prof. Visscher, onder wie ds. Bartlema, zou hun leermeester vrijwel kritiekloos volgen.

ACCEPTATIE
Aan de uiterst rechterflank van de Nederlandse Hervormde Kerk riep een groep predikanten nadrukkelijk op tot het toevallen van Gods recht in de oordelen die over land en volk gekomen waren. In plaats van zich te verzetten tegen de bezetter, moest men hem gehoorzamen en accepteren als het van God gewilde gezag.
Deze houding werd veelal ook ingegeven door een zekere waardering voor alles wat Duits was. Geen van deze predikanten huldigde nationaalsocialistische opvattingen, maar ze waren wel Deutschfreundlich. Vanwege de geschiedenis, de cultuur en de Reformatie hadden zij een diepe achting voor Duitsland.
Over het algemeen identificeerden zij zich met de profeet Jeremia, die eveneens de oordelen over land en volk had aangezegd en voor een landverrader werd gehouden. Zij weigerde bijvoorbeeld ook de kanselboodschappen van het Convent van de Kerken voor te lezen.
Deze opstelling resulteerde er overigens wel in dat in de gezinnen van deze predikanten nationaalsocialistische periodieken gelezen werden en zoons lid waren van de NSB en in één geval zelfs een zoon vrijwillig tot de SS toetrad.

VERZET
Anderen namen van meet af aan een houding van verzet aan tegen de bezetter. Diverse hervormd-gereformeerden waren actief in het georganiseerde verzet, de hulp aan Joden en onderduikers of in de illegale pers. Sommigen betaalden daarvoor de hoogste prijs en lieten in de strijd tegen de tirannie het leven.
De meest voorkomende vorm van verzet was over het algemeen iets minder heldhaftig, maar had wel degelijk een grote betekenis voor het moreel van de bevolking en kon bovendien ernstige gevolgen hebben. Het betrof moreel of symbolisch verzet waarbij men door publieke houding en/of uitingen liet blijken aan welke kant men stond. Veelvuldig waagden hervormde predikanten het om te bidden voor de uitgeweken koningin en kozen zij de teksten waarover zij preekten met het oog op de toenmalige situatie.
Deze zaken bleven bij de Duitse autoriteiten niet onopgemerkt en de bezetter begon zich daarom steeds nadrukkelijker te bemoeien met kerkelijke aangelegenheden.

INDELING
Om een beeld te krijgen van de door hervormd-gereformeerden aangenomen houdingen tijdens de oorlog heb ik 44 predikantsbiografieën bestudeerd en gecontroleerd of deze predikanten een dossier in het Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR) hebben. De aanwezige dossiers heb ik opgevraagd en doorgenomen.
Wanneer in de predikantsbiografie niet wordt gerept over verzet noch over collaboratie en er geen rechterlijk dossier bestaat, heb ik aangenomen dat desbetreffende predikant heeft geaccommodeerd. Van de 44 predikanten heeft er één gecollaboreerd – het betreft prof.dr. H. Visscher – namen zeven een Duitsvriendelijke houding aan, accommodeerden er 25, pleegden er vijf moreel verzet en waren er vijf betrokken bij het georganiseerde verzet. Eén kon ik moeilijk indelen, omdat hij twee verschillende houdingen tijdens de bezetting had aangenomen, namelijk de Duitsvriendelijke houding en de houding van accommodatie.

NATIONALE BEELD
Met dit beeld wijken de hervormd-gereformeerden nauwelijks af van het nationale beeld.
Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking behoorde noch tot de schurken, noch tot de helden en accommodeerde.
Eén verschil lijkt er wel te zijn: regelrechte collaboratie lijkt onder hervormd-gereformeerden minder voorgekomen te zijn dan het gemiddelde. Er zijn wel aanwijzingen dat er onder gewone kerkleden bijzonder actieve NSB’ ers, landwachters en ook SS’ers geweest moeten zijn. Het aantal dat ik heb weten te achterhalen is echter betrekkelijk klein.
Daarmee passen de hervormdgereformeerden prima in het algehele beeld van de bevindelijk gereformeerden tijdens de bezetting, zij het dat de andere kerkgenootschappen een nog grotere neiging tot accommodatie vertoonden.


Meer informatie in: E.G. Bosma, ‘Oude waarheid en nieuwe orde. Bevindelijk gereformeerden en het nationaalsocialisme 1920-1950’; uitg. De Banier, Apeldoorn; 656 blz.; € 34,95.


Dr. E.G. Bosma uit Rijssen is docent geschiedenis. Hij promoveerde gisteren aan de Vrije Universiteit op een onderzoek naar de houdingen die bevindelijk gereformeerden in Nederland innamen ten aanzien van het nationaalsocialisme.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.