+ Meer informatie

Massamedia en ambtelijke zorg 1

11 minuten leestijd

De tijd waarin het al of niet aanschaffen van televisie binnen het christelijke gezin een serieus discussie-punt vormde, hebben we al achter ons gelaten. Kwalificaties uit de begin tijd, bijvoorbeeld van wijlen prof. J.J. van der Schuit die de televisie ”het grote gevaar” noemde, en van wijlen prof. G. Wisse die voor deze nieuwe vinding geen betere aanduiding kon vinden dan ”kijkkast van de duivel”, worden door ouderen onder ons nog wel eens aangehaald, maar door de jongeren als ouderwets weggelachen.

In de tijd waarin de televisie begon op te komen, zijn er nog wel kerkeraden geweest die bij de kandidaatstelling voor ambtsdragers het al of niet bezitten van een televisie-toestel als een beoordelingsfactor in de overwegingen betrokken. Ik weet zelfs van een kerkeraad die zich, bezig zijnde met het beroepingswerk, op één onzer predikanten zeer betrokken voelde, doch die besloot aan de onderhandelingen geen gevolg te geven toen de beroepingscommissie van haar verkenningstocht terugkeerde met de mededeling dat één der broeders in de pastorie achter de stoel van zijn medebroeder een televisie-toestel had ontdekt. Enkele jaren later zou dit al geen punt meer zijn geweest. Het heeft zelfs niet eens zo lang geduurd of enkele van de broeders die over de aanwezigheid van een t.v. in de pastorie het grootste misbaar maakten, hadden zelf een antenne op het dak..…

In de jaren waarin de t.v. ook binnen christelijke kring steeds meer veld won, kwam tijdens het huisbezoek altijd nog wel even de vraag om de hoek kijken of dit medium op de geestelijke ontplooiing van mens en gezin misschien meer negatief dan positief zou kunnen inwerken en welke regels voor een verantwoord gebruik zouden kunnen gelden. Ik weet natuurlijk niet zeker, maar ik heb de indruk dat de vraag naar de invloeden die van dit medium op de christen en op het christelijke gezin uitgaan, op de huisbezoeken van vandaag nog maar nauwelijks aan de orde komt.

Uitzondering.

Wanneer ik dit allemaal zo neerschrijf, moet ik natuurlijk wel een uitzondering maken voor dat deel van onze kerken waarbinnen men de t.v. als het meest moderne massamedium echt nog niet om de andere deur tegenkomt. Er zijn gemeenten aan te wijzen waarvan de leden in prediking en pastorale gesprekken regelmatig te horen krijgen dat het bezitten en gebruiken van dit medium een rechtstreekse bedreiging van het geestelijk leven vormt. Wie het desondanks toch bestaat er een in huis te halen moet er rekening mee houden dat hem dit een negatieve aantekening op zijn geestelijke conduitestaat oplevert. Voor zo lang dat dan vol te houden is, zeg ik er wel bij, want ik weet in behoudende kring van gezinnen waarvan de ouders uit alle macht trachten dit stuk ”verwereldlijking” buiten de deur te houden, doch waarvan de kinderen bij t.v.hoogtepunten - en dan denk ik echt niet alleen aan de derde dinsdag in September - niet thuis maar bij buren of vrienden te vinden zijn. Dat brengt ouders met behoudende levensopvattingen nog wel eens in twijfel rond de vraag of zij de kinderen niet beter zelf onder controle kinnen nemen door zelf t.v. te nemen, hoeveel conflictstof ook dáárin overigens gelegen kan zijn.

Bijstelling kijknormen.

Wat van dit alles zij, in een groot deel van onze christelijke gezinnen wordt meer of minder intensief naar de t.v. gekeken. In hoeverre dit vanuit een christelijke levensvisie (nog) selectief gebeurt, valt buiten mijn directe waarneming. Als ik een vermoeden mag uitspreken, dan zal het generaal zo zijn dat wij onze kijknormen in de loop der jaren, meer dan ons diep in ons hart misschien lief was, hebben bijgesteld, waarbij de toegeeflijkheid aan de Verlangens van onze kinderen ongetwijfeld een belangrijke rol zal hebben gespeeld. Het is echter niet eerlijk het daarop alleen te houden. Ook de ongezonde nieuwsgierigheid en de zondige interesses van ons ouderen zullen aan die ontwikkeling niet vreemd zijn.

De tijd van ”voors” en ”tegens” is voor de meesten onder ons voorbij. Te vrezen is dat we ook hebben afgeleerd na te denken over de vraag welke invloeden van de moderne massamedia op ons persoonlijk en op ons gezinsleven uitgaan en op welke wijze verkeerde invloeden kunnen worden opgevangen. Veel komt onze huiskamers binnen en we ondergaan waarschijnlijk alles maar, zonder het op een adequate manier te (kunnen) verwerken. Als ik de redactie goed heb begrepen, dan wilde zij dat over dit probleem vanuit het gezichtspunt van onze verantwoordelijkheid als ambtsdragers van Christus’ gemeente in dit blad enkele artikelen zouden worden geschreven. Ik heb er nogal tegen aan zitten kijken, wil ik u wel bekennen. Waar moet je beginnen en waar eindigen? Aan allerlei aspecten zou men aandacht kunnen geven. Sociologen van naam hebben over de invloeden van de massamedia op het leven van de mens dikke boeken vol geschreven. Ik denk alleen maar eens aan de vele publikaties over de relatie tussen massamedia en geweld. Veel schrijvers willen ons doen geloven dat het zien van geweld op de t.v. de mens, met name de jonge mens, sneller aanzet tot geweld en misdadigheid. Ook in ons land is een groot aantal aanhangers van de theorie dat het zien of lezen van geweld op t.v., in film, boeken en tijdschriften bij het individu tot nabootsend gedrag leidt. In hoeverre die theorie met deugdelijke argumentatie en overtuigende documentatie is onderbouwd, kan ik niet beoordelen. Wel las ik met enige verwondering het in 1977 onder de (vertaalde) titel ”Massamedia en geweld” verschenen boek van de Engelse sociologen Dennis Howitt en Guy Cumberbatch. Na een grondig onderzoek zijn deze auteurs tot een tegengesteld standpunt gekomen, namelijk dat het zien van geweld bepaalde agressieve impulsen juist bevredigt en ze daarmee opheft.

Ik laat dit aspect verder rusten. Binnen de ruimte die mij is toegemeten, wil ik proberen op enkele dingen te wijzen, waaraan we in eigen gezin en op de huisbezoeken misschien wat meer aandacht zouden moeten geven. Ofschoon de radio en de krant ook tot de moderne massa-media moeten worden gerekend en ons dus niet onverschillig kunnen zijn, wil ik mij toch allereerst en vooral richten op het medium televisie.

Inrichting van ons dagelijks leven.

Wie al lang televisie heeft is er waarschijnlijk aan gewend, maar wie het aanschaft zal merken dat dit vernuftige Produkt van menselijk kunnen hem verplicht zijn leven en dat van zijn gezin voortaan anders in te richten. Verschaff onze tijd de mens op allerlei gebied technische vondsten die er op gericht zijn hem aan meer vrije tijd te helpen, de televisie is een middel om hem van die vrije tijd af te helpen. De vraag in welke mate dat gebeurt, zal van persoon tot persoon en van gezin tot gezin verschillen, maar uit onderzoekingen is komen vast te staan dat een belangrijk deel van de vrije tijd van de moderne mens door de televisie in beslag wordt genomen. Hoewel men bij het televisiekijken ook actief bezig kan zijn (afhankelijk van de aard van de programma’s waarnaar wordt gekeken) zullen wij ons toch steeds moeten afvragen of er tussen deze tijdspassering en de actieve besteding van onze vrije tijd nog wel een verantwoord evenwicht bestaat. In gezinnen waar de televisie van kwart voor zeven tot ná het late journaal onafgebroken aanstaat kan van een christelijke en harmonisch gezinsleven geen sprake zijn. Kinderen die op school altijd de bijzonderheden van de late films weten te verteilen zullen, voorzover zij uit christelijke gezinnen komen, aan hun godsdienstelijke opvoeding tekort komen. Om over de discipline van het huiswerk nog maar niet te spreken. Het is nodig en nuttig ons zelf en elkaar aan te sporen tot een verantwoord gebruik en te streven naar een zorgvuldig gedoseerd kijkgenot. Om twee redenen: alles kan maar niet gezien worden en in de tweede plaats past het de christen niet aan deze vorm van ontspanning meer tijd te besteden dan zijn plichten tegenover het Koninkrijk Gods toestaan. We moeten ons wel realiseren dat in gezinnen of bij personen waar de radio de gehele dag te horen en de televisie de gehele avond te zien is een belangrijke voorwaarde voor de communicatie met God is weggevallen. Die voorwaarde heet stilte. Op de huisbezoeken zou aan deze dingen best wat meer aandacht gegeven mogen worden. De moeilijkheid hierbij zal waarschijnlijk zijn dat het in de gezinnen van veel ambtsdragers veelal niet anders toegaat dan in die van de overige leden van de gemeente………

Stimulerende invloeden.

We zullen niet kunnen ontkennen, dat van een verantwoord gebruik van het medium televisie (en dat geldt evenzeer van radio en pers) op de ontwikkeling zowel van ouderen als van jongeren een stimulerende invloed kan uitgaan. Waar is het gezegde dat televisie een venster op de wereld opent. Het is een uniek middel om aan de weet te komen hoe mensen in andere delen van de wereld leven en hoe anderen over allerlei zaken van algemeen belang en over levensproblemen denken en oordelen. Onderzoekingen hebben uitgewezen dat veel opgroeiende jongens en meisjes veel documentaires zien en graag televisie-debatten volgen, waarin figuren vanuit een bepaalde levensbeschouwelijke achtergrond zich over allerlei actuele kwesties uitspreken. Zij kijken en luisteren naar mensen die politiek en religieus soms sterk van elkaar verschillen en trachten door toetsing van de meningen te komen tot de vorming van een eigen persoonlijk oordeel over allerlei dingen. Dat heeft positieve kanten. Het mag gerast als positief worden aangemerkt dat kinderen bij het opbouwen van een eigen persoonlijke visie de van hun opvoeders aangereikte opvattingen door vergelijking met andere bronnen en meningen op bruikbaarheid en aanvaardbaarheid toetsen. Het wordt hun trouwens allerwege opgedrongen om dat te doen. De vraag is wel of zij bij en in dat alles voldoende worden begeleid.

In het tweede artikel wil ik daarop graag nader terugkomen.

Aantrekkelijkhekl en gevaren van de beeldcommunicatie.

Wie de moderne communicatiemedia met elkaar vergelijkt ziet bij de televisie als communicatie via het beeld ten opzichte van radio en krant enkele typische kenmerken naar voren springen. In de ontmoeting tussen mensen worden woorden gewisseld, woorden die een zekere betekenis hebben en waarvan mag worden verondersteld dat zij zullen worden begrepen en uitgelegd zoals zij zijn bedoeld. Dat geldt zowel van het gesproken als van het geschreven woord. De praktijk is echter dat woorden veel misverstanden kunnen oproepen en in het ergste geval kortsluiting kunnen veroorzaken. De inhoud van de woorden wordt gewogen. Gewogen wordt welke waarde er aan kan worden toegekend. Ontbreekt de mogelijkheid tot communicatie via de taal dan zijn we aangewezen op onze mimiek en onze gebaren. Die zijn directer. Nu nog kunnen wij uit primitieve grottekeningen duidelijk aflezen welke vreugden en zorgen onze vroege voorouders hebben gekend en welke opstelling zij hadden tegenover leven en dood. Verplichten het gesproken en geschreven woord om ons bewust op de inhoud ervan te bezinnen, van de televisie als beeldcommunicatie geldt dat het de dingen veel directer uitdrukt. Beeiden spreken voor zich zelf. Zij beivloeden directer ons gedrag. Daarin moet wel de verklaring liggen voor de grote bedragen die de commerciële wereld nog altijd in de STER-reclame investeert. Het rendement daarvan is kennelijk groot. Beeiden overbruggen de contactmoeilijkheden die tussen mensen kunnen bestaan, zeker op grote afstand van elkaar. Ik denk in dit verband aan de veelvuldige reportages over ontwikkelingen op politiek, economisch en sociaal gebied en over allerlei natuur en oorlogsrampen die zich waar dan ook op deze aarde voordoen. Het zien van de dingen maakt onze betrokkenheid groter, ons medelijden dieper en onze verontwaardiging heftiger. Sommige situaties wekken wellicht verzet bij ons. Wanneer het zien van de beeiden zulke effecten bij ons oproept, zijn de vervaardigers van de reportage er in geslaagd hun boodschap via de beeiden aan ons over te brengen. Het gesproken commentaar draagt daartoe natuurlijk ook bij, maar onze gedachten en gevoelens worden toch primair door de beeiden bepaald. Dat heeft ontegenzeggelijk positieve kanten. Maar aan dit aspect van de beeldcommunicatie kunnen ook grote gevaren verbonden zijn. Veel mensen zijn namelijk snel geneigd te geloven dat de beeiden die zij zien en de commentaren die zij er bij horen, de objectieve werkelijkheid weergeven, terwijl het toch mogelijk is dat de makers ervan het programma met hun visie hebben vertekend en gekleurd. Er kan een selectie van beeiden hebben plaats gevonden en zij kunnen in een zodanige volgorde zijn geplaatst dat zij de werkelijkheid maar ten dele weergeven. Ook het achterhouden van gegevens kan daaraan debet zijn. Er stromen via de beeldbuis dagelijks heel wat gegevens onze huiskamer binnen, verzameld en van commentaar voorzien door verschillende omroepen met medewerkers, die er vanuit hun eigen levensbeschouwelijke achtergrond eigen ingrediënten aan toevoegen. De vraag is of christenen die hun visie op wat op onze planeet omgaat, toch allereerst bij het licht van Gods Woord willen bepalen, wel altijd over voldoende kritisch vermogen beschikken om duidelijk te onderscheiden en evenwichtig te oordelen.

De tweede aflevering wil op enkele dingen wijzen die dieper ingrijpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.