+ Meer informatie

De Kerkeraadsvergadering I VOORBEREIDING EN OPZET

8 minuten leestijd

Algemene opmerkingen.

Over de kerkeraadsvergaderingen kan men in het algemeen twee dingen zeggen: ze duren lang en zijn meestal erg zakelijk. De kombinatie van die beide kenmerken mag ons wel tot nadenken stemmen. Onwillekeurig rijst de vraag of deze vergaderingen dan wel aan hun doel beantwoorden. Ik wil daarmee niet zeggen, dat op die vergaderingen het belang van de gemeente niet behartigd worden. Hoe zouden ambtsdragers in het besef van hun verantwoordelijkheid voor de gemeente tegenover de Koning der kerk die belangen niet behartigen. Dat is ondenkbaar.

Wel rijst de vraag of de belangen zó behartigd worden als het meest dienstig is aan het gemeentelijk leven.

Juist op dat element van dienst komt het immers in het ambt aan. Ik behoef daar in dit verband niet breed over te spreken. Het is een van de grondwoorden uit het leven van een ambtsdrager. We lezen er vooral over in Efeze 4. De ambtsdragers zijn er „om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus”. vers 11-13. Het ambt dient dus om het lichaam van Christus op te bouwen. Alleen met het oog op dat lichaam is het ambt er. Het zou er niet zijn als het lichaam er niet was. Dat dienen we ook op de kerkeraadsvergaderingen te bedenken.

Welnu, kan het ook zijn, dat we met alle goede bedoelingen voor onze gemeente toch op een bepaald punt tekort schiefen mede ten gevolge van de opzet van onze vergaderingen?

Ik wil trachten in — voorlopig vier — artikelen daaraan enige aandacht te besteden. Graag wil ik daarbij voorop stellen, dat het volgende alleen geschreven wordt in de hoop, dat het andere ambtsdragers bij het bezien van hun eigen vergaderingen helpen kan. Ik schrijf dus niet met de gedachte, dat het volgende overal op dezelfde wijze toe te passen is. Er zijn verschillen tussen de kerkeraden. De taak van de ene is omvangrijker dan die van de andere. Dat kan samenhangen met de grootte van de gemeente en met de aard van de problemen in een bepaalde gemeente. Daarom is er beslist niet een voor het hele land passend recept te geven. Vanuit die gedachte worden deze artikelen dus ook niet geschreven. Ik bedoel er alleen mee aan te wijzen, hoe het zou kunnen. Wat men er van kan gebruiken neme men er uit, wat niet van dienst is late men voor anderen liggen.

Bovendien is het zo, dat in een bepaalde — kleinere — gemeente alles nog te overzien en door allen te behandelen is, terwijl dat in andere plaatsen niet meer het geval is. Daar moest men wel tot een vergaderen in zogenaamd breed en smal verband over gaan. De plaatselijke situatie laat zien, wat nodig is. Dit eerste artikel is nogal „zakelijk”; ik hoop in het volgende met name meer op de geestelijke aspekten van het kerkeraadswerk in te gaan.

Moderamen.

In het algemeen zal het gewenst zijn, dat de kerkeraad evenals de klassis en de synoden een moderamen kent. Dat dient te bestaan uit tenminste de voorzitter, skriba en tweede voorzitter. Minder in geen geval; meer is ook niet nodig, om het werk zo vlot mogelijk te doen verlopen.

Als taak van het moderamen zie ik tweeërlei: in de eerste plaats het voorbereiden van de kerkeraadsvergaderingen, in de tweede plaats kan de voorzitter van kerkeraad wanneer er op korte termijn beslissingen genomen moeten worden, de beide andere leden van het moderamen raadplegen en dan het antwoord op een bepaalde vraag geven.

Ik ga nu met name even op het tweede in, omdat het eerste hieronder aan de orde komt. Het komt overal voor, dat de predikant in eens voor een vraag gesteld wordt: kan dat of mag dit? Meestal zal de predikant daarop antwoorden en zal zijn antwoord door de kerkeraad goedgekeurd worden. Toch lijkt me dit niet juist. Een predikant kan natuurlijk zeggen: fiat onder voorbehoud van de goedkeuring van de kerkeraad, maar er zijn toch wel eens dingen, waarin op korte termijn een beslissing genomen moet worden, waarvoor de predikant niet alleen de verantwoordelijkheid mag dragen. Ik weet wel: het zullen niet zulke geweldig belangrijke zaken zijn. Die moeten toch wachten tot de officiële kerkeraadsvergadering. Maar ook in minder belangrijke zaken komt het er op aan, dat de predikant niet alleen recht van beslissen heeft.

Heeft men geen moderamen en wil de predikant toch andere kerkeraadsleden raadplegen, dan ontstaat er het gevaar van onbillijkheid ten opzichte van de andere broeders. Wier oordeel wordt dan gevraagd? Van degene, die het dichtst bij woont, of die per telefoon het gemakkelijkst te bereiken is of met wie de predikant het meeste kontakt heeft? Dat is verkeerd. Te allen tijde moet er tegen gewaakt worden, dat enkele broeders in de kerkeraad het voor het zeggen hebben. Men hoort dat soms wel eens in bepaalde gemeenten: als die en die er voor is, dan is het wel in orde. Maar alle broeders zullen elkaar gelijk zijn. Wanneer nu met goedvinden van de hele kerkeraad het moderamen in spoedeisende zaken beslissen kan, dan behoeft niemand zich verongelijkt te voelen en heeft het moderamen altijd de taak om zich tegenover de vergadering in haar geheel te verantwoorden. Al was het maar voor drie zaken in het hele jaar, dan voorkomt de instelling van een moderamen scheve gezichten en bij andere broeders het gevoel van minder geteld te worden. Ik meen, dat dit in vakante gemeente wellicht nog dringender is dan in niet-vakante gemeenten. Immers juist in de eerste moet temeer de indruk dat kerkelijke zaken een onderonsje van enkele broeders zijn vermeden worden.

Agenda.

Wil een vergadering een vlot verloop hebben, dan moet er een agenda zijn. Je moet op elk moment van de vergadering weten, hoever je met de werkzaamheden bent, wat er reeds gedaan is en wat er verder nog te doen is. Dat kan bovendien bevorderen dat aan minder belangrijke zaken niet onevenredig veel tijd besteed wordt.

Het opstellen van de agenda is de taak van het moderamen. Die drie broeders hebben in de week van of voor de kerkeraadsvergadering bij elkaar te komen en de zaken, die aan de orde komen te bespreken.

Nu zegt men misschien, dat op deze wijze een kerkeraad in de kerkeraad gevormd wordt. Dat behoeft niet beslist het geval te zijn. In de eerste plaats weet de gehele kerkeraad, dat het moderamen samenkomt. Ja, het krijgt van de kerkeraad zelfs opdracht daartoe. Verder is het niet de bedoeling om de zaken vooraf uitvoerig te behandelen en er een beslissing in te foceren. Het gaat er alleen maar om, dat de zaken met het oog op de bespreking voorbereid worden. Dan kan het gebeuren, dat het moderamen een bepaald advies over een zaak opstelt. In allerlei kleine praktische zaken kan dan gezegd worden: het moderamen stelt u voor. Want in de praktijk blijkt, dat allerlei kleine zaken uitvoerig besproken worden, terwijl heel die bespreking overbodig zou geweest zijn, als er direkt een verstandig voorstel gedaan was. Het kan ook zijn, dat het moderamen zegt: laat de kerkeraad zich er zelf over uitspreken. Dit zal met name het geval moeten zijn bij zeer ingrijpende zaken. Men begrijpe me goed: het moderamen heeft niet tot taak te heersen over de bespreking ter vergadering, maar te trachten die in goede banen te leiden. Dat zijn banen, waarop het welzijn voor de gemeente gezocht wordt en die ter vergadering de minste tijd in beslag nemen. Zodra een kerkeraad voelt, dat het moderamen buiten deze grens gaat, dient dat tegen de broeders gezegd of met hen besproken te worden.

Bovendien kan een voorbespreking in het moderamen de voorzitter helpen de bespreking vlot te doen verlopen. Moeten er nog bepaalde zaken in notulenboeken, archieven of degelijke nagezocht worden, dan kan dat gebeuren. Zo begint men op de vergadering aan een zaak, waarvan de bespreking goed voorbereid is. Dit kan het vlot afdoen alleen maar bevorderen. Het is mijn stellige indruk op grond van gesprekken met vele ambtsdragers, dat er op veel kerkeraadsvergaderingen onnodig veel tijd besteed wordt aan de bespreking van zaken, die een grondiger voorbereiding verdiend hadden en dan sneller afgehandeld hadden kunnen worden.

Natuurlijk is niet elke voorzitter een geboren leider van een vergadering. Dat kan vervelend zijn, maar men heeft het te aanvaarden. Men kan niet eisen van iemand datgene, wat hij niet ontvangen heeft. Het gaat er om of de ontvangen gaven goed besteed worden. Dan meen ik, dat daarnaast dienstig kan zijn het voorbereiden van de agenda door drie broeders.

Wanneer men zich nu afvraagt hoelang zo’n moderamenvergadering moet duren. dan is mijn stellige indruk, dat daarvoor een uur voldoende is. Uitzonderingen voor wat betreft kortere of langere voorbereidingstijd zijn natuurlijk mogelijk. Maar men kan als men zich aan zijn opdracht houdt in een uur veel doen. Daar waar geen moderamen is, heeft de skriba in elk geval tot taak om de agenda samen te stellen, eventueel in overleg met de predikant.

Ik moet nu eindigen. Onder dit opschrift moeten nog de volgende vragen behandeld worden: hoe behandelen we de ingekomen stukken, waar plaasten we de rondvraag op de agenda en hoe vaak. respektievelijk in welk verband vergaderen we? D.V. komen deze zaken in het volgende artikel aan de orde.

Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.