+ Meer informatie

Pastoraal kontakt

3 minuten leestijd

Een oudere broeder vertelde eens hoe de Heere hem in zijn leven te sterk geworden was en hij door een geschonken geloof die gezegende Heere Jezus had leren kennen als zijn sehuldovernemende Borg en Zaligmaker en nu een levende hoop mocht bezitten op een eeuwige erfenis. En toch zou het voor hem een groot wonder zijn en eeuwig meevallen, als hij zou mogen ingaan door de poorten in het nieuwe Jeruzalem om zijn God eeuwig groot te maken. Hoe ouder hij werd, hoe meer hij leerde verstaan: „Uit u geen vrucht in der eeuwigheid”, en dat hij al meer een dagelijkse bekering van node had, een dagelijkse toepassing van het bloed der verzoening aan zijn ziel door de Heilige Geest, ’t Zal voor mij, zo zei hij, tot het laatste toe soevereine, vrije genade zijn.

Een kennis, die bij hem op bezoek kwam, begreep dit niet. ’t Zou voor hem niet meevallen, want hij rekende er stellig op dat hij binnen zou komen. Hij was gedoopt, had belijdenis gedaan en ging trouw ten Avondmaal en dan moet je geloven, dat het goed komt, want Jezus heeft voor ons alles voldaan. Hij vond dat dit ook meer gepreekt moest worden, dan hadden we een blijder Christendom. De prediking van een enge poort en een nauwe weg was ouderwets en raakte gelukkig uit de tijd.

Nu denk ik aan wat de onlangs overleden ds. L. Vroegindewey eens schreef in het „Gereformeerd Weekblad”, in een artikel waarin het ging over de juiste prediking van het Woord en waarmee we van harte instemmen. Hij schreef onder meer: „In mijn hart heb ik zo de gedachte, dat de recht geref. prediking het dichtst bij de prediking van Jezus komt. Dat mag ik natuurlijk helemaal niet zeggen en zelfs niet denken, want die prediking is vierhonderd jaar achter en is niet reformatorisch, doch op z’n hoogst na-reformatorisch en dus helemaal verkeerd, maar ik kan die gedachte niet gemakkelijk los laten.

Men is volstrekt niet bang meer, dat er zielen verloren kunnen gaan. Men spreekt helemaal niet meer van de enge poort. Want het is toch zo ruim, mensen. Het is eigenlijk onmogelijk om verloren te gaan. Je moet maar geloven dat alles goed is en je dubbeltje bijdragen voor de onontwikkelde gebieden.

Verloren gaan is een ouderwets begrip van nog een paar vreemde figuren, die niet in onze tijd passsen. Alles is immers in orde gebracht. Maar we moeten deze wereld leefbaar maken en niet rusten voordat ieder zijn televisie heeft en vijf weken vakantie en oekumenisch denkt. Men legge naast de preken uit deze tijd de noodkreten van de evangelien. Ik meen, dat we op geen enkele wijze beter kunnen zien hoe ver we van huis, namelijk van het oude Evangelie, af zijn, dat in de 16e en 17e eeuw nog zo bekend was in onsland. En dan nu maar zoeken naar surrogaat voor de waarachtige bekering. Het komt mij voor, dat veel godsdienst van onze tijd bestaat in het zoeken van een vervangingsmiddel voor de ouderwetse wedergeboorte en bekering. Die poort is te eng en die weg is te nauw. Men moet een nieuwe weg van veel gejuich en grote bouwwerken. Ik moet maar denken aan die dwaze bouwer”.

Overgenomen uit ons Gemeenteblad, 1 Oe jaargang nr. 13.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.