+ Meer informatie

"Geen ouderwetse winters meer", zei men vroeger al

3 minuten leestijd

Van de heer Van Krimpen uit Nieuw-Lekkerland kreeg ik dezer dagen kopieën uit een in december 1938 uitgegeven tijdschrift, waarin strenge winters werden behandeld. En hoe frappant: ook toen, nu 52 jaar geleden, waren soortgelijke geluiden als die wij nu beluisteren te horen. ,,De meening dat tegenwoordig geen ouderwetsche winters meer voorkomen heerscht algemeen. Men is hiervan zo overtuigd dat zelfs het voorkomen van den bijzonder strengen wintervan 1929 geen veran;i'?ring in die meening heeft kunnen brengen."

Tien jaar tussentijd
Naar aanleiding hiervan heb ik vanaf 1891 tot heden(honderd winters) eens nagetrokken hoe vaak een fikse strenge-vorstperiode is voorgekomen in De Bilt, van minimaal zes nachten strenge vorst. Dat blijkt, met de laatste van medio januari 1987, nu vier jaar geleden, totaal 18 maal in een eeuw te zijn voorgekomen. Daarmee komen we op een gemiddelde van eens in de zes winters een strenge-vorstperiode. Kijken wij dan naar de perioden van "weinig voorstellende" winters (die niet aan die maatstaf van minimaal zes nachten strenge vorst voldeden), dan zien wij dat er tussen de strenge winters forse tussenperiodes zijn. In de afgelopen honderd jaar kwam het drie keer voor dat er zelfs tien jaar of meer tussen twee koudegolven zat. Hier de voorbeelden. Na de elf strenge-vorstnachten in 1895 kwam pas 22 (!) j aar later, in februari 1917, weereen koudegolfvoor met negen nachten strenge vorst. Daarna moesten wij twaalf jaar (1917 tot februari 1929) op een volgende strengevorstperiode wachten. Zes jaar zat er tussen de strenge kou van begin januari 1979 en de strenge vorst in 1985 (met elf nachten 'streng') die uiteindelijk tot een Elfstedentocht aanleiding gaf, op 21 februari die winter.

Normaal
Hieruit mag je als conclusie trekken dat een serie van zes normale tot zachte winters achtereen, zonder een echte 'strenge' periode, als normaal mag worden beschouwd. Dat het af en toe zelfs tien jaar of langer kan duren voor de winters streng toeslaan, met zes of meer nachten achtereen strenge vorst. Nu wordt van een broeikaseffect gesproken of over de gaatjes vertonende ozonlaag. Wanneer men dat in 1916 had gezegd, toen er al meer dan twintig jaar achtereen geen echte strenge winterkou was voorgekomen, zou dat heel wat geloofwaardiger zijn geweest.

Alsnog kou?
Is er dan niets bijzonders met de winters? Dat wel. Het is namelijk in driehonderd jaar niet voorgekomen dat drie zulke warme winters achtereen zijn genoteerd, alle met een etmaalgemiddelde boven de vijf graden. Nu (als ik dit schrijf) de vraag of het een vierde zachte tot warme winter wordt, of dat de tweede helft van deze winter ons alsnog in een koudegolf doet terechtkomen. Drie warme winters achtereen mag dan extreem zijn, het is een te korte periode om op grond daarvan te stellen, zoals ook al in 1938 werd geschreven, dat er geen ouderwetse strenge winters meer zullen voorkomen. Wij zijn de twee elfstedentochten (21 februari 1985 en 26 februari 1986) toch nog niet vergeten. Hier nog even de 18 strengevorstperioden van de laatste honderd jaar, met meer dan zes nachten strenge vorst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.